Skip to main content

Full text of "Nieuwe naamlijst van Grietmannen van de vroegste tijden af tot het jaar 1795"

See other formats


This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 




Over dit boek 

Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 
doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 
domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteur srechttermijn is verlopen. Het kan per land 
verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 
geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 
lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automatisch zoeken. 

Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 



op het web via http: //books .google . com 



NYPL RESEARCH ÜBRARIES 



3 3433 08184728 1 



I 







J 



fe ^ 

X 



y.- 






4- 



l 



NIEUIfE NllMIIJST 



VAir 



GRIETIIANNEN. 



V^»;^-^^/V 



NIEUWE NAAMLIJST 



VAIÏ 



GRIETMANNEN 



VAN DE VROEGSTE TIJDEN AF TOT HET JAAR 1795 , 



MET BSHIGE 



^^fc^u^^nnM^r ^^MUeUntn^en 



DOOa 



Jonkh'. M'. H. BIERDT taw SMMA-,: . 

«IIBTMAH YAH TIETJIKK8TBBADIBL , LID VAR EBT PBOYINCIAAL FtllSCS 

«IH00T8CHAP TIK BEOBFENIlfO YAH TBIKSCHB «B8CHIED- , 

«ODHBID- BR TAAIKORDB. 



Tl LEEUWARDEN , lu 

n. C. SCHETSBERG. 

1857. 



'':; i.„ ; 



•—f 



7r>1 5^:>8 



••• • • 



^y 



'iZ^l 







d 




• ^^fe"' C/rc^ wen c/en /wec/cr* 

ae^ (Act/6 m ^reG^atnaj oen eomaen 
no^ aofiu^ezmen "tMiu ' cm^Uj cue 



voor ^ne^ /aar /pyS-* 






•van 



tüi)r£W (M ^ü€^ (Ut 



tim^n' 




aa 



0/ 




e/n 




aoor 



IffiN SCHRUVER. 






. • • ••• 



VOORBERIGT, 



rVanneer ik mij met mijne geliefde studie ^ de 
geschiedenis^ 'fjooral die van ons f^aderland^ en 
wel bepewldelijk de Friesohe bezig houd ^ is het 
mijne gewoonte een bijzonder stukofbepeuzldtijdvak 
uit te kiezen en voor my %elven ée bewerken ; en 
het is dcm deze gewoonte toe te schrijven , dat het 
volgende geschrift het licht ziet. Eerst fot mijn 
eigen gebruik opgesteld^ heb ik het geluk gehad 
narigten omtrent de onderhavige zaak van meest 
alle geleerde en aanzienlijke mannen y die door mij 
tot het geven van dezelve zijn aangezocht , te mogen 
ontvangen* Ik betuig hun- bij dezen hiet^oor mijnen 
opregten dank , terwijl ik het niet antwoorden van 
anderen op mijne ,- zoo ik meen beleefde , vragen , 
liever toeschrijf aan beletselen , door menigvuldige 
bezigheden enz. ontstaan , dan wel aan onwil of 
minachting voor onze schoone Friesche geschiedenis. 
Mijne eigene onvermoeide nasporingen , gevoegd üj 
l)ovengemelde narigten , hebben het geschrift , naar 
het oordeel mijner vrienden , e/t vooral van eenen 
hunner y op wiens uitspraak ten dezen ik hoogen 
prys stel , èenige geschiedkundige waarde gegeven , 
zoodat ik gemeend heh hetzelve niet aan het piAliek 
te moeten onthouden. 

Het zal niemand verwonderen , dat ik juist op 
de gedachten gekomen ben eene lijst en levensschets 
van de Grietmannen dezer Provincie op te maken , 
tvanneer hij in de volgende bladen ziety hoe on* 
naauw keurig 'de tot nu toe gedrukte en geschrevene 



Niiamlijsten ten de%en €p%igte %ijn^ dcuirbij in hel 
oog houdt hoe vele beroemde en beruchte mannen van 
vroeger en later lifd dien post, heleen bediend^ en 
in aanmerking neemt ^ dat reeds de Overgrootvaders 
van mijne Overoudgrootvaders , %oo wel van vaders 
als van moeders zijde ^ Grietmannen %ijn geweest {f) ^ 

Ik heb niets te boek gesteld^ dan hetgeen ik 
overtttigd was , waarheid te %ijn , of ik heb in den 
tekst of in eene aanteekening mijnen twy f el te kennen 
gegeven ; en tuat ik niet stellig wist , liever weg^ 
gelaten , dan in gissingen te vervallen^ 

Men besckuldige my niet van een ongepast vertoon 
van belezenheid aan den dag te hebben gelégd^ 
omdat ik zoo vele schrijvers heb aangehaald^ en 
dikwijls b, v, in eene noot schotanus of occ O TAN 
SCARL heb geplaatst , hetwelk ik even goed op ;riA- 
SEMius f dien ik misschien in de voorafgaande 
noot had gebruikt^ had kunnen vinden; maar ik 
heb de gewoonte bij het bewerken van eenig stuk, 
aUe schrijvers , welke ik bezit en bij welke ik 
denk omtrent dat stuk, iets te kunnen vinden^ na 
te slaan en terstond op te teekenen , wat mij bij 
den eersten voorkomt , en wanneer de overigen , 
. daarmede overeenstemmen y my bij die aanhaling 
te houden. 

Mogt dit werkje bijdragen tot verdere uitlokking 
van de beoefening der Friesche , helaas J zoo weinig 
gekende geschiedenis ^ en hetzelve eenige weinige 
lezers zoo aangeneuxm by het doorbladeren bezig 
houden j als het mij bij het opstellen gedaan heeft , 
zoo zal mijne moeite allezins beloond' zijn, 

Bergum 
den 1 September 1837. DE SCHRIJVER. 

(*) Diwt VAM BAiABT , id 1601 Grietman van Haskerland^ en 
ABUT tah «Aimu , in 1625 Grietman yan ^nallingerland. 



NAAMUfST 



DER 



INT££K£NAR£N. 



ZIJNE MAJESTEIT 

DE KONING DER NEDERLINDEN, 

voor 12 Exemplaren. 

Adema (J. Hora), Secretaris yan Leeawarderadeel, teLeea- 

warden. 
Albarda (M^ B.) , Lid der Staten yan Friesland en Adyo- 

caat, te Leeuwarden. 
Albarda (M'. C.) , Procureur, te Leeuwarden. 
Albarda (C), Vrederegter , te Leeuwarden. 
Albarda (J.) , Vrederegter , te Bolsward. 
Albarda (J.) » Notaris en Secretaris yan Ferwerderadeel , 

te Marrum. 
Alma (A.), Notaris, te Bergum. 
Alma (H. W.), Eerste Commies bij het Provinciaal Gou- 

yernement yan Friesland', te Leeuwarden. 
Alta (£. J.}, Secretaris yan de Grietenij Barraded, te 

Sexbierum. 
Amersfoordt (H.), Rector der Latijnsche scholen , teSneek. 
Andreae (M". A. J.) , Provinciale Inspecteur der Registratie 

in Friesland, te Leeuwarden. 
Andreae (G.), Ontvanger der Registratie, te Sneek. 
Andreae ( J. H. Beneker , Jur. Cand. , te Utrecht. 
Ankringa (J. D.), Conrector, te Leeuwarden. 
Attema (A. R.), Notoris en' Assessor van We^tstelfing- 

werf, te Wolyega. 



Baarderadeel (de Grietenij). 

Bakker (J. M.) , Emeritus Praeceptor der Latijnsehe Scho- 
len , te Amsterdam. 

Beekhuis (Th.), Genees-, Heel- en Yroedmeester , te Wirdnm. 

Berg&ma (M^ €.) , Yrederegter , te Idaard^ 

Beijma (M". J. M. van), Advocaat, te Leeuwarden. 

Beijma thoe Eingma (M'. J. M van), Grietman van Fra- 
nekeradeel, te Eingmatille. 

Beijma thoe Kingma (M'. S. W. H. A. van). Advocaat, 
te Leeuwarden. 

Bibliotheek van 's Rijks Athenaeum , te Franeker. 

Blom (Wed. H. W.), Boekhandelares , te Leeuwarden. 

Blom (J. G. van), I^otaris , te Dragten. 

Boelens (F. A. van), Yrederegter van het Kanton Beet- 
sterzwaag , te Beetsterzwaag. 

Boelens {M'. J. H. van) , Administrateur van 's Rijks Schat- 
kist, te Leeuwarden. 

.Bosscha (J.)^ Hoogieeraar, te Breda. 

Brengel ( Jonkki^. R. van) , Referendaris , te 's Gravenhage. 
2 Exemplaren. 

Brouwer (G. L.), Secretaris van Ooststellingwerf, te (H- 
deberkoop 

Buma (M^ Bernh^), Oud-Grietman van Baarderadeel, te 
Leeuwarden. 

Buma (M*^. W. B.) , Grietman van Baarderadeel , te Weidum. 

Buma (M^ W. W.) , Lid der Gedeputeerde Staten van Fries- 
land, te Leeuwarden. 

Burmania (Douairière R. van) , geb. Baronnesse thoe Sdiwart- 
zenberg en Hohenlansberg , 'te Leeuwarden. 

Buruma (H. R.), Directeur van het Leesg^dsekap, te 
Rijperkerk. 

Busscher (B.), Med. et Art. Obstetr. Doet. te Beetgum. 

C. 

Cammingha (Jonkh'. V. V. van) , Grietman vantLeeuwkrde- 

radeel, te Huizam. 
Cats, Eg, (J.), Lid der Staten-Generaal e»k van de Regt- 

bank, te Leeuwarden. 



Craae^ (M^* J* W. de), Ridder der Orde van den Nederl. 
Leeuw, en Oud-Professor , te Franeker. 

D. 

Dekeih (M'. A.) , Offieier b$ de Regtbank , te Sneek. 

Dirks (M'. J.), Adyoeaat te Leeuwarden. 

Dorhout (M'. R.) , Lid der Gedeputeerde Staten van Fries- 
land, te Leeuwarden. - « 

Dorhout (M'. L.) , Adyoeaat en Suppleant Yrederegter , te 
Leeuwarden. 

Douma (S,), te Rergum. 

E. 

Eekhoff (W.) , te Leeuwarden, 
Engelen (Jonkh'. D.)« te Oranjewoud. 
Eseury Tan Heijnenoord (Raron Oollot d') , te 's Gravenhage. 
E^singa (J. F. Tan), Grietman Tan Hennaarderadeel , te 
Wommels. 

F. 

Feenstra (Thijs) ,' Rurgemeester', te Leeuwarden. 

Feith (M'. H. O.), Lid Tan de Staten, en ArehiTarius der 

ProTincie Groningen, te Groningen. 
Ferf (M% A. Eldering), AdToeaat, te Rergum. 
Ferf (H. Nienbuur), Predikant en Schoolopziener Tan het 
Tierde Schooldistrict in Friesland , te Rergum. 
, Feringa, Pz. (H.), Griffier Tan het Vredegeregt Ruiten- 
post , te Ruitenpost. 
Feijens (M*^. G. L.), Advocaat, te Leeuwarden. 
'Fontein (F. D.)i Negociant, te Harlingen. 
Fontein (M'. A. G. Tan Delden) , Advocaat, te Leeuwarden. 

G. 

GcTaerts (Jonkh'. R.), Rijks OntTanger, te Bergum. 
Goinga (S. P. Tan), Secretaris der Grietenij Aengwirden, 

te HeereuTeen. 
GouTcrneinent Tan Friesland (Het ProTinciaal). 
Greijdanus (J.) , ^Secretaris der Grietenij Lemsterland , te 

Lemmer. > . 



H. 

Haer (M'. B. H, van der), Secretaris der Grietenij Dan- 
tumadeel, te Rinsamageest. 2 £xempl. 

Haersma (M". S. van) , Grietman yan Aehtkarspelen., te 
Buitenpost. 3 Exempl. 

Halmael, Jon'.' (Mr. A. van), Auditeur Militair Tan Fries- 
land, te Leeuwarden. 

Harinxma thoe Slooten (M'. D. J. A.- Baron yan), Ad- 
vocaat, te Oenkerk. 

Harinxma thoe Slooten ( J. S. Baron risin} , Grietman van 
Westdongeradeel , te Hol werd. 

Hasselt (M^ W. J. C. vab). Lid van de Regt^ank, te 
Amsterdam. 

Heemstra (A. T. R. Sixma Baron van) , Grietman van 
Barradeel^ te Pietersbierum. 

Heemstra (Mr. B. Th. Baron van) , Advocaat, te Leeuwarden. 

Heioma (M*^. M. van) , Lid van de Staten van Friesland , te 
Heerenveen. 

Heioma (M^ N. van) , Grietman van Weststellingwerf , ïe 
Wolvega. 

Hetjema (Jonkh"^. M^ M.), Adfocaat, te Leeuwarden. 

Hinlopen (M^ J. G.) , Lid der Statcn-Generaal , te Middelburg. 

Hoeksma (T.) , Burgemeester, te Bolsward. 

Hoijtema (A. van) , Ontvanger der Registratie , te Eoevorden. 

Huber (M^ ü. H. Wielinga) , Lid der Regtbank van eersten 
aanleg te Leeuwarden , te Cornjum. 

Huijdekoper (M^ A. W. ) , Suppleant-Regter , te Amsterdam. 

Hijlckama (M**. B. A. van) , Lid der Provinciale Staten van 
Friesland , te Sondel. 

I. 

Idema (W. H. Bouricius van) , Grietman van Aengwirden, 
te Heerenveen. 

K. 

Kempenaer (Jonkh^ O. R. van Andringa de) Grietman van 
Rauwerderhem , te Eernsnm. 

Kempenaer ( Jonkh'. T. A. M. A. van Andringa de) , Griet- 
man van *tBildt, te St. Anna Parochie. 2 Exempl. 



Kempenaer (M^ J. M. de) , Ad?ocaat , te Arnhem. 
Keachenius (M'. W. F.), Griffier bij de Regtbaok , te 

Sneek. ' / 

Elaasesz (J.), Secretaris fan Westdongeradeel , te Ternaard. 
Kluit (M', W. P.) , Directeur der Posterijen , en oud Lid 

Yan den Raad der Stad Ledden , te Leijden. 
Koumans Smeding (P.)i Lid der Provinciale Staten fati 

Friesland, te Leeuwarden. 

L. 

Lambrechtsen (W. N.) 9 Regter bij de Regtbank, ie Mid- 
delburg. 

Lauts (U. G.) , Hoogleeraar- aan het Koninklijk Instituut , 
te Medemblik. 

Leeuwen (J. van) r Griffier bij de Regtbank , te Leeuwarden. 

Looxma (T. M. T.) , te Oenkerk. 

Lijeklama a Nijeholt (Jonkh'. T. M.), Lid van de Eerste 
Kamer der Staten- Generaal, te Oldeboorn. 

Lijeklama a Nijehdt (Jonkh'. W. Q.) , Grietman Tan Utitt' 
geradeel , te Oldeboorn. 

M. 

Maanen (M'. C. F. yan) , Minister van Justitie , Grootkruis 
der Orde yan den Nederlandsehen Leeuw, Lid yan de 
Tweede Klasse yan het Koninklijke Nederlandsche IusUt 
tuut , te 's Grayenbage. 

Maatschappij der Nederlandsehe Letterkunde (De) , te Leijden. 

Magnin (A.), Archiyist bij het Gouyernement yan Drenthe, 
te Assen. 

Maire (L. F. Le) , Ontyanger der directe Belastingen , te 
Oldetrijne. 

Meer (D. H. yan der) , Genees- en Heelmeester, te Dragten. 

Muiier (F. J. M. M.), Secretaris der Grietenij Aehtkar- 
spelen, te buitenpost. 

N. 
Nauta (M'. G. A. Ayenhorn yan) , Grietman yan Hemeiu- 

mer Oldephaert en Noordwolde , te Koudum. 
Nauta (M**. A, J. de Jongh yan Fer^n yan) , Advocaat en 

Notaris, te Leeuwarden. 



Nanta (Mr. €. F. F. Rinia Tan) , Adfoeaat, te Giekerk. 
Nienhuiü (M'. H.)*, Hooglderaar, te Groningen. 
Nijenhnis (M'. J. T. Bodel) , te Leijden. 

O. 

Oosting (Me^r. de Wed. Bieruma) , te Leeuwarden. 
Ottema'(J* G.)» Praeeeptor, te Leeuwarden. 

P. 

Poppe (G. J.), Secretaris der Grietenij Weststellingwerf, 
te Wolfega. 

Q, 

Quaestius (A.) , Jnr. Utr. Cand. te Dronrijp. ^ 

Reiding (F*. S.), Secretaris, der Grietenij Smallingerland , 

te Dragten. 
Rengers (W. F. L. Baron) , Gouvemeikr van de Profineie 

Groningen, te Groningen. 
Rengers (Baron ran Aylva) , Kapitein der Infanterie , te 

's Gravenhage. 
Rengers (R. H. S. G. Juekema Tan Burmania Barcm) , 

Lid der Gedeputeerde Staten Tan Fried^d , te Leeuwarden. 
Rengers (S. Tan Weideren Baron) , Grietman Tan Wijm- 

britseradeel , te IJsbrechtum. 2 Exempl. 
Riesen (W. Tan) , Notaris , te Rinsumageest. 



Salverda (M^ L. R.), Secretaris der Grietenij Opsterüoid, 

te Beeisterzwaag. 
ScheHinga (H. W. de Bloeq Tan) , Grietman Tan Schoter- 

land)^ te Oranjewoud. 
Scheltinga ( Jonkh'. M^ M. C. Tan) , AdToeaat , te HeerenTcen. 
Schik (M'. J.), Griffier der Staten Tan Friesland, te 

Leeuwarden. 
S^oteriand (de Grietenij). 
Sehwartzenberg en Hohenlansberg (G. F. Baron thoe) , 

Grietman Tan Menaldiimadeel, te Beetgum. 
I^eeama (L. J. Hora), te Winschoten. 



Siedsaut (J.) ,;.DQ0psge3tind Leeraar en Vrederegter» ieSti^k. 
Sitter (J. d«) , Controlear, Ie Leeuwarden*. 
Slooten (>RI^ A. van) , Seeretaris. der SUd Bocknm , süiihr. 
Sloterdyclc (M% J. F. Böurböom Tan) » Vrederégt« , Ie JBEar-^ 

lingen. .! 

Smin^a (Jonkh'. A. J.'.taq)] Lid der Riddetsehap vaii Fjrie^» 

land, te Oudkerk. o 

Sminia (J(>ak}i'. D. B.H. van) ^ LidderBiddersohaiyei^Taiv 

de Prorineiale StoteaTaii' Friesland, ie Bijpörkerk-v 
Speelman Wobma (Jonkh'. H^ M. ) Viee^-Presidênt der Ki^ 

bank, te LeAHwarden. . ■ ? . 

Stinstra (M'. J.)> Griffier, te Franeker. 
Stirnm (L. G. A. Graaf «^an Limburg) , Grietman van 

I^pUnmerland en . Nieuw^Kruisiand , te Kollum. 
Swart (M'. JE. M. de) , Procureur, te Leeuwarden. , 
Swin^^ren vai^ Rensnina (Jonkb^ Mr. O, van). Lid van 

de Tweede Kamer der Staten-Generaal , te Groningmi. 
Sjgtzaina (M. P« D. Baron yan) ^ Grietman yan Idaarde* 

radeel, te Friens. 2 Ezempl. 

T.* * , ; 

Telting (M'. A.) , Seeretaris der Stad Franeker , aldaar. 
Tekens (JttvS. yan) , Grietmap van Opsterland, te Beet- 

sterzwaag. 2 Ezempl. ^ 

Tjepkem (Tf. p.) , te Oosteriïieisr, : 

Tour Tan Bellinchave (M'. G. M, BarOn Sn),, Lid van de 

Regtbanli, ^^.Laeu warden. 
Treding : (Jj . D.) > te SchaTmér. 

Tromp (M'. T. S.) , President der Regtbank , te Leeuwarden. 
Tuinhout (H.), Controleur Bewaarder van het Kadaster ^ 

te Heerenyeen. 
Tijdeman (IJ^^^ JR.. W.) ,.Pr(^,> Jan, te Lcijden.^ 

^* 

Teen, (Mr, C*. J* ym der), Proeureur, te LeéiliyardenV 
"Veen (Mr. J. yan der), Adyoeaat, te Dragten. . 
¥«£» ( J<*V fan, 4eri) , \ned«regter^ te Wrfycga. • 
"Veenstra (E. K.)ivrmi h^/Leesgexetóchap;, ta Oldeberkoop. 
Yegilin ran Clacrbergen ( Jonkkh^. P. B. J.) , Grietman 
Tan Haskerland, fe Joure. 2 Ezempl. 



Ytfgilin Tan Claerbergen (Jonkhr. Ph. £. A.)« Lid der 

Riddersehap Tan Friesland. 
Ydzen (H. U. Thoden van) , Predikant , te Oodkerk. 
Yenema (T. W.) « Predikant bij de Doopsgezinde Gemeente , 

te Aalsmeer. 
Yierssen (M^. M. ran), Oud President der Regtbank, ie 

Leeuwarden. 
Tos , Willemsz. , (J. de), Secretaris der 4^ Klasse tan het 

Kon. Nederl. Institnnt, te Amsterdam. 
Vreede (G. W.), Advocaat, te Gorinchem. 
Triesema (P. H). , Predikant, te Herbajnm. 

W. 

Wageningen (M^ J. H. J. Tan), Secretaris Tan Baarde- 

radeel , te Jellam. 
Wal (M. S. de). Secretaris der Stad Leeuwarden; aldaar. 
Warmolts (M^^. C. €. C), Procureur, te Leeuwarden. 
Westenberg (M^ C), Grietman Tan Ferwerderadeel , te 

Hogebeintum. 
Wilhelmy (H.) , Grietenij OnÏTanger, te Bergum. 
Willinge (J. A.) , Grietman Tan Stellingwerf Oosteinde , te 

(Hdeberkoop. 
Witb (M^. D. de Blocq Tan Haersma de) , Grietman Tan 

Oostdongeradeel , te Metslawier. 
WitleTeen (Mr. F.), Notaris, en Seeretaris Tan Oostdon* 

geradeel, te Met$lawier. 
Wolters (J. B.) , Boekhandelaar, te Groningen» 
Wijbenga (M^ S.) , Secretaris der Grietenij Franiekeradeel 9 

te Franeker. 

IJ- 

Upma (Wed; G0« Boekhandelares , te Franeker. 

Z. 

Zillesèn (C. G.), Controleur Tan *8 Rijks - Belastingen , Ie 
Bergum. *^ ' ' 

Znijlen Tan Ngerelt (J. A. Baron Tan) , Staiitsri^ci , G&i" 
Ternenr Tan Friesland, ie Leeuwarden. 



INLEIDING. 



Ofschoon ik yoornemens was in de volgende blad- 
zijden slechts eene verbeterde opgaaf te leveren 
van hen, die het gewigtig en moeijelijk ambt van 
Grietman in dit gewest vóór het noodlottig jaar 
1795 hebben bekleed, en mij /daartoe hoofdzake- 
Kjk bediend heb van een werkje, zonder naam 
van den Schrijver uitgekomen in het jaar 1785 (*), 
waarbij ik eenige geschiedkundige aanteekeningen 
vnlde voegen 4 kwam het mij evenwel niet onge* 
past voor, omtrent den naamsoorsprong, de vnjze 
van benoeming , het ambt zelve , en dergelijke eenige 
weinige woorden voor minkundigen vooraf te laten 
gaan. Behalve dat dit vooral voor hen, die buiten onze 
Provincie wonen , zoo bun toevallig deze Naamlijst 
in handen mogt komen , nuttig kan zijn in het na- 
sporen onzer geschiedenis , zoo werkt het veelligt ook 
mede, om ons in te lichten omtrent de gezindheid , 
hetzij Saksische, Bourgondische, Spaanscheof Staat- 
sche van velen hunner , en ons aldus het beoordeelen 
hunner daden, op elke bladzijde onzer Geschied- 
schrijvers voorkomende , gemakkelijker te maken. 

De afleiding van den naam van Grietman van 
het oude Friesche woord Greta , dagen , beschuit 

{*) Naamlijst der Eeeren Grietslieden en Seoreiarien in Vriee - 
Umd van de vroegste tijden af tot op het tegenwoordige y met de 
foren van aanstellingen en rang der Crrietenien, 

1 



2 INLEIDING. 

digen , regten , ligt naar mijn gevoelen zoodanig 
in den aard der zaak, en is zoo wel door den Heer 
G. L. van Beyma, in zjjn.voortrefiel^k werkje: 
Tractatus de CHetmannU , bewezen , als ook door 
zoo vele geleerden van later tijd als gegrond aan- 
genomen , dat er bij mij geen twijfel kan be- 
staan , of dezelve is de ware en alleen geldige. 

De oorsprong van het ambt van Grietman is 
voorzeker van zeer oude dagteekening , doch ttil 
gebrek aan geschiedkundige aanteekeningen is het 
ondoenlijk den juisten tijd dier instelling op te ge» 
ven; volgens Beyma komt de benaming het eerst 
voor op het jaar 1290 (*), zoodat het zeer waar- 
schijnlijk is, dat dezelve slechts weinige jarea 
vroeger in gebruik is geraakt. 

Uit de bijeenvoeging der verrigtingen van de» 
Schelta en Aesga , die in de vroegste tijden onder 
de Frankische Koningen en Duitsche Keizers, hier 
te lande bestonden, en waarvan aan dea eerstel^ 
opgedragen was het opzigt over wegen en vaarten , 
maten en gewigten en d. g. , hel innen der inkom- 
sten en boeten enz. , benevens het vonnissen, iv 
criminele zaken , terwijl de andere over burgerl^kie 
en geldzaken oordeel velde , is voorzeker het ambt 
van Grietmap ontstaan ; althans het blijkt , dat deze 
de verrigtingen van beiden in zioh vereenigde» en 
dat er na het begin der veertiende eeuw, toen er 
voor het eerst voortdurend melding van Gcrietman^ 
nen gemaakt werd, niets qieer van den Scfy^Ua 
of Jesga wordt gevonden. 

Over het algemeen werden de Grietmanden , op 



{*) Een m^ner Trienden onderrigt m^ , dat faj] een stuk Tan 
1270 heeft gezien, Traarin de benaming Tan Grietman rce^i^ 
Toorkomt, 



iNLÊiiïNG, 3 

^nkeïe uitzonderingen na, zoo als in Utingeradeel 
^n Wymbritseradeel , waar de Geestelijkheid de ver- 
kiezing aan tich getrokken had , door de bezitters 
Van stemhebbende staten voor één jaar verkozen , 
misschien in het allereerste begin wel door alle 
ingezetenen der Grietenij of van hetdistrikt, ofwel 
door de hoofden dér huisgezinnen. In eenige Grie- 
tenijen , zoo als b, V. in Franekeradeel , bezaten de 
eigenaars van sommige staten het regt, op hunne 
beurt hel Grietmans-ambt voor eenjaar, of ook 
wel voor nog korter tijd , te bekleeden , en waren 
verpligt, hetzelve, zoodra hun tijd verstreken was, 
aan den eigenaar van eene andere state over te 
dragen, terwijl zij dan zelve niet zelden onder 
de Mederegters bleven behooren. Ook greep het 
geval somtijds plaats , dat iemand bezitter was van 
twee of meer stukken vast goed , waarop het regt 
van den Grietman te benoemen , lag, welke elkan- 
der in de toerbeurt opvolgden; en 300 gebeurde 
het alsdan , dat een zoodanige twee of drie jaren 
achtereenvolgende het ambt bekleedde. Dit dient 
vooral in het oog gehouden te worden bij het na- 
lezen der volgende levensschetsen , daar men anders 
spoedig in verwarring zoude geraken , door te zien , 
dat hier en daar twee of drie Grietmannen in één 
jaar elkander opvolgden en dan weder een ander 
gedurende verscheidene jaren in het bezit van zijn 
ambt bleef, zonder dat men van wettelijke bepa- 
lingen dienaangaande iets verneemt. 

Bij de kortere of langere overheersching van een 
gedeelte of van geheel Friesland door vreemde Vor- 
sten, zoo als de Graven van Holland of de Bis- 
schoppen van Utrecht , was wel van tijd tot tijd 
inbeuk gemaaki op der ingezetenen regt , om den 

1* 



4 INLEIDING. 

Grietman zelve te benoemen , of werden zij in deii 
eed van den toenmaligen beheerscber {genomen , zoo 
als onder anderen blijkt uit het yerdrag yan een 
groot gedeelte van Ooslergoo en Weslergoo op den 
3 April 1421 aangegaan met Hertog Jan van Beye- 
ren , waarbij den Grietmannen bevolen werd jaar- 
lijks te Stavoren te verschijnen , ten einde den eed 
aldaar in handen van den Hertog of zijnen gemag- 
tigde af te leggen (*) , doch keerde altijd terstond 
na het verdrijven van den overheerscher , in handen 
der van ouds regthebbenden terug, totdat eindelijk 
de zoogenaamde Saksische overheering daaraan een 
einde maakte. De Friesche vrijheid , door geweld 
en list der Saksische Vorsten allengskens haren 
geheelen ondergang naderende, werd ook aan.de 
ingezetenen het regt om hunne overheden te be- 
noemen , waarin zij zooveel belang stelden , ont- 
nomen , en de Grietmannen door den Yorst zelven 
aangesteld, en zulks niet meer voor eenjaar, of langer 
of korter , naar den wil hunner verkiezers of volgens 
hun oud regt , maar tot wederopzeggens toe. Toen 
vervolgens de Saksische Hertogen, na eene korte 
dwingelandij , door nood gedrongen , Friesland aan 
den Hollandschen Graaf, Karel van Bourgondiê, 
moesten verkoopen, ging dit gebruik op de vol- 
gende Heeren over , en dewijl door een deel onzer 
landgenooten de Hertog van Gelder ter huipe 
werd ingeroepen en hij ook van dit vermeende 
regt gebruik maakte , gebeurde het , dat men , in 
dien tijd in sommige Grietenijen, eenen Bourgon- 
dischen en eenen Gelderschen Grietman had, die 
voorzeker, zoo goed of kwaad zij konden, de 
aanhangers van hunne partij bestuurden. 

{*) Foeke Sjoerdt, Hutoritche JaariboekeOy 4 dl. bl. 4d9» 



INLEIDING. 5 

In 1516, toen, ofschoon de Geldersche partij 
hare zaak nog niet had opgegeyen, bijna het 
gansche platte land door den Stadhouder Fioris 
yan Egmond in naam van Karel den Y in bezit 
genomen was, trok de Keizer aan zich het regt, 
om den Grietman, zonder voorafgaande nominatie 
te benoemen , niettegenstaande hij , toen zijne zaken 
minder gunstig stonden, aan eenige Grietenijen, 
welke zijne partij toegedaan waren, veroorloofd 
had eene nominatie van drie personen te maken, 
waaruit hij eenen zoude verkiezen. De meesten 
van hen, die tot dus verre het ambt bekleed had- 
den , schijnen dan ook in dit en de twee volgende 
jaren afgezet, en anderen in hunne plaats. benoemd 
te zijn ; althans men ontmoet op dat tijdstip nieuwe 
Grietmannen in genoegzaam geheel Oostergoo, in 
een groot gedeelte van Westergoo , en iokdrie Grie- 
tenijen van Zevenwouden. 

Somtijds had een Grietman het bestuur over twee, 
ook wel over drie Grietenijen, doch doorgaans 
over eene. Het ligt in den aard der zaak , dat 
de Grietman oudtijds zijne vaste woonplaats in de 
Grietenij hield; doch later scheen men hier van af 
te wijken, en werd teregt door een plakaat van 
Keizer Karel Y van den 30 October 1639 bepaald, 
dat de Grietman verpligt zoude zijn, zijne vaste 
woonplaats in de Grietenij te houden ; en zulks 
ook later, bij eene ordonnantie van 8 April 1554, 
omtrent de Secretarissen bevolen. Deze zijn zon- 
der twijfel van veel later dagteekening , dan de 
Grietmannen, daar men hen, in een^ tijd, toen er 
nog zoo weinig te schrijven en te bewaren viel, 
minder noodig had. De juiste tijd hunner opkomst 
is mij niet gebleken; doch de eerste, wiens naam 



6 INt^^iPINC* 

ifc in bpyengemelde Naamlijst vindy is Kempe feU 
les, Secretaris van Wymbrilseradeel , in 1543» 
Foeke Sjoerds (*) zegt, dat, ten tijde der Saksi- 
sche Hertogen en yan Keizer Rarel, de Secretaris- 
sen, na voorafgaande benoeming yan drie perso- 
nen, door de slemgeregligde ingezetenen, werdeö 
aangesteld door den Vorst of zijnen Stadhouder^ 
doch dat dit door de Grietmannen als eene inbreuk 
op hun oud regt werd beschouwd, en zij daarom 
in den jare 1545 aan den Keizer verzochten, dat 
zulks weder op den ouden voet mogt hersteld 
worden , en zij weder als te voreii den Secretaris 
zelve zouden aanstellen en afzetten. 

Onder de regering van Filips II schijnt zyn Stad- 
houder over Friesland de magt gehad te hebben de 
Grietmannen aan te stellen ; en zoo zijn er dan 
ook te dier tijde verscheidene vreemdelingen verko- 
zen, gelijk blijken zal uit de hier volffende Naam- 
rol , denkelijk om zich te beter te verzekeren van 
de gehoorzaamheid der ingezetenen, wier ongenoe- 
gen over de Spaansche dwingelandij meer en meer 
toenam. 

Na het afschudden van het Spaansche juk vva^ 
eenigen tijd de wijze van benoeming der Grietma^r 
nen onbepaald ; doch in 1678 werd eindelijk door 
de Staten van Friesland , met goedkeuring van dea 
Stadhouder, besloten, dat mende, door den Spaai|- 
schen Koning benoemde , Grietmannen zqude afzet- 
ten, en eene nominatie van anderen maken, (vQpr- 
zeker weder als te voren vai^ drie voor elke Gjrw- 
tenij) , waaruit de Stadhouder éénen zoude kie?%eiv 
Bij eene ordonnantie %hij forme van previsie** ^ 

(*) AlgQioMDe besdirffi^f van oad nt nieuw FrinlanA» 
1 dl. bl. 872. 



INLEIBIN4. 7 

door Willem I , Prins yan Oranje j in 1881 ge- 
maakt , werd bepaald , dal , wanneer eene Orietenij 
Tacant werd , de ingezetenen eene nominatie van 
drie van »de nótabelste^ best geqtmiificterde en goe- 
de patriotten " zouden opmaken , waaruit de Stad- 
houder, na gehoord advies van den Provincialen 
Raad en de (Gedeputeerden, eenen Grietman zoude 
benoemeni. Later, in 1600, werd bepaald , dat, 
wanneer eene Grietenij vacant was, deielve gedu- 
tende den tijd , in welken de nominatie opgemaakt 
werd, (hetwelk niet langer dan zes weken mogt 
duren) , door den Gtrietman van de naastbijgelegene 
Grietenij moest worden bediend. In 1666 moes- 
ten de Grietmannen , die hun ambt vrilden behou- 
den , volgens resolutie van de Staten , een opschot 
aan 's Lands kantoor doen , hetwelk door allen 
schijnt gedaan te zijn; althans ik vind maar een 
of twee voorbeelden, dat in gemeld jaar een 
iiieuwe Grietman aangesteld is geworden. 

In het reglement reformatoir van 1748 werd be- 
paald , dat de Stadhouder alteen , uit de bovenge- 
melde nominatie den Grietman zoude verkiezen. 

Öe vereischtcn tot de bevoegdheid om het ambt 
van Grietman te bekleeden waren in het begin 
voorzeker zeer gering , en hingen in die Griele- 
ngen , waar hel regt daartoe , zoo als wij boven 
za^en , niet op zekere bepaalde eigendommen rust- 
te , van den invloed af , welken iemand , hel tij 
door zijne gegoedheid , hetzij door zijne meerdere 
bekwaamheid , op zijne medeingezetenen uitoefen- 
de ; later , onder de heerschappij der Saksische 
Vorsten , was aHeen de gunst van den Hertog daar- 
toe genoeg; in de tijden der Bourgondische 
fegéring bewerkten de Friezen evenwel zoo veel. 



8 INLEIDING. 

dat niemand^ die geen yeeitig of yijftig goudgul- 
dens jaarlijks inkomen yan zijne onroerende goe- 
deren, binnen Vriesland gelegen , trok, (welke som 
echter naderhand . tot op achttien of twintig goud- 
guldens is yerminderd,) tot Grietman yerkiesbaar 
was; een maatregel, waardoor alle yreemdelingen 
werden geweerd. 

Yoormaals was er yoorzeker geene bepaling yan 
den ouderdom » welken men moest bereikt hebben 
om het ambt yan Grietman te kunnen aanyaarden ; 
althans ik heb daaryan niets kunnen yinden; doch 
in latere tijden , toen de zucht om te regeren jong 
en oud begon te bezielen , moest in het mis- 
bruik worden yoorzien , en werd bepaald , dat 
men tynntig jaren oud moest zijn , om Grietman te 
kunnen wezen, waarop alleen de zonen en klein- 
zonen yan Grietmannen , die in hun yaders of 
grootyaders plaats benoemd werden, eene uitzon- 
dering maakten , eyenwel onder de bepaUng , dat 
zij niet yoor hun tyrintigste jaar in functie mog- 
ten treden , maar zoo lang een Substituut in hunne 
plaats werd benoemd. 

Vóór de Saksische heerschappij was de magt 
der Grietmannen zeer uitgestrekt, en spraken zij 
met hunne Assessors of Bijzitters (door hen zelyen 
' ten getale yan drie of yier , naar gelang der uit- 
gestrektheid yan de Grietenij , uit de bekwaamste 
ingezetenen te kiezen) het hoogste regt in crimi- 
neele en ciyiele zaken; doch het eerste is hun, bij 
de inyoering yan het Hof door den Saksischen 
Hertog, ontnomen. 

Hunne inkomsten bestonden in de boeten » tot 
welke zij de nalatigen in het opbrengen der schat- 
tingen , het maken yan wegen , yaarten en d. g. 



INLEIDING. 9 

veroordeelden, en zullen/ vooral in lijden, wan- 
neer het land door eenen vreemden Vorst over- 
heerd werd, en deze het grootste gedeelte dier 
boeten naar zich nam , van weinig aanbelang zijn 
geweest. Onder de Saksische regering kwamen 
hier bij de consentgelden , (eene schatting, welke 
moest opgebragt worden voor de toestemming tot ver- 
koop van alle vaste goederen ,) en welke , zoo dezelve 
beneden de twee honderd goudguldens waren , door 
den Grietman genoten werdai , terwijl de grootere 
voor den Vorst waren ; hetwelk van ieder goudgul- 
den een halve stuiver voor den Grietman bedroeg. 
Nooit hebben de Grietmannen een ander altijd- 
durend ambt tevens met het hunne mogen beklee- 
den, behalve het Oldermans- en Drossaardsschapin 
de steden, waarvan eenige voorbeelden worden 
aangetroffen; dqch zeer dikwijls werden zij in zoo- 
genaamde Gommissien gebruikt , zoo als in de Sta- 
ten Generaal , Gedeputeerde Staten , Admiraliteit 
enz.; ook zijn er eenige van hen Ambassadeurs aan 
vreemde Hoven geweest , gelijk men in de vol- 
gende bladen zal zien. 

Wegens de magt en het gezag van de Grietman- 
nen en Nedergeregten , derzelver voorregten en in- 
komsten , Bijzitters , Secretarissen enz. , van de laat- 
ste tijden tot op het jaar 1795 , toen hun ambt 
met zoo vele andere voorvaderlijke instellingen ver- 
nietigd is , verwijs ik den lezer naar hetgeen Foeke 
Sjoerds , Atgeméene beschrijving van oud en nieuw 
Friesland , 2 D. bl. 378 en volgg. zegt ; liever , dan dat 
ik hier naschrij ve, hetgeen in dat werk, hetwelk in aller 
handen is, zoo wel is uiteengezet, en buitendien bij 
een groot gedeelte der lezers van dei.e bladen , uit her- 
innering aan vroegere dagen , niet onbekend kan zijn. 
■I ■■■i mm ii 



OOSTERGOO. 



NÜMilNIIIMl 



OosTBftcoo, in het Latijn Jestraehia gcnocfmd, 
-was het eerste kwartier of dbtrikt van FriesJaiid , 
en had ala zoodanig, na dé instelling van het Gc- 
meenebest , de eerste stem in staat. Dit kwartier was 
verdeeld in elf Grietenijen , namelijk : Leeuwardera- 
deel , Ferwerderadeel , Westdongeradee! , Oostdon- 
geradeel, Kollnmerland en Nïeuwkniisland, Aeht- 
karerpden , Dantmnadeel , Tieljerksteradeel , Smal- 
fingerland, Idaarderadeei en Rauwerdcfrhem. In 
vroegere tijden schijnt de verdeeling der Grrietenij^n 
eenigzina andera geweest te^ijn; althans ik vind op 
den kant van een oud kaartje , staande voor een af- 
schrift van de Kronijk van Occo Scharlensts , door 
Leo Sibrandus , berustende in de Koninglijke bthN- 
-otfaeek te 's Gravenhage , dezelve aldus : Oos- 
tergoo:, Liowerderd:, Tzietzerkerd: , Idaertfer, Raer- 
derhem i Perwerder , I>ongero:d: , Dongerwrd: , DaM- 
ma , Achtkerspel , Golmerlaan , Westerlaan (denke- 
lijk Nieuwkniisland), Smatlinglaan. Westergoo: Won- 
aer , Fraenker , Barra , Hennamer ^ Baerder ^ Hin- 
naerder, Wijmertzer, Gaesterlaen, Hemleraadfer. 
Zevenwouden : Donijewerstal , Lemster 5 gae , Aen- 
wijrden, Schoterlan, Uteiiger. Hasker^e, Stel- 
lingwerf O. , Stellingwerf W. 

Oottergoo bevat twee steden : Leeuwarden en 
Dokkum. Ten tijde der oailusten tusschen de Sehie- 



LEEÜWA&OEIUDEEL. 4f 

riqgera en Vetkoopers, ontstaan omtrent het einde 
der XIIIc Eeuw , woonden de aanhangers der eerste 
partij yoornamelijk in Westergoo, de laatste in 
Ooatergoo. 

LEEÜWARDERAÜEEL , 

de eerste Grietenij van Oostergoo en dos Tan geheel 
Friesland, grenst ten noorden aan Ferwerderadeel, 
ten oosten aan Tietjerks^radeel , ten zuiden aaft 
Idaarderadeel en ten westen aan Baarderadeel , 
Menaldumadeel eja het Bildt. Dezelve beyat veer- 
tien dorpen : Wirdum , waaronder behoort Wiit* 
gaard , Swichem , Goutum , Huiznm , Hempens , 
Teerns , Stiens , Finkum , Hijum , Britzum , K<Nm- 
jum y Jelsum , Lekkum en Miedum , en heeft hoc^pst- 
waarschijnlijk haren naam ondeend van de slad 
Leeuwarden , welke genoegzaam in het midden 
der Grietenij ligL 

Deze Grietenij was voor dezen in Noorder , Mid- 
del en Zuider Trimdeel verdeeld» Middel Trim- 
deel, bestaande uit Bilgaerd, Camminghabuur, 
mitsgaders het klooater Fiswerd , naderhand Galt- 
leên , is later by de jurisdictie van Leeuwarden 
gevoegd. In het noorder Trimdeel lagen de dorpen 
Stiens, alwaar meermalen in de onrustige tijden, 
toen er zoo dikwijls oneenigheden tiiischen de Bte- 
den en het platte land bestonden , Undsdagen giy- 
houden werden , Finkum , Hyum , fintzum , Roru'» 
jiipiy Jelsum, Lekkum en Miedum, terwijl de 
overige tot het asuider 'Trimdeel behoorden^ bt 
de XV« eeuw wordt nog gewag gemaakt van eenen 
Fecke Aebinga, wonende te Hyum, en gehuwd met 
Ayl van Cammingha, dochter van Gerrold van Gam- 
mingha en Wiek van Hermana , ab Grietman , alleen 



12 LEEUWARDERADEEL. 

Tan het noorder Trimdeel yan Leeuwarderadeel (*)» 

GRIETMANNEN vak LEEUWARDERADEEL. 

1392. Sjob&d Mbnitiicga woonde teSwichem, 
en onderteekende op den Woensdag na St, Yitus 
(Junij) van bet jaar 1392, als Grietman van Leeu- 
warderadeel , met zijne Mederegters, eene akte, opge- 
maakt in dé leppa (gaarlegging) van zijne Grieten^ 
met Tietjerksteradeel , Smallingerland en Idaarde- 
radeel , waarbij de stad Leeuwarden in het regt om 
naar beyind van zaken lijfstraffen yan alle yoor- 
yallen en misdaden uit te oefenen op nieuw werd 
bevestigd ^ en zulks zoowel met toestemming yan de 
Schieringers , (die anders der stad zeer yijandig 
waren,) als yan de Yetkoopers in gemelde yiet 
Grietenijen (f). 

1402. Kbmpa Jellikoha zegelde op den 14 Fe^ 
bruarij 1402, met zijne Mederegters Grerlof Herma- 
nus , Hamma Andela , Wika Ennema , Anna (Anne) 
Feckama , Abbe Abbingha en Sika (Sikke) Ghe- 
ringa (Heringa), een consentbrief of ferdban tot 
yerkoop yan een stuk lands aan broeder Poppe , 
Schiermonnik té Jelsum ({). 

1436. Altka Jbllinoa , misschien wel een zoon 
yan den yoorgaanden , teekende en zegelde den 
80 April 1436 met de Grietmannen yan Tietjerkste- 
radeel en Idaarderadeel eene beyestiging yan den 
consentbrief yan wege den Abt yan Oldeklooster 
op een stuk lands te Swichem (*)• 



(^) M. S. Stamboek van oude Friescb'e Edelen door S. Tan Ade- 
len Tan Cronenburg. (f) Charlerboek Tan Friesland , 1 dl. bl. 252. 
($) Charlb. 1 dl. bl. 332. (^) Chartb. I D. 511. 



LEEUWARDERADEEL. 18 

1437. PiBTEa TAN Gamhiicoha was zeer waar- 
schijnlijk een zoon yah Gerraut van Gammingha « 
van het Slot Gammingha te Ferwerd , en Hac van 
Gammingha, dochter van Sidse van Gammingha van 
Gamminghaburg, en gehuwd met Syts of Sitte Lans- 
ma, weduwe van den Olderman Petrus van Cam- 
stra. Ganuningha wordt beschuldigd zijne zuster 
Wiek, erfgename geworden van zijnen ouderen 
'broeder -en zuster, die kinderloos overleden , van de 
erfenis , waartoe Gamminghaburg behoorde , met 
geweld te hebben ontzet (*). Hij behoorde tot de 
partij der Yetkoopers, en teekende in 1422, toen 
de overheersching van Hertog Jan van Beijeren overal 
misnoegen verwekte , met eene menigte Oostfriesche 
en Groningsche Edelen en Friesche Schieringers en 
Yetkoopers, te Groningen, eenzoenverdrag, teneinde 
zich gezamenlijk tegen de dwingelandij te kunnen 
verzetten; welk verdrag, gevolgd door eenige ge- 
lukkig uitgevallen krijgsverrigtingen,- oorzaak was, 
dat de Hertog genoodzaakt werd de vrijheden der 
Friezen op nieuw te bevestigen en zelfs te vermeer- 
deren (f). Op den 29 September 1437 gaf hij met 
zijne mederegters een' consentbrief wegens 4en 
koop van een stuk lands , gekocht door het Rlaar- 
kampster klooster (^). Onder de Mederegters, die 
met Gammingha dit stuk onderteekenden, vindt 
men Alteko Jelliggha, waarvan de overeenkomst 
van naam met dien van den laatst voorgaanden 
Grietman, mij doet denken, dat hij dezelfde per- 
soon is, en du9 hier bevestigd wordt , hetgeen inde 
Inleiding van dit werk omtrent de toerbeurteni s gezegd. 



(*) Ferwerda, Adel. en aanz. Wapenb. Cammingha (Oud), 
Gen. 2. Anderen spreken dit tegen, (f) Foeke Sjoerdt , Frie- 
sche Jaarboeken , 4 D. 484. ($) Chartb, 1 D. 515. 



14 LEEüWARDERAüEEL. 

1488. ' Oeicb tan Wiarda was een zoon yan 
Sjoerd Wiarda , die in 1401 met Haring van Ha- 
'rinxma tot I^otestaat van Friesland werd verko- 
len (*) , en behoorde , in tegenoverstelling van zijnen 
voorganger, even als zijn broeder Sjoerd, tot de 
Schieringsche partij ; als zoodanig te^kende hij ook 
het boven gemeld zoenverdrag. Er komt een brief 
van hem voor van 1438, waarin hij getuigt, in 
z^e betrekking als Grietman , eenen zekeren Lieuwe 
Tjebbinga wegens eene misdaad te hebben ver- 
oordeeld en naderhand weder ontslagen (f). Hij 
had Iwee zonen ; zijne vrouw is onbekend (J). 

1441. Hehko TAiriifGA zegelde den 25 Novem- 
ber 1441 een consentbrief tot eenen wïsselkoop van 
twee staten tusschen Wiert €rerbranda en het kloos- 
ter van Klaarkamp (a). De Mederegters, die met 
hem het stuk met hunne zegefs bevestigden , wa- 
ren Doüwe van Burmania en Oeble van Wtesma , 
anders g^oemd van Cammingha; waaruit men 
kan opmaken f dat de Bijzitters doorgaans behoor* 
den (ot de voornaamste geslachten. De laatste, 
Oeble van Cammingha, woonde 1445 te Leeuwar- 
den, gelijk blijkt uil eenen koopbrief, door hem 
afgegeven aan het klooster van Klaarkamp(|). 

1450. Kehpo van ÜNi^ijNaHA. Ofschoon de naam 
ongelijk wordt geschreven, komt het mij evenwel 
voor , dat hij dezelfde is met Kempo van Ünia , 
die als de eerste ünia wordt opgegeven bij Fer- 



(*) Stamboek van Adelen T..CroD. (f) Schotanus, brieven en 
documenten achter de kerkl. en wereldl. Geschiedenis , bl. 122. 
(§) Stamboek van Adelen. (^) Charlb. l D. 521. 
(+) Chartb. I B. 528. 



LEEUWARDERADBEL. 16 

werda{*), levende kia jaife 1443 en Wonrtkte te 
Beers » op Unia State , . welke huis in later tijd den 
naam van Nijenhuie of Nieuwhuister^State heeft ge- 
kfegen ; hij had alsdan drie kinderen « de naam 
zijner Tfouw scbijni onbekend ie zijn gebleven, ik 
word in de gisèing,. dat Unnijngha en Unia de^ 
zelfde i^aam ia, te meer bevestigd, oaidat in bet 
register der Friesche Edelen , opgemaakt ten t^de 
van Hertog George van Saksen (f) geen Unnijn<- 
gha, maar wel Unia wordt gevonden, daar, zoo 
er twee geslachten van dien naatn haddm bestaan^ 
dezelve voorzeker afzonderlijk zouden genoemd 
zijn ; en mijne gissing klimt tot stellige overtui- 
gkigy nu ik in het Stamboek van Adel^ van Gro*- 
neaburg lees : Uninga , bij olls Ubaaia , nu Unia« 
Kempo was een der hoofden van jde Sohieringsche 
pavt^ , 6n nam ats zoodamg deel aaü het slormen-* 
derhand innemen van het sterke slot van den Yet** 
k^oper Sjoerd van Grovestins te Engelumin 1446 (§)»^ 
Ook was hij tegenwoordig bij de ov^rwinniAg , door 
de Sehieringers bij Workum op de Yetkooper», 
onder bevel van eenen vreemden Hopman, KeteU 
hoedt, die bij deze gelegenheid sneuvelde, be* 
haald (*). Als Grietman van Leeuwarderadeel 
teekende hij het verdrag, bij hetwelke, onder ze* 
kere voorwaarden , aan Popke Haringha en eenen 
Zier t te Opeinde, overgedragen werd het ondeiiioud 
gedurende twintig jaren van drie zijlen in den ou* 
den Lej^edijk(l). 



(*) Adellijk en aanzienlijk Wapenboek , 1 Deel , Unia Gen. 1. 

(+) Winsemiu» Chronijk yan Friesland, 402. (§) Foeke 

Sj. Fr. Jaarb. 5 D. 269. ( J Schot. Kerk», «n Wereldl. Ge- 
séb. 312. (4.) Chartb. 1 JD. ^9. 



16 LEEUWARDERADEEL. 

1458. RiBNK yah GAMsraA was de zoon van 
den Olderman Petrus yan Gamstra en Sijds of Sitte 
Lansma, en is tweemaal gehuwd geweest; de 
naam van zijne eerste Vrouw is onbekend , doch de 
tweede heette Tietke van Unia en was dochter van 
Kempo van Unnijngha , hiervoor gemeld ; bij beide 
vrouwen had hij kinderen (*). De onheilen , ver- 
oorzaakt door de geweldige oneenigheden tusschen 
de Schieringers en Yetkoopers , bragten in 1443 te 
weeg , dat er door eenige bezadigde mannen uit- 
gewerkt werd , dat men van wederzijden bij com- 
promis zich verbond , al!e geschillen , welke ge- 
durende de laatste veertien jaren ontstaan waren « 
binnenslands te beslechten , doch , zoo zulks niet 
konde geschieden, aan den Raad van Groningen 
ter beslissing over te geven. Velen zich hier tegen 
verzettende, omdat zij bevreesd waren, dat Gro* 
ningen alsdan te veel magt zoude krijgen , behoor- 
de onze Gamstra tot die genen , welke uit vrees 
voor grooter tweespalt, doordrongen, dat er een 
vierjarig verbond tusschen Oostergoo en Groningen op 
den 25 April van het volgende jaar gesloten werd. 
Van zeer weinig uitwerking was evenwel dit verbond; 
al spoedig rezen nieuwe twisten op, en wij vin- 
den onzen Grietman als mede-aanvoerder der Schie* 
ringers bij bovengemeld innemen van het slot te 
Engelum in 1445 (f). Hij sneuvelde door een 
schot uit eene bus , welk soort van oorlogstuig in 
dit gedeelte van Friesland niet eerder gezien was , 
in de belegering van het slot van Jouke Galama te 
Akmarijp in 1461. 



(*) Ferw. Wapenb. Unia Gen. 2. 

(f) Foeke Sjoerdt. Fr. Jaarb. 5 D. 250, 269. 



LEEÜWARDERADEEL. 17 

1477. RiENK WoPKES, ook genoemd Renick 
Worpzoon of Werpzen. In de gedrukte Naamlijst , 
van welke in de Inleiding is gesproken « wordt het 
jaartal 1470 opgegeven; doch in de handschriften 
by dit werk gebruikt, alsmede in alle gedrukte 
stukken , yind ik hem niet vroeger , dan in het 
jaar 1477, toen hij als Grietman in de Leppe in 
Leeuwarderadeel , met den Olderman en Raad van 
Leeuwarden en de Grietmannen van Tietjerkstera- 
deel , Smallingerland en Idaarderadeel een akkoord 
aanging over het onderhouden van vier Zijlen in den 
Leppedijk bij Irnsum. In dezelfde kwaliteit komt 
hij als mede-onderteekenaar van een ander ak- 
koord over hetzelfde onderwerp nog eenmaal voor 
in Januari} 1478(''). 

1478. Keimpo vAif ÜHiA, volgens mijn gevoe- 
len een kleinzoon van bovengenoemden Kempo van 
Unnijngha en zoon van Feiko van Unia te Fons , 
was gehuwd eerst met Bauk Hartena , en ten 
tweedenmale met Frouk Ammama ; bij beide had 
hij kinderen. Hij wobnde te Wirdum , en was in 
hetzelfde jaar (1478) Olderman der Stad Leeuwar- 
den (f). Ede Jongema , een zijner bloedverwan- 
ten, door Taco Mockeroa en andere Vetkoopers, 
die met Groningen in verbond waren , te Dokkum 
doodgeslagen zijnde , gaf hij , benevens de andere 
vrienden en bloedverwanten daarover, bij eenen 
brief, hunne bezwaren aan de Groningers te ken- 
nen , en dreigden hen , dat , zoo zij de moordenaars* 
niet voor het regt riepen , maar hun in tegendeel , 
zoo als men voorgaf, heimelijk hulp bevvezen, zij 

(*) Cbartb. 1 D. 670 , 673. 

(f) Adell. en aanz* Wapenb. Unla Gen. 3. 

2 



18 LEEÜWARDERADEEL. 

hunne eigene regters zouden wezen. In 1477 de 
Weslerlauwersche Friezen met Groningen een ver- 
bond voor tien jaren gemaakt hebbende , werden 
eenige Edelen , uit kracht van dat verbond , door 
de Groningers tot zware straffen gedoemd, wei* 
ke , hiermede echter niet te vreden , hulp zocb-* 
ten bij de gewone" regters van Leeuwardera*- 
deel en de Dongeradeelen , destijds vergaderd te 
Leeuwarden, waarvan ünia een was. Deze schris 
ven .hierover , voornamelijk op aanzetten vast 
Keimpo(*), naar Groningen, dat hun het vonnis 
te hard en te zeer naar dwingelandij riekende 
voorkwam , en verzochten derhalve hetzelve in te 
trekkep ; doch zij ontvingen tol antwoord , dat , 
wanneer zij hun de behulpzame hand niet boden 
in het straffen der misdadigers , het verbond van 
geene waarde was ; en werd hun zulks zóo wel 
door de stukken en bevrijzen betreffende het ver- 
Jbond betoogd , dat zij er eindelijk in berustten en 
zich vergenoegden , met der Groningers eenige meer- 
dere gematigdheid in hunne regtspleging af Ie smee- 
ken (-j-). Keimpo van Unia stierf in het jaar 
1481 (S). Zes jaren later nam zijne weduwe , Frauck 
Ammama, met de weduwe van Haije Heringa, 
beide in groot aanzien bij voornamen en gering^i, 
op zidi, om te gaan in het leger der Schieringers, 
(bij Barrahuis vergaderd, met oog»nerk om Leeu- 
warden met geweld in te nemen ,) en de Bevel- 
hebbers te verbidden , van dit bloeddorstig opliet 
af te zien. Zij werkten dan ook zoo veel uit , 
dat aan de Leeuwarders billijke, voorwaarden iant 
vrede werden voorgesteld, welke door den Raaid 

(*) Win». Chron. 293. (f) Schot. Kerkl. en Wereldl. Getch. 
349 , 356. (§) Occo ScTiarlenüiA. Chron. 234. 



LEEÜWARDERADEEL. 10 

en alle verstandige en aanzienlijke inwoners werden 
goedgekeurd , doch door het razend graauw ver- 
worpen ; hetwelk van dat gevolg was , dat de stad 
stormenderhand werd ingenomen en geplunderd (*). 

1479. Hessel Jsi.6Bas komt voor , als Grietman 
vaA Leeuwarderadeel , in een akkoord van 1479 
over Dijkhuister en t.Wee andere ajijlen (f). Hij 
was deelgenoot aan deh mislukten aanslag op Leeu- 
warden door de Schieriirgèrs , onder bevel valt 
Wybe Jarichs Jelkama, in 1481 (§). Op'hefvooi^ 
gemeld register van EdeilJeden («) komt' voor 
Hessbl Jelgbrsiia ; ik debk^ dat deze dezelfde 
persoon is. 

1482. Oite vak JowdBTA , zorm van Jow lowé* 
ma*, woonde te Wirdum(4), en was gehuwd' met 
Lisck van Harinxma' thoe Heeg , dochter van Douwe 
van Harinxma en Tietske Tercaple of Adelen ^J) ; 
xij hadden drie kinderen. Hij behoorde mede tot 
bovengemelden aanslag Op Leeuwarden in 1481 (*), 
en voorzag met zijn zegel , als Grietman van Leeu** 
warderadeel, eene overeenkomst van den l AugusP 
lus 1482, waarbij aan het klooster te Bergum 
cmder zekere voorwaarden de Lyoedsmeersdam 
(Bergumerdam) werd opgedragen (f). 

1606. Pibter van GAHHiirGHA, Heer van Ame^^ 
fond y was een zoon van Hayo lelmera , die den 
naatii van Cammingha aangenomen had , naar zijne 



(*> Schol. kerW. en wereldl. Geacli. 37X (f) Char*. 2 
D, 69. (§) Gabbema , Verh. vao Leeuw. , 100. (^) Hiervoor op 
Kempo V. Uoningba. (4-) Stamlx. y. Adelen. (§] Addi. en aanz. 
Wapenb. Hannxma. Gen. 3. (*) Gabb. 1.1. (f) Cbartb. 1 D. 715. 

2' 



20 LEEUWARDERADEEL. 

vrouws eersten man ^ en yan Dodonea Tan Dekem».. 
Hij was gehuwd met Frouwela Eminga , dochter 
yan Menno' Eminga, en had vier kinderen (*). 
Ofschoon zich anders in de partijschappen niet 
mengende, was hij een vijand van het verbond 
met Groningen , en deed in 1493 te vergeefs zijn 
best, om Leeuwarden te beletten tot hetzelve toe 
te treden , maar moest kort daarna , toen genoeg- 
zaam iedereen zich bij hetzelve voegde , zelf wel 
daartoe overgaan , en beloven , zijn sterk gebouwd 
huis te Leeuwarden, in geval van oproer, voor 
eenigen tijd aan de bondgenooten te zullen inrui'» 
men^v Op nieuwjaarsdag 1494 werd bij wegens 
Oostergoo benoemd tot een der vierentwintig reg- 
ters, die met den nieuw verkozen Potestaat Juw 
Hettes Dekema , het hoogste geregtshof in Friesland 
zouden uitmaken. Vijf jaren daarna werd hij op 
zijn daartoe gedaan verzoek door den Hertog van 
Saksen bevestigd in zijn erfregt op de heerlijkheid 
Ameland (f). In 1504 teekende hij mede den 
reversaalbrief aan' Hertog George van Saksen (5) , 
en was twee jaren daarna van wege dezen Vorst 
Grietman van Leeuwarderadeel en Tietjerkstera- 
deel(*), het eenigste voorbeeld, hetwelk er ge^ 
vonden wordt, dat deze twee Grietenijen onder e«:ir 
hoofd vereenigd zijn geweest. Hij werd metHesset 
van Martena, Edo van Jongema en Tjaerd van 
Burmania gecommitteerd, om de gevangene Heeren, 
Tjaerd llockema en Jemme Juwsma , in 1 H2 
om vcnrmeend verraad door den Saksiscken Stad- 
houder gevat , op het blokhuis te Leeuwarden te 
ondervragen. Toen Hertog George tot onderhoud 

(*) Wdpenb. Jelmera v. Cammio^ha. Gen.^. (f) Scbol. ^78» 
(5) Wins. 392. (^) Wapenb. CammiogJia. Gen, 4. 



LEEUWARDERADEEL. 21 

faa. zijn leger in April 1514 eene belasting, alleen 
ten laste van de landeigenaren , wilde instellen , was 
hij een van diegenen, welke sich hiertegen het 
sterkst verzetten, en wel voornamelijk op grond, 
dat zij den vorigen winter op eigene kosten den 
veldtogi in Groningerland mede hadden moeten 
doen(*). Hij behoorde onder de Friesche Edelen, 
die op den 1 Julij 1515 in de St. Yitus kerk te 
Oldehoof den eed van huldiging aan Keizer Karel 
Y aflegden (f). Gammingha overleed in het jaar 
1521 (S). 

1616. Renike taf Gahstra, de kleinzoon van 
zijnen naamgenoot hier boven gemeld , en een zoon 
van Feiko van Gamstra, te Wirdum, enSitsSjaer- 
d«, was gehuwd met His Oekema of Ockinga, 
dochter van Hero Oekema of Ockinga en Graets 
van Dekema , en had vier kinderen (*). Hij , 
benevens zijnen neef van denzelfden naam , behoor- 
den bij het Schieringsche gezantschap , hetwelk aan 
Keizer* Haximiliaan in 1494 beklag moest inleveren 
over de partijdigheid en échraapzucht van het Gro- 
ningsche verbond en deszelfs aanhangers, waartegen 
vooral de Gamstra's zich verzetten; van meening 
zijnde den Vorst te Maastricht te zullen aantreffen, 
reisden zij eerst derwaarts ; doch deze reeds van 
daar vertrokken zijnde , volgden zij hem naar 
Grave en kregen- aldaar audiëntie (J.). Door Kei- 
zer Karel in 1516 lot Grietman van Leeuwardera- 
deel aangesteld zijnde, beklaagde hij zich bij een 
geschrift van den 29 October aan den hoogen 
Raad in Friesland, dat Burgemeesters en Raden 

(*) Gabb. 286. (f) Occ. Scarl. 382 , 404. (§) Wapenb. Cam- 
mingha. Gen. 4. (^) Wapenb. Camstra. Gen. 5. (4) Sahot. klï^ 



ÜH LEEUWARDERADEEL* 

van Leeuwarden hem Yerhinderden in zijne jufis^ 
dictie {*). In 1545 behoorde bij onder de Ede^- 
len , die protesteerden tegen het betalen van den 
eenentwintigsten penning , met dat gevolg, dat door 
hun lang aanhouden eerst door de Gouvernante , en 
later door den Keizer, het land van dien last is 
ontheven (f). Ofschoon er in de oude Geschiede- 
nissen nog veel van eenen Rienk of Renike van 
Gamstra gesproken wordt , durf ik zulks echter hier 
niet, als door onzen Renike verrigt, aanteekenen, 
daar het mij voorkomt, dat dit alles eerder toe- 
geschreven moet worden aan zijnen neef, Rienk 
van Gamstra, van JelsMm, die^in .1515 Raad in het 
Hof van Friesland was,. en, zoo als mij, toeschijnt , 
een man van veel grooter gewigt , dan de Grietman. 
Qp dezen volgt in de, gedrukte Naamlijst Rbihuol 
Lampstik; dan .daar ik denzelven nergens anders 
dan daar , en nog eenmaal in een oud Handschrift , 
heb aangetroffen ,. twijfel ik zeer, of hij wel ooit 
bestaan heeft, maar denk eerder, dat het eene 
verkeerde lezing is voor Renikb Gamstba; immers 
men vindt in het Gharterboek van Friesland ({) 
in eene aanstelling van , Grietrpannen in vacant ver- 
klaarde Grietenijen van 7 Februarij 1517: iRbt- 
|(ia (voor Renike Gahbstbila) Aeeft van die Grie^ 
imije Zeeuwerderdeel -commissie ;'^ waaruit ik veel 
liever zoude afleiden de vernieuwing der aanstel- 
ling van onzen Camstra, om de eene of andere 
reden, dan het benoemen van eonen anderen, die 
geheel onbekend is gebleven, en zulks wel gedu- 
rende den tijd van vy f tien jaren, na welke, volgens 
de g€(drukte Naamlijst, zijn opvolger in dienst trad. 



(*) Chartb. 2 D. 340. (f) Wini. 5^4. ($) 2 D. 344. 



LSEÜWARDERADEEL. 23 

1532. .Joost TA.ir BuavimA was de zoon van 
Tjaard van Burmania, Riddier, Raad in den Hoye 
van Friesland, eerst van yrege den Hertog van 
Saksen, naderhand van Karel V, en Tiets Unia, en 
gehuwd met Baeff Gaters, dochter van Tisse Ga ters; 
sm hadden vijf kinderen ('^). Hij was tevens Ad- 
Tokaat. 

1535. JoHAN BüTGERs, Doctor in de regten en 
voormaals Advokaat voor het Hof van Friesland , 
was getrouwd met Reynske van Auckèma, dochter 
van Petrus van Auckema en Ida Hoppers, een 
kindskind van den vermaarden Olderman, te Leeu- 
warden , Pieter van Auckema (f). In de akte 
van den Landsdag, gehouden door de Staten van 
Friesland op 17 Januarij 1550 en volgende dagen, 
wegens den eed van inhuldiging van Filips II , als 
£rf heer van Friesland , in geval van aflijvigheid van 
dén Keizer, komt hij voor als een der vier' gecom- 
mitteerden van den lande, die met den Stadhouder 
Aremberg en de leden van den Raad, eene steila- 
gie , door de Burgemeesters yan Leeuwarden op- 
gerigt op de Nieuwestad voor de waag , beklommen , 
om gemelden eed van de stads Regering af te ne- 
men (§). Reeds vroeg ontdekte hij de buitenge* 
wone bekwaamheden van zijnen later zoo vermaar- 
den neef, Joachim . Hoppers , en had hem daarom 
ook bijzonder lief (*)• Ik denk, dat hij dezelfde 
is met Jan Buygers, die op 1542 Grietman van 
Franekeradeel genoemd wordt. Hij overleed den 
1 April 1555 en is den 10 daaraanvolgende in de 



(*) Adell. en aanz. Wapeub. Burmania. Gen. 9. (f) Aid 
Bouriclus. Gen. 2. (^) Cbarlb. 3 i>. 185. (^) Suffridns Pelri 
de Scriptoribus FrUiae. 273. 



24 LEEUWARDERADEEL. 

kerk van Oldeboof te Leeuwarden begraven. Zijne 
weduwe hertrouwde aan Sape Wissema (*). 

1639« PiBB Gb&ritsma. kotnt voor als Grietman 
van Leeuwarderadeel in eene commissie voor Hector 
van Hoxvrier , om het maken van den dijk tusschen 
Krimser-arm en Leeuwarden, en verders tot aan 
den Bildtdijk te bestellen, van het jaar 1539 (f). 

16S5. RiBjf GK VAN BüEMANiA , zoon van Rienck 
van Burmania en Ack van Burmania , was gehuwd 
met Beytzen Unema , zuster van de echtgenoot van 
Duco van Martena , en had twee zonen (§)• » Hij 
was Doctor in de Regten , en in zijnen vroegeren 
leeftijd Lid van het Hof van Friesland geweest , en 
als zoodanig mede belast met het toezigt op het 
Landboek van Martena. Hij stond zeer in gunst 
bij Karel Y, en nam voor den Stadhouder Schenk 
van Toutenburg het Drost-ambt van Drenthe 
waar (*). Niettegenstaande dat, was hij een 
groot tegenstander van de dwingelandij der Span- 

(*) Stamb. T. Adel. 517. (f) Charlb. 2 D. 779. (§) Schel- 
tema, Staatkundig NederL, 1 D. 197. Wapenb. Burmania* Gen. 8. 

(^) Zoo komt het mij althans Yoor, ofschoon men uit de 
ffoorden van den H'. Scheltema, 1. c, , zoude moeten opma- 
ken , dat hg zelf door den Keizer tot dien p08t is Terheyen | 
doch Piccard Chronijk yan Drenth, bl. 265, zegt: 9 Ampt-' 
mans of Casteleins van Covorden en Drosten van Drenth zijn 
dêMe; anno 1050 etc» anno 1530. Heer George Schenk enz. kêefi 
het Drost' ampt door een verwalter laten verrigten*^ en » anno 1541 
Eeer Eeynoldt van Burmania Ridder; en Romein Ferwerda, Wa- 
penb. noemt eenen anderen Rienck van Burmania , broederszoon 
▼an onzen Grietman, Ridder, en Drossaerd yan CoeyordeSy 
Drenth en Twenth , die dus naar mijne gedachten de opvolger 
▼an Schenck is geweest ; te meer , omdat h§ dadelgk het jaar 
na den dood van dezen beiloemd it geworden , volgent boven- 
gemeld getuigenis van Piccard. 



LEEUWARBERADEËL. 25 

jaarden, en vooral gebeten op den K.ettermeester 
Lindanus , die met uitgestrekte magt ten jare 1557 
in Friesland gezonden was. Hij was de eerste der 
gelastigden, om namens de Staten hem voor het 
Hof in regten te betrekken ; en zijne benevens zijner 
mederegenten stoutmoedige taal was dan ook van 
uitwerking , dat deze gewetensdvnngeland., ofschoon 
door den Stadhouder Aremberg beschermd, elders 
heen verplaatst werd, Burmania overleed in 1563 
en werd in de Oldehoofster kerk te Leeuwarden 
begraven onder eéne zerk , met beelden van hem 
en zijne vrouw pronkende. Zijn schoonbroeder 
Duco van Martena werd voogd over zijne twee 
zonen Upco en Jan. 

1563. Allbrt var Sieeksma of Siexha was de 
zoon van Tjepke van Sierksma en Goóyke Joost- 
dochter, en gehuwd met Beatrix Loo, denkelijk 
dochter van Boudewijn Loo, in 1555 Grietman 
van het Bildt , bij welke hij drie kinderen had. 
Hij was e&tk ijverig Roomschgezinde en getrouw 
aanhanger van de Spaansche partij , en daarom ook 
zeer bevoorregt door Filips II , door wien hij in 
1557 aangesteld werd tot Grietman van het Bildt , 
waarbij hij in 1563 ontving de Grietenij van Leeu- 
warderadeel, terwijl hij in 1574 tevens Substituut 
Grietman van Ferwerderadeel was. Als Grietman 
van Leeuwarderadeel en Schutter te Leeuwarden, 
teekende hij mede het vertoog der Roomschgezin- 
den aan den Stadhouder Aremberg in Januarij 
1567 , waarin zij verklaarden voor altijd getrouw 
aan den Koning van Spanje , hunnen wettigen Heer, 
te zullen blijven , en hunnen afkeer betoonden van 
de oproerige bewegingen, door de andersgezindeu 



26 L££UWARD£RAI)IE£L. 

te Leeuwarden verwekt (*). In 1678 werd hij 
met meer andere zijner Spaanscbgezinde ambtge* 
nooien door de Staten en den Stadhouder afgezet « 
en Sybrand van Gammingha in zijne plaats be- 
noemd. Later schijnt hij evenwel zich naar de 
tijdsomstandigheden geschikt te hebben, en bij de 
toenmalige regering weder in genade aangenomen 
te zijn ; want den 20 April 1601 is hij tot eerste 
Houtvester der Provincie aangesteld geworden , op 
een traktement van honderd r^ksdaalders , èn bij 
besluit van den 18 JHei 1693 nog voor een jaar 
gecontinueerd , des zich alleen bemoeijende met de 
groote jagt , de visscherij en hei eijerzoeken aan 
de Grietmannen overlatende (f) . Het is mij niet 
bekend wanneer hij gestorven is ; doch zijne vrouw 
heeft hem overleefd. 

^1678. Stbrand van Gammingha , de jongste zoon 
van Frans van Gammingha en Jouck Walta, was 
.gelniwd met Trijn (Gatharina) vaii Donia (J) ; zij 
schijnen geene kinderen gehad te hebben , en woon- 
den of hadden althans een huis te Leeuwarden. 
Wars van alle dwingelandij en doordrongen van 
betregt vanden vrijen Fries, rustte hij niet , voordat 
fag ,/ door eigen aandringen en dat vaneenigen zijner 
'vrièndten, den door Robles onschuldig gevangen ge- 
Betten Ulbè van Aylva^ uit den kerker had ver- 
,Io8t («). Hij was een voorstander van de Unie 
van Utrecht , en leverde met vele anderen een ver* 
zoeksdirift tot aanneming van dezelve bij den Stad- 
houder Rennenberg in(|). In Haart 1578 onder- 



(*) Gabb. 476. (f) Analec(a of ongedrukte Schriften op 

Friesland betrekl^el^k. 35. (§) Wapenb. Cammingha. Gen. 7* 
(^) W4ns. Hiit. 205. (\) SehoC 828. 



LSBUWARDERADEEL. 27 

Iteekende hij mede de prokuratie en kommisrieyaor 
de gelastigden tot de ratificatie van die Unie, in 
welk stuk bij , zoo wel aU eenige , 2.ijner ambtge- 
nooten « den titel voert yan £oiUnkIijke Hajesteits 
Grietman (♦). Twee jaren daarna was hij Mede* 
gedeputeerde staat van Friesland en teekende als 
zoodanig bet rekwest aan Rennenberg, die reeds 
sedert eenigen tijd bij de Staten in wantrouwen 
geraakt was , om Dnco van Martena tot Drossaard 
van Harlingen en Rienck van Gammingha tot 
Honsterheer aan te stellen (-{-)• Toen in het begin 
van 1683 noodig geoordeeld werd de ingezetenen 
van het platte land te wapenen , ten einde eenen 
inval des vijands te voorkomen, werd hij op den 
24 Jaquarij door den Graaf van Merode, Luite- 
nant-Gouverneur van den Prins van Oranje in 
Friesland » aangesteld tot Kolonel over het krggsvolk 
van Oostergoo, met last, heizelve te Rauwerd 
bijeen te doen komen ($). Gedurende zgne me- 
nigvuldige afwezigheid als Krijgsoverste en "Gede- 
puteerde, nam Jphannes Hotses, als Substituut, 
de zaken der Grietenij waar. Hij is gestorven in 
1607, en schijnt dus tot drie jaren voor zijnen dood 
de Grietenij behouden te hebben ; want ofschoon 
in meergemelde gedrukte Naamlijst Kdimpe van 
Boma opgegeven wordt Grietman geworden te ïijn 
in 1664, en dit bevestigd wordt door Schelte* 
ma(«}, durf ik zulks stellig teg^ispreken , daar 
ik utl oude papieren , Wirdum betreffende j m^ 
goedgunstiglijk ter lezing verstrekt, ten klaarsten 
zie , dat Gammingha nog in het laatst van 16W 
zijne functiên waarnam, en er bovendien aldaar 

(*) Cbarlb. 3 B. 1186. (f) Wins. ChroD. 650. 

(f) Charlb. 4 D. 338. («) Staatk. Nederl. 1 D. 288. 



28 LEBÜWARDERADEEL. 

met ronde woorden op het laatst van gemeld jaar 
of in het begin van hel volgende (1594) gezegd 
wordt : > fVillem JatiB klept de klok om eenen nieii^ 
wen Grietman te maken.'* Zijne vrouw overleed 
in September 1604. 

1694. Keimpb vaf Dohia , somtijds ©ék genoemd 
Harinxma van Dokia , geboren in 165 . , was de zoon 
van Frans van Donia en Catharina « of , xoo als 
anderen willen, Tjemke Gerbranda , en had in 
huwelijk Frouck van Goslin^a , dochter van Ernst ' 
van Goslinga en Syds van Donia (*); *ij woonden 
te Jelsum op Hinnemastate (f) , en baddeü zes 
kinderen (^)* Hij is in vele betrekkingen zijn 
vaderland van dienst geweest ; als lid van Gedepu- 
teerde Staten onderteekende hij , even als zijn 
voorganger , het gemelde rekwest van 1(^0 aan Ren- 
nenberg, en woonde in die kwaliteit de plegtige 
invniding van de nieuwe Academie te Franeker 
(tot welker oprigting hij zeer veel had bijgedragen ,) ^ 
en der verkozene Professoren, bij. In 1586 werd hij 
4ot Curator benoemd, en nam dit ambt bijna acht 
jaren alleen en zonder eenige * belooning waar, 
totdat hem, uit aanmerking zijn^ meerdere bezig- 
heden , tot ambtgenoot werd • toegevoegd Hobbe 
van Walthynga, Grietman van Franekeradeel(*). 
Naderhand werd dit in zoo ver veranderd, dat er 
den 25 Februarij 1604 vier Curatoren, namelijk 
uit ieder kwartier een , werden benoemd , op een 
jaarlijksch traktement van een honderd en vijftig 
guldens, waarvan Donia een was. In 1607 was 



(*) Wapenb. Donia. Gen. 8. (f) Kok , VadcrI. Wtïordb. 
12 D. ,442. ($) Wapeob. I.L Vriemoel Atheoae Fruiacae zegt 
acht. SUmb. v. Adel. elf. (^) Vriem: Ath. Fris. 



LEEÜWAIU)ERADEEL. 29 

bij mede gecommitteerde in de Staten-Generaal tot 
het maken van het bestand met Spanje (*). Ne- 
gen jaren later (14 Mei 1616) werd bij wegens 
Oostergoo benoemd tot Raad in den Hove yan 
Friesland, nadat bij den 15 Maart bevorens afstand 
gedaan bad van de Grietenij , ten behoeve van 
zijnen tweeden zo(m Ernst. Drie jaren daarna was 
hij Lid van den Raad van State , en woonde in die 
kwaliteit in 1620 de begrafenis van den Frieseben 
Stadhouder, Graaf Willem Lodewijk van Nassau, 
bij (f). Hij overleed te *s GraVènhage in de maand 
November 1622, als Lid van de Staten* Generaal (^). 
Zijne vrouw stierf in 1666 (*). 

1616. Ernst Harinxha van Donia, zoon van 
den voorgaanden, en door deszelfs afstand den 21 
Maart 1616 Grietman geworden, was gehuwd met 
Perk Roorda en had eenen zoon (4.). Als lid van 
de Staten van Friesland vindt men zijne naamtee- 
kening onder twee resolutien, de eerste van den 
14 Februarij 1617, en de andere van den 15 April 
1619 (§)• Bij de begrafenis van den Stadhouder 
Willem Lodewijk volgde hij het lijk als volmagt 
ten landsdage wegens Oostergoo ; hij was gecom- 
mitteerde ter Admiraliteit in Holland en schijnt in 
1634 overleden te zijn. 

1634. Edo van Etsinga, Grietman geworden 
den 14 November 1634, was de oudste zoon van 



(♦) Wins. 889. (f) Aid. 904. {§) Schelt. Slaatk. Ncd. 
1 D. 288. {*),Slamb. v. Adel. (+) Wapeab. Donia. Gen. 
^ > .Jllêff^;^fij--^^'^^9^^^S Ernst Donia genoemd wordt. Vriem. 
Att. ' WliTTBft'M ' iij riS' vrouw Doedje , dochter van Feyo Roorda. 

(S) Chartb. 5 D. 224, 251. 



30 LEEUWARDERADEEL. 

Piet«r van Eysinga, Grietman yan RauWerderhem , 
en Fokel Heringa , en gehuwd mei Gatbarina van 
Eysinga , dochter van den Kolonel Juiius van £y« 
singa en Rintjen Gratinga , bij welke hij vijf kin- 
deren had (*). Zij woonden te Wirduoi. In 
1627 en 1629 komt hij vóór als Lid van de Sta* 
ten van Friesland (f). Ik denk, dat hij het is, 
die bij Winsemius (§) opgegeven wordt als leidende 
met Sjuck van Burmania het derde paard bij de 
lijkstatie van Graaf Willem Lodewijk. Edo over- 
leed den 30 December 1636. Hij heeft dus bij 
zijn leven afstand van zijn ambt gedaan , en het- 
zelve slechts zeer korten tijd bekleed, want men 
vindt zijnen broeder als zijn opvolger reeds aange-> 
steld den 21 Februarij 1635. 

1635. Hbssel RooaDA van Etsiüga, broeder 
van Edo, trouwde den 4 Augustus 1644 te Wir- 
dum met Wisk Feitsma («) , dochter van Grerrold 
Feitsma. Zij schijnen kinderen gehad te hebben, 
doch dezen voor de ouders overleden te zijn (J.). 
Hij woonde op Oud-Oenema onder Wirdum^ Bij 
testament van eene Teth Roorda werd hem opge- 
legd , den naam van Roorda bij den zijnen te voegen. 
Na den dood van Ernst . Harinxma van Donia werd 
hij den 18 October 1634 aangesteld tot Substituut* 
Grietman van Leeuwarderadeel , doch droeg eene 
maand later de Grietenij aan zijnen broeder, hier 
boven gemeld , over , na wiens overlijden hy be- 
noemd werd. In 1627 had hij wegens Westergoo, 



(*) Wapenb. Eytinga. Gen. 7. (f) Chartl). 5D. 313, 316,323. 

(S) Chron. 903. C*) Wylich bg Fcrw. Wapenb. Eysinga. 
Gen. 7 ; dezen naam leen ik niet. Upco van Bunnania , Tabulae 
Genealogicae. M. S. heeft Wi«ck. (+) Sumb. v. Adel 



LEEÜWARD£RAD££L. 31 

en van 1637 tot 1644 bijna onafgebroken wegens 
Oostergoo, zitting in de vergadering der Staten van 
Friesland (*) , en hielp ^ils zoodanig verscheidene 
belangr^ke besluiten nemen. Bij overleed den 12 
September 1654. 

1654. DoüWB VAN Atlva , als . Griettoan van 
Leeuwarderadeel aangesteld denH November 1654,^ 
was in 1638 Grielman ika Wesldongeradeel. Zijn 
vader droeg denzelfden doopnaam , en was ook Griet** 
man van gemelde Grietenij ; zijne- moeder en echt- 
genoot vverden beide Lucia van Meckama genoemd ; 
de eerste was eene dochter van Hessel van Meckama 
en Hiskje Feitsma , de laatste van Julius van Mec- 
kama en Lucia van Dekema(f). Onze Douwe 
woonde op de State Herwey» te Temaard, (toen- 
"liiaals bekend als eene der fraaiste plaatsen in dat 
oord van de Provincie) , en had twee kinderen. 
Hij was zeventien jaren achter een lid van Gede- 
puteerde Staten , een man van groot gezag en bijna 
Opperr^pent van hel gewest (J). Volgens Fer- 
werda en Yriemoet stierf hij den 1 1 April , doch 
volgens Upco van Burmania en een ander hand« 
schrift, den 11 Febtuarij 1666 ; zijne vrouw over- 
leed den 8 Februarij 1^70- Schotanus heeft aan 
hem, als Lid van Gedeputeerde Staten, zijne ker- 
kelijke en wereldlijke geschiedenissen van Friesland 
mede opgedragen^ 

-1665. Frans VAN Etsincja, zoon vanEdobovw- 
genield, was gehuwd inét Aaltje of Aiegonda, 
dochter van Tjalling van Eysinga, Grietman van 

(*) Chart. 5 D. 316. (f) Wapenb. Aylva. Oenn. 8 en 9. 
(§) Vriein. Atb. Fris. 6. 



32 LEEÜWARDERADEEL. 

Menaldumadeel , en Eets Hiddema , en had bij baar 
drie kinderen. Zij woonden op Jouwsma-Slate ' 
te Wirdum , waarom bij ook Eysinga van Jouwsnra 
genoemd wordt (*). In 1658 was hij Grietman 
Tan Rauwerderhem , en verwisselde die Grietenij 
met Leeuwarderadeel in 1665. Ter vergadering 
van de Staten van Friesland onderteekende hij de 
resolutie van den 25 Februarij 1659, waarbij aan 
Hendrik Gasimir het Stadhouderambt van zijnen' 
vader bij survivance werd opgedragen, zoo alsook 
die van den 12 November 1664, ten zelfden einde 
dienende, alsmede die van den 13 Julij 1672, 
waarbij Z. G« tot werkelijken Stadhouder en Ka- 
pitein-Generaal van Friesland aangenomen werd. 
in 1664 werd aan hem voor zich zelven en als ge- 
lastigde der ingezetenen van Rauwerderhem octrooi 
verleend , om den Hemdijk , bij het dorp Rauwerd 
gelegen, te mogen doorgraven, in denzelven eene 
nieuwe zijltille te leggen , en van de doorvarende 
schepen tol te ontvangen (f). Hij overleed den 
11 April 1673. Zijne vrouw overleefde hem. 

1673. Laes van Burmahia , zoon van Sjuck van 
Burmania , Grietman van Wymbritseradeel , en 
Gatharina Entens, huwde in 1664 met Jel Agatba, 
dochter van ülbo van Aylva en Hyick van Lyck- 
lama , bij welke hij acht kinderen had (§)• Zij 
woonden op Martena State te Komjum , welke 
plaats zijner moeder , als kleindochter van Duco van 
Hartena , bij erfenis was aangekomen (*). Den 8 
Maart 1670 werd hij tot Grietman van Idaardera- 
deel, en den 30 Julij 1673 van Leeuwarderadeel 



(*) Wapenb. Eysinga. Gen. 8. (f) Charlb. 5 D. 725. 

(S) Wapenb. Burmania. Gen. 12. 

{^) Te Water, Verbond der Edelen, 3« St. 96, in de noot. 



LEEUWARDERADEEL. 88 

yérkozen. Terwijl hij de eerste Grietenij bedien- 
de, werd aan de ingezetenen van Grouw octrooi 
verleend tot het leggen van eenen weg van hun 
dorp naar* Imsumerzij] , en aldaar eene valbrug te 
plaatsen (*). Als Lid van het collegie van Gede- 
puteerden, waarin hij den 11 Februarij 1668 zit- 
ting kreeg, was hij Commissaris tot de herbouwing 
van de Manege te Leeuwarden. In het gevolg 
van zijnen schoonbroeder Philips van Humalda , 
Extraordinair Ambassadeur in Spanje , deed hij in 
1661 of 1662 eene reis naar Madrid (f). Hij 
overleed in December 1691 ; zijne vrouw vóór 
hem, blijkens haar lijkgedicht (^). 

1688. Tjaard van Bürmania, zoon van Laes, 
was gehuwd met Remia van Douma en had drie 
kinderen («)• In de plaals van zijnen vader werd 
hij den 22 September 1688 lot Grietman verkozen 
en woonde even als deze op Martena-Staie te 
Eomjum. Van 1697 tot 1701 was hij Lid van de 
Staten van Friesland (|). Hij overleed in 1702. 

1702. XJlbo Atlva van Bürmanta, geboren in 
1680 (J), broeder van den voorgaanden, aan- 
vaardde het ambt van Grietman en Ontvanger van 
Leeuwarderadeel den 4 September 1702. Hij was 
den 19 Mei van dat zelfde jaar getrouwd met Anna 
Maria, geboren in 1681, dochter van Hobbe Baerdt 
van Sminia en deszelfs eerste vrouw Tetje Ger- 
roltsma , en had bij haar zes kinderen. Anna 
Maria den 18 Augustus 1710 overleden zijnde. 



(*) Cbartb. 5D, 807. («f-) Aanteekening; achter z'^nafbeelcbeU 
($) Frisia Nob. 189. M Wapenb. Burraiania. Geo. 13. 
(4) CKartK 6 1). 268-361. (§) Schelt. SUatk. Med. 1 B. 201. 



84 LBBUWÜUffiRABBBL. 

hertrouwde üfbo den 17 Fehruarq 1712 met Hylcdit 
dochter van Hobbe Esaias van Aylva en Anna I>o^ 
donea , Baronnesse van Schwartzenberg , waarbi} 
twee kinderen» Zij was vroeger weduwe yan Seiao 
Joachim yan Burraama, en stierf den 11 April 1716| 
waarop haar man zich ten derden m9le in hel 
huwelijk begaf op den 29 Mei 1718 met Baudewina 
Lucia , dochter van Tjalling Edo Johan van Eysinga 
en Syds Aebinga van Humalda (*) , weduwe van 
Tjailing yan Sixma, Grietman van Rauwerderhem ; 
zij stierfin 1764. Bij haar had hij weder twee kini- 
deren, dus tien in het geheel. Den 17 Februari] 
1701 werd hij Raad in het Hof van Friesland , 
welk ambt hij dus slechts omtrent anderhalfjaar 
bekleedde. Achtervolgens Lid van Gedeputeerde 
Staten van Friesland en van den Raad van State, 
der Vereenigde Nederlanden, werd hij iji 1719 b^r 
noemd tot buitengewoon Gezant bij Ulrica Sleonpr 
ra , K^oniiigin van Zweden. Een leerling en vriend 
«ijnde van Ulbo van Aylva » Grietman van Oostdon*- 
geradeel , stond hij bekend als een welsprekend en 
zeer bekwaam man , en bezat het vertrouwen van 
de toenmalige Regenten der Republiek > eq wel in 
^et bijzonder yan Prinses Haria Loqisa , die heqi 
voortdurend met hare toegenegenheid bleef veree^ 
pen. Bij zijne overige bekwaamheden yoegde h^ 
die van een goed dichter te zijn, blijkens e^nigQ, 
door hem nagelatene Latijpscfae gelegenheidsgedich- 
ten (f). Negentien jaren zijnen post als Grietman 
met lof bekleed hebbende, droeg hij denzelven in 
1721 aan zijnen zoon Hobbe over, doch blcfff 



{*) Wapenb. Burmania. Gea. 13. Aylvai Gen. 11. Eytin^a. Gen* 
10. Stsioia. Gen. 10. (f) XXlIVeterum in Frisia Nobilium oar- 
miaa , aclit«r dB Ktamrol èn Haden '• Boft vta FrietluBd. 103 ^q. 



^veaw^ ah Substituut , denkeKjk om de minderja- 
righeid van deien, de Grietenij besturen, totdat 
hij omstreeks 1727 zoodanig in zijne yerstandeJijke 
i/!ermogens gekrenkt werd , dat de Staten van Fries- 
land genoodzaakt waren , hem die waardigheid Ie 
ontnemen, en zelfs bij resolutie van den 27 Novem- 
ber van gemeld jaar eenen Deurwaarder moesten 
gelasten, hem tot voorkoming van ongelukken, 
des noods met gewe]d, in zijn huis te houden. 
Later schijnt hij evenwel beter geworden te zijn, 
en is, na verc(e^ een ambtloos leven geleid te 
hebhen , in den faoogen ouderdom van tweeëntach- 
t^ jaren in 1762 overleden. Zijne vrouw heeft 
hem overleefd. 

1721. HoBBa yAn BumxAnUt door afstand van 
zijnen vader en voorganger den 23 Julij 1721 ^ 
Grietman geworden, hu^de den 3 Februarij 1782 
met Belena Emerentiana Lucia , dochter vap Juliqs 
van Unia en Helena Maria van Aijlva {*) , ^ne 
zeer brave en godvruchtige vrouw , bij welke hij ne- 
gen kinderen had. Hg waa Lid d^r Gedeputeerde 
Staten van Friesland en gec^mmiU^erde in dfi Pro- 
vinciale Rekenkamer, In d^ eerste hetir^kkipg had 
bij in 1784 deel aan de ple^tigheid by gelegenheid 
Tïan de heugelijke inkomst van Prins Willem, IV 
en diena Gemalin i^ Leeuwarden. In hetzelfde jafr 
Vtas b^ Commissaris politiek bij de $ijnode te Bol^- 
ward. Bij gelegenheid van het pproer in deze ejn 
de naburige previncien, m 1748 vpQrgevallen, we- 
gens de verpachting ¥an het gem^^l enz. , werd hij 
door eme ppgewpndene menigte uit ^^n huis, f^an 
bet Buisumeffpad b^ Leeuwar4w> |K^bftal(t, cm 

3* 



86 LEEtJWARDERADEK.. 

gedwongen met het volk in de kerk te gaan en 
een geschrift te onderteekenen , in hetwelk gecom<- 
mitteerden benoemd waren, die in de grieyen 
moesten voorzien ^ alsmede de klokken te laten lui- 
den, om de boeren ten dien einde bij een te roe- 
pen. Vervolgens werd hij door de Staten mede 
gecommitteerd om den Prins van Oranje geluk te 
wenschen met het Erfstadhouderschap ocdc in de 
vrouwelijke linie, en Hoogstdenzelven tevens te 
verzoeken herwaarts over te komen , om de ontruste 
gemoederen tot bedaren te brengen en orde op de 
regering te stellen (*). Hij overleed den 12 Fe- 
bruarij 1765, en werd in zijn^ambt als Grietman 
opgevolgd door zijnen oudsten zoon. 

1765. ÜLBO VAW BuaMANiA, geboren den 15 Sep- 
tember 1737, was gehuwd met Maria Libora van 
Haersma , geboren den 27 December 1740 , doch- 
ter van Hans Hendrik van Haersma en Isabella Bo- 
reel (f) , en werd tot Grietman aangesteld den 12 
Maart 1765. In zijne jeugd was hij Pagie b^ 
Prins Willem IV.. Niet onbedreven in de Friesche 
(Geschiedenis en Oudheidkunde , leverde hij vele be- 
langrijke aanteekeningen aan den geleerden Te Wa- 
ter bij het opstellen van deszelfs Verbond der Ede- 
len, vooral betrekkelijk de Friesche geslachte^. 
Zijn stijl evenwel was , blijkens eenige zijner aan- 
teekeningen bij mij voorhanden, alsmede zijn tes- 
tament , alles behalve aangenaam en zeer lang- 
wijlig. In het noodlottig jaar 1795 van zijnen 
post ontzet , leefde hij vervolgens zonder betrek- 
king op zijn buitengoed Holdinga-burgt , te Anjum 
in Oostdongeradeel , behalve dat hij in 1815 Lid 

(^r) Wapenb. Burmania. Gen. 14. (f) Verward Friesland. 8. 70. 



LEEUWARD£RAI»SEL. 37 

Tan de Prayinciale Stalen yan Friesland was, en 
oyerleed aldaar den 18 Auguslus 181^» «oader 
kinderen na te lateni 

< 

FERWERDERADEEL , 

de tyyeede grietenij yan Oostergoo, grenst len 
noorden aan de Noordzee of zoogenaamde Wad- 
den, ten oosten aan Westdcmgeradeel , ten zuid- 
oosten aan Dantumadeel , ten zuiden aan Tietjerk* 
eteradeel , ten zuidwesten aan Leeuwarderadeel en 
ten westen aan het Bildt. In deze grietenij liggen 
elf dorpen: Ferwerd (waaryan de geheele Grietenij 
zijnen naam ontleent), Hoogébeintum , Hallum» 
Marrum , Nijkerk , Wanswerd , Blija , Grenum , Reit- 
«um, Jeslum en Lichtaard. 

GRIETMANNEN yA» FERWERDERADEEL, 

1418. IJoEJSD (JoüyyB&D) BomjifOHA, denkdijk 
van het geslaeht der Botnia*s of Boltinga*s , komt 
^roor als Grietman yan Ferwerderadeel in twee regts- 
uitspraken yan I4I8. Hij woonde te Marrum (*). 

1418; Tjaa&d Hoijekgha teekent zich Grietman 
yan Ferwerderadeel in een Vonnis yan 1418« Hij 
VFOonde te Blija (f). 

r 

1423. SijGKA Sbxma komt yoor in een vonnis, 
uitgesproken in da nyoghen\ of f'egtbank van ne* 
gen leddn, bestaande uit dk^ Grietmannen «n zes 
'Ehéheeren (Bijzitters of Mederégters) , yan den jarc 

(*) Archief ran Visger en Amersfoordt , 3 St. , mede bg den 
Sroikef dezes aitgegdTen en to bekoneD. ..Verzaioeling.van vroe- 
gere Charters N». 9 en 11. (f) Aid. No. 7. ( J) Aid. No. 8. 



88 FERW^BERABEEL. 

IA... WïKn WijmiloA had tMt 1448 ab 
Grietman Tan FerwerdeVadeel een akkoord OTerhet 
betalen yan de Domzijl geteekettd('^)* 

1448. Zthauho (Tjalliko) S^ama bevestigde 
aU Grietman het gemelde akkoord yan zijnen voor- 
•ganger. Zijn vader « Tjaard Sijkadia » ahnseckEnièt 
ünatoa en Fedde Feddema , wareh ten di^ tijde 
Mederegters van Fervverderadeel (f ). 

1452. IJdxs ZtHALiNGA liet door tijnai vader 
Tfaiard Zthalinga voor zich betegelen eenai -koop- 
brief van 16 Mei 1452 , en iloemt zich in dénzel- 
ven Grietman van Ferwerderadeel($). 

1472. Oenb van Sijtht^a wordt door dé ger 
drukte Naamlijst en in het Stamboek van Adelen 
van Cronenbur^ïi opgegeven als gewèèsl ie zijn 
Grietman van Ferwdrderadeel in 1D97> terv^ijl in 
de geslachtregisters van Upco van Iturmania voor- 
komt Oene Kdsma of Sijtjëma » Grietman van Fer^ 
werderadeèl , die leefde in 1472 en een zoon vras van 
Sijds van Sijthiema en Fetje Aijlva van Bomwird, 
gehuwd met Eetje Bokkema, uit het berocfmd ge- 
slacht det Bokkema's te Sneek:; tntaaschen :geven 
het Geographisch Woordenboekje en de Tegeèwoor* 
dige Staat van FrieAland eenen Oene van Sijthiema 
c^, als Grietman van Ferwerderadeel ;» wonende 
op Sijthiema Sta\e te Hallum in 1307 ; doch dk 
jaartfri n zonder tw^fel eene drukfout. Fèrwerda 
geeft Sijds van S^tzebm ^nen zoon , die Oene 
heet. Een van beiden, of Adelen of Upco vknBlu<- 
mani^ , heeft een' misslag in de opgaaf van het 

(*) Cbartb. i ^.,532. (f) €h*rili. 1 0. 532é Ü) A^LfU^ 



FERWERDBRADEEL. M 

jttartal; dodi alhes ia aantnerking genomen , onder 
anderen den leeftijd van zijnen zoon Sgds , die hier 
onder volgt ^ meen ik mij aan de opgaaf van den 
laatdten te moeten houden en yast te stellen , dat Oene 
van Sijthiema omtrent 1472 Grietman van Ferwer- 
deradeel was. 

Id04. SijDB VAN StjTHiiMA , zoon van Oene bier 
boten , had tot Trouw Womk Juckema , dochter 
van Lienwe Juckemè en Tjemk Aiji^ha , en b^ 
baar zeven kinderen (''). Hij overleed den 15 April 

Iö05<t). 

1517. Jirw vAs Bom I A of BoTfiiTGA , wtat de naam 
wc^d eert^ds dan op deze, dan op gene wijze 
geschreven ) komt onder den laatsten voor op het 
regv^er der Friesdie Edelen , op last van den Hertog 
van Saksen opgemaakt , als Edelman van Ferwer- 
•diei>adeel(S). Hij onderteekende op 9 Maart 1S04 
^n reversaalbrief , waarbij aan gemelden Vorst de 
regering van Friesland werd opgedragen , en be- 
hoorde in 1516 onder de zestig Edeiheden , óie^ 
toen de Keizer, het land van den Saksischen Her- 
tog gekocht hebbende, iloor zijne overwmningen 



C*) Stamb. van Adel. üpco v. Burm. 

(f) Ofschoon iny van eene geloofwaardige zgde is opgegeven , 
dat de bekende Jeuime lieer Juwsoia^ die in Ü5I2 op lasl van 
den Salrischen Hertog onthoofd is , 4n 15W) Oriettnan van Per- 
"wei^efadeel was , -heb ik bem >echiei> ïiiet in nu^ lijsl ^iir- 
yen opnemen , omdat ik noch uit oenig handschrift , noch 
uil z^ne leven&scheU bij Sciieltema in het Staatkundig Neder- 
land , ceriig bewijs heb kannen opsporen , dat hq werkelijk 
^éiftn.post kleeft -fe^Kied ; ik éenkdm , dat hij het k)pgegcV4ïne 
stuk als Bgzilter of Mederegier voor den Grietman heeft geleekend, 
ofschoon ik bekennen moet niet te weten , wie van 1505 tot 1517 
ImI Grietmnfr-Mibt lieèft waarnomen, (|) Wtni. 102^ 



40 FERWERDERADEEL. 

op de Gelderschen , meester van een groot gedeelte 
van Friesland was , hem den eed van huldiging en 
getrouwheid zwoeren (*). Met meer anderen werd 
hij dan ook in de plaats van hunne Geldersch- 
gezinde voorgangers twee jaren later (7 Februarij 
1517) tot Grietman aangesteld (f) , welk ambt hij 
bekleedde tot in 1520» toen hij Lid van het pro- 
vinciale Hof werd. Van gewoon lid dezer verga- 
dering werd hij in 1527 buitengewoon lid , of een 
der zoodanigen , welke in de vergadering kwamen , 
Wanneer het hun behaagde of wanneer zij daar- 
toe . expresselijk geroepen werden (J). Ook was 
hij Ridder, en schijnt dus bij den Keizer zeer in 
gunst gestaan te hebben , welke hij door zijne ge- 
trouwe diensten ook allezins verdiende, hebbende 
hij onder anderen , onder bevel van Lubbert Turck 
en Groslick van Jongema , Bolsward mede ingeno- 
men en Sneek belegerd. Zijne echtgenoot , bene- 
vens de vrouw van Hessel van Martena , in laatstge- 
melde stad in hechtenis gehouden , liepen veel ge- 
vaar, aan de bloedgierige partijzucht van die dagen 
opgeofferd te worden, daar Jancko Douwama en 
andere Gelderschgezinden hem en Martena bedreig- 
den , dat , zoo het gerucht bevestigd werd , dat 
de Bourgondischen Epo van Douma en Abbe Sas- 
kers Heringa , te Irnsum gevangen genomen , zou- 
den laten onthoofden, aan hunne vrouwen weder- 
wraak zoude uitgeoefend worden. Ofschoon nu 
hunne beden bij hunne partij geenen ingang von- 
den, en de bovengemelde Edelen onthalsd wer- 
den , zijn evenwel de vrouwen , het zij uit mede- 
lijden , het zij om eenige staatkundige redenen , ge- 

(*) Qcco Scbarl. 404. (f) Chartb. 2 D. 344. 

(S) .Naamrol der Raden *» Hofs fan Friesland* 9. 



FERWERDERADEEL. 41 

spaard geworden (*). Naderhand bij de Gouyer- 
nante beschuldigd zijnde, met den Keizrerlijken 
Stadhouder, eenige zijner Mederadenen anderen, 
gedurende den wapenstilstand met de Greldersehen « 
den ingezetenen overlast te hebben aangedaan door 
het aanwerven van krijgsknechten, zoo wel ak 
door brandstichten en plunderen , wisten zij zich 
daarvan bij monde van Kempo van Martena , (een 
der medebeschuldigden) « zoo goed te zuiveren , dat 
zij in plaats van straf, dankzegging voor hunne 
getrouwe diensten bekwamen (f). Overtuigd dat 
Friesland , even als de overige Provinciën des Rijks* 
gehouden was, een geschenk aan den Keizer aan 
te bieden , en vreezende , dat Z. M. bij deszeUs 
komst zulks zoude vragen , en dan misschien meer 
eischen , dan men hem wenschte te geven , werd 
door de Staten op den Landsdag van 1531 beslo* 
taiy de Ridders en Raden, Tjaard van Burroania 
en Juw van Botnia , met Syds Tjaerda en Hector 
yan Hoxwier, naar Brussel te zenden, om veertien 
duizend gulden (van twintig stuivers het stuk) aan 
te bieden; dezelve werden gratieuselijk aangeno- 
men (l). Op den Landsdag van 1535 werd hij 
met eenigen zijner Mede-raden gecommitteerd, om 
orde te stellen op den staat van oorlog en tot be- 
houd en bewaring van de Provincie (*)^ Later 
vind ik geen gewag van hem gemaakt ; en denkelijk 
. is hij omstreeks 1538 gestorven, daar men op dat 
jaar vijf nieuwe Leden van het Hof aantreft, en 
een derzelve voorzeker in zijne plaats is benoemd 
geworden (|). Jancko Douwama (§) beschuldigt 



(*) Win*. ,444. (t) Aid. 471. 472. (S) Aid. 490. 

(*) AI4. 507. (+) Maamr. der Raden, 10, XX, . ($) In 

ZQoe geschriften, uitgegeven door liet FrieschGeBOoticliap^ 377. 



4& FIRWKRBBRABEEL. 

faetn, den last óp «ich genoóiea te hebben, oita 
hem op eetie reis ran Sneek naar Harling^ti te Ter- 
moorden, en, na völbragte daatl $ de schuld op de 
Getderschen te V^rpen. Juist in tijds gewaar- 
schuwd , was hij ter naauwernood dit gevaar ont- 
snapt. 

1620 (*). AcBS of Abbb van Sivxiia (f) was 
gehuwd met Wisk , dochter van Duco van Hem- 
tnema en Bauk Popkema , en had geene kinderen {^). 
Als Grietman ontving hij bij missive van den 10 
Maart 1522 van den Gelderschen bevelhebber te 
Dokkum, Jan Groitstein, bevel , om in alle kerken 
van zijne Grietenij te doen afkondigen, dat nie- 
mand , onder verbeurte van lijf en goed , aan de 
ballingen of Bour^gondisch-gefeinden pacht of rente 
tnogt betalen , 200 lang hij daarop geen nader 0¥de 
%<mde ^tellm(«). Van 1539 tot 1545, üi yr^k 
jaar hij gestorven is, was hij Yotmagt ten lands- 
dage. Slechts tot 1528 of 1529 bekleedde bijzijn 
«mbt aïs Grietihan , wanneer hij denkelijk zijn ont- 
slag heeft genomen. Zijne vrouw overleed in 
1534(1). Ten, bewijze, dat hij meer hield van 
de handen uit de mouw te steken , dan werkeloos 
ie blijven zitten, haalt men een spreekwoord van 
hem aan , hetwelk hij gebruikte, bij gelegenheid dat 



(*) ^Het iiomt mig \^^iifschijiil^ker Voór, dat Sjtixitia in 1530 
dan 'ir 1522 i« aangesteld geworden, daar wg boven zagen, dat 
.zijn voorganger in eerstgemeld jaar zitting in het Hof bekwam. 

(•)-) Onder dézen naam wordt hij gevonden in het Cliarterboek. 
'en in aUe HSS. , wdike ik gelegenheid heb gehad te zien j il héb 
dus niet getwijfeld hem ook hier onder denzelven op te geven, 
ofschoon de meergemelde gedrukte Naamlgst hem noemt Abbe 
tan Suyersiha. (§) U. T. Burm. Tab. 6en. («) Wint. 460. 

(i) U. T. Bnrm. T^. Gèn. 



er^ lerw^l Irij nog Orietman ^^%i, een footya^ 
yerscheidene Wekmi acfat^lreeh (^ tet trüis van eeii 
keKtktoren kwBm vliegen , en daardoor de b^geloo^ 
vige inge«el«nen zeer in vi^ees bragt , die uit de^zeifii 
komst groote olihetlen Voorspelden , én dóér de ^ries*^ ^ 
ters werden aangezet ^ om door bidden de gevreesde 
ottgehikken af te wenden ; doeh de Grietmaïi riiep 
aDe do))^bewoners op het këtkhof bij elkander, en 
liet h%h \)p eéös een liard geschreeuw atmbéffen^ 
waai^dot de vogel verschrikte , wegvloog eta niet 
weder ver^heen. Sjuxma merkte hierop iaan: 
• Bettefr yen wohey 

A% 'ifijf krjuessen atle dey {•) ; 
willende daarmede te kennéh geven , dat groot g^» 
>^eid te nfiaken, dikwijls meer helpt , danattedag^ 
met gevouwen handen werkeloos te zitïen. 

1S29. fiofiWB VAK BtJEHAn^A, zoon van Rienk 
van Surmaiia en Aek van Burmania , eerst gehuwd 
tx)fet At Sj^elNla, bij welke hij zes, en iMer met 
flaepk ftsma , weduwe yan Sibten Stinstra , waat 
b^ htj tv^ee kinderen had\f), was in 1511 Griet- 
mün ^aü Wo^seratleel , we&e Grietenij hij nader- 
hand (1529) verwisselde fect die van Ferwerdera- 
xteel (^). In I5(M onderteekende htj voor zijnen 
broeder 'BWöko , voor fcijnen stiefzoon Klaas (^)-^ 
eft i^éM3T iich welven d<fn hieffVöör vermelden rever- 
«jftal-'brjef aan defn Hertog van Saksen (J.). Op 
"het register dear Edet^ van Hertog George staat fiij 
öndcfr de EdelKeden van PranekeradeelvS). Ter- 



(*> Frieseh Jierboel^e for 1830. (f) Wa{ienb. BurmaAia. 
Gen. 8. ^$) Ëeyma, tractatus de Grietm. 78. (^) H^ scbgpt 
diis reeds in dit jaar met z^he tweede vrouw geliuwd te z^n 
geweeit. (4) Hierbovea op Juw van Botma. ( j) Wins. 40^ 



44 F)^WEBJ)ERABBEIa 

wijl hij nog Grietroaa vim Woascsradeel was {1515) 
trok hij mei eenige anderen naar Bobward, om 
met Groslick van Jongema en de oyerige Rqpenten 
aldaar -te overleggen» wat men best zoude aanwen- 
den tot behoud van de stad voor den Hertog van 
Saksen tegen de Gelderschen, die reeds in het be* 
zit van Sneek waren , en denkelijk spoedig ook 
Bolsward zouden trachten te winnen* De stad« 
)iiet tegenstaande hunne pogingen tot haar behoud, 
evenwel hebbende moeten bezwijken, trachtten zij 
dezelve te hernemen, en lagen met den %warten 
hoop (eene zeer beruchte krijgsbende van dien tijd) 
in Oldeklooster , om dezelve te benaauwen; doch 
hunne soldaten niet tot de b.e8torming kunnende 
bewegen , moesten zij zich vergenoegen , met 
eenige omliggende plaatsen te plunderen {^). Na 
de overdragt van Friesland door Hertog George, 
leekende hij de akte, inhoudende den eed van ge- 
trouwheid aan Ë^eizer Karel (f) , en trok vervol- 
gens met Juw van Botniat hiervoor gemeld, en 
eenige anderen met drie vaandels soldaten naar 
Bolsward , om de omliggende plaatsen ook den eed 
van getrouwheid te laten afleggen ; doch zij werden 
spoedig door de Gelderschen vandaar verjaagd (§)• 
Een da{^r krijgsman zijnde, werd hij in onder- 
scheidend hagchelijke ondernemingen door den Bour- 
gondischen Stadhouder gebruikt, en onder anderen 
in 1517 met Tjalling van Botnia uit 01de- en Nije^ 
klooster , waar zij toen in bezetting lagen , naar 
Bokkum gezonden, om deze stad en.de omliggende 
plaatsen tegen eenen inval der Gelderschen te be- 
schermen. Zij wilden hen in het open veld tot 
eenen slag uitlokken , maar uil vrees van te zwak 



(*) WiD«. 418 , 420. (t ) Aid. 434. ($) Occ. Schart. 410. 



FERWERDERADEEL. 45 

te zijn^ trokken dezeiye naar de Groningsche Omme- 
landen ; ën Burmania met de zijnen , het land aan 
dien kant yan yijanden gezuiverd hebbende , leger- 
den zich te Berlikum en in hel klooster Anjum (*). 
Ook kreeg hij in 1521 last van den Stadhouder 
Schenk, om vierhonderd soldaten op het Bildt aan 
te werven, zich met dezelve te Harlingen in te 
schepen en naar de Kuinder te varen, ter hulpe 
van den Bisschop van Utrecht , die tegen de Gel- 
derschen te velde trok en eenen inval in de Lemmer 
wilde doen. Het hen slaags geraakt , werden de 
Gelderschgezinden geheel verslagen , vele gevangen 
genomen 'en de Lemmer met een gedeelte van Ooster- 
zee afgebrand (f) . Om den vijand zoo veel mo- 
gelijk te benaauwen en op eens een einde aan den 
oorlog te maken , werden er verscheidene sterkten 
gebouwd en met bezetting voorzien. Onze Douwe 
werd onder anderen met zijne krijgsbende in hel 
Carmeliter klooster te Woudsend gelegd (J). Voor 
zijne dappere daden werd hij Ridder geslagen , was 
Drossaard van Harlingen en Admiraal van eene 
viool in de Zuiderzee, met welke hij verscheidene 
togten naar Enkhuizen en andere Hollandsche plaat- 
sen deed. Even bekwaam in den raad als in hel 
oorlogsveld, was hg in 1529 mede gevolmagtigde 
wegens het platte land van Friesland , tot opmaking 
van een Compromis lusschen deze Provincie en de 
steden Deventer en Kampen wegens de tollei^ (*) , 
en vinden wij hem als Gedeputeerde uil de Friesche 
Stalen van 1539 lol 1549 in de gewigfigste landa- 
aangelegenheden bezig (|) . Hij overleed te Fer- 
werd in 1551 l\). 



(*) Wins. U7. (t) Schot. 603. (J) Occ Scharl. 454. 
(«) Cbarlb. 2 D. 191. {\) Aid. 2 D. 689 seqq. 3 B. 6, 

77 seqq. ($) Wapenb. 1.1. 



4$ EBEWE&DEtADSSL. 

ISfil. EAMUfa \Jkjx Stthiiva, zoon rm Sy^s 
rmn Sytluema hier boven , waa eerst gehuwd vofif, 
Jey, dochter van Jan Sic]kinga uit Groningerli^Qd 
en weduwe van DouWe van Donia of Ikma , welke 
zonder kinderen in December 1551 gestorven in» 
Hij hertrouwde met Sits, dochter van Meano v^n 
Eminga en Eelk Jaarla , bij welke hij drie kinderen 
hadv*). In 1540 was hij mede gecommitteerde 
tot het regelen van bet geschenk , hetwelk aan den 
Prins van Spanje , naderhand Filips II , door de 
Frovincie zoude worden gedaan, en bestaan in 
eene som van tienduizend Caroli-guldens en ti^ 
of twaalf van de allerbeste paarden* die mtsn in 
Groningerland zoude kunnen krygen(t). I}ij was 
ook Afgevaardigde op den landsdag van 17 Januari) 
1650, toen er gehandeld werd over den eed v^n 
huldiging aan Filips II , in geval van overlijden van 
Keizer Karel , alsmede over de approbatie en rati- 
ficatie vjan het traktaat van den Keizer mn\ kni 
Duiisché tijk{$). Hij was bijgenaamd (ie auda^ 
overleed den 22 Haart 1557 , en werd fvqn ftls ^ijne 
eerste vrouw te Hallum begraven (*)• 

1567. AnTHomus GoLiiaAirT was, .vQQ>*dat hij 
Grietman werd, Substituut van den Pr^urwr-Ge* 
raal in Friesland (|)« 

1664. PiLoaoH Tiif Ihdtgk. werd in 1564 n^t 
eemge zijner ambtgenooten beschuldigd van *s Lands 
gelden gestplen te hebben ($)• In 1570 was hij 



(*} Upco V. Burm. Tab. Gen. Stamb. j;, A4el. (-j-) C^|rfb. 
3 D. 161. ($) Aid. 184. {J) Adelen t. Cronenb. 

U) Cbantb, 3 B. 409. {§) Z^ ^pke Gfp|^ei)|, l^ri^pao 
vsn StaalIJMUKirl^fifi. 



FERW£IUD£RAI>BEL« ^ 47 

reeds geen OnetOHin meer* Hij moet een le^r 
slecht mensch gew^^t zijn , d^e ys^^ alierlei misda* 
den werd betigt , ^oodpt de Staten aan den Koning 
pn den Hertog vaj; Alva bebb(;n geldacigd , dat het 
Hof hem liet loopen en geen goed regt deed. Alva 
schreef daarop den 20 Januarij van laatstgemeld 
jaar uit Antwerpen aan h^t Hof vafi Friesland,- 
dat hetzelye met de xaak van Pilgrom zoude voort- 
varen , en geene de minste oogluiking in dezen ge- 
bruiken (^)* De Spaansche zijde bqudende en na 
de pacificatie van Gend het land verlaten hebben- 
de» werd door het Hof verboden eenige zijner 
goederen of inkomsten aan hem te laten volgen, 
en, hy later ingeda^gd, om zich te l^omen verant- 
woorden. Hij behoorde toen te Ferwerd te huis (f). 

1573. AtEP VAU Atlva (J) was verliefd op 
Anna van Dekema, doch deze hem niet willende 
hebben , sprak hij haar in 1570 op trouw aan vopr 
de regtbank van den nieuwen Bisschop Cunerus 
Petri , die hén echter beiden vrijsprak en een eeu- 
vvigdurend stilzwijgen over deze zaak oplegde («)• 
Uit het Gharterboek (|) blijkt ten duidelijksten , 
dat er op den 27 Junij 1573 geen Grietman van 
Ferwerderadeel was; want in het verbod nopens 
bet af- en aanvaren naar de eilanden van het strand 
der Grietenij Ferwerderadeel, wordt de bewaarder 
of bediener van die Grietenij geauthoriseerd, de 
schepen verbeurd te verklaren , terwijl in dergelijke 

(♦) Schot. 756. (t) Cbarlb. 4 D. 161, 178, 192 (S) Ik 
lieb niet ktinnen vinden , van wien hg een loon was , noch met 
wie h^ getrouwd is geweesi. Ferwerda en het Slamboek van 
Adelen geven meer dan éeneil Alef van Aylva op ; doch ik ben 
io dn oniekerbeid gebleven, wie van hen onze G)ri#ti|un wtf. 

(•) Schot. 756, Oabb. 523. (4.) $ Q. 943. 



4B FERWERDERADEEL. 

bevelen, ter zelfder tijd aan hel Bildt en Barradeel 
gegeven , v^l uitdrukkelijk gewag van den Griet^ 
man wordt gemaakt. Door de verandering der 
zaken moest hij naar Grol in Gelderland vlugten, 
en is aldaar in 1682 gestorven en begraven. 

1574. Alt^ert vak Sibrksma , Substituut Griet- 
man, is reeds vermeld op Leeuwarderadeel. 

1582. DoEKB vAir Atsma, zoon van Schelte van 
Aysma en Tiets Esgema , was tweemaal getrouwd, 
eerst met Tiets Tiessema , en vervolgens met Sytske 
van Aylva , weduwe van Johan Bonga, Grietman van 
Westdongeradeel (*) ; bij welke twee vrouwen hij 
^es kinderen had (f). Hij woonde te Marrum , 
en was een dergenen, die, na vruchteloos aan 
den Stadhouder , Graaf van Rennenberg , rekwest 
ingeleverd te hebben tot toetreding tot de Unie 
van Utrecht, eindelijk besloten, zonder zijne toe- 
stemming daartoe over te gaan (J). Op den 
landsdag van 1581 werd hij als Gedeputeerde uil 
Oostergoo verkozen, en ontving met zijne zeven 
ambtgenooten zijne instructie (*). In hetzelfde jaar 
namen de Gedeputeerden ecne resolutie, bij welke 
bepaald werd, dat de inkomsten der geestelijke 
goederen besteed zouden worden tol het oprigten 
van een Seminarium en het opbouwen en rermeer- 
deren van armen- en weeshuizen (\.) , alsmede dat 
het tractement van den Stadhouder Willem Lodc- 
wijk. Graaf van Nassau, van /* 1600 tol ƒ 4000 
verhoogd en aan Z. G. vrije inwoning van het huis 
van Tiete van Cammingha te Leeuwarden verleend 

(♦) Te Water, Verb. d. Edel. 2 «t. 256. (f) Wapcnb. Aysma , 
Gen, 6. (§) Wins. 630 , 632. (^) Aid. 695. (|) Aid. 752. 



EBRWERDERADEEL. 49 

zoude worden ('*)• In het jaar 1598 was hij met 
Wopke Scheltema en Hommenis ran Harinxma 
gecommitteerd, om de rekening van den Ontvanger 
Generaal , Taco Dijkstra » die van kwade admi« 
nistratie beschuldigd werd, op te nemen (f). La- 
ter vind ik geen gewag van hem gemaakt en denk 
dat hij kort daarna overleden is. Ferwerda ^^egt 
alleen, dat hij in Oldehoof begraven is, zonder het 
jaar zijns overlijdens te melden. 

1592 (S). Taco van Atlva, zoon van Douwe 
yan Aylva en Frouck Hockema , en broeder van 
Ernst en Ulbo, Grietmannen van Westdongeradeel 
en Baarderadeel , was eerst gehuwd aan Kinske 
Heckama en naderhand in 1591 aan Barber van 
Douma(«). Hij woonde in 1602 op Unema-state 
te Blija, zijne weduw had daar nog hare woon- 
plaats in het jaar 1635 (|). Bij zijne eerste vrouw 
had hij eene dochter, en bij de tweede vier kinde- 
ren, 'alle jong gestorven (J). In het jaar 1686 
onderteekende hij als Volmagt uit Oostergoo de 
instructie voor Wytze van Gammingha en Ghristóf- 
fel Arendsma , om met den Graaf van Leicester en 
de Staten-Greneraal te handelen over 't stuk van re- 
gering. Tot in het jaar 1606 komt zijn naam als 



(*) Cbart 4 D. 458. (f) Aid. 992. {§) In het eerst ver- 
moedde ik, dat dit jaartal in de gedrukte Naamlgst niet naauw- 
ieorig was opgegeven ^ omdat ik in een oud BS, rond, dat hg 
aangesteld was den 14 Maart 1601 , en dit ook het best uit- 
kwam met den tigd van overladen yan z'jnen voorganger ; doch 
z^ne bandteekening als Grietman van 1595 aangetroffen heb- 
bende , durf ik ikiet meer aan de juistheid twgfelen, en Aysma 
sch^nt dus eenige jaren voor z^nen dood afstand Tan de Grie* 
* teng gedaan te hebben. (^) Wapenb. Aylva. Gen. 7. 

(4*) Cièographisch Woordenboekje van Friesland, 16« 

(S) Wapenb. Aylva. Gen. 7. 

4 



50 FERWBRDSRADEBL. 

Lid der Staten van Friesland onder versoheidene 
min of fn^er belangrijke, stukken voor. 

1614. RiBifK YAif BuRJiAjiiA, Ridder, zoon van 
Geinme van Burmania en desïelfs tweede vrouw Jel 
van Aylva* was gehuwd melülbe of ülpkje , docbr 
ter van ülbo van Aylva van RinsumageeslenSaepk. 
Winia ; hij schijnt g<rene kinderen gehad te heb- 
ben (*). Zij woonden op de State Juwsma, te 
Ferwerd (f). Bij de begrafenis van Graaf Willem 
Lodewijk y^L^ Nassau in 1620 volgde hij het lijk 
als gecommitteerde uil de Staten wegens OostergQO«> 
Hij was toen Grietman en Monsterheer van Fries- 
land \S^. In hetzelfde jaar had hij de eer, mpt 
zijne mede-Volmagten den nieuw verkozen Stad- 
houder Ernst Gasimir in. eenen plegtigen optogt van 
zijne woning naar het Landschapshuis in de kamer 
van Oostergoo te geleiden « om daar den eed aan 
den lande af te leggen (*). Lid van de Staten- 
Generaal zijnde in 1622 • sloot hij met andere ge- 
raagtigden een verbond met den Keurvorst van 
Brandenburg en werd gecommitteerd» om met de 
afgevaardigden der Ratholijke Nederlanden te on- 
derhandelen. Drie jaren later vertrok hij met Jo- 
achimi , en . Aarssens als Ambassadeurs nuar Enge- 
land (I). Tot Curator van de Academie te Franeker 
werd hij, in plaats van den overledenen Johannes 
Saekma, benoemd in 1637 (S), en bleef dien post 
tot aan zijnen dood met veel ijver waarnemen. 
Reeds een' geruimen tijd voor zijne benoeming als 
Grietman , Lid der Staten van dit gewest zijnde i 



(*) ^apenb. Burmania. Gen. 10. (f) Vriem. Ath. Fri». LVL 
(§) Wim. 904. (^) WiM. 909. (+) Schelt Staatk. Ned. 
l D. 198. (§) Vriem. Ath. Fris. LVL 



FERWERDERADEEL. 61 

in welke betrekking hij menig gewiglig besluit heeft 
helpen nemen, vind ik hem als zoodanig , voor hel 
laatst in het jaar 1687 (»). Hij overleed den 4 
Junij 1646 ; zijne echtgenoot was acht jaren vroe- 
ger gestorven. Nog voor haren dood schijnt hij 
afstand van zijn ambt als Grietman te hebben ge- 
daan ; althans ik vind zijnen opvolger reeds op het 
jaar 1686. 

1636. Epo VAif DouMA, als Grietman aangesteld 
den 25 November 1686, was^ de zoon vanEpovan 
Douma , (de naam tijner moeder is mij onbekend 
gebleven ,) en huwde met Sjouk , dochter van An- 
dries van Hiddema en Aaltje van Walta, bij welke 
hij vier kinderen had (f). Zij woonden te HM- 
lum(5;. Als Friesch Edelman volgde hij de lijk- 
statie van Graaf Willem Lodewijk van Nassau (*)• 
In 1637 kwam hij in de plaats van Rienk van 
Burmania hierboven , in de vergadering der Staten 
van Friesland , en bleef zitting houden tot in 1648(4.}. 
Onder zijn bestuur is in 1648 octrooi verleend 
lot het leggen van eene vaart en trekweg van Hal- 
lum naar de Ee(5). Een jaar vóór zijn overlijden , 
voorgevallen den 26 April 1650, deed hij afstand 
van de Grietenij ten behoeve van zijnen zoon. 

1649. Barthold vait Douma, zoon van den 
voorgaanden , aangesteld den 7 April 1649, was 
gehuwd met Doedjen, dochter van Johannes 



(*) Charlb. 4 D. 1111. 5 D. 101-418. (f) üpc. v. Burm. 
.Tab, Gen, Stamb. y. Adel. zegt, dat hij de loon was van Bar- 
tfil van Doiusa yan Hallum, en Saepk van Douma van Langweer. 

(§) Vliem Alk. Fri». LVI. : (») Wins. 904. , (+) Chart. 
5 B.;i44e-r5i6, (ö Qïmi. P^ B, 510. 

4*' 



62 FERWERDERADEEL. 

Crack , Grietman yan Aengwirden , .en had bij haar 
vier dochters (*). Zij woonden op Gerbada-State 
te Hallum , waar ook reeds zijn vader gewoond 
had. Yan 1659 tot 1675 had hij zitting in de 
vergadering der Friesche Staten, en teekende alzoo 
mede de resolutie van 1671 , bij welke de Prins 
van Oranje tot Kapitein en Admiraal over de militie 
werd aangesteld, alsmede die van 1675, waarbij 
aan Hendrik Gasimir en zijne nazaten het Stadhou- 
derschap dezer Provincie erfelijk werd opgedragen. 
In 1672 werd hij mede gecommitteerd om te raad- 
plegen over de verbetering van de miUtie , politie en 
het finantie- wezen van dit gewest (f). Hij overleed 
den 22 of 27 Maart 1678 en werd te Hallum be- 
graven (S). 

1679. BiJ!iirEB.T Hbeinga vau G&ovbstiiis , aan* 
gesteld den 18 Februarij 1679, en wonende op 
Jeppema-State te Mijkerk , was de eenige zoon van 
Frederik van Grovestins en Rixt van Roorda. Hij 
was eerst gehuvvd met Titia , dochter van Duco 
van Burmania en Edwer Juckema, en naderhand 
met Wilhelmina van Hemmema. Bij de eerste 
vrouw schijnt hij zes kinderen gehad te hebben («)• 
Hij was eerst Lid van de Staten-Greneraal , en later, 
in 1672 , Raadsheer in het Hof van Friesland (|). 
In J682 en volgende jaren was hij Commissaris uit 
het Gollegie van Gedeputeerden bij de Friesche 
S3rnoden(§). Onderscheidene malen komt hij in 
het Gharterboek voor als Lid der Staten van 

(*) Wapenb. BoUricius. Gen. 3. Upc. v. Barm. Tab. Gen« 
Vriem. Ath. Fris. LXVIU. XCVII. (f) Cbartb. ö. D. 617 tot 1103. 

(§) Upc. T. Burm. Tab. Gen. (y) Wapenb. Grouitins. Gen. 12« 
Naamrol der Raden 's Hofs Tan Friesland. 45. (4-) Aid. 1. K 

(§) Naamligst der Predikanten van de GUstis vmn Fraüeker. 



FERWERDERADEEL. 58 

Friesland; het laatste werk, hetwelk hg in die 
betrekking volvoerd heeft , is het nemen eener re- 
solutie tot het opmaken van eéne commissie voor 
Johan Willem Friso, als Erfstadhouder dezer pro- 
vincie (^). Dit besluit werd genomen den 27 Maart 
1696 , en Grovestins overleed den 24 Oclbber daar- 
aanvolgende, in het vijfenvijftigste jaar zijns ou- 
derdomsy na eene ziekte van veertien dagen (f). 

1697. FasDBEiK vaic GaovssTiirs , zijn zoon , 
was Kapitein en Ritmeester, voordat hij zijnen va- 
der op den 5 Februarij 1697 in de Grietenij op* 
volgde. Gedurende den korten tijd, dat hij dit 
ambt bekleedde, is hij Lid der Staten geweest, 
en hielp alzoo mede nemen de resolutie van 21 
Februarij 1700, bij welke in de aanneming van 
den Juliaanschen stijl werd toegestemd (p. Spoe- 
dig evenwel schijnt hij mishagen gehad te hebben 
in de burgerlijke betrekkingen , welke met zijnen 
krijgshaftigen geest niet strookten ; want zoodra er 
in 1701 gedachte aan oorlog met Frankrijk was, 
en dus dechts vier jaren na zijne aanstelling , legde 
hij zijn ambt neder , en werd den 4 Mei benoemd 
tot Kolonel van een regiment ruiterij. Hij was in 
het Staatsche leger tegenwoordig bij den mislukten 
aanslag der Franschen op Nijmegen in 1702, 
woonde in 1709 den beroemden veldslag van Mal- 
plaquet bij , waar de bondgenooten , onder bevel van 
Prins Eugenius, Marlborough en den Prins van 
Oranje, de overwinning op de Franschen be- 
haalden («), en werd door den Engelschen be- 
velhebber wegena zijne betoonde dapperheid met 

(*) Chartb. 6. D. 256. (f) Naamr. d. Rad. 45. 

($) Chartb. 6. D. 331. (J Wagenaar , Vad. Hut. 17. D. 243. 



54 F£KWERDERAD££L. 

roem vermeld (^). Ook was hij binnefl Bouehain, 
toen die plaats dopr de Franseben onder Yillars 
werd ingenomen. Als Generaal-Majoor bedreef hij 
in 1712 eene stoutmoedige daad , die men bijna 
vermetel kan noemen ; hij deed namelijk , aan het 
hoofd van vijftienhonderd uitgelezene ruiters , eenen 
inval in Champagne, en week niet terug, voordat 
hij het platte land deerlijk geplunderd had (f). Hij 
bekleede bij zijnen dood , weike voorviel den 30 
November 1730, toen hij twe^ênzestig jaren oud 
was, aanzienlijke militaire ambten; hij was na*^ 
inelijk , Luitenant-Generaal van de Kavallerij , Gou* 
verneur van Bergen-op-Zoom en de onderhoorende 
forten, Kwartiermeester-Generaal van de troepen 
der Vereenigde Nederlanden, en Kotonel van een 
regiment Infanterie (J). Onno Zwier van Haten 
beeft als Student zijnen lof in een uitvoerig La* 
tijnsch gedicht bezongen («\ Grovestins is niet ge-> 
huwd geweest. 

1701. ËDZARo vAn BuRHAKiAf zoon van Jarich 
van Burmania en His van Gamstra, was getrouwd 
eerst met Tet Gatharina van Eijsinga en, na haar 
overlijden, in 1600, met Anna Dodonea, dochter 
van George Wilco Baron thoe Schwartzenberg « 
Grietman van Oostdongeradeel , weduwe van Hobbe 
Esaias van Aylva , ook Grietman van Oostdongera- 
deel. Bij de eerste vrouw had hij drie dochtera 
en bij de tweede drie zonen (4-). Hij werd ver- 
koren als Grietman van Rauwerderhem , den 29 
April 1696, en was tevens Ontvanger-Generaal van 



(♦) Fris. Nob. 335. (t) Wag. Vad. Hist. 17 D. 467. 

(§) Fris. nob. 331. (O Aid. 114. 

(4) Wapenb. Burmania Geo» 13* Schwartzenberg. Gen. 15* 



F£RWERDSRADEEL. 55 

^ie Grietenij. Hij kwam in dé ' vèrgaderïng tkn 
Gedeputeelrde Staten wegens Oöstergoo den 19 Fe- 
bruari] 1701. In hetzelfde jaar verkreeg hij (den 
14 Mei), do9r afstand van Frederik van Grovestiris, 
de Grietenij van Ferwerderadeel , voor welke Grie- 
tenij hij reeds vroeger (in 1689) volmagt tenLands- 
dage wa8(*). Na den dood van Rixt van Donia , 
f weduwe van Watze van Gammingha , erfde zijne 
tweede echtgenoot met haren broeder Wilco Hol- 
dinga thoe Schwartzenberg , Grietman van Baftr- 
deradeel , en hare • zuster Jannette Isabefla van 
Schwartzenberg, echtgenoot van den beroemden 
Sicko van Goslinga , Grietman van Franekeradeel , 
de Heerlijkheid Ameland , en verkochten dezelve 
uit de hand voor eene som van ƒ170,000, en 
ƒ 10,000 daarenboven voor de onkosten, aan Prins 
Jöhan Willem Friso(f). In 1702 was hij Com- 
missaris politiek bij dè Synode te Dokkum. Hij 
stierf den 4 December 1708. Zijne Trouw volgde 
hem zes jaren later in het graf. Gabbema beeft 
zijn Verhaal van Leeuwarden aan hem als mede- 
lid van Gedeputeerden opgedragen. 

1709. BmifERT Heeinga vak Grovestijss , broe- 
der van Frederik, hierboven gemeld (§), was even 
ah deze in den krijgsdienst. Den 6 Februarij 1697 
tot Ritmeester aangesteld , in de plaats van zijnen 
broeder , die daags te voren Grietman was gewor- 
den, werd hij den 1 Maart 1703 bevorderd tót 
Majoor bq het regiment ruiterij van Z. D. H. Na 
den dood van Edzard van Burmania zeide hij den 
militairen stand vaarwel , en werd in diens plaats 

(*) Chartb. 6. D. 154. (f) Beschrij?. v. Friesl. in de Tegenw. 
Staat d. Vereen. Ne4er1. 14D.375. (§) Wapenb. Groustins Gen. 13. 



06 FERWERD£IIAD£EL. 

doi 27 Maart 1709 tol Grietman yerkoren, welk 
ambt hy tot op zijnen dood in 1721 heef t bekleed. 

1722. Allaed TAiT BvavM was de zoon Tan 
Frangois yan Burum , Raadsheer in het Hof yan 
Friesland, en Titia yan Vierssen, en gehuwd eerst 
met Gatharina Johanna, dochter yan Tjalling Aedo 
Joban yan Eijsinga en Sijts Aebinga yanHumalda, 
bij welke hij twee dochters had; na haar overlijden 
ia 1716 hertrouwde hij met Alexandrina Eleonora, 
dochter yan Hans Willem yan Plettenberg en Al- 
bertina de Schepper. Bij haar had hij geene kin- 
deren ('^). Den 12 September 1705 aangesteld tot 
Grietman yan Doniawerstal , verwisselde hij den 3 
Februarij 1722 deze Grietenij met die van Ferwer- 
deradeel^ en woonde vervolgens op Gammingha- 
state» te Ferwerd« welke buitenplaats hij aanmer- 
kelijk verbouwd en verbeterd heeft , zoodat dezelve 
ter zijner tijd voor eene der fraaiste van de pro- 
vincie gehouden werd (f). Hij overleed op dezelve 
in 1729. Zijne weduwe hertrouwde met Assuerus 
Yegilin van Glaerbergen , Grietman van Haskerland. 

1729. HoaATius Hiddema yajh Kkijif, geboren 
in 1703, was de zoon van Godschalk van Knijff, 
Raadsheer in het Hof, en van Helena Aebinga yan 
Humalda (^) , en getrouwd met Titia van Burum , 
dochter van zijnen voorganger («)• Den 2 Augustus 
1729 in de plaats van zijnen overleden schoonvader 
tot Grietman aangesteld zijnde , verwierf hij zich 
door het waarnemen van vele Staatscommissiên , 



(*) Wapeub. Eysinga. Geo. 10. Plettenberg]; Gen. 5. De Blau Gen. 4. 
Viensen Gen. 4. (f) Geog. Woord. ▼. Fr. 35. (§) Scbelt. Staatk. 
Woordb.lD.568. (J Wapenb. de Blau. Gen. 4. 



FJ^WERDERADEEL. 57 

veel invloed en gezag. Ab ijverig repubUkein had 
hij in de vergadering der Staten zeer gewerkt tegen 
de eifeiyk-verklanng van het Stadhouderschap in de 
vrouwelijke linie , en haalde zich daardoor den haat 
der Oranjegezinden op den hals , welke zoo ver ging , 
dat men hem beschuldigde, dat hij het land aandeFran- 
schenhad verkocht, en, bij de omwenteling van 1748, 
in den nacht tusschen den 1 en 2 Junij , zijne fraaije 
buitenplaats Lauta-State te Wier , - waar hij toen 
woonde, in den brand stak en met alle huisgeraden 
en de kostbare bibliotheek vernielde , terwijl hij , 
met zijne vrouw en zoon onder eenen haagdoorn- 
boom iü eene sloot zittende , deze gewelddadigheden 
weerloos moest aanzien , wordende hij des namid- 
dags , plat op den bodem van eenen boerenwagen lig- 
gende , ter naauwemood uit de handen van het 
woedende volk gered • en alzoo eerst naar het huis 
van den Predikant Stokmans te Marssum , en ver- 
volgens met een ander rijtuig naar Leeuwarden ge- 
bragt (*). De Oranje-partij meester geworden, 
moest hij , zeker tegen zijnen zin , als lid der Sta- 
ten, mede onderteekenen de publicatie, waarbij 
het Stadhouderschap erfelijk , zoo in de vrouwelijke 
als mannelijke linie werd verklaard (f). Na de 
vernieling zijner vorige woning, trok hij met zijn 
huisgezin naar Ferwerd , in een klein huis , Meekma- 
State genaamd,, waar hij, tot eene gedachtenis van 
de brandschade , hem toegebragt , op het hek pot- 
ten met vuur vlammen plaatste , dikwijls op deze 
woning toepassende: 

vAedibus in cineres flamma volitante redactis, 
9 Cogimur hos humiles inde subire lares " ({)• 

{*) Schelt. Staatk.Ned. IB. 568. Nederl. Jaarb. 1748. 
(tj Verward. Friesl; b^lage n»* 3. (§) Schelt 1. L 



66 F£RW£RD£RAD£BL. 

Hij was bekend als kundig regtsgeleerde , en als 
een man van orde , en zeer gezet op de waarne- 
ming van den openbaren godsdienst, zoodat hij 
volstrekt geene vermakelijkheden onder den kerk- 
dienst duldde. Men verhaalt van hem de volgende 
anekdote. Een boerenknecht , die een meisje ver- 
leid had, weigerde haar te trouwen; deswegen 
voor den Grietman gedaagd zijnde , werd hem ge- 
vraagd , of hij de vader van het kind was ? hij 
ontkende zulks ; waarop Knijff hem met dreigende 
blikken aanzag en zeide : » Ik sjog et wol daste mij 
te voren liegste. Kom Eksteur! set de Jinsters 
mar iepen , dan kin de Dij wel meij him weij fiae- 
ne/" De knecht, op dit gezegde door"'de mand 
vallende , riep uit : Ik haw it al dien ! ik haw 
it al dien ! *' — » Dat wist ik wol , dat koe 'A óon 
dyn eagen wol sjen ; jimme matte mar trouwe , hoe 
gauwer hoe hetter ^^ zei de Grietman. Hij had de 
gewoonte met de landlieden de boerenfriesche taal 
te spreken. In het voorjaar van 1770 is hij overleden. 

1770. lïiiLius JosiNus DB ScREPPER , gcborcn te 
Deventer, den 27 Mei 1736, was de jongste zoon 
van Barthold de Schepper, Luitenant Kolonel van 
een regiment infanterie , ' en van. Henrika Maria 
Verhoef; hij huwde den 13 Junij 1762 te Heeren- 
veen met Amelia Coehoorn, dochter van Daniel de 
Blocq van Scheltinga , Burgemeester van IJlst , en 
van Aletta Catharina Lijcklama a Nijeholt. Imiljus 
had bij zijne vrouw vier kinderen , twee zonen en 
twee dochters. Op den 22 Mei 1770 werd hij 
aangesteld tot Grietman van Ferwerderadeel. Be- 
halve dat was hij Yolmagt ten Landsdage, Lid ter 
Admiraliteit van Friesland en Meesterknaap in het 



FERWERDERABEEL. 59 

Jagtgeregt. . Voor zijne komst in deze proyincie »s 
hij Kommandant van een oorlogsvaartuig geweest. 
Hij woonde als Grietman op Harlsma-Slale Ie Hoo- 
gebeintum, en overleed den 10 Augustus 1790. 

1790. Fhahs PiETEa Willem vait SchuiItEic- 
BVAG , Heer van Bommenede , was gehuwd met 
A/Vilhelmina^ dochter van Charles Bigot , en had 
bij haar vier kinderen. In 1790 Grietman gewor- 
den, moest hij van dit ambt in 1795 afstand doen, 
en hield zich buiten betrekking tot op de aanstelling 
van den Heer Schimmelpenninck tot Raadpensio- 
naris. In het laatst van zijn leven was hij Lid van 
de Stalen-Generaal, Hij overleed den 13 September 
1818 op de hofstede Zuiderburg, onder Voorburg, 
bij 's Gravenhage. 

WESTDONGERADEEL, 

de derde Grietenij van Oostergoo, grenst ten noor- 
den aan de Noordzee , ten oosten aan Oostdonge- 
radeel, ten zuiden aan Dantumadeel en ten westen 
aan Ferwerderadeel , en bevat vijftien dorpen : 
Holwerd , Temaard , Wierum , Nes , Hanlumhui- 
zen , . Hantum , Hantumer Uitburen , Hiaure , Bet- 
lerwird , Bornwerderhuizen , Bom werd , Raaird , 
Foutgum , Brantg«m en Waaxens. 

GRIETMANNEN VAN WESTDONGERADEEL. 

1517. SijTjE VAN HüMALDA beboorde in 1617 
tot hen , die de partij van Keizer Karel toegedaan 
waren , en had zijn aandeel in de verbeurd ver- 
klaarde goederen der Geldc^r^chgezinden ; zoo ont- 



00 WESTD0N6ERADBEL. 

ving hij de landerijen van Sijts Buwinga , welke 
eerst aan hem, doch naderhand aan den Bevel* 
hebber Lubbert Turck waren toegestaan, maar 
eindeUjk toch weder hem toegewezen werden , 
terwijl Turck andere goederen in vergelding kreeg (*). 
Den volgenden dag na deze uitspraak bekwam hij 
zijne aanstelling als Grietman van Westdongera- 
deel (f) , en in 1523 zitting in het Hof van Fries- 
land (J). 

1523. SijTJE of SijTZB VAN Aijlva(*), zoon van 
Juw van Aijlva en Sits Oedsma, was tweemaal 
getrouwd , eerst met Buick Humalda , weduwe van 
Worp Ropta en dochter van Sjurd Aebinga en 
Buick Mockema , en naderhand met Luits , dochter 
van Sape Hinolsma en Fetje N. N. ; met de laatste 
vrouw kreeg hij Minolsma-State te Bomwerd ten 
huwelijk, en had bij haar twee kinderen; bij de 
eerste vrouw geene (^). Het eerst komt hij voor als 
Grietman in een concept-reglement van 1626, om- 
trent het onderhoud van den dijk tusschen Temaard 
en Wierum, opgemaakt door twee dijkmeesters , 
in Friesland uit Zeeland gekomen, op bevel van 
den Keizer (§)• Twee jaren later teekende hij als 
Keizerlijke Hajesteits Grietman van Westdongera- 
deel de overdragt van een stuk land aan het kloos- 
ter Klaarkamp (^)« In 1531 was hij wegens zijne 
Grietenij mede gecommitteerd door de Staten van 
Oostergoo , tot het opmaken van een reglement op 

(*) Charlb. 2 E. 346. (f) Chartb. 2 D. 347. 

($) Ntamr. d. Rad. 7. (^) Geen Grietmaii Tan 0(Mtdooge- 
radeel , zoo aU de gedrukte Maaml^st zegt , maar van Weatdoo- 
geradeel , zoo aU uit de hieronder aangehaalde plaatsen duidelgk 
zal blgken. (4-) Wapenb. A^Wa van Bornwerd. Gen. 3. 

(i) Chartb. 2 D. 492. (*) AUL $35. 



WESTB0N6ERADEEL 61 

het onderhoudf yan den nieuw a angelegden zwaV'' 
ten weg bij Leeuwarden. Bij zijn Grietmansambt 
bekleedde hij in 1543 den post van Olderman of 
Hoofd van de Stedelijke Regerins^ te Dokkum (*)• 
Nog in datzelfde jaar schijnt hij te zijn overleden; 
want toen is zijn opvolger in de Grietenij benoemd. 

1543. Sakb van RiifGHE of Riiiia was de zoon 
Tan Haring van Ringhe en Saek Oetsma , en had 
ten huwelijk Romck, dochter van Sjoerd Jaersma 
en Popk N. (f) , bij welke hij ten minsten vier kin- 
deren had , eenen zoon , die naderhand Grietman 
werd, en drie dochters (J). Zij woonden op 
Jaersma-State (zeker het eigendom van zijne vrouw) 
te Hol werd; hij overleed den 2 October 1560(*). 

1660. JoHAif VAN BoiroA, de zoon van Sijds 
van Bonga en Rints van Roorda (j.) , huwde met 
Sijtske , dochter van Rienk van Aijlva en Hjl Roorda 
van Geuum (J). Zij woonden te Holwerd op Bon- 
ga-State. Hij was een sterk voorstander der vrij- 
heid en onderteekende het verbond der Edelen , 
waardoor hij zich den haat van Alva op den hals 
haalde , die hem twee jaren later naar Antwerpen 
ontbood , om. zich te verdedigen ; doch Bonga niet 
verschijnende , werd er in Friesland een vonnis van 
bannissement en verbeurdverklaring van goederen 
openlijk tegen hem afgekondigd (*). Zijn naam als 
balling komt voor in twee plakaten van den 26 
Junij 1568 en van den 26 Januarij 1569 « in het 



(♦) Te Water. Verb. d. Edel. 2 st. 171. (f) Upc. ▼. Burm. 
Tab. Gen. ($) Wapeob. W^jckeL Gen. 3. U) Geog.Woordb.48. 

(4.) Upc. T. Burm. Tab. Gen. {§) Wapenb. AjWa ▼. Wit- 
Buunam. Gen. 6. (*) Te Wat» Verb. d. Ed. 2 tt« 256. 



62 WESTDONGERABEEL. 

eerste van welke den tngez^enen wordt vertiodeii 
goederen der gebannenen onder zich te houden, 
en in bet tweede , de gebannen personen te her- 
bergen (*). De vreedzame regering eener Grietenij 
niet met zijnen krijgsmansgeesl strookende^ deed 
hij , naar een grooler tooned voor zijnen roem 
hakende, van dezelve reeds in 1567 vrijwillig 
afstand en begaf zich in den krijgsdienst. Spoedig 
wa9 hij bekend als een dapper en bekwaam voor- 
vechter der vrijheid , begaf zich , toen Graaf Lo- 
dewijk van Tfassau in het volgende jaar mei een 
leger in Groningerland kwam , bij hem , én wei*d 
tot Hopman van een vaandel voetvolk bendemd. 
Meest . alle Friesen , die de Nassausche zijde aan- 
hingen , dienden op zijne kosten (•}•). Het itger 
van Graaf Lodewijk te Jemmingen verslagen zijn- 
de , ontvlugtte Bonga ter naauwernood het gevaar 
van gevangen genomen te worden, met achterla- 
ting van wapenen en goederen. De oorlog te land 
hem niet voorspoedig genoeg gadnde , ging hij zijn 
geluk ter zee beproeven , en werd een der voor- 
naamste hoofden der vrijbuiters^, die de Spaansch- 
gezinden aan de Friesche kusten van alle kanten 
beroofden en verontrustten. Evenwel baarden deze 
strooptoglen meer schrik dan vvel nadeel ; maar 
nadat de Briel en Enkhuizen 'zich voor den Prin» 
van Oranje verklaard hadden, werfde Wj dadelijk 
volk aan, inet voornemen ,. om , met hetzelve te 
i^bden scheep gaande , Dokkum te bemagtigejo. 
Deze aanslag mislukte, en hij werd gedrongen zijne 
schepen Ie verlaten , en met zijn volk over land de 
vlugt te nemen. Door de Spanjaarden vruchteloos 
v^rvojgd , kwam hij behouden te Enkhuizen aan, 
(♦) Chartb. 3 ï). 738, 761 (t) f e Wat. Terbi d. Bd. a«t. 256. 



WESTDONGERADËEL. 63 

doch rustte aldaar niet lang y maar stak spoedig 
weder naar Friesland over. Eerst te IJlst en ver- 
volgens (den 19 Augustus 1572) te Sneek gekomen > 
haalde meu hem in laalslgemelde stad met vreugd 
deschoten binnen. Den volgenden dag trok hij met 
driehonderd man voor Bolsward, en eischte de stad 
in naam des Konings en des Prinsen van Oranje , 
als Gouverneur der Nederlanden , op ; doch de 
Burgemeester liet antwoorden , dat men hel in bezit 
nemen van de stad aan den Stadhouder geweigerd 
had , en het hem ook zoude weigeren ; waarop 
Bonga vroeg : > wie is uw Stadhouder ? " Het 
antwoord was: »de Kolonel van Groningen." Bonga, 
toornig geworden , riep uit : > uw Kolonel is een 
schelm." Dus aan het twisten met de Regering 
rakende , moest hij onverrigterzake weder aftrek- 
ken , doch had het genoegen te zien , dat evenwel 
de stad eenige dagen daarna (den 26 derzelfde 
maand) , tegen den wil des Burgemeesters ^ zich aan 
den Prins overgaf, en hem (Bonga) met driehonderd 
man in bezetting nam. Hij was sterk voor het 
sluiten der Unie van Utrecht, en een van hen, 
die het rekwest hiervoor gemeld aan Rennenberg 
onderteekenden^ In 1579 begaf hij zich op bevei 
van Rennenberg naar Bolsward en Sneek , om die 
steden met krijgsvolk te bezetten. Toen de verra- 
derij van dezen Stadhouder bekend werd , verliet 
Bonga dadelijk zijne zijde en bleef den Staten ge- 
trouw , die , hiervan ten vollen overtuigd , hem 
bevel gaven, Leeuwarden tegen den aanslag der 
Spanjaarden te verdedigen. Harlingen voor den 
Prins van Oranje in bezit willende nemen , was bij 
met Fervou en twee Leden van Gedeputeerde Sta- 
ten , benevens hun krijgsvolk , door eenen misslag 



04 WESTD0N6ERADEEL. 

Tan den portier reeds binnen de stad gekomen en 
eischten zij het kasteel op ; doch dit werd hun ge- 
weigerd , onder Toorgeven , dat men den eed aan 
Rennenberg gedaan had , en zich niet kon overge- 
ven, voor dat men van hem daartoe bevel had 
ontvangen. Het kasteel zeer sterk zijnde, konde 
men met geweld geen 'meester worden; doch toe- 
vallig was juist de Secretaris van Rennenberg , 
dien hij gezonden had om het gedrag der Staten te 
bespieden , in Leeuwarden gevangen genomen , en 
had deze bij zich papieren , door zijnen Heer in 
blanco geteekend. Dadelijk werd hij gedwongen, 
een derzelve in te vullen met het bevel tot over- 
gaaf , en dit naar Harlingen gezonden; door welke 
list de bevelhebber zich liet bedotten en het kasteel 
overgaf. De schans Opslag^ bij Delfzijl, in 1580 
door Rennenberg belegerd zijnde, werd Bonga 
derwaarts gezonden met mondbehoeften voor de 
belegerden , doch kwam te laat , nadat het verdrag 
omtrent de overgaaf reeds getroffen was. Denkelijk 
is hij omtrent dezen tijd overleden, daar men na 
1580 geene melding meer van hem gemaakt vindt. 
Zijne weduwe hertrouwde met Doeke van Aijsma , 
Grietman van Ferwerderadeel. Johannes Garolus is 
zeer op hem gebeten, en maakt hem uit voor al 
wat leelijk is. 

1567. REHfiBE Feitbma, Feitzma of FaiTMA(^) 

(*) Ofschoon ik het nergens met zekerheid vind yermeld , 
kan ik evenwel , alle omstandigheden nagaande , niet twijfelen , 
of deze is dezelfde persoon met Kegner Fritzma, Grietman van 
Wonseradeel ^ beide toch waren z^j Spaanschgezind , beide met 
eene Cammingha getrouvvd^ beide door de Staten gebannen, 
en, wat nog het meest afdoet^ juist in hetzelfde jaar 1572 , 
toen Paulas H. Brecker (door yr^willigen afstand Tan Fritèma , 



WESTDONGERADEEL. 65 

^as de ïoon van Iwo Fritema uil Groningerland , 
Olderaian te Sneek, en Tjaerke Doninga(*), en 
getrouwd met Saepk yan Gammingha (f) , bij welke 
hij eene dochter (J) en eenen ïoon had(*). Zeer 
naar de Spaanscfae zijde overhellende, werd hij, 
na den afstand van Johan van Bonga, met de Grie- 
tenij van Westdongeradeel begiftigd , en legde den 
eed af den 17 November 1567, ïoo als blijkt uit 
zijne instructie (j.). Omstreeks Junij 1570 werd 
hij door de aanhangers van den Prins van Oranje , 
die met hunne schepen eenen inval in dit gewest 
deden, in de nabijheid van Hol werd gevangen ge- 
nomen 9 doch kort daarna door zijne vrienden voor 
groot losgeld vrijgekocht (§). In 1573 reeds Griet- 
man van Wonseradeel zijnde , ontving hij eene or- 
donnantie tot het houden van dag- en nachtwach- 
ten in die Grietenij (*). Iedere Grietenij in 1575 'op 
eene zekere som gesteld zijnde tot betaliog der sol- 
daten, werd hij gelast, de maandelij ksche toelage 
van/ 510, waarop Wonseradeel geschat was, alle 
achtentvrintig dagen op te brengen (f) , en later in 
1576, om zich met vijftig welgewapende en uit- 
gelezen mannen op Paaschdag te Workum te laten 
vinden tot afwering van eenen aanval , welke men 
meende door de Staatsgezinden aan dien kant der 
provincie te zullen worden ondernomen (§). Het 
volgende jaar, toen van tijd tot tijd de staat van 
finantiën der Spanjaarden begon af te nemen, werd 



zoo als ïk ergens Tind) , Grietman van Ferwerderadeel werd , 
bekwam Fritema de Grieteng van Wonseradeel. 

(♦) Naamr. d. Raden. 19. (t) U. v. B. Tab. Gen. Wapenb.Ood 
Camminga. Gen. 18. Z§ was eene dochter van Petrus van Gammingha 
^Eelckv.Aebinga. ($) Stamb. v. Adel. (J R.SolcCons.Exul. 

<4.) Chartb. 3 D. 724. ($) Yiglius ab Ayla« Epist. 259, 260. 

C) Chartb. l. U923. (f) Charlb. 31): 1024. (§) Aid. 1054. 

5 



66 WESTDONGERADEEL. 

bij in zijne kwaliteit geautiM^riseerd tot hel. opne- 
men van geld bij partikulieren , hetwelk Kohics 
beloofde met de versebenen intressen deugdelijk 
terug te zullen betalen ('^). De zaken der Span- 
jaarden meer en meer verloopende, was Fritema 
genoodzaakt ziju vaderland te verlaten , en behoorde 
onder diegenen t wier goederen en inkamsten door 
den Prins van Oranje en de Stalen verboden wa- 
ren buiten de provincie te voeren , daar zij « door 
het verlaten van het land na de pacificatie van 
Grend , zich vijandig tegen de bestaande regering 
verklaard badden (f). Bij citatie van het Hof van 
Friesland werd hij met vele anderen » als beschouwd 
wordende tot de dusgenoeoKle Malcottffnten te be- 
hooren, op straf van eeuwig bannisseoient en ver<- 
beurdverklaring van goederen , gedaagd te compa- 
reren op de Cancellarij te Leeuwarden^ den 27 
Julij I580(S), en niet verschijnende werd de dag- 
vaardiging herhaald tegen den 25 Augqst^uu In het 
laatst van zijn leven woonde hij, denkelijk nog als 
gebannen « buiten de provincie, te Grocui^gen , en 
verkreeg in 1591 , op verzoek van de ingezeteneii 
van Pietersbierum , waar hij. landeiryQn, bezat , vai^ 
de Staten van Friesland eene sauvegarde voor zijne 
dienfitboden en meijers aldaar, dat is Ie zeggen: 
htm werd vergund zqne dienstboden en meiers 
aldaaar vrij en on verhinderd te laten wonen, en de 
vruchten der landerijen te genieten (^). Waar- 
schijnlijk is hij kort daarna gestorven. Zijne we- 
duwe woonde in 1598 te Donjum in Franekeradeel 
op Frittema-State(4>)* 



(*> Ch»rlb. 3 D. 1107. (f) Aid. 4 D; 160. (§) Aid. 178. 
(«) Charlb. 4 0. 763. (4) Geogr. Woordb. 25. 



WËSfDONGERABBEL. ff? 

1572, PaüIiI» BsiiBi^H^s Brsckbe » een vreem-^ 
4dJaig(*), was gehuwd met Baukje, dochter raii 
Popke Montzima, te BMjSbl, én Rints van Aijta^ 
Weduwe van Jel^r Feijtsntia^ en had eene docb< 
ter (f) au twee zonen (§)* Hij wös opn ijverig 
Roomschgezinde en voorstander der Spanjaarden , en 
betboorde onder ben, die in 1567 te Leeowardei» 
zich verklaarden tegen bet voorste} van den Hagi^ 
stdraat , om den HopHeden der Burgerij last en magt 
Ie geven» om met dem Raad der stad te babdelen 
over hetgeen men tot nut van het Gtemeenébesl 
oorbaar soude achten. Sterke beaclnffdlgingenwer* 
dim bij böt Hof tegen bém ingebragt door Sjoerd 
Tan Berjma ; doi^ door middel van- zijne gbede 
virienden in die vergadering» en wegens zijne trotiw 
aan den Keizer en den Roómsch^ godsdienst werd 
hij vrijgesproken (#). Hij was levens Dijkgraaf van 
Oo8l4 en Westdongeradeel (l); Niet van i>arti^ 
wittende ireranderen en naar dor Staten zijde av«rv 
gman, werd hij afgezet en gebannen* Ookhijstotut 
op hfet regbter der gedagvaardax voor het Hof» 
vvaarvan in ^e levensschets vsn zijnen voorganger 
gewag is gemaakt. Hij is in het jaar 158lte6ro<» 
ningen gestorven. Zijne vrouw, welke hem in 
ziftié ballingschap gevolgd vraa?» h na zijnen dood 
naar FrieiAand teruggAeerd en aldaar gestorven (J). 

1578* Eriwt van Aijlta , zoon van Döuwevan 
Aijlta^ en Frouk Mockema , was gehuwd met* ld 
Beerma , bij welke hij eenen zoon had, Donwe 

(*) Wins. Hist. 76. Ik heb oiet kunnen vinden wat hnds- 
man hij wa» , denkelijk een Duidcher. (f) Suffridi» Pctri , 
de Script. Fris 354. (§) R. Solc. Consc. Exul. {^) Schol. 738. 

(+) Wins. HUt. 175. Chartb. 3 D. 967; 981. 

(§) R. Solckama , Conscriptio Ezulma. M • &, . 

6* 



68 WESTD0N6ERADEEL. 

genaamd , die in 1618 Grietman van deze Grietenij 
werd (^). Ernst woonde op de adelijke State 
Hania te H(dwerd(f)« In 1578 werd hij Grietman 
van West-, en in 1586 van OostdongeradeeL Als 
Gecommitteerde uit de Staten yan Friesland wegens 
het platte land, was hij in 1584 te Delft, teneinde 
door den Prins yan Oranje te doen bedechten liet 
yersehil, hetwelk ontstaan was tnsschen de ste- 
den en het platte land, ter oorzaak yan zitting 
yan de eersten in de vergadering der Staten ($). 
In 1698 na vele protesten en contraprotesten ein- 
delijk uit Westergoo als Gedeputeerde benoemd, 
nam hij zitting wegens Oostergoo den 23Februarij 
1616. Hij was een der gelastigden tot de hande- 
ling over het bestand met Spanje in 1607 (*)• Ook 
was hij in 1618 en 1619 Afgevaardigde bij de 
Dordsche Synode (^)« Met Jelger van Feijtsma en 
eenige anderen heeft hij zich zeer verdienstelijk 
gemaakt door het aanwenden van voorzorgen tegen 
het inbreken van het zeewater bij het dorp Wie- 
rum , hetwelk zonder dat misschien reeds geheel 
vernield zoude geweest zijn ($)• Zijne echtgenoot 
overleed in 1596 (''). 

158. •• RiTSKB VAkRikOHB, RllTGIA of Ri5IA 

woonde , even als zijn vader Sake , hiervoor gemeld , 
op Jaarsma-State te Holwerd, en huwde met 
Rints, dochter van Botte Hockema en Wompk 
Tjaerda (f). Hij onderteekende in 1678 mede het 
rekwest aan den Stadhouder Rennenberg , om toe 



(*) Wapenb. Aylva. Gen. 7. (t) Vriem. Alh. Fris. XCK. 

(§) Win». 741. (^) Aid. 889. (|) Aid. 901. 

( J) Geogr. Wb. 127. (*) Wapenb. Aylva. Gen. 7. 

(f) Upc. V. Burm. Tab. Gen. 



WESTDONGERADEEL. 69 

te treden tot de Unie yan Utrecht ('^)9 en was in 
1607 extraordinaris Gecommitteerde in den Raad 
van State te 's Gravenhage , om te onderhandelen 
oyer den wapenstilstand met Spanje (f). Hij OTcr- 
leed in 1618, zonder kinderen; zijne Trouw was 
reeds veertien jaren vroeger overleden. 

1618. DoüWB vAif Atlva, zoon van Ernst van 
Aylva, hiervoor gemeld op 1578, was eerst ge- 
huwd aan Luts, dochter van den bekenden Hes- 
sel Meckama, die in den Boksumer slag sneu- 
velde , en Hisk Feytana , en vervolgens meè Aaltje 
Ockinga van Dronrijp (^). In 1611 komt hij het 
eerst voor onder de Staten vaii Friesland (*) en volg- 
de later in die betrekking de lijkstatie van Graaf 
Willem Lodewijk (|). Hij werd tot Grietman en 
Dijkgraaf aangesteld den 31 Haart 1618. Bene- 
vens zijnen vader bij het gemeen in. haat geraakt, 
omdat zij met meer andere Staatsieden de inning der 
belastingen op denzelfden voet als zulks m andere 
provinci^i geschiedde , vdlden doen plaats hebben , 
ontkwam hij in April 1626 te Leeuwarden ter naau- 
wernood deszelfe handen , door juist bij tijds in een 
huis te vlugten ; en zoude ook voorzeker nog daar 
vermoord, en het huis geplunderd zijn, zoo hij niet 
door eenen troep schutters was beschermd geworden. 
Eene nieuwe schikking omtrent de regering ge- 
maakt zijnde, werd hij, even als zijn vader, schoon 
veel doordrijvende^ en driftiger dan deze, en nog 
me^ gehaat bij de Greestelijkheid , veiligheidshalve 
gedrongen eenen tijd lang het bewind te laten va- 
ren, doch is naderhand weder in zijne ambten 

C*) Wini. 680. (t) Aid. 889. (S) Wapenb. Aylva. 
Gen. 8. (*) Chartb. 5. D. 184. (4.) Wint 905. 



70 WE8TDONOERADEEL. 

herstdd (*)• Afe lid van de Staten Tan Fmtland 
nam hij mede deel in de resolutie tot verkoopvan 
de Heerlijkheid Visvliet in 1687 <t). Hij overieed 
den 8 Augustus 1638 in den ouderdom van negen 
en vijftig jaren; aijne eewle vrouw was gertorren 
den 29 Junij 1630; denkelijk beeft hij dus alle 
zijne kinderen , ten getale van zeven , bij haar 
verwekt. Hij was eigenaar van lijne vaderlijke 
State Hama te Holwerd , en bezat buitendien het 
goed Herwey onder Ternaard ($)• 

1638. DotrwB vaic Atlta i» reeds vermeld op 
Leeuwarderaded. 

1654. EaKST Sicco tak Aijlva, zoon yan den 
Toorgaanden, v(dgde dezen op, toen hij Grietman 
van Leenwarderadeel werd, en legde den eed af 
den 27 November; doch ^ijne studiën ter dier t^- 
de nog met vc^bragt hebbende, werd hem toege- 
staan naar de Hoogéschool te Franeker terug te kecH 
TCB^ en zijn vader eoo lang akSubstiUiuft Grietman 
aangesteld. Hij huwde met Anna, dochter Tan 
Taoo van €ainmingha , Gnetmaia van Wonsevaded , 
«n zyne tweede viwtw Luts van Gr ovestiins (^^. 
Onder de Stalen van Friedand vnxrdt hij het eerst 
gevonden in 1659^ toen den Sö Febmarg^in ^fie 
vergadenng besloten werd luet Stadhouderschap van 
Willem Fredenk, na ctenel&overiijden, op Ie dra- 
gen aan zijnen oudsten aooB , flsndrik Gasünir (i[-). 
In 1668 waren er eenige onlusten ontstaan wiqgens 
het regt om op den landcdag |tö kousen , wtaaTorer 



(*) Schelt. SUatk. Ned. 1 D. 40. (f) Chartb. 6 D. A38, 440» 
(§) Vrwm. Alh. Frb. KGIX. (J) Wa^e^it, Agl^ Gen 10. 
(4.) Cbarlb. 5 D. 616. 



WEOTDONG^MIABEEL. 71 

4e üedepiiteirade Staten sich <de besHssm^ aahma^ 
tt^ea, «n, mèt behulp van de beietting van Leeu^ 
warden, de voliaagten uit Oostergoo «iWestergoo 
T«n de vergadering vreerden. Afgevaardigden ui^t 
«Ie Staten-Generaal gesondai zijnde om de taak bij 
te leggen, wilde de zwakste of soogenaamde Hol*- 
iandëche partij , tot welke Aijlva behoorde , zich 
-gereedelölt aan hüitnetiitspraak onderwerpen; doeh 
de anderen, dé Prinsgefeiuden , keerden dit en na*- 
men hel zeer euvel op, dal de Algemeene Staten 
jdch met hunne baishoudelijke Provineiale 'zaken 
l>ettioeiden('^). De uitslag is mij niet bekend; doch 
^an 1664 tol 1674 vind ik onzen Aijlvdf niet vef- 
jneld onder de Staten van Fmslanil ; althans )ieeft 
hij gedurende dien tijd geene resolutie fiiede on- 
derteekend (f). Bg resoTutie van den 16 Maart 
i674 wferd hg met eenige anctere Friescbe Staats^ 
•ieden geeommMteerd om het rèk^fV€f8|: te onderzoe- 
kfen^ betvrdk de Provincie ütrwïht^ even als Over- 
ijssel en Gelderland, door de Fransche wapenen 
overheerd ^ ^n dien ten gevo^e yogt dat odgenblik 
teiten dè Urne gesloten, ingeleverd had, om,"nn 
ide Fransoben htm' grondgcSbied verlaten hadden, 
,o|)i. oxieanii in dcaelvê ^opgenomen Ie wbrden(S). 
Aijiwa^sltate , b^ dfe kerk te Térnaard gelegen , v^etd 
'aStAr fabm aifhgetegd e^; bewoond. In l^'JS deed 
diij afstand vah tle Grièteiüj ten behioe¥e^ van zijnest 
%obh; 

1878. Erïwt Va» kijt\% , oudste zooii van den 
WDrga&nden , Was gehuvrd met Hisabeth , dochter 
t&R Manfei WUlem vah Aijliira èii Fröuk van A^lya. 

(*) Kok, Viiderl. Woordcnb. 2 73. 400, (f) Charterb. 

5.0- 740— 1(H2, jC&) Wa«enaar. Vaderl. Hisl. 14 D, 308, 



72 WBSTDORGERADEEL. 

Zij faadden Tijf kinderen ('^). Hij werd tot Griet* 
man aangesteld den 12 Januarij 1678. Ook was 
hij Lid van de Staten en in 1700 en 1710 Com- 
missaris politiek bij de Synoden yan Franeker en 
Leeuwarden. Hij overleed in 1714, na twee jaren 
te voren van zijn ambt als Crrietman afstand te 
hebben gedaan aan zijnen oudsten zoon. 2Ujne 
vrouw stierf den 26 December 1734 opHania-Sta* 
te, te Hol werd y en werd te Blija begraven* 

1712. Hans Willbm vak Aijlva , zoon van Ernst, 
hiervoor gemeld , was te Ternaard gehuwd met 
Agatha Wilhelmina, dochter van Tjaard van Aijl- 
va (f) en Margaretfaa , Baronnesse van Gent , bij 
welke hij drie kinderen had($). Hij werd tot 
Grietman verkozen den 7 Januarij 1712, en woon- 
de bij Holwerd op de State Tjessens , toen eene 
zeer fraaije plaats (*). Ook was hij mede gecom^ 
mitteerde ter Admiraliteit. Hij overleed in 1722. 

1722. Hbssbl DoirwB EawST vak Aijlva, broe- 
der van Hans Willem, was de echtgenoot van Bou- 
wina, dochter van Frans van Burmania en van 
deszelfs tweede vrouw Willemina van Tamminga, 
met welke hij den 8 Hei 1728 te Ternaard hu^vde. 
2^j hadden vijf kinderen (l). Den 6 November 1700 
geboren , kwam hij met zijn zeventiende jaar aan 
de Academie te Franeker, waar hij vier jaren bleef 
en vele nuttige kundigheden verzamelde. In latere 
jaren vervrierf hij zich den roenn eèn ijverig 'be- 
vorderaar der wetenschappen te zijn, en te^de on^ 

(♦) Wapeob. A^ïn, Gen. 11. (f) WapenK A^lia. Gen. 13. 
(§) In geene Friesche familie z^n Toorzeker meer Toorbeelden 
van huwel^ken onderiing , dan in die der Aglva^s. 
(«) Geogr. Woordb. 48. (4) Wapenb. Aglya. Gen. 12- 



WESTD0N6ERADEEL. 7« 

der z^ne' gemeenzame -vrienden de Hoogleeraren 
Yenema, Gonradi, Hemsterhuis, Valckenaer, Schra- 
der , enz. In kerkelijke zaken eilond hij de gema- 
tigdheid voor, en liet dit Tooral blijken in eene zaak 
tegen den Doopsgezinden leeraar Jobannes Stin8tra(*^). 
Door Aijn toedoen was de Terdraagzaamheid tus- 
scfaen Mennoniten en Herroimden te Holwerd zoo 
groot, dat , toen de kerk der laatsten yerbouwd werd , 
de eersten het gebouw hunner vermaning , bij ondier- 
linge schikking, zoo lang aan hen afstonden, het- 
welk zij door het geschenk van eenen fraaijen zilve- 
ren Nachtmaalsbeker erkend werd. Den 17 Haart 
1722 als Grietman aangesteld , had hij veel invloed 
in het kwartier van Oostergoo, en bekleedde we- 
gens hetzelve onderscheiden commissien , zoo bin- 
nen als buiten de Prorincie. In de plaats van 
Sicco van Croslinga werd hij in 1731 tot Curator 
van de Friesche Academie benoemd ; ook was hij 
in 1740 en 1741 Commissaris politiek bij de Sy- 
noden ,van Sneek en Bolsward. Hij was Lid van 
de Staten van Friesland ten tijde van de beroer- 
ten in 1748, en had in die betrekking de eer een 
der benoemde Staatsieden te zijn , die de resolutie 
aan den Prins van Oranje , waarb^ Z. H. tot Erf- 
stadhouder, even als in Holland enz, , aangesteM 
was, overbragten; later verslag van hunne com- 
missie gedaan hebbende, werd aan hem met nog 
vier anderen en den Secretaris van Sminia, opge- 
di^agen, het in forma opgemaakt diploma Z. H. te 
overhandigen (f). In 1762 stond hij de Grietenij 
aan zijnen zoon Frans Ernst af; doch deze zes 
jaren later (1768) overleden zijnde, vatte hij het 

(*) Schelt. Sfaatk. iled. 1 D. 41. 

Ci> VemaFd Friesl. 113. 119. hq\. no. 4. 



74 WBSTDONGERABBBL. 

jbewifid weder op, lol dét hij m 177& iietzelTe 
«9giM&)8 «Eiftemd aan Eqso de Wendt iifjlya imoon- 
4e «p de Tooromderi^ke State Hania te Holwerd, 
^en overleed «tMiéBr in 1774 aan eene depeade ziek- 
ie^(^}.. Zijne yirtmw was drie |tHrm voor iiem ge- 
jtlorveA,» nacaelijlc den 24 Januari) 1771. AankeiQ 
«n v^tien soon Srnrt Frans , Gridasan Tttn Bilmr- 
.daradeel^ beneTettssijnenaohoonbi^eder, dcnRaada- 
J^e^r Edua^rd JHarins'ranBiirmama, beefl i^IntyBen 
x^e Friescfae Rijttaelarij opgedrageor 

176iSw FaAüia Bansi» va» Aijlta, wk» Tén den 
wo0rgaa<iden(']-), wei^ a««gealeld als Grietaaii den 
Ji Februarij 1763 Toor dien tijd war hij teeds 
yplmagt tejn landsdage. Hq orerked itt 136& 

17R9, Hbssei. Douwe ësfst y^h Aijlya is reeds 
hier verroeW op 1722. 

1773. Eijso DE Wbjsdt , tow ytm Beo d« Wendt , 
bl^f ongehuwd. Na lange janen in dieoal der 
.Oi>slin4ii«Qhe Cïo^nipagni^ bpl^a^ijke poslen wamr- 
, gnomen te hebben , ^wam hij met gr^i^jbe i>ei^- 
.fijDgen in zijnp geboor^pUtMiS» K^olhii»,, tmug^. waar 
;)lij: v#el :goedg heqft jf^^a^ii rfpor bföt ^a«W(^igWi 
.vs9^ 4^:^^b^ » i6n, het .iieachenben tan «nja- j^ 
/VY^esbuizpn(g). De fi?a;^ije^HlitCiP(plöatöH*etdei»hiK)- 
g^n.^steencMibeyrg, welke. iM^lale hij yoomftker-l^l 
,^en' bIgyeAd ^edf^t^en voar wh had Uleti op- 
rig^en, wordt, Jtecwijl ik dil achnjf, ImJ afjMwJt 
jrerkochtt • : . 

17801 ; : SiGGO DouWB TTM A^J^^^^^ }ong^v b^oed^r 

(*) Chalmot Biogr. WoopdU 1 p. 091. Ct> Wapemtb. Agiva. 
Gen. 13. ( §) Besch. v.Fries). in c^ Tedenw. SU d.Ned, XIV. D.224. 



WE8TD0H6ERADSEL. 75 

y«n FraiHt Ernst, liiervoor, was: «eest. LoitfenaiitJbij 
imi .voeiTolk, ea werd d6n S Mei 1780 Grivtman. 
ffij Meef ongehuwd « «n*vrordt' gcirbeitadab «en voor^ 
«ftander dtr I^riiesclie Tt'ijheid ea-njaer^róoroirdeTièn 
waardig {*)» Bij Overleed te fiolwefd , in Apral 
MO?) nad^ hii'^ onder de regering VanKcHiingLd* 
.dewijk ^ If apdieon , lid van het fieparÉsmeatanil Jie- 
^uftir van Frieslalid' wiis gewee(rt. Met -zijnen doofl 
hield het bewind dcfr Aijhra's over deze Grietettij , 
hetwelk, behalve de korte tusschmregering van Eij- 
ao de Wendt, genoegzaam tweehonderd jaaea ge- 
duuord had, op, en kwam in vreemde handen. . 

1789. PiSTEa Edzard vak flAanrxHA thoIi SLOie- 
«TEn , «^ geboren den 25 Nocvèmber 1758, ymi de 
zoon van Johan Sippo van Harinxma thot) SUoo- 
ten en van Margaretha Titia van Coenders (f) , en 
niet gehuwd. Hij wifts Doctor in de regten , vol- 
magt ten landsdage en lid van de Rekenkamer, 
wierd tol 6rietm«B aÉingesteld den 6 iannarij 1789 
en ioverieed ^den 14 OctoJ»er 1'?08. 

1794. 'AiABaT T»N BaoBKB HoBKaraa , fioetor 
in. de regteÉ , geboren in i7ft& , alncnde af «rit een 
.inetHonaantionigk iFriesch gedacht. In l^'^ ^riet- 
.flUBi geworden, ^erd Jiij reeds- in het < volgen- 
fle^jnanr van vqnéd post •ontzet; wagens zi^e.Onm- 
je-gezindè«id^ moekt èi} klort daarop heft land 
verlaten en week naar Oostfriesland. Toen de re- 
volutionaire ge^st eqmgróis bekoeld waa , tcwftm hij 
in het begin dezer, eeuw in zijn vaderland terug, en 
'aètte zïdi nader bi^ fiaatlera «n laleor ie Amsterdam. 

C*) Besch. van Friej^l. In de Tegenw. Si. d. Ned XIV. D. 201. 
(f) Wapenb. Otid Harinxma. «Gen. 14. 



70 WESTDOHGBRADEEL. 

« 

Na de lerugkomsl Tan onzen Koning werd hij ep 
nieuw Grietman yan Westdongeradeel ^ doch heeft dit 
ambt weder slechts korten t^d bekleed ; want bij 
de vereeniging met België bekwam hij het Profes- 
soraat in de Nederlandsehe Letterkunde te Leuven. 
Doch met zijne collega's noch met de studenten 
overweg kunnende » vroeg hij zijn onMag en kreeg 
pensioen , waarmede hij zich te Amsterdam neder- 
zette , en lid werd van de tweede klasse van het 
Koninklijk Instituut. Hij muntte bijzonder uit in de 
Friesche en Noordsche taalkunde. Den 27 Augus- 
tus 1828 overleed hij , nalatende eenen wettigen 
zoon ; zijne papieren zijn door het Koninklijk In- 
stituut voor eene som van / 1000 gekocht, en be- 
rusten thans onder den Heer J. H. Halbertsma » te 
Deventer. 

00STD0N6ERADEEL. 

De vierde Grietenij van Oostergoo» grenst ten 
noorden aan de Noordzee , ten oosten aan de Lau- 
werzee, ten zuidoosten aan het Dockumerdiep , 
ten zuiden aan DantumadeelenKoHummerland, en 
ten westen aan Westdongeradeel. In deze Grie- 
tenij liggen dertien dorpen, Anjum, Engwierum, 
Ee, Jouwswier, Oostrum, «Aalzum, Wetszens, 
Nieuwier, Niekerk, Paesens, lioessenst Horra en 
Metslavrier, en de Kloosters Zion en Weerd. 

GRIETMANNEN van OOSTDONGERADEEL. 

141 ••• PopKi vAir MoGKEHA, ook Popka.lot 
Morra genoemd, woonde te Horra» en was de zoon 
van Botte van Mockema , die ook reeds op de stins 



OOSTDONGERADEEL. 77 

' Meckema te Morra woonde. Popke is zonder kin- 
deren gestorven ("*). Dit b alles wat ik van hem 
heb kunnen te weten komen. 

141& LiovA (Libuwb) tah Digstkaa komt voor 
in «en vonnis van het jaar 1418 (f). 

1422. DowA (Doüwb) Stvgsma, behoorde tot 
de Schieringsche partij , en onderteekende als zoo- 
danig in 1422 de akte van verzoening met de Gro- 
ningers en hunne bondgenooten , de Yetkoopers ($)• 
Hij komt als Grietman voor in een vonnis van de 
nijoghm van 1428 (^) 

1449. Gabbe van HoLDiifOA, de eerste van dien 
naam , was gehuwd met Tjemck van Hockema (^)I 
Volgens het gevoelen van Foeke Sjoerds (§) was hij 
een Yetkooper, en onderteekende in 1443 het com- 
promis, waarbij beide partijen, moede van den 
onderlingen twist en tweedragt en op aanzoek van 
eenige vredelievende mannen , zich wederzijds ver^ 
bonden , alle geschillen , welke binnen de laatste 
veertien jaren ontstaan waren, binnen 'slands op 
de geschiktste wijze af te maken , doch , zoo zulks 
niet konde geschieden , de kennisneming, en de be- 
slissing derzelve aan den Raad van Groningen op 
te dragen. Hij schijnt in zeer hoogen ouderdom 
overleden, en tot zijnen dood toe Grietman geble-. 
ven te zijn ; want z^nen opvolger vind ik eerst op 
1517 vermeld; het meest waarschijnlijke is echter, 



(*) Stamb. V. Adelen. (f) Vcrz. v. vroegere Charters in 
't Archief van Visscher en Amergf. 3 B. (^) Schot. 260. 

(^) Zie Sycka Sexmay Grietman van Femrerderad. 
(4) Upc. V. Burm. Tab. Gen. (§} Hist. Jaarb. 5 D« 24/d. 



78 008TDONGERAWBEL 

dat er ten minsten één tusschen hen beiden h |^^ 
weest , ofschoon ik dexen nergens heb kunnen yin^ 
den. 

16171 Poftv YAN MblItSMa , andere KsMttHTS- 
XA , was de zoox van Hessel Remmerlsma en Bemsok 
Heslinga, en huwde met Eets Gaukema, dochter 
van Ritske Gaukema en Gee) Boet«ina(*). In de 
plaats van ziinen voorganger (-f) , die ?an de Grie- 
tenij ^rerbeurd verklaard werd, werd kij op den 
18 Februarij 1517 , yan wege Keiier Karel V aan- 
gesteld (§), nadat hij in 1516 den eed van huldi-* 
ging aan denzelven had afgelegd (*). Hij woonde 
op Mellema-State te Oostrum , en heeft van daar 
voorzeker zijnen naam ontleend. 

1 689. Wb AP R orv A « ITei^serli^ke Majesfeiis Griel- 
man, was de zoon van Fokke Ropta en Graets 
van 'Eysinga , en huwde met Bieuck Mada Aebin-^ 
ga van Hunmtda, van Blya, later eohf genoot van 
Sytzevan Aijhra , Grietma» van Wesidöngeradeel ; 
««•bad bij' haar eene dochter, Gtinira, die ftadér- 
^nd trouwde* aan dmt^ Dross^aré Chi^fstoffel Stem- 
de, Gt<ietniaB; van Barradeél ^4^). In '15^ komt 
h^ voor als' Grietman «n gevolmagtlgde van ét 
verdere gedaagden van Westdóngerëdeel in eene 

(*) Upc. V. Biirm. Tab. Geii'. Ferw. Wapenb. Aebinga in^ 
Blya* Gen-* 5, noetnt haar Ids Gtrlama. > 

Cfy Voprztkfir een ^nétr dan Gabb«^ Tan HolcHng». • 

(.W Cbaijlb. 3 D. 347. (^ Qqco Scharl. 404. 

(4-) Up<^* ^^^ Burm. Tab. Gen. Deze noemt eene tweede 
▼rouw van Werp Ropta , Anna , natuuri^ke dochter -¥»n Ge^ 
^^ $wbf nk i dophdit weet ik niet. «if^een te brengen met 
liaAgeen h^ zelf vroeger zegt , dat< zigne eemte echtgtnMt Bituek 
hertrouwde vMi SyU6 i»» Aflwa^. ILij, iuU«a tfbek niti geschei- 
4» 0HW9e«t v^n ? 



OOSTDONeERASeS]:.. 7» 

• 

procuratb , afgi^yen op Sj\s TjaiKrda ea. Harisig 
Heringa, om loe te Bien op de bandelingw tcu» I)ou- 
yfe' Tan Burmaaia met de Groningers, wegem de 
schadevergoediog door dei^ laittsliei» te gev«a y<MMr 
het nadeel, hetwelk ai} Troeger de ingezeteii/e& tail 
Oostergo^ hadden toegebragt (^). Hjj waa gey^ 
magligde ten landsda^, toea in 1550 de akte imi* 
pens dem eed yan huldiging aan Füipa II als^ Ertr 
heev yan» Frieslajul, ingeyal yan oyerl9,deii yan Kar 
rei V, werd opgemaakt (f). 9ig yroonote OfiAopta 
of Ropperda-StaAe ,. te Meikshkwieii , alwaar hi^ m 
1561 oyerleed(p. 

1552* Bjnt» tak AiyvTA • zoon ya^ Folkearl 
yan Aijtt:! en Ida Hania,. en broeder yaa den b^v 
roemdeü YigUus» waa^ geborea den 3^ Juty 15C#(ft) 
em moesl reeds ab kin4 de- droeyige geyülgen 
yan den tyireespalt» yrelke ten xijnen tijde in 
Ffiestand yyoedde , ondervinden ; want den 28 
Januarij 1515 werd zijn yadetrlijk buis door Janck^e 
Douweofta en sijne inedealan<liers oyeryallen» en 
redde zijn/ft moeder met. bem Qti zijnen jongere» 
broeder en zuster ter naauwemood bet leyen, door 
cene haaalige ybigt naar Leeiiwairdeft (|), AijtA^ 
is tweemalen gehuwd geweest, eerst met Ida, 
dochter yan, Tjaaird ($) » of, zoo ala anderen leggWt 
Het te (*) Hettema en N. Hersborn yan Poppinga**- 
wier , en ten tweedemnate met Joanna , dochter yan 
Johannes Rommarts, lid yan bet Hof yan Friesland 
Bij geene yan beiden had hij kinderen, doch bij 



(*) CharliBrb. 2 D. 887. (f) Charlerb. 3 D. 181. 

(J) Berfch. ▼. Frieil. ioTegenw.Sl.d^Ned. XIV. D. 219, 
(^) Suffriduii Pelri de Script FrUiae 350. (+) Gabb. Verh. ▼. 
Leeuw. 295. (§) Suffr. Petri l. I. (*) Slamb. van 4del. 



80 00STD0N6ERADEEI. 

een ander vrouwspersoon eenen natuurlijken zoon , 
Jofaannes Rintzius genaamd , die naderhand tot dèh 
geestelijken stand overging ("*). In 1552 zijne be* 
noeming als Grietman van *s Keizersv^ege ontvangen 
hebbende , werd hem door de ingezetenen van Oost- 
dongeradeel , bij eene akte ?an il Januarij van dat 
jaar, toegestaan die bediening te aanvaarden, doch 
onder voorwjaarde, dat hij zorg zoude dragen , dat 
de oude privilegiën , regten en voorregten der Grie- 
tenij gehandhaafd werden , en dat hij niet te Dok- 
kum , maar in de Grietenij , volgens oud gebruik , 
zoude gaan wpnen, en de regtzittingen op de ge- 
bruikelijke plaatsen houden; hetwelk hij alles be- 
loofde (f). Eenige jaren later een rekwest van 
Burgemeesteren van Dokkum, bij hetwelk zij ver- 
zochten dat de Grietmannen van Oost- en West- 
dongeradeel gelast mogten worden , om hunne regt- 
zittingen in hunne stad te houden , in zijne handen 
gesteld zijnde om te rapportéren, beroept hij zich 
op bovengemeld contrakt, en verwijst de suppli- 
anten naar de ingezetenen zijner Grieten^ , die 
daarover alleen konden beslissen (§). Als getrouw 
aanhanger van Karel Y en Filips II zag hij met 
droefheid hunne zaken alhier dagelijks slechter 
gaan. Met moed hunnen tegenstanders, zoo veel 
hem doenlijk was^ wederstand biedende^ viel hij 
eindelijk in eene ziekte en overleed in April 1570(*). 
In de rollen van den Hové van Friesland wordt 
hij ook Grietman van Schiermonnikoog genoemd. 



(*) S. Petri: I. 1. (t) Charterb. 3 D. 292. 

(5) Charterb. 3 D. 711. 

(«) S. Petri de Scrip. 350. Vigl: ab A^tta Epist. , die hem 
ze^r prijst wegens z^ne getrouwheid aan den Koning van Spanje. 



OOSTDONGERADEEL. 81 

1570. DoKDE VAK SivBKSMA, broedcr van Al- 
lert yan Sierksma, in 1563 Grietman yan Leeu- 
■warSeradeel , was eerst Burgemeester van Leeu- 
warden (*) , doch werd , daar hij , even als zijn 
broeder, bekend stond als een ijverig aanhanger van 
de Spanjaarden , door den Graaf van Megen be- 
noemd tot Grietman van Oostdongeradeel , na. den 
dood van Rintje van Aijtta , met wiens vrouws zus- 
ter, N. Rommarts, hij getrouwd was (f). Toen 
de zaken eenen anderen keer namen, moest hij 
wegens zijne trouw aan den Koning van Spanje 
gevangenis en smadelijke bejegeningen ondergaan. 
Hij leefde nog den 17 Januarij 1610, toen hij ziek 
zijnde , zijn testament maakte op de hofstede Sierks- 
ma in Leeuwarderadeel. 

15 • . Jagob VAir Ho&ifE wordt in het Handschrift , 
getiteld: Historische geslachtslijst van de ad-endes^ 
cendenten van Reiner Solkama , onder de bal- 
lingen opgegeven als Koninklijke Majesteits Griet- 
man van Oosterend der Pc^esens. Geene redenen 
hebbende om aan de geloofwaardigheid van het 
handschrift te twijfelen , denk ik , dat hij , bij af- 
stand of afzetting van Sierksma door de Spaansche 
regering , toen de boedel in de war begon te loo- 
pen, is aangesteld geworden, en slechts korten tijd 
in zijnen post is gebleven , zoodat er niets van hem 
tot de nakomelingschap is overgekomen. Hoogst- 
waarschijnlijk was hij een vreemdeling. 

15.. Kerstek vAir Riitia. Yan dezen heb ik 



(*) Vigl. ab. Ajtt. Kpist. 249. (f) Vigl. ab. Agtt. 1. 1. 

Stamb. ▼• Adel. , waar hij echter verkeerdelgk Grietman van 
Wgmbritseradeel genoemd wordt. 



82 OOSTDONGEilADML. 

niets, dan alleen den naam, in de meergemelde 
Naamlijst gevonden. Zijne regering beeft riechts 
zeer korten tijd kunnen duren. 

1586. Kaïfffr vah Aijlvi(*) is reeds vermeld i^ 
Westdongeradeel. 

1627. JoHAifiiBsOiiupB&ivs, Baron thobSchwa&t- 
zBiTBE&a, geboren den 1 Januari) 1600, was de 
zoon van Georg Wolfgang, den eorsten, die den 
stam van Sobwartzenberg in Friesland beeft voort- 
gezet, en van Doed van Holdingen (f). Hij vtm 
zeer ijVerig in de studiën, en bezocbt verscheidene 
Hoogescbolèn 'in Duitscbland en Frankrijk; tevens 
beoefende bij de riddermatige exercitien^J). In 
December 1627 ontving bij van de Staten van Fries- 
land zijne aanstelling als Grietman van Oostdon- 
geradeel(*), en buwde inJ386 met Anna,, docbter 
van Joban van Böselager , , uit Oostfriesland , en Gee^ 
Ie Maria van Wadwarden (j*) « bij welke bij ee- 
nen zoon bad (§) . Van zijne benoeming tot Griet- 
man af tot aan zijnen docKi was bij bestemlig 
bd van de Staten der Provincie (^)^ Om zijne hm- 
tengewoone bekwaambeden diirwijls aangezocht om 
gezantschappen of andeire bobg^ bedieningen te 

(*) In oude familiepapieren Tind ik de ondeiteekening Tan 
Sjuck Tan Humalda, als Grietman van Oöstdongeradeel in 1585; 
doch daar ik nei^ent anders iels van hem aantref, dan alleen 
dat hij in -sommige zaken als geyolmagiig^e van die Grieten^ 
optreedt, zie Wins. Hist. 292, 293 en 404, zoo onderstel ik dat 
h^ bovengemeld stuk in kwaliteit als Bijzitter voor den Grietman 
heeft geleekend. (f) «Wapenb. Scfawartzenberg Gen. 13. 

(§) Schwartzcnbergises Stamregister %. (^) In z^n ge- 
heel te lezen b^> Be|jma , tract. de Grietm. addit. no. 3. 

(4) Sehwartz^ Stamr. 96. {§) Wapesb. Sdiwartz. Gen. 13. 

{*) Charterb. 5 D- 316 «eqq. 



OOSTDORGERADEEL. 88 

aanvaarden, bleef hij zulks echter altijd weigeren, 
Kever verkiezende in eenen kleineren kring nuttig 
te zijn. Hij is op Holdinga-State , te Anjum, over- 
leden, den 2 Febniarij 1653, en zijne echtgenoot 
den 26' April 1656, in het vier en veertigste jaar 
haars ouderdoms ('^). 

1653« Gbobg Wilgo (f) Baron thok Schwaht- 
ZKNBBBO B9 HoHBKLAifSBBBG , Heer van Yischhuizen 
en Wiarden^ de eenige zoon van den voorgaanden, 
werd geboren den 14 October 1637, en was ge- 
huwd met Helena Haria Tan Schwartzenberg , ge- 
boren den 16 September 1646, dochter van Wil- 
lem ^ baron thoe Schwartzenberg en Jannette Tjar- 
da van Starckenbórg , bij welke hij vier kinderen 
had(§); Den 5 Haart 1653 legde hij den eed als 
Grietman af. In 1671 was hij met Philips van 
Humalda, Raad ordinaris in den Hove van Fries- 
land, gecommitteerde tot het aanleggen van de 
nieuwe steenen sluis van Ezumazijl , waaraan de 
eerste steen gelegd werd door zijn zoontje Wilco , 
oud zeven, en Frans van Humalda , zoontje van Phi- 
lips bovengemeld , oud tien jaren (*). Als Commis- 
saris pditiek woonde hij in 1671 de Synode van 
Bolsward bij. H^ had even ats' zijnen vader, zij- 
ne woning op Holdinga-Burgt , te Anjum, enqver- 
leed aldaar den 15 November 1674 (|). 

1675. HoBBE EsAi§s VAif AijLVA , geboren in 1645 
en gehuwd met Anna Dodonea of Doed , dochter 



(*) Scbwarlzb. SUmr. 96. (f) Schwartib. SUmr. 98 

noemt hem 6eorg Wilhelm. (§) Wapenb. Scbwarlzb. Gen. 14. 

(41) F. Sj. Besch. ▼. Friesl. 1 D. 1 St. 244. C4-) Wapenb. I. I. 
heeft 15 Septemb. ; doeh in drie ondencheiden HSS. lees ik 15 Nov. 



84 OOSTDONGERADEEL. 

van zijnen voorganger, was de zoon van Ulbo 
van Aijlva , Grietman van. B aarder adeel. Zij had- 
den twee kinderen, beide dochters (*). Hij werd 
den 24 Februarij 1671 aangesteld tot Kapitein , en 
verwisselde deze betrekking vier jaren later (21 
Januarij 1675) met die van Grietman en Dijkgraaf 
van Oostdongeradeel , in de plaats van zijnen schoon- 
vader. Terstond na zijne benoeming zitting in 
de Friesche Staatsvergadering verkregen hebben- 
de, hieJp hij , den 18 Februarij van dat zelfde ja ar, 
de resolutie opmaken, waarbij het Stadhouder- 
schap van Hendrik Gasimir voor hem en zijne na- 
komelingen erfelijk is verklaard (f). Hij woonde 
op Holdinga-Burgt , was vrij en erf heer van Ame- 
land , en overleed den 7 Mei 1692 , oud zeven en 
veertig jaren (J). Zijne echtgenoot, na zijnen dood 
hertrouwd met Edzard van Burmania, Grietman 
van Ferweradeel, overleed den 24 Augustus 1714 (*). 

1692. ÜLBO Baron van Aijlva, zoon van den 
Luitenant Generaal Hans Willem , Baron van Aijlva 
en Frouck van Aijlva , en gehuwd met Helena , 
dochter van Tjaard van Aijlva en Hijlk van Ëijsin- 
ga , bij welke hij eene dochter had , i(olgde in zij- 
ne jeugd zijnen beroemden vader in den krijgs- 
dienst, doch werd den 18 Februarij 1679 tot Griet- 
man van Idaarderadeel (4-) , en den 28 Mei 1692 tot 
Grietman van Oostdongeradeel benoemd. Binnen 
en buiten de Provincie bekleedde hij vele Staats- 
commissien en had vooral in de kamer van Oos- 



(*) Wapenb. Aijlva. Gen. 11. Schwartzenberg. Gen. 15. 
(t) Chartb. 5 D. 1103. (§) Chalmot. Biogr. Woordb. 1 D. 392. 
(^j Wapenb. Schwartzenberg. G. 15. (4-) Niet Baardera- 
deel, zoo als Scheltema Staatk. Nederl. 1 D. 43 zegt 



OOSTDONGERADEEL. 85 

tergoo grooten invloed {*). Onderscheidene malen 
was hij Commissaris politiek bij de Friesche Syno- 
den , zoo als in 1696 te Dokkum , in 1697 te Hee- 
renveen, in 1706 te Bolsward, in 1715 te Harlin- 
gen en in 1717 te Leeuwarden. Hij was met Epo 
Wielinga in 1695 in commissie lot het accoord, 
bij hetwelk aan den Magistraat van Leeuwarden 
werd toegestaan, het Landschaps-artilleriehuis , bij 
de Hoeksterpoort , voormaals de St. Katharinakerk, 
lot een stads werkhuis in Ie rigten(f). Hij woon- 
de op Hania-State , te Holwerd , en stierf den 26 
April 1726 (§), nadat hij in 1720 de Grietenij van 
Oosldongeradeel aan zijnen schoonzoon had over- 
gedaan (*). In de lijk en grafschriften op Friesche 
Edelen {Frisia nobilis) vindt men eene rouwklagl 
op zijnen dood van eene Aurelia Zwarte , waarin 
vooral zijne belangeloosheid wordt geroemd {\). 
Zijne vrouw overleed den 11 November 1708 (§). 

1720. ALBEaTVs Aehilivs Lamoraal Reigers, 
zoon van Edzard Rengers, Heer van Farnsum en 
ten Post , en Gatharina van der Noot , was geboren 
den 20 October 1690, en in 1712 gehuwd met Frouk 
Elisabeth, dochter van zijnen voorganger (*) , btj 
welke hij vier l^inderen had. Hij was eerst Kapi- 
tein bij de Infanterie , en werd dóór afstand van 
zijnen schoonvader, den 4 September 1720, Griet- 
man van Oosldongeradeel. Hij stierf den 25 Sep- 
tember 1729, en zijne weduwe den 11 Junij 1758 
Ie Leeuwarden, alwaar zij in de Weslerkerk. werd 
begraven (*). 

(*) Schelt. SUalk. Ned. 1 D. 43. . . (f) Cbartb, 6 D. 251. 

Cj] Wapenb. A^lva.G. 11. (^) Schelt. Staatk. Ned. 1 D. 43. 

(+) BI. 214. (§) Wapenb. Aijlva. Gen. 11. 

(*) Wapenb. AigWa. Gen. 12. 



86 OOSTDONGEIUQ££I. 

1729* Jarich Gsoro VAir Büaiiaiiia, zoon yiiii 
Idsard van Burraania , die eerst Grietman van Rau- 
werderhem en naderband van Ferwerderadeel was, 
en van desxelfs tweede vrouw i Anna Dodonea van 
Scfawartzenberg , was gehuwd met Qfaria Helena , 
dochter van den beroemden Sicqo van Goslingii, 
Grietman van Franekeradeel ('') . Hij werd den 29 
Mei 1721 aangesteld tot Raadsheer in bet Hpf yan 
Friesland, wegens het kwartier van Zevenwouden » 
in de plaats van Hobbe Baerdt van Sminia (f). Den 
8 December 1729 werd htj Grietman van Oostdon». 
geradeel en deed afstand van die Grietenij in 1744* 
Later, den 2 Augustus 1747 kreeg hij zijne aanstelr 
ling als Grietman van Franekeradeel. Bij den pleg- 
tigen intogt van Prins Willem lY met zijne gemalin 
pp den 10 Mei 1734 te Harlingen, kwam hij aan. 
het hoofd van Gredeputeerde Staten H. H. aldaar 
verwelkomen in het Ipgemept , het Hof van Fries- 
land (J). Bij de Synoden van 1735 en 1742 leFra- 
neVer, en bij die yan 173Q te Harlingeu, was hij 
Commissaris politiek. In 1748 behoorde hij tot de 
oommissie uit de Staten i welke den Prins van Oranr 
je in 'sHage kwam geluk w^tischen met het firfW 
Sit^dhpuderschap oQk in de vrouwelijke linie (*)• 
Hy woonde op Ifqldingci-tl^l^te , te Anjum , ook nog 

(*) Wapenb. Burmania. Gen. 14. Ooslinga Geu. 8. 

(f). I^ïaamr. c^r liEadexi* 5& ' Na zgife heooamin^ ais Qriel- 
mai\ werd Jaa d^.Kenqpeiii^r in ujne pifia^i^ R^ in het 
Hpf ; in deszelfs^ commissie stond dal hij , bij arap.p^ment van J« 
G. V. Burmania lot Grietman van Oostdongeradeel , was benoemd; 
doch het Hof, dit woord avanceiMfU opmerkènciëv mlsende dat 
iemand van Raadsheer tol Grietman geenszins gezegd ](qnde wor- 
den te avanceren , daar h^ Nederregter werd , en is derhalve door 
Gedcpulberden in dé commissit; gesteld in plaats van avancemênt , 
creatie- {%) Het juichend Friest. 7 , welk werkje aan heip 

mede is opgedragen. (*) Verward Friesl. 70. 



OOSTDONGERADEEL. 87 

toen hi^ reeds Grietman van Franekeradeel was (^) , 
en stierf aldaar den 17 December 1757, in het drie* 
enzestigste jaar zijns ouderdoms;^ zijne vrouw was 
vóór hem overleden (f). 

1744« Haics Hendrik vait Habasha, zoon van 
Hector Llvius van Haersma en Titia van Bosman « 
was eerst gehuwd met Anna Gatharina, dochter 
van Gornelis van Soheltinga en deszelfs derde 
vrouw Houkjen Haersma ; doch deze den 4 No- 
vember 1741 overleden zijnde, hertrouwde hy 
met Dodonea , dochter van Regnerus Annaeus van 
Wij ckeJ , Grietman van Gaasterland. Bij de eerste 
vrouw had hij eene dochter (J). Eerst in den 
krijgsdienst tot den rang van KapiteSn opgeklommen 
zijnde, werd hij den 10 April 1733 aangesteld 
tot Secretaris van 'sLands Rekenkamer, doch ver- 
wisselde deze betrekking met die van Grietman van 
Oost don geradeel den 4 November 1744. Bijwoonde 
op Staniasiate te Oenkerk, welke, afgebroken 
zijnde 4 bij van nieuws af heeft laten opbouvtrën en 
met achoone tuinen en plantagie voorzien (^). Hij 
overleed den 17 Maart 1757. 

1757. Anthout d'Aakavd, aangesteld als Griet- 
man in Mei 1757 , was gehuwd met Anna Dodonea , 
dochter van Edzard Hobbe van Burmania en Johan- 
na Wilhelmina van Schratenbach (4) 9 zoodat Jarich 
Georg van Burmania , hierboven genoemd , de oom 



(*) Geogr. Wb. ▼. Friesl. 2. (f) Wapenb. Burmania Gen, 14. 
(§) Wapenb. Haersma, Gen. 7. Wijckel. Gen. 7. 
(^> Besehr. t. Fricgl. en deTegenw. SUat ▼. NedU XIV D. 289. 
(4-) . Wapenb. Burmairia. Gen, 15. 



88 00STD0NGERA1>££L. 

van zijne vrouw was. Hij overleed den 12 Maart 
1762. 

1762. JuLiüs HoBBB Unia var BuEMAifiA , gebo- 
ren den 6 September 1739, was de zoon van Hob- 
be van Burmania , Grietman van Leeuwarderadeel. 
H^ werd tot Grietman van Oostdongeradeel aan- 
gesteld den 2 September 1762, en bleef dien post 
bekleeden tot in 1795, toen hij met alle zijne ambt- 
genooten werd afgezet. Om z^ne groote liefheb- 
berij in vogelen w^rd hij in de wandeling Pèutje 
genoemd. 

KOLLÜMERLAND ejt NIEÜWKRüISLAND 

voormaals verdeeld in twee Grietenijen, onder de 
namen van KoUumerland en Nieuwkruisland , waar- 
van bet laatste waarschijnlijk het thans onbekende 
Oostbroeksterland uitmaakt , in de oude Kronijken 
dikwijls afzonderlijk genoemd, en dat voornamelijk uit 
aangespoeld land bestaat ('^) , is de vijfde Grieten^ 
van Oostergoo , en grenst ten Noorden aan Oostdon- . 
geradeel en de Lauwerzee , ten Oosten aan Gronin- 
gerland , ten Zuiden aan Achtkarspelen en ten Wes- 
ten aan Dantumadeel. Dezelve bevat aèht dorpen: 
Kollumerzwaag , Westergeest, Kollum, Oudwoude, 
Lutkewoude of Augsbuur, Burum, Veenklooster 
en 't Nieuwkruisland. 

GRIETMANNEN van KOLLÜMERLAND 
BN NIEÜWKRÜISLAND. 

1500. Sgbelte Scheltinoa van Huizum, zoon 



(*) Bescb. V. Friesl. en de Tegenw. Staat. ▼. Ned. XiV. D. 220. 
Wins. achter de Chrongk op Ck>llameriaiid. 



KOLLüMERLAN». 80 

van Sytie Scheltinga (waarnaar hij ook genoemd 
wordt , Scbelte Sythian of Sytzes) en Syts Oedsma , 
huwde met Rinsck, dochter van Werp Tjaerda 
van Rinsumageest en Jouck van Maitena , en we- 
duwe van Syds Botnia. Later nam hij den naam 
van ^ijne vrouw aan , en werd alzóo ook genoemd 
Schdte Tjaerda op de Geest (van Rinsumageest.) 
Hij had eenen zoon ('^) In 1500 was hij tè gelijk 
Grietman van Kollumerland , Achtkarspelen en 
Dantumadeel, doch waarschijnlijk niet van Nieuw- 
kruisland. Als Grietman van Achtkarspelen en Dah-^ 
tumadeel was hij in dat jaar met Frans Minnes , 
Olderman van Leeuwarden , benevens Otto van 
Roden , gecommitteerd tot het koopen en doen 
leggen van eene nieuwe zijl in de £e bij Dok* 
kum (f). Een groot aanhanger van den Saksischen 
Hertog zijnde, nam hij in 1498 met Take van 
Heemstra en anderen' van die partij , de stinsen 
van Rienk Jaarla te Eestnjm en van Auke Jaarla 
te Wetsens , de eerste stormenderhand en de laat- 
ste door het vlugten der bezetting, in(S). Toen 
Hertog Albrecht met zqnen zoon Hendrik in het 
begin van 1499 te Harlingen aankwam , was hij 
een van de gecommitteerden uit Oostergoo, die 
den Vorst kwamen verwelkomen en huldigen als 
Erfheer van Friesland. Tot belooning voor zijnen 
ijver voor de belangen van den Hertog werd hij 
dan ook lid van den nieuwsopgelrigten Raad in dit 
gewest (*). In April van dit zelfde jaar werd hij 
door den Stadhouder , Graaf Hugo van Leisenich , 
gelast, met al de weerbare manschap uit zijne drie 



[*) Wapenb. Tjaarda van Starkenborgh. Gen. 4. (f) RégiiteY* 
der Archieven der Stad Leeuvvarden. ($) Occ. Scharl. 34&, 
347. (^) Occ. Scharl. 349. Naamr. d. Rad. 2. 



90 KOLLDMERLAND. 

Grielen^en naar het huis yan Popke Mockema te 
trekkea en hetzelve te belegeren. Weittige dagon 
flft^rna werd hetzelve « na met ^en swaar stuk ge- 
schut beschoten te zijn geweest , door de bezetting 
pp genade overgegeven. C^)» Schellinga was een 
der eerste onderteekenaars yan den meergemelden 
reversaal brief voor den Hertog van Saksen in 
1004 (f) y en werd in hetzelfde jaar benoemd met 
Aesge van Hoxwier tot Bevelhebber over de Frie- 
sohe hulptroepen , w^lke aan Graaf Edzard van 
Oostfrie^land tegen de Groningers gewonden wer- 
dra (S)^ ^P ^^ 'Ü^^ ^^^ Edelen , op bevel van 
Bertog George in 1509^ opgemai^kt, komt hij voor 
ais Edelman van Oantumadeel(«). Standvastig de 
paitij der Sakschen blijvende aankleven , werd w^n 
alot te Rinimnageest in 1915 door de Gelde^sohen 
met geweld ingenomen {\). In 1545 lid van de 
f riesche Stieten zijnde , verzette hö zich met zijne 
ambtgenooten tegen de inbreuk op 's lands privile- 
giën en voorregten door den Keizer (J). Hij voct- 
de het wapen van Idsinga in Sujzum {*) , omdat 
ftijne grootmoeder uit de famlie van Idsinga af- 
komstig was (f). OccoSoharlenés ($) verhaalt, dat 
Mn hem 9 teo jare 1506, eene rat met zeven kop- 
pen » te Binsumag^^ gevangen » vertoond werd. 

1518* Gatrib BnoEftsiiA behoede op de lijst der 
£dden in EoUumerland in 1505 (*)• In een getui- 
genis af^ngaande bet verschil over eeaige landen ep 
de Sobalder van 19 Vaart 1518 * kont hij voor als 



(*) Occ. Scharl. 365. (+) Win». 392. (§) Win«. 400. {,) Wio. 
40a, (4.) Occ. SoaH. 89Sw C$) Wiat. M4. {*) Ef » arend op 
^^oiid «■ Iwee tterr^M op blaaiiw. (f) Wapenb. Tjanrda t. 
Slarckenborg. Gen.4. Wapen* Tab. V. ( J) W. 3f9. (♦)Win8 4et. 



. KOLLUMEJll^HD, 81 

f^idige^ Jf eren van Gelr^(*). 

1&27. BALf^nK!!^ PHABjsiiiA , ofschoQü IA do mq^r-r 
gep^^elcle Naamlijst Grï^imnn van A'ïeuwhmi^ljBtnd ^ 
loe^ eene bijzondere Grief enij , kqmt pp driö on*» 
dersph^idene plaatsen in het Charterbo^k yan Fri^a* 
land YQpr als Keizerlijke Hfyesteita Grietman jan 
KoUumerJand , als ; in eene sententie yan 8 Janu-i 
arij 1527, waarbij de landerijen onder Bt^ruPt^ ge-r 
last worden tot de Monnikezijl te contribueren en 
de uitwateringen te her^tellf n (f) , (en tweeden in 
een cQi:\sefLt aan de Eige^ë?fden van het Jfruts-- 
land om de landen, l^uiten den KoÜMO^erdijk te 
mogen bedijken, van 1 Junü 1629 (§) en ten derr 
den in eei^ accpord tussohen Q^rkesklooster en 
Yrouw^klposter , aangaande bet opderhoud van 
dijken en dammen enz. van 3 Junij 1531 (^)« 

1538. Sbbastiaaiï vajï Schoicbi!ibi?ii^q , vaA ge- 
hporle een Duitscher, vy^ai gehuwd mei At, dpch'- 
ter van Bocko vari Herema ep Sitke va4 Cams^ra , 
hij welke hij twee kinderen had • namelyk Ma|!- 
ten, die nader)iand Gi^etman y^ Dantmn^de^l 
werd , en Anna , echtgenoot vi^p Pieler vfU| Heeiopr 
kerk , Gn$er van het Hof yan Friesland (|). Hij 
woonde in 1527 te Fri^eker, en y^erd met eenige 
andere aldaar wonende Heerschappen, tegen eene 
l^epaalde son^ gelds , door Burgeme^teren ep $qhe- 
pen^n yan de ja,arlij[ksc^.^ ^Qhfi^ing vrijgesteld (J). 
In 1550 yyas, bij zijne afwezigheid QÜ ziekte, Si^br 
stituut Grietman « Tjepke Qessels, en als zoQ- 

' (♦) Chartb.^p.He*. {t)2D.öil5. CS) 2D. 658. (*)2D.578. 
(4.) Wapenb. Uerema. Gen. 6. ($) Chartb. 2D. 537. 



Ö2 KOLLÜMERLANÜ. 

danig gevc^agtigde op den landsdag van Janua^ 
rij 1560, waar gehandeld werd over den eed en 
huldiging aan Fiiips II , in geval van aflijvigheid 
van den Keizeir. Ten jare 1552 beklaagden zich 
de Abt en verdere kloosterlingen van Gerkeskloos- 
ter dat hij , onder voorwendsel , dat zijn voorgan- 
ger , Ballinck Phaesma zulks ook had gehad , 
2uch de jurisdictie over het kerspel Burum aan-* 
matigde , daar zij pretendeerden dat dezelve hun 
toekwam (*). 

1539. Wolf va5 Woirts, voorzeker ook een 
Duitscher, was in 1539 Grietman van Nieuwkruis- 
land en Ëxcijnsmeester te RoUum, blijkens de han- 
delingen op den landsdag van dat jaar , bij welke 
een rekwest aan den Keizer werd opgemaakt , om 
zich te beklagen over het bekleeden van meer dan 
een ambt door denzelfden persoon (f). 

1552. Klaa.s vak Clakt bekrachtigde door zij- 
ne naamteekening als Grietman van Nieuwkruisland , 
eene getuigenis omtrent de jurisdictie van Gerkes- 
klooster pver het kerspel Burum (§). Hij deed af- 
stand van de Grietenij ; en het zoude mij niet ver- 
wonderen, of Nieuwkruisland is sedert diett tijd 
bij KoUumerland gevoegd geworden. Hij woonde 
op de state Clant te Lutkewoude. 

1557. Joost vaw Ha&denb&oek. Op eene graf- 
zerk in de kerk te Kollum vindt men , dat Joost 
Tan Hardenbroek in September 1557 overleden is 
als Grietman van KoUumerland en Nieuwkruisland. 



(*) dharlb. 3 1). 302. (f) Chartb. 2 D. 731. (§) Ckartb. 
3D.299. 



KOLLÜJIERLAND. 93 

1569. SiBalL YAN DoNiA was de zoon van Sierk 
yan Donia, in 1551 Grietman vanHennaarderadeel, 
en Sjouk Douma ('^), en gehuwd met Anna , natuurlij- 
ke dochter van Z^er van Groesbeek , onderbevelheb- 
ber van Gaspar Robles, bij welke hij twee doch- 
ters had ('(')• Met Rienk van Dekama , zijnen op- 
volger in de Grietenij , werd hij aangesteld tot 
Hopman over eene bende Spaanschgezinde solda- 
ten (J), Robles, in 1574 te Harlingen vier galeijen 
'hebbende laten uitrusten om de Watergeuzen te 
bevechten , gaf Sierk van Donia , die vele bewijzen 
van dapperheid gegeven had , het bevel over eene 
derzelve ; doch door het opkomen van eenen zwa- 
ren storm geraakte de vloot terstond verstrooid 
en werden de meeste schepen beschadigd. Dat « 
waarover Donia bevel voerde , is vergaan , en hij 
met tachtig bootsgezellen eene prooi der golven ge- 
worden (J.). 

1575. RiB9K VAir Dskama was waarschijnlijk 
zoon van Pieter van Dekama, Grietman van Baar- 
deradeel in 1538, en Catharina van Loo; hij 
trouwde met Maximiliana van der Merck , natuur- 
lijke dochter van Jan van Ligne , Graaf van Arem* 
berg. Stadhouder van Friesland, en had bij haar 
drie kinderen (*). Te gelijk met Sierk van Donia , 
hiervoor genoemd, werd hem eene Hopmansplaats 
in het leger van Robles opgedragen (J) en trok hij in 
1577 , met een gering aantal volk , pas een half vaan- 
del groot , schijnbaar uit naam van Bossu , naar Oost- 



{*") Wapenb. Harinxma Donia. Gen. 6. Cf) Upc. ▼• Barm. 
Tab. Gen. Stamb. ▼. Adel. (§) Johannes Carolus de rebus Casp. 
a Robl. 84. (4.) SchoK 787. (4^) SUmb. ▼. Adel. ($) Joh. 
Car. 84. 



94 KOLLÜME&LAND. 

niahórn, otti die* plaats tegen de strdo^rijèn der 
Watergeüzeh te beschermen; doch oordeelemle 
geené troepen genoeg te hebben , bedloot hij dien 
post te verlaten (*). ült zijn vaderland moetende 
wijken, toen de Staatsgezinden de overhand kre- 
gen en zijne bezittingen verbeurd verklaard wa- 
reh (S) , bl<»ef hij in Spaanschen dienst , en woonde 
als Hopman in 1 580 dta merkwaardigen veldslag bij 
tiiës(iheh Harten Schenk aan de Spaaiische en den 
Graaf van Hohenloo aan de Staatsche zijde, bq 
Hardenberg in de nabijheid van Koeverderi, iü 
welken de eei^ste eene groole overwinning behaal- 
den (f). In 1581 had hij het bevel over Sta>- 
róreh , f oen de Staatschen besloten deze gewigtige 
plaats te , belegeren. Op aaniiadering van den vij* 
aüd was hij ndar het kasteel geweken , doch werd 
na eene dappere verdediging en vruchteloos hopen 
op het beloofde ontzet , genoodzaakt aan de her- 
haalde ópeischingen vAn Sonoij , die in persoon 
de belegeradfs aanvoerde ^ gehoor te vérleeneé en 
zich over te geven , vooral gedrongen door de be* 
vreesdheid zijner soldaten , meest Duitschers. H^ 
bédbng, dat zijne Duitsche knechten , evenwel zon- 
dei^ wapenen , vrij mogten uittrekken , doch dailr- 
e&tegeii móést hij zich rtiel zijnen broeder, die 
vaandrig onder hem was , benevens achttien Frie- 
scbe soldatéii gevangen geven, en beloven ninmier 
weder tegen den Prins van Oranje en de tereenig- 
de gewesten te zullen diaien. Aan zijne huis- 
vrouw en kinderen, welke zich bij hem bevon-^ 
den , schonk Sonoij de vrijheid ; doch hij zelf werd 
toet de andere gevangenen en het vaandel naar 

(*) Schot. 811. {§) Chartb. 4 D. 159. (f) Schot. 865. 



KOLiDVBRLANOi 95 

Enkhimen gevoerd ('^). Den 6 Augustus 1680 was 
hjj. met een groot aantal andere uitgewekenen in- 
gedaagd geworden^ om zich voor het Hof yan 
Frieslattd te komen verdedigen tegen de beschul- 
diging Tan de Spaansche zijde te houden (J). H^ 
schijnt in ballingschap of in de gevangenis kort 
daarop oyerieden te zijn* Bij zijne metiigTuIdige 
afwezigheden gedurende het bekleeden yan zijn 
Grietmansambt , nam Sjoerd Saekma , ahr Substi«- 
tuut, zijnen post waar. Deze was gehuwd metN. 
Binija en overleden in 1581. Hij' behoorde ook 
onder de voortylugtigen (f). 

1&70;> SiKKB YA5 Glaht. Van dezen heb ik 
mets anders vernomen ^ dan dttt hij de zoon was 
van Klaas van Clant ^ hier boven gemeld. 

1684. Sgipio of Sippe vah Mbckama, was de 
zoon van Pibo van Meckaraa of Meckmans en eene 
freule Tjaarda van Starkenborgb. Het oude ge- 
slacht van Meckama , in 't mannelijk oor reeds 
drt« generatiên voor Scipio uitgestorven zijnde, 
namen zijn overgrootvader Pibo Eernsma en zqn 
grootvader Feijo Remmersma (denkelijk een Edd*- 
man) , getrouwd zijnde met docllters uit het ge- 
slacht Meckama en beritters van Heckema-State te 
Koilum, den naam van Meckama aan. Niemand 
schijnt ooit den rang van Edelman aan Scipio of 
zijnen broeder Feijo betwist Ie hebben. Hij huw- 
de met Emerentia , dochter van Frits van Grom- 
bach , Ridder , Grietman van BarradeeJ , en Syds 

of Ltils van Martena , en had bij haar %v¥ee 'kinde- 

., ---■ » *- j 

(*) Schol. 877 , 878. (§) Charlb. 4 D. 190. (f) R. Sole. 
Consc. Exul. 



96 KOLLDHERLAND. 

ren(*)« Op de lijst der volmagten tol het doen 
yan den eed aan Fiiips den II in 1556, komt hi} 
voor RoUumerland (§). Tot bét verbond der Ede- 
len behorende , werd hij door Alva gebannen , op 
den 26 Junij 1568(-i')9 en vervolgens den 8 Sep- 
tember ingedaagd, om zich te Antwerpen te ko- 
men verdedigen («). Het is n^ij niet gebleken, op 
welke wijze hij de beschuldiging heeft afgeweerd 
en hem weder toegelaten is in het land te komen; doch 
zeker is het , dat hij , toen Robles in 1574 de Sta- 
ten wilde dwingen , het land eene nieuwe schatting « 
(het octrooi der impost) op te leggen, ten einde 
'z^ne soldaten te kunnen betalen, Meckama als lid 
van de Staten, een dergenen was, die zich daar- 
tegen verzetten , verklarende hunne oude voorreg- 
ten en privilegiën niet te willen laten varen (**). 
Hij was lid van de Staten , toen men in 1579 be- 
sloot over te gaan tot de Unie van Utrecht (JJ). 
In dezen tijd van verwarring , door beide partijen , 
zoo wel van hen , die van geene nadere Unie wil- 
den hooren , als van hen , die groote voorstanders 
van dezelve waren, Gredeputeerde Staten benoemd 
wordende , is hij met Rienk van Gammingha door 
de laatste partij daartoe verkozen, hunne be- 
noeming den 29 of 30 Augustus 1579 door Ren- 
nenberg goedgekeurd , en hun eene vaste instructie 
gegeven (ff)* Door den ongelukkig uitgevallen veld- 
slag tusschen Schenk en Hohenloo (^) , het .krijgs- 
volk aan het muiten geslagen zijnde en onder an- 
deren te Dokkum den beest spelende, werd hij 



(♦5 Te Water Verb. d. Ed, 3*. «t. 119. (§) Win«. flist. 3. 
(t) Chartb. 3. P. 737. (*) Wint. Hist. 114. (**) Wioa. 
Chr.590. (JS) Win«. 631. (ft) Win8.635. M Hiervoor op 
Rienk fan Pekama vermeld. 



KOLLÜMERI-AND. VJ 

met Hessel van Aysma derwaarts geztcmden , ea hel 
gelukte hun de gemoederen der oproerlingen te 
bevredigen, door hun eene maand soldij te belo« 
ven('^). Na dat men van de dwingelandij der Span- 
jaarden verlost was, werd bet verbond tusscben 
de steden en het platte land tot onderlinge hulp 
en bescherming gefloten, en teekende hij hetzelve 
als medegedeputeerde > den 22 Haart 1680 (f). In 
1581 , de Spanjaarden door den Overste Norrits 
uit Nieuwezijl verjaagd zijnde , werd Meckama door 
Gedeputeerde Staten gezonden om deze plaats te 
versterken en . tot verdediging geschikt te maken , 
hetwelk hij ook nog voor het einde van September 
volvoerde, niettegenstaande hij meermalen wegens 
slechte bouwstoffen verhinderd was. knet het werk 
voort te varen (J). In hetzelfde jaar was hij met 
Orck van Doijem naai* Amsterdam gezonden om 
den Prins van Oranje over te halen in Friesland te 
komen, om orde te stellen op de zaken van vrede 
en oorlog ; doch deze , met andere zaken te veel 
bezet, moest dit tot' eenen onbepaalden tijd uit- 
stellen (;^). Als lid van de Staten onderteekende 
hij de akte, waarbij op den 16 Octpber 1584 
Graaf Willem Lodewijk van Nassau, na het overr 
lijden van Willem I , tot Stadhouder van Friesland 
werd verkozen (4.)* Zijn eenige zoon , Hessel, als 
Kapitein van een vaandel in den Boksumerslag op 
den 17 Januarij 1585 gesneuveld zijnde , liet hij 
voor denzehren een gedenkteeken oprigten in de 
Jacobgner (Groote) kerk te Leeuwarden, met een 
Latijnsch opschrift ($)• Denkelijk is Scipio het jaar 



<♦) Wins. Hist. 494. (i) Wins. Chron. 662. - (§) Win«. 702. 
U) Wins. Hi8t.530. (+) Win«. Chron. 752. (§) Win». Chron. 773. 

7 



9» KOLLCIEIOANB. 

te voten Gnetman geworden, dewijl in dal jatr 
het bijkgraafschap van KoUumerland met de Grie»- 
teni} 18 Tereenigd. Hij heeft die vraard%tmd te»- 
tien jaren bekleed en tot het laatst van zijn Iei«n 
zitting in de Staten gehad (''), xi^nde hij oyeribdeii 
in het begin van 160a Te Water i^egt dart zij» 
schoonzoon Octaviaan Oorion, een Lviksch Bdel» 
man , hem naar het leren heeft gestaan. 

1600. BoGKO vi^f Fbttska, zoo» Tan Jelger 
tan Fe^^ièa, Grietman van het Bildt, enAukjevan 
Herema , was gehuwd met Harüeh , dochter tsb 
Upco YBLU Burmama en^ Rints yan Roorda, en 
woonde te Kollum(-{-). Hij had drie kindeven (§)• 
Den 16 Jamiar^ 1660 werd hij aangesteld tol 
Cirietman van KoUumerland en Nieuwkroisland , es 
had in 1666 zitting in de Tergadeitng der Staten ^ 
toen deze het beshiit namen een tuchthuis in deze 
ptovincie &p te rigten («). In 1620 Tolgde hij aib 
zoodanig de lijkstatie yan Graaf WiUem Lode^ 
wijk (^) , en komt het laatst yoor in de yecgade- 
ring yan December 16!26(S), waarna hij kort 
daarop gestorven schijnt te z^; althans zijn op«- 
yolger in de Grietenij is reeds in het ytrigende jawr 
benoemd* iUjne yrouw heeft hem overleefd, 

1627* Haijo yAN Rikia, zoon yan Soeke yan 
Kinia en Anna yan Aldert^ma , eene burgerdochter 
yan Franeker. Zijne eerste yrouw yras Maaike , 
dochter yan Frans HuyghisofHuijgers^i Geel Bootst 



{*) Chartb. 4D. 1035. (f) Wapenb. Brtrmania. Ged. 11. Upc 
T. Burm. Tab. Gcd. Vriem. Ath. Fris. XXXVIU. (§) Stamb. y. 
Adel. (J Chartb, 5 D. 152. (+) Wins. 905. {§) Chartb. 
5 h, 300. 



ma ; daarna trouwde hij itoet Joutje , dochter van 
^6ke Dijxtra en Frouck van Galama; bq de eerste 
vrouv^ hèd hij geene, bij dé laatste vier kinderen (*). 
liïj was fioctor in de Regten en den 9 December 
1608 fngeschreven als Advocaat Voor het Hof van 
Friesland. Naderhand werd hij Assessor iwa. de 
Grietenij Kolïumerland en Nieuwkruisland , en einde- 
lijk als Grietman aldaar aangesteld den 23 Jonij 1627. 

ró39. RiïSKE VAiï EvsirïGA, xóon fan Edo van 
Eysitiga, ïlaad in hèt Höf van Friesland, en van 
Fóèék Eetsm'a , had tot eóhtgenoot BaUk , dochter 
van Watze van Roorda en Ursel Scheltema , en bij 
haar zeven kinderen (f). Den 23 Maart 1639 werd 
hij tot Grietman verkozen. In 1632 had hij , als 
geVótmagtigde van KoHumerland reeds zitting in 
de Provinciale Staten (§) , en komt in die kwali- 
teit het laatst vóór in een beshiit van 15 Maart 
1844, om het Collegie van dSé Admiraliteit vaii 
ï)okkmn naar Harlingen te verplaatsen (*). ffij 
tWïhijnt in het laatst vali 1652 overleden te zijn ; 
want zijn o^ volget* is den 28 Januarij 1^63 aangesteld, /v 
tijne weduwe woonde in 1661 op HTeckamastatè te 
Koïlam en is in 1667 overieden (J.). 

16^3. Fe^o vaic ScHEtTEMA , zoon van Frans 
Van Scheltema en Rixt van Roorda , was in 16S0 
gehuwd met Lncia , dochter van Douwe van Aijlva 
ett Luts van Meckaitia 0. Zij woonden op <fe 
Slkté Clant te Lutkewolde. In zijne jeugd was 
hij Kornet in den krijgsdienst geweest. Van 1659 



(*) Sta-mb. V. Adel. (f) Wapetib. Egsingk. «en. 7. Roorda 
«ik lamM, Gen. 10. (§) Chatlb. 6 J>. 342. (^) Chartb. 5 
D. 486. {+) Slamb. v. Adel. (§) Vrfem. Alfi. Pris. XLIV. 

7* 






100 KOLLUHERLAND. 

tot in het laatst van 1664 was hij onafgebroken 
lid yan de Staten van Friesland , en dus in die 
vergadering tegenwoordig , toen in laatstgemeld 
jaar aan Barthold van Douma en anderen, octrooi ' 
werd verleend tot het aanleggen van eeuen trek- 
weg van Hallum tot aan den reeds bestaanden trek* 
yreg van Leeuwarden naar Dokkum, alsmede toen 
in gezegd jaar consent werd gegeven tot het ma- 
ken van eenen rijdweg van Dantumawoude naar 
Dokkum en eenen trekweg van Bolsward naar Sta- 
voren (*). Hij overleed den 11 November 1666 en 
werd te Bornwerd bijgezet (•{•). Zijne weduwe her- 
trouwde met zijnen opvolger (§). 

1667. Epo van Aijlva , getrouwd met de weduwe 
van zijnen voorganger, bij welke hij twee kinde- 
ren had , woonde even als deze op gemelde State 
Glaot , en was de zoon van Sjoerd van Aijlva , 
Grietman van Dantumadeel («)• Hij werd den 10 
Januarij 1667 tot Grietman aangesteld , doch schijnt 
zich in die betrekking aan een zwaar vergrijp 
schuldig te hebben gemaakt; althans men vindt 
dat de Procureur Generaal den 23 JuKj 1681 last 
ontving hem crimineel te actioneren ; hetwelk ten 
gevolge had , dat hij een grooi half jaar in zijnen 
post gesuspendeerd werd (van Julij 1681 tot Fe- 
bruarij 1682) y en de Grietman van Achtkarspelen 
als Substituut zoo lang zijne functien waarnam ; 
doch de reden heb ik niet kunnen opsporen. Bui- 
tendien was hij een bijzonder stijf hoofdig en driftig 
mensch; want er wordt van hem aangeteekend , 



C*) Chartb. 5 D,724, 728, 729. (f) Vriem. Ath. Fm. XLV 
en Upc. ▼. Burm. Tab. Gen. (§) Vriem. Ath. Fri«. XLV. 
(^) Wapenb. Aylva. Gen. 9. 



KOLLÜMERLAND. 101 

dal hem in 1681 bevolen werd binnen drie dagen 
naar 's Hage te reizen , om zitting in de Staten Ge- 
neraal te nemen, bij poene van een halfjaar trac- 
tement, welken post hij dus schijnt geweigerd Ie 
hebben op zich te nemen. In heizelfde jaar werd 
hij nog wegens ongehoorzaamheid aan 's lands Re- 
gering veroordeeld lol eene boele van vijftig gou- 
den rijders, twee jaren later 'wegens hel tegenwer- 
ken van een besluit, door de Staten genomen, 
tot vijfentwintig gelijke rijders boete , in 1693 
ernstig onderhouden wegens gebrek aan eerbied 
voor de Overheid , en eindelijk in hetzelfde jaar 
nog eens in eene boete van vijfentwintig rijders ge- 
slagen wegens weigering tot uitschrijving van eene 
stemming. In 1667 en 1673 was hij lid van de 
Stalen van Friesland, alsmede in 1689(*), en werd 
in 1690 als buitengewoon gevolmagtigde naar de 
Staten Generaal gezonden (f). Bij de Synode van 
Dokkum in 1688 was hij Commissaris politiek. 
In een handschrift vind ik, dal hij ten behoeve 
van zijnen zoon afstand van de Grietenij heeft ge- 
daan , en toen zelf Bijzitter is geworden , en dat 
hij stierfin 1720. 

1712. DoüWK Feijo van Aijlva, den 2 Junij 
1712 aangesteld , was de zoon van den voorgaan- 
den en is niet gehuwd geweest (J) ; hij bewoonde 
dok de State Glant. In 1686 had hij het in den 
krijgsdienst reeds lol den rang van Kapitein ge- 
bragl. Hij was Gedeputeerde Staat in 1719 en 
overleed in Mei 1725. 



(*) Chartb. 5 D. 758 seqq. (f) Caiartb. 6 D. 173. (j) Wa- 
penb. Aylra. Gen. 10. 



102 KOLLUMERLAND. 

1725* Gajus ya3$ Sghkltinga WfUB de zoosn van 
Martinus van Scheltinga , Grietman van Aeng^r- 
den, en is nooit gehuwd geweest (*). Als Ad vo- 
caal ingeschreven den 10 December 1705, werd 
hij den 30 November 1714 in de plaats van zij^nen 
vader (die toen Grietman werd) , Raad in I^et Hof 
van Friesland (f) , en den 17 Augustu/s 1725 Gri^tr 
man van KoIIuQierland. H^ overleed te Buitf^- 
pQst den 19 Januari) 1730. 

1730. Willem Abmiwus. vak üjsu wi|s dp ;tQ9P 
van Douwe Carel van ünia , Grietman van Ti^tr 
jerksteradeel , en gehuwd met Lucia Juliana vau 
Sfchratenbach , bij v^el^e hij vijf l^inderen^ had (§). 
Vroeger in den l^rijgsdienst getreden , ' was hij dei^ 
12 Maart 1723 aangesteld tot Sergeant Majoor w 
Kapitein van het Regiment Infanterie van Schvy^art- 
zenberg. Op den 3 Maart 1730 werd hij tot Qri^V" 
man benoemd , en was in 1734 lid vai^ de Relden- 
l^amer ; als zoodanig behoorde hij tot de copiinisr 
sie, welke op den 10 Mei Prins Willem IV te Ifarr 
lingen kwam yerwelkomen(*). In 1737 had \^^ 
wegens Oostergoo zitting in het Collegie vaA Ge^e-)* 
puteerden en was Lid van de Friesche Staten in 
het beruchte ja^r 1748. Ifi> d<^e4 voor ^^^en 
dood afstand van de Grietenij en oveflee^ ft I^ 
vember 1754. 

1743. 'VVlI'I'EM ÜBITDI^IK: VAJX BEfMSTllA, ZQ99 

yan Schpltp van Heemstra en Gatharina van Scl^e^- 
tinga , was getrouwd met Wija Gatharina , doclvr 



{*) Wapenb. Scheltinga. Gen. 6. (f) Naamr. d. Rad. 52. 
(§) Wapenb. ünia. Gen. i. (^) Zie J. G.v. Burmania^ Grietm. 
V. Oo8td. 



KOLLUMERLAND. 103 

Ier Tan den Generaal Majoor Vincentius van Glin- 
8tra e^ deszelfs tweede Trouw, Aurelia C^t^^rina 
van Scheltinga« Zi) hadden TJjf kinderen {*). Hij 
werd in de plaats Tan zijnen Tadef tot Po3tmeester 
van de ProTincie aangesteld den 6 September 1713 
en tot Grietman den 1 Februari) 1743. In 1748 
was hy lid Tan de Staten (f) en in 1761 Tan Ge- 
deputeerden. 

1775* Hartihus tak ScAKLijiifGA y zoon Tan Go;^- 
nelis Tan Scheltin^ en Gcilia Jobanna Tan Ëij^svab- 
ga, TTerd geboren den 21 Mei 1744 ($)» en bMMfr 
de den 8 Junij 1800 met Gatharina Louis^ An^ 
na Antoinetta, dochter Tan DaTid Const^tij[^ 
Baron Du Tour , Kolonel , en Tan G. £. E. Ba- 
ronnesse Tan BellinchaTe, hij welke hij. twee 
dochters had. Den 7 December 1773 Raadsheer 
in het Hoi Tan Friesland geworden» TerrvifM^lde 
hi) deze waardigheid met die Tan Grietman t^ 
Kellumerland in NoTcmber 1775. Zoo lang bq 
Grietman was, woonde hij te Kollum, doch was 
Teel in commissie te 'sGraTcnhage. In 1795 met 
z^ne anibtgenooten afgezet zijnde ,. Terliet hij c^ze 
ProTincie, en begaf zich eerst naar de« bujoe 
Weerselo en TcrTolgens op den huke Weldam^ beid- 
de in Overijssel gelegen , Tan waar hi} in het ja ^ 
1813 terug keerde», /Als Grietman Tan KoUi,mi^r 
land we(^r benoemd kunnen4e worden, bedanjifte 
l^j CTcnwel daarroor, doch werd lid Tan de Sl^a* 
ten TaA Friesland^ Hij OTjerleed den 18 April 18^^ 



{*) Wapenb. Oeemstra. Gen* 11. GÜMtra. Gen* 5. I ^ 

(t) Verward Friesl. bgl. n». 4. ($) Wapenb. Scheltinga. 
Gen. 7. 



104 

AGHTKARSPELEN. 

AcHTKABSPELE^i dc zesde Grietenij van Oostergaa^ 
grenst ten noorden aanKoUameriand enDantumadeef, 
ten oosten aan Groningerland, ten Zuiden aan Smal- 
lingerland en ten westen aan Tietjerksteradeel, en 
beyat negen dorpen: Surhuizum, Surhuistetveen , 
Augustinusga , Drogeham, Kooten, Harkema op- 
einde, Twijzel, Buitenpost, Lutkepost en een ge- 
deelte van de Rotteyalle (welk dorp bij Schotanus 
in zijne Beschrijying van Friesland , noch bij deze 
Grietenij , noch bij Tietjerksteradeel , noch bij Smal- 
lingerland voorkomt , en ook niet genoemd wordt 
in de laatste Provinciale Friesche Almanakken), 
benevens Grerke en Buwe kloosters. 

GRIETMANNEN VAN AGHTKARSPELEN. 

1600. ScHELTE Sghelti9Ga, van Huizum , an- 
ders Schelte Sijthian op de Geest, of ook wel 
Schelte Tjaerda genoemd, is reeds venneld op 
Kollumerland. 

1506. Botte Herbeakda. Uit eene akte van 
Maart 1606 , waarbij hij feich borg stelt voor Pie- 
be Poppema, die als provenier wenschte opgeno- 
men te worden in Gerkesklooster (*) , en waarin hij 
uitdrukkelijk Grietman van Acbtkarspelen genoemd 
wordt, bKjkt ten vollen, dat Schelte Scheltihga 
toen niet meer in het bezit van deze Grietenij was. 
Onder den naam van Botto Branda komt hij voor 
onder de Edelen van Achtkarspelen (f). Der Sak- 
sische parlij toegedaan, was hij met Gerbrand, en 



(*)Charib. 2 D. 249. (f) Wins. 403. 



ACHTKARSPELÊN. 105 

Tjaard Mockema onder de beyelhebbers van Alex- 
ander van Leisenich , broeder van den Stadhouder 
Hugo, die in 1504 bij Aduwerd lagen om Gro- 
ningen in bedwang Ie houden en het tigchelwerk 
bij Donghorn afbrandden (*)• Hij teekende in het- 
zelfde jaar den meergenoemden reversaalbrief voor 
den Hertog van Saksen (f). In 1517 werden zijne 
goederen verbeurd verklaard en aan eenen Steffen 
van Wurtzo erfelijk geschonken (§). Vele jaren 
later, in 1545, nam hij als lid van de Friesche Sta- 
ten mede de resolutie tot bescherming van de vrij- 
heden en privilegiën van het gewest tegen de aan* 
matigingen van den Keizer (^r). Dit is de laatste 
maal , dat ik melding van hem gemaakt vind. 

1506. LiEuWB tiJEüWflMA komt voor als Griet- 
man van Achtkarspelen in een cohtrakt over ver- 
wisseling van eenige landerijen tusschen hem zel- 
*ven en het Grerkesklooster, van Maart 1508(4-); als- 
mede in eene sententie van hem en zijne medereg- 
ters van Februarij 1509 (J) , en eindelijk in eenen 
brief voor het Buweklooster van den 4 October 1510, 
waarin hij zich gezworen Grietman van Achtkar- 
spelen van wege den Hertog van Saksen noemt (*). 
Uit\ de eerst aangehaalde plaats blijkt , dat zijne 
vrouw Wije heette* 

1517* SiJTH Allama kreeg zijne aanstelling den 
12 Februari} 1517 van Floris van Egmond, Stad- 
houder van Karel V(t^. 



(*) Schot. 493. (f) Sckol. 4%. (§) Cbartb. 2 D. 343. 
(J WiDs. 514. (4.) Charth. 2D.261. ($) Cbartb. 2D. 264. 
C*) Chartb. 2 D. 270. (f) Zie de Inleidhig. 



106 AeaiKABJSPSLEJS. 

1640. SiTTW (SiiTz^) BoKtiB wordt voor hel 
eerst genoemd in eene uitspraak van Jacob Kousseau , 
Raad in hel Hof van Friesland, van den 3 Octo- 
her 1540, over het verschil wegens ^en stuk veen- 
land tusschen den Proost en de Monniken van 
Buweklooster en eencn Wopke Sjo^rds, waarbg 
h^ het gevoelen der Geeslelyken vox>r8t(md('^). 
Dm 5 en ^ September 1542 kwam h^ als ge- 
volmagtigde y^ geheel Achlkarspelen , behalve 
van de kloosters , mei meef anderen uil Ooster- 
goo, pp vewoek va,n Doiiwe ya» Burmania, die 
een vi^rschil m^l burgemeesters en Raden van Gjco*- 
ningen had , in bet Minderbroeders klooster te 
Leeuwarden bijeen en benoemden zjjj aldaar M^^. Sjj|ds 
Tjaerda en Haring Heringa om de zaak te onder- 
zoeken en te beslissen (-j;)« 

1549. LiBirwB Jblge&sha, gehuwd met N. Jeiis* 
ma (^) was volgens de handelingen op den landsda^ 
yw 17 Januarij 1550 , nopens den eed e^ huldiging 
van Filips, ingeval van overlijdeavq;!^ Keizer Karel, 
(welken eed hij vijf jaren later bij den afstand van 
dezen Vorst als gemagtigde van z^ne Grietenij^, 
werkelijk $^flegde). Grietman vai^ Achlkari^len(«), 
en was zulks nog in 1574, toen hij den 15 Meim^d? 
verklaarde liever te willen , dal het ondei^oud der 
soldaten gedragen werd op de floreenrente , dan 
dat daarvoor eene nieuwe belasting werd inge- 
steld (4-). Be^ Spaansche zijde hoiidende en yoort* 
vlugtig zijnde, werd hij den 7 Junij 1580 door 
^ene citatie van het Hof ingedaagd om op 27 Au- 

(^> Ch^b. 2; D. 795. (t\ Chartb. 1 D. 866. ($) Bist. 
^eslaohtl. T^n de 94- ep desccmdenieD van Reinier So^ma MS. 
(^) Cbarlb. 3 D. 184. (+) Cbartb- 3 I>, 974. 



▲GUTKARSPELEN. 107 

gustus e* li, in de Kanselarij te Leeuwarden te ver<» 
schijnen, ten einde zich te zuiveren , op straffe van 
▼erbanning en yerbeurdverklaririg van goederen (*) ; 
en dit nog eens herhaald , den 6 Augustus van ge- 
meld jaar (f) ; doch bij acbijr).t niet vepsphenen te 
te zijn, mi^ar is als b^lUag het yolgea4e ja^ar 1^ 
Groningen gestorven en ^Idaar in de Minderbro^s 
derskerk begraven. %iji^e wouw is in Friesland 
overleden (§). Als Gr^tjo^^an woond? hij te A^- 
gustinusga. 

1575. HscTOR .fEi^QBi^fiHA , ^OQu voft ^en voor- 
gaanden, is geboren te Augustinusga , en sehijat tusr 
schen 1574 en 1580 in de pjiaats van zyiien vader 
het Grietmansambt aanvaard te hebben, doch de 
juiste tijd is mij niet gebleken ; bij is. te gelyk q^et 
zijnen vader voort vlugtig geweest (*)^ Van zyne 
vroegste jeugd af zorgvuldig opgevoed en onder- 
wezen, werd hij reeds al^ jongeling naar Leuven 
gezondei^ , waar hij zich met ijver op 4^ Matheppta- 
lische en Sterrekundige wetemchappen toelegde es 
groote vorderingen daarin ivaakte, zoodat hij bij 
vele aanzienlijke mannen, en yopral bjij Yigliuav^^ 
Aijtta, die een bloedverwant van hem was, m 
groote achting stoi^d^ Wegens de onluaten ^tjjn va- 
derland mpetende verlaten , heeft hij buitenlanda 
ziph alléén m^X zijne geliefkoosde studiën be^ig 
^ehoude^ (4), Hij 9chiJQt ongehuwd gestprv^i^ 
te zijn, 

1581. Haijo van Heebrauda , misschien wel een 



(*) Charlb. 4 D. 178. (f) Charlb. 4 D. 192. (§) R. Solc. 
Cpnsc. Exu\. (J O^Tih. 4 D. 178, 192, (+) Suff. Petri de 
Script. Fr. 480. 



108 ACHTKARSPELEK. 

kleinzoon van den bovehgenoemden Botte, woon* 
de op Herbranda-State te Buitenpost (*). Hij tee- 
kende den 22 Februarij 1681 , als gevolmagtigde van 
Oostergoo, de commissie yan Sijds van Scheltema 
en anderen , om met den Stadhouder te onderhan- 
delen over 's lands privilegiën, en wordt in dat 
stuk genoemd Grietman van \chtkarspelen (f). Op 
den landsdag van 7 Mei 1588 was hij weder ge- 
volmagtigde uit Üostergoó (5). 

1593. Feijco vAir HEEfiEAnDA, denkelijk zoon 
van den voorgaanden , was op denzelfden landsdag 
van 7 Mei '1688 ook volmagt iiit Oostergoo (*) en 
komt als zoodanig het laatst voor in 1613 (4-)* In 
hetzelfde jaar werd onder zijn beleid de kerk te 
Buitenpost herbouwd. Hij was de eerste gerefor- 
meerde Grietman van deze Grietenij. 

1618. Tjeek avatï Boeleks was denkelijk ge- 
trouwd met Aaltje, dochter van Barthold van 
Douma , Grietman van FerwercJ/Jradeel. Hij werd 
den 1 December 1618 tot Grietman verkozen en 
was Gedeputeerde in 1626. Reeds in 1609 was 
hij lid van de Staten der Provincie (§) en nam 
in 1648 mede het besluit , waarbij aan Stavoren 
octrooi werd vergund om eenen trekweg van daar 
op Sneek te maken (*). Misschien woonde hij' 
reeds op de State Boelens te Buitenpost , waar een 
andere Tjerk of Tarquinus van Boelens, ook Griet- 
man van Achtkarspelen , in 1673 overleden is. 



(*) Geogr. Wb. ▼. Frie«l. 23. (f) Chartb. 4D. 23 5 
(5) Charlb. 4 D. 702. (^) Chartb. 4 D. 698 . 708. 
(!) Charlb. 5 D. 195. (§) Chartb. 6 D. 157. (*) Chartb. 
5 D. 516. 



ACHTKARSPELEN. 109 

Onze Tjerk deed afstand ten behoeve van zijnen 
zoon Pieter , die volgt '; doch deze overleden zijn- 
de , is hij op nieuw tot Grietman aangesteld den 
17 Julij 1639. De begrafenis van Graaf Willem 
Lodewijk woonde hij bij als lid der Staten uit 
OostergOo , en wordt tevens genoemd Grietman van 
s^ Achtkarspelen en gecommitteerde in de Kekenka* 
mer(*). 

1637. PiKTBR VAfl BoELEirs, zoon van den voor- 
gaanden, ddor afstand van zijnen vader, Grietmaii 
geworden, was in 1630 Ontvanger van de Griete- 
nij (§). Hij is gehuwd geweest met Eelk , dochter 
van Arent van Haersma , Grietman van Smallin- 
gerland. In 1632 was hij volmagt ten iandsdage. 

1639. Tjeek YAix BoBLEKs is reeds hier boven 
op ljB18 vermeld. 

1648. Livivs VAN BoELE5s, broeder of zoon van 
Pieter , deed den eed als Grietman den 24 Maart 
1648 , en was het volgende jaar lid van de Staten 
van Friesland (f). . 

1653. Livius YAN Sgheltinga , geboren in 1632 , 
zoon van Livius van Scheltinga , Secretaris van de 
Staten van Friesland, en Curator van de Academie 
V te Franeker, en van Anna de Blocq, was gehuwd 
met Wiskjen , geboren 29 Januarij 1633 , dochter 
van den Raadsheer Comelis van Kinnema en 
Romkje van Fockens. Zij woonden te Buitenpost 



(*) Wins. 905, (f) Opschrift op de kerkklok te Surbuiziim. 
(5) Chartb. 5 D. 518. 



110 ACËTKARSPELÉR. 

en hadden acht kinderen (»). Hij werd tot Gtiet- 
mah benoemd den 5 Maart 1653, nam in betzelf- 
de jaar zitting in de vergadering dér Staten van 
Friesland (f) , en werd uit dezeïte in 1667 gecom- 
mitteerd met nog zeveri andere leden tot het op- 
maken van eene instructie Voor de Curatoren van' 
de Akademie. Hg overleed den 16 Junij 1670, 
zijne vrouw twee jaren vroeger (9 October lé68) ; 
beide zijn te Buitenpost begraven, 

1670. Taeqvikiijs vatt Boelens, denkel^ zoon 
van Livius bovengemeld, wa6 gehuwd met Antje 
van Andringa , dochter v'an Regnerus van Andrin- 
gsi , Grietman van Utirigeradeel , en Detje Lycklama 
a lïijeholï, weduwe van Sacö vanFockens, Griet- 
man van Lemsterfand. Zij woonden op de State 
Boelens te Buitenpost en hadden geene kinderen (^). 
Hij werd aangesteld tot Grietman den 6 of 16 Au- 
gustus 1670, en was in 1660 en 1662 lid der 
$ltatén(*). Slechts korten tijd mogt hij zijn ambt 
als Grietman bekleeden ; want hij stierf reeds den 
29 April 1673* Twee jaren later hertrouwde zij- 
ne weduwe nogmaals met Lubbertus Lijcklama a 
lïijebolt, Grietman van Stdlingwerf Oosteinde' (J.). 

1673. Petrus van MEïoirtsMA , gehuwd mét lï. 
Andla(S), den 30 October 1660 aangesteld tot 
Ontvanger dér Losrenten op een tra'ctement van 
achthonderd guldens , v^erd den 31 Jüllj 1673 tér- 
kozen tot Grietman van Achtkarspelen. Hij woon- 



{*) Wapenb. Scheltioga. Gen. 4* Familie aanteek. (f) Cbartb, 
5 D. 565. (§) Wapenb. Andringa. Gen. 6. Geogr. Wb. 24. 

C) Chart. 5. D. 634, 675. (4.) \^apenb. Andringa. Gen. 6. 
(§) Stamb. V. Adel. 



AGHTKARÖPELEN. 111 

die te B«flenï>08t op de Stal« JTej^Msctta (*) , en 
«tieblte dus deze plaats d^nkêlifk zeif , of heeft er 
xijnen naam van oMleend. Van 1060 tot 1664 
CH in 1675 was hij Kd der Staten vt^gens Acht- 
kftrspelen (f ). Hij oterJeed den 30 Januarij 1677. 

1677. IsA'écsL Dfi Sghetpb& , l>c»€tor m dei^gtett, 
was gehuwd met Hilék öf Hélena, dochter vaii 
Aulus van Haersma, Grietmatt van Smallingerland, 
bij welke hij geene kinderen had (J). Voor dézen Se-^ 
cretaris ran de Staten van Friesland , werd hij den 
10 Augustus 1677 tot Grietman aangesteld. Hij was 
een goed dichter en heeft een fr^ai vers gemaakt 
ter eere yan Simon Abbes Gabbema , Historieschrij- 
ver van Friesland, ter gelegenheid/ dat deze de 
werken van Gijsbert Japiks uitgaf («). Hij had 
voor het eerst zitting in de Staten, toen in 1678 
de Erf stadhouder tot Curator Magnificentissimus 
van de Hoogeschool te Franeker werd benoemd (4). 
Ètt 1^6 was hij Commissaris politiek bij de Syno- 
de te Franeker. Hij overleed den Ö Mei 1688;- 
z^ne vrouw was reeds gestorven den II Septen»- 
ber 1669 (J)- 

1688. EÈLGO VAK Haebsma, geboren den 21 
October 1667 , was de zoon van Arent van Haers- 
ma , Grietman van Smallingerland , en Aurelia van 
GKnstra , en dus een broederszoon yAA de vrouw 
van zijnen voorganger. Eelcó trouwde in FebruA* 
1888 met Romkjen, geboren den 16 Februarg 



(♦) Geogr. Wb. 23. (f) Chartb. 5 D. 6358eqq. 1103, 1108. 
({) Wftpenb. Haersma. Gen. *. (;^) Gijriwrt Japix, Friesche 
R^mlerQ. LeiiWerd. 1661. (•{.} Cbartb. 5. B. 113^ 

(§) Wapenb. 1. !. 



112 ACHTKAR8PELEH. 

1668 9 dochter yan den hierboven yermelden Griet- 
man Livius yan Scheltinga. Zij den 20 Januarij 
1 702 oyerleden zijnde , hertrouwde hij met Mariti , 
dochter ^yan den Secretaris yan Oostdongeradeel , 
Gomelis Bosman, te Metslayrier, Bij de beide yrou- 
wen had hij yijf kinderen (*). Hij yroonde te Au- 
gustinusga en werd den 31 Augustus 1688 aange- 
steld tot Grietman. In hetzelfde jaar, toen aan 
Johannes yan der Waijen en Laeliits yan Lijckla- 
-ma octrooi werd yerleend tot het aanleggen yan 
eenen rijdweg tusschen Koudum en Hemelum , toe- 
pende met eene schouw oyer Galamadammen , was 
hij lid yan de Staten (f). Hij is oyerleden den 1 
Februarij 1712, in den ouderdom yan yijfenyeer- 
tig .jaren. 

1712. Aeejüt yxv Habasma, zoon yan Eelco bo- 
yengenoemd , was gehuwd met Anskjen , dochter 
yan Johan - Lodewijk Doijs en deszelfs tweede 
yrouw Maria yan Boelens, bij welke hij acht kin- 
deren had(^). Zij woonden te Augustinusga (*)• 
Tot Grietman aangesteld den 19 Februarij 1712, 
woonde hij als lid yan het CoUegie ter Admirali- 
teit de meergemelde blijde inkomst yan Willem IV 
in 1734 bij (4-). Hij overleed den 16 Septem- 
ber 1740. 

1740. AüLus yAir Haeesha, half broeder yan den 
yoorgaanden , en dus een zoon yan Maria Bosman , 
was gehuwd met Eritia , dochter yan Johannes 
Saekma yan Wyckel en deszelfs eerste yrouw Anna 



(*) Wapenb. Haenma. Gen. 6. (f) Charlb. 6 D. 141. 

($) Wapenb. Haersma. Gen. 7. Bouriciut. Gen* 5. C^) Geogn 
Wb. 8. C+) Juichend Friesl. 37. 



ACHTKARSPELEN. 118 

Haria' ysca Sinmia, en had geene kinderen ("^j. 
Hij is eerst Kapitein geweest ,- en werd den 1 No- 
vember 1740 tot Grietman aangesteld, .zat later 
leyens in den Raad van State , en overleed den 29 
November 1763. 

1764 Daniel db Blogq van Haebsha • geboren 
den 4 S^ember 1732 , was de zoon van Arent 
Aulus van Haernna en Martha Gecilia van Bouri- 
cius , en gehuwd met Maria , dochter van Sijbran- 
dus Wibrandi , Secretaris van KoUumerland, Hij 
had bij haar acht kinderen. Den 6 Julij 1752 
aangesteld tot Tonneboeijer voor de Provincie, 
werd hij den 12 Maart 1764 benoemd tot Griet- 
man van Achtkarspelen. Hij was ook Curator van 
de Franeker Academie. In 1795 moest hij met 
zijne ambtgenooten zijnen post als Grietman verla- 
ten , doch is later weder in betrekking gekomen en 
in 1805 Drost van Dantumadeel , KoUumerland en 
Achtkarspelen geweest. Hij overleed te Bui/enpost 
den 7 December 1814; zijne weduwe den 15 Ju* 
nij 1821. 

DANTUMADEEL. 

De zevende Grietei^ij van Oostergoo grenst ten 
noorden aan West- en Oostdongeradeel, ten oosten 
aan KoUumerland, ten zuiden aan Achtkarspelen 
en Tietjerksleradeel , en ten westen aan Tietjerk- 
steradeel en Ferwerderadeel.* In deze Grietenij lig- 
gen twaalf dorpen : Driesum, Wouterswoude , Dan- 
iumawoude, Murmerwoude, Akkerwoude> Binsu* 



(*) Wapenb. Haer»ina. Gen. 7. Wijckel. Gen. 6. 

8 



lU DANTUMADEBL. 

mageest, SijbraHdahuis , Yeeawoode, Birdaard, 
Roodkerk, Jaoum en ZwaagwesteiiNb* 

GRIETMANNEN VAN DANTUMADEEL. 

1418. DowA YAn DoiJicGHA. (Douwe van Doiiiai) 
zegelde op den 29 Januarij 1418 een consent of 
fsrdbim tot rericoop van Tier ponéeinaten lalids 
onder Birdai^ (*). H^ woonde té dtoldmawovN 
de , blijkens efenen ^f tbrief ran Heer Uteka ^ pAesÊ^ 
ter te KJaarkamp , tan aHe zj|iw^ teaneit em land^ 
gelegen m Lilüngwald (f) , én was in léfA ^ivagn 
van het testament van Daco' 0i»8«ia($)^ 

1419. AwomTnikiubÈ. Opper Gksi^ (TjaardbTan 
Rinsanlageest) was eea der OnetaKlilDën ,. behtm* 
ttnde in de ter^aderisg van wegwn in ï^&f Ireecb 
verraeld op Dduwe Sijttcsmat Gfiietman tan Oost* 
dongeradeel. H§ Was de aivon tah TjloaiM tail 
Tjaarda en Joude tan Martena, en huwde ceel Altfd 
Honinga , vafn Groningen , b^ welke Vg rqt Idlitk^ 
ren had ^ waarVan cte oudste Béon v Worp \ dè ta*» 
der was van Kinsk , huisvrouw van Scheltte Séhèl* 
tinga , van Huizum , Grietman van KoUumerland , 
Achtkarspelen en BantunMdeiet(.*)k 



1475. AfiDE VAir Joaoema wt»de zwmtarnKjeim- 
pe van Jongetna en Ansk M. If. ^ toffe breerielr tan 
Edo tan Jongema , Grietman van Lémsètilaad f en 
half broeder van Agge Keimpes van Jtmgé«ia> Griift^ 
man van BaarderadeeL tt«j had tot tromw Back^ 
dochter van Gerk van Eljringa en lel tan Tjaafrda ^ 
ea was dus een kleinzoon taa tSJgdM Thiarda liier^ 

(^) CbaKb. 1 B. 401. (f) Charlb. 1 D. 435. ($) Charlb. 
1 D. 459. («y Wapeab. TjaMa vac Stailenfoor^b. Gea. 2. 



bovtm gmeld (*)• Hij oTerleed Ie Rmmimftgeeflt in 
1481 , zonder kinderen na te Iftten (f) ; zijne we- 
duwe hef trouwde met Tjalling Bolla , die nader- 
hand den naam van Eijsinga aannam (S). 

1S90. ScsvLTS ScHsiiTiiioA. , van Baizum , an- 
ders Schelle S^bian op de Geest, of ook wel 
Schelle Tjaerda genoemd, ts reeds vermeld op 
Kolhimerland. 

lOilf SuBs TiABmDA was de eenige soon van 
Sehelte Seheitinga , hier boven , en gehuwd eerst , 
met Arnia Fliling, «itt Lenrven in Brdband, en later 
met Moed, dochter van Sits Sitseraa en Womk 
Judcema, en had bij de eerste vrouw twee en bij 
de laatste «es kinderen (*). Een ijverig aanhanger 
"mm Keizer Karel , werd hij in lU? begiftigd met 
de Crrietenij van Dautumadeel {\.)j en was tevens 
@ideraMn Ie Dokkum en Meester inde veglen(§). 
Hg stond zeer in de gunst bij <len Keizer wegens 
«Jne bekwaamheid en ijver m deseelft dienst , en 
werd hem door denzehren in 1627 een pensioen 
. ^toegelegd van zestig ponden jaarl^ks {*). In 1C20 
was hij Ontvanger van de floreenrente in Oealce- 
goo(f). In 1536 ontving hij van den Stadhouder 



f*) üpc. irat» ITnrm. Tab. «reo. WapttAi. 'l3afdftTao Slarle»- 
\hm^ Oea^ 3k <t) Vp«* «« Bum Tabv «ea» (f) W^pcn^K 
i;i^UNia «.tSHrkcAbor^. Gen. 3. (J Charlb^ ZD. 3*7, W/^ar 
hp Sqds Raede genoemd wordt, doch dit is zelLer eene druk- 
of schr^ffoiA. Reeds op 1485 vind ik Sgdts Tjarda genoemd 
Grietman Tan Dantumadeel , zoo dit geene fout in ÓMk naam 
i^ , 4heet kg veor 4en teennaNgen GiietmaD aU bfciUer getee- 
&Md iMbbm. (4^) Gbartb. 2 D. 495. <$) Stamb. t. Mti. 
M>gc, 43aC 4iig Doctor tn 4e iMAc|iiea waa. <*) €lhai4b. 2D. 
535. (t) Wins. 487. 

8* 



U6 DANTUMABEËI.. 

Sohenk eeaen brief yan dankzegging voor de ge- 
trouwe diensten aan Z. H. bewezen. Hij hield 
. zich toen te Groningen op (*) , en schijnt afstand 
van de Grietenij gedaan te hebben , daar men hem 
sedert dien tijd eenvoudig Hoveling te Rinsuma- 
geest , en geen Grietman > genoemd vindt in de me- 
nigvuldige . n^issives , aan hem geschreven(f ). Jo- 
hannes Wopkes Saekn^a, die voor dien tijd (J) ,. bij 
zijne gedurige afwezigheid, reeds als bezitter de 
Grietenijzaken waarnam, is hem 'voorzeker in dit 
jaar c^gevolgd. . Tjaerda werd zoo wel binnen 
de provincie als buiten dezelve in landszakem ge- 
brcdkt, en dikwijls, in commissie naar den Keizer en 
de Gouvernante Maria gezonden om bun 's landsbe- 
langen voor te dragen. Na zijn overlijdea werd 
het noodig geacht eenen inventaris op te mak» 
van alle stukken en papieren, welke h^ , de lan- 
den en steden van Friesland betreffende , oncl^r ztcfa 
had gehad (^^). Dat hij niet onbemiddeld was, 
blijkt uit het aankoopen van onderscheiden goede- 
ren in Santumadeel (4-). Hij overleed op Si. Lu- 
ciadag des jaars 1546, en zijne weduwe don 27 
September 1547; beide zijn in de kerk te Rinsu- 
mageest begraven (J). 

1536* JoHAinrES Wopkes Saekha, reeds in 1527 
Bijzitter van de Grietenij ^n als zoodanig voor den 
Grietman teekenende ('^) , heeft naar mijn oordeel 
eerst laatstgemelden post aanvaard in 1536, toen 
Tjaerda zich te Groningen ophield. Hij was den- 



(•) Chartb. 2 D. 686. Cf) Chartb. 2 en 3 D. (§) GbarOi. 
2 D. 536. (^) Chartb. 3 D.230. (4.) Chartb. 2 D. 541, 645. 
(S) Grafachrift in de kerk té Riuümageect. {*) Chartb. 

2 D. 536, 



DANTUMADEEL. 117 

kel^k gehuwd met Elisabeth Sapsma, en komt in 
1640 voor als Keizerlijke Majesteits Grietman van 
Dantumadeel , onder eenen koopbrief van vergra- 
ven land onder Veenwoude(*) , alsmede in de 
procuratie op Sijds Tjaerda en Haring Heringa, in 
de zaak van Douwe van Burmania met de Gronin*- 
gers (f) , waarin hg uitdrukkelijk Grietman en 
Tjaerda alleen gevolraagtigde van Dantumadeel 
wordt genoemd (§)• In 1546 onderteekende hij 
als Grietman van Dantumadeel , in naam van de 
Eigenêrfden en huislieden van Oostergoo , deh re- 
yersaal-brief, bij welke aan Keizer Karel trouw 
werd beloofd («)• Hij had zitting ten landsdage in 
1660 , toen de akte nopens den eed en huldiging 
aan Filips II , in geval van afsterven van zijnen Va- 
der, werd opgemaakt Ik vind hem nergens an- 
ders Saekma genoemd , dan in meergemelde Naam- 
lijst, hij onderteekende zich altijd eenvoudig Jo- 
hannes Wopkes. 

1668» AuKB Oetsma was de zoon van Dirk Freerksz.; 
in 1631 , en de broeder van Feike Dircksz., in 1680 
Grietmannen van IdaarderadeeL Eigenaar zijnde 
van de eigenêrfde plaats Oetsma bij Grouw , schrjnt 
bij zich daarnaar genoemd te hebben , ofschoon hij 
meestal Auke of Augustinus Dirks geheten werd. 
Hij was gehuwd met Marij Klaas dochter en had 
kinderen. Doctor in de regten zijnde, stond hij 
ab een bekwaam regtsgeleerde bekend. Afkeerig 
van de Spaansche dwingelandij , behoorde hij tot 



(*) Chartb. 2 D. 788. (+) Zie Werp Ropta, Grietm. ran 
Oostd. (§) Chartb. 2 B. 866 , zie ook ald. bl. 87Sr, waar Sgds 
Tjaerda en de Grietman ieder afzonderlijk i^vorden genoemd. 

(^) Cbartb. 3 D. 68. 



118 DAIffTUMADIEL. 

bel Teri^ottd der Edelen , en wm met JMian fü» 
Bonga en andere Ftieache Eddea in bet leger der 
vecbondenen , toen zij den 24 Augustns 1571 de 
stad Slayoren innanien. In dk, selfilejaar^ endei»* 
keiijk reeds voor dien velcltogt^ ifrerd bij Tan iqn 
ambt ontzet, en door Doeke Tan Martena met 
Seerp Tan Galama en eenige anderen opgemaakt t 
om Leeuwarden den Pru» van Oranje in handm 
te «pelen , rrcike aanslag echter mislukte* Na nog- 
menigruldige brmjzoa van Taderlandsliefide en dafK 
perheid gegeven te hebben, schijnt hij tiinsifeek s 
het jaar IftSl orerleden te Bgn(*). 

1572* RoBLAHD run A^msum waB.gBfanwd met 
Womck , dochter vmn Jaw Mockema en lisk He^ 
ringa, bq T^reike hij eene dochter had. Hg hieèd 
de Spaansclie zi^éc , en vrerd in de plaats Tan den 
algbzetten Oetsma den H October 1572 tot Griet- 
man van Dantumadeel aangesteld , en legde den 20 
daaraanvolgenden den eed af in handen Tan zijnen 
neef, den President van het 8of , Igraoi van Acbe- 
]en(f)« In I57S wa» h^ ook D^kgraaf van Ban»* 
tflümdeel (S). Hij aohi^nt te Ferwerd te hebben 
gerromid, althans eme State, Canmmghn ge*- 
naamd, aldaar in betit te hebben gdiad^ daar bij 
op 'dezelTe eene voortreffislölce pdantagie heeft ftanr 
gelegd (^r). Kn 157ft ruilde hij met Oeiie van Wijt»^ 
ma xijwe grieteng tegcai <lie van Hennaardennkfli , 
docji ileted ook , reeds na naauweiöks één jaar, «(• 
m$Miè hkrran , denkeMjk door de tijdsomstaoid^ 
heden daartoe gedrongen (J.) . Zijne aanstcIHng als 

(1^) Te Waü. verb. der Edel. S^e St. 194 eo de daar aan /^lia«ldi 
plaalten. (f) Gfaaliii* Biog. Wooralb. 1 D. 41. ($) Wmu 
Hist. 175. U) Geo6r.Wb.3i. (DChalm.Biog. W(Miiidb.lD.41. 



4hiiimÊn ym Ikntufsadeel ^dl men in 4e ad4i- 
iamenta adbler : TractaiMs de Grielmannü vaa C. 
Z. ywi Beiiaui , welk fnerkwaardig stuk , als be- 
h^èmwh. v«Ie iM^Mmderb^ea omtreiit de functiën 
^an oenen Grietman van dien t^d, zeer Iezen9- 
'Waardig ia. Hij leeÉde nog in 1608 (*). 

10^76. Obw vajs Wiitsbia,, %oqb vftn <Jerrit van 
Wijtsma, op Wgtsma StMe Ie Birdaard , en Doro- 
•tiiea van AUbada » was gehuwd met Doed , dochter 
-van Sierk van Donia , <Sfieiman fan Hennaard^i^- 
•éed » fin Sjouk Douma » b^ weJke hij yier kipde^ren 
liad(f)u In de plaala van zi^en scbooAvader in 
ViTQ in de»el£s grielenij .<^igevo]^d zij^e , v<er- 
milde ioj dei^ve , zoo ais wi^ hoveo zagen , met 
Koeland van Achelem Hij waa in 1579 een van 
ben, die den Stadhouder Rennenberg bij re- 
Icwest i^evzocfaten de Unie van IJtreoh^ te verbi^de- 
tea ({)« Als ijverig Spaanachgezinde konde hij z^yn 
ambt md behouden , maar verliet heimelijk zijne 
Crrictenaj (*) , waarop spoedig «ijne af;&etting volg- 
ide. ffi| had de wijk jaaar «Groningen genommi , en 
onderteekende daar met eeiyige anderen in 1581 
^oenen brief, aan aommige f riescbe Edellieden 9e- 
eaohffeven , cmi hen over te huilen , zich weder ,in 
^aK.omng6 fehoorfiaamheid te begeven, onder be- 
-kyfite iv^an hulp en bijstand van Verdugo te zuilen 
tMttvangeii^ Uii eigene beweging schreef hij nog * 
bpnrencfien aan eettcn vooon^men man , vriens qnam 
niet genoemd wordt , qpi hem te smeeken de Kde- 
len en boeren vén Ooatergoo over te halen tot het 



<*) Gcogr, Wb. S4. <f) üp«. v. »urai. Wapenb. Harioxaia 
'Itonia. Gen. 6. SUmb. ?. Adel. ($) Wins. €S0. M Te Wa*. 
Verb. d. £del. 2 D. 378. 



120 DANTÜMADEEL. 

benoemen van gevolmagtigden om met Verdu^o te 
onderhandelen ; doch geene van beide pogingen 
had het gewenscht gevolg {*). Hij staat op de l^st 
der genen, aan welke, yolgens het besluit yan den 7 
Junij 1580, niet mogten worden uitgeleverd hun- 
ne eoederen of bezittingen , daar zij heimelijk het 
land hadden verlaten (f) , en werd tweemalen , den 
7 Julij en 6 Augustus van dat jaar , ingedaagd , 
op straffe van eeuwigdurende verbanning en ver- 
beurtverklaring van goederen , om zich op de Kan- 
selarij te I^eeuwarden wegens zijne voortvlugtig- 
heid te komen verantwoorden (§)• Hij is ten, laat- 
sten evenwel in het vaderland terug gekomen , en 
op Wijtsmastate bovengemeld , even als zijne vrouw , 
gestorvai, en in de kerk te Birdaard onder eenen 
blaauwen steen begraven (*). 

1580* Sjugk van Emiicoa was de zoon van Ids 
van Eminga en Wiek van Heemstra , en gehuwd 
met Fouwel van Holdinga , bij welke hij dertien 
kinderen had, meest allen vóór hem overleden (j*). 
In 1S68 door den Spaanschen Raad openlijk. uit 
Friesland gebannen (§), omdat hij de zijde van 
Oranje hield , kwam hij in 1Ö80 terug , en werd bij 
voorraad aangesteld tot Grietman van Dantumadeel., 
welke Grietenij door het vertrek van Oene van 
Wijtsma vacant was geworden ("*)♦ Tot het ver- 
bond der Edelen behoorende, woonde hij met Au- 
ke Oetsma de inneming van Stavoren in 1571 bij (f). 



(*) Schot. 891. (t) Chartb. 4 D. 160. (J) Charlh. 4 IK 
178, 192. {♦) Slamb. v. Adel. (+) Te Wat. Verb. d. Edel* 
2^0 St. 378. ($) lo de ligst der gebannenen b^i Wios. Hist. 
90 wordt- h^ Sjnck Ëminga van Corojum genoemd* (*) Te 
Wat. Verb. d. Edel. 2de Sl. 378. <t) Gabb. 539. 



DAKTÜMADEEL. 121 

Het volgende jaar kwam hij ihet Seerp yan Gala- 
ma en nog twee anderen te Bolsward , met eene 
algemeene procuratie van de Edelen en Eigenerf- 
den, die zi^h op dien tijd te Franeker ophielden, 
welke inhield , dat men soo wel uit Bolffward als 
uit Sneek gevolmagtigden naar den Prins van Oranje 
zoude zenden , om met Z. DóorL te handelenover het 
sturen van krijgsvolk tot bescherming tegen de 
Spigijaarden (*). Door den Stadhouder Willem Lo- 
dewijk gedagvaard zijnde, om op den 20 Junij 
1584 met Joost van Herema , iSalvius Hockema en 
Tjaard van Aijlva voor hem te komen ^ ten einde 
aan te hooren het vonnis, hetwelk hij zoude. vel- 
len omtrent huxme aanklagt tegen de Gedeputeer- 
den , die voor vier jaren in functie waren geweest*, 
weigerden zij te verschijnen en verklaarden geene 
andere Regters in dezen te erkennen, dan denPre- 
sident en de Raden van het Hof van Friesland (f). 
Hij overleed in 1586; zijne weduwe 'hertrouwde 
aan Albert Horenken (§)• 

1582. Maatbii van Sghonbiibü&g (^r) , zoon van 
Sehastiaan van Schonenburg ,* Grietman van Kolht- 
merland , was gehuwd met Eelk , dochter van Sjurd 
van Heemstra en Popk Itsma , waarb^ h^ eene 
dochter had (|). Hij behoorde iaede onder de on- 
derteekenaars van het rekwe^ aan Rennenberg, 
om toe te treden tot de Unie van Utrecht (§). In 
1587 teekende hij als volmagt uit Oostergoo mede 
de instructie , waarnaar de Afgezanten aan de Ko- 

(*) Wins. 582. (t) Cbarlb. 4 D. 500, 5d3. (J) Te Wat. 
Verb. d. Edel. 2do St. 378- (^) Z^n naam wordt zeer ond»v- 
scheidea g^sch reven , zoo aU : Schouburg , Scbouwenberg epz. 
(+) Wapenb. Beemitra. Gea. 7. Herema Gm^ 6. C J) Win». 629. 



122 fiAHTUMAllEEL. 

mngki raa Engeltnd weh oMMfen hf Uten te gedrar 

1600. Jm tav Tasdika of TiUiBBA^ eehtgenott 
Tan Bauck Buingl» ^ overleed als Grietman Tan 
DaBtmnadeel den 4 October JOOO, en «zijne ttoeiw 
den ^ Janoani 1608 (f )« Tweemalen, oamel^k in 
1592 en 1506, koml 1^ voor als Ei Tan de Fria- 
^€Ghe SUIen <$)« 

I60i« Tjabsb tan AMnsTA was xeer waarsekilQ' 
igk «en zoem Tan Ulfce Tan Aiglra en 8ae]ik 1/)ni- 
aia , en alsdan getrouwd met Jets, doehtor Tan£po 
^an Aglvm em Ank Tan Aijl? a , hèq welke hij twee 
Jtinderen kad(*)« Den 26 Mei 1601 tot firieUnan 
aangesteld , werd hij in 1615 uit Oostei^goo ais 
jMdtengewoon igeoonmaitlteide naar de fitatai fit- 
jieraal gesonden, om te helpen ^oanisn in ée gA- 
sefaiUen, omtreal den Godsdienst ontalaan, en liet 
beramen Tan een plan tot hel hoiiden eeneraalioMJe. 
Synode (J.). De lijkstatie Tan Willem Lodewijk 
nwJgde liij als Tofanagt 'wegens Dantninaded ia de 
4Sftaten Ton fneriand; hij was tiacniofik üd-rarn ife 
Jkdmicaliteit^^i Bij woonde 09 JKellDemaatate Ie 
iBinsiiMiageert(*), en is dexolfde die in het Char- 
4erboek Toorbnnt onder den naam |rgm Ijaend fvan 
>Aflva fJe» iOmden ^) . »Hij overfaed den^ fidbvti- 
«ij UQ28. 

I9S80 fiifsttmrop vav Abkimma, wiens oyeiv- 



^fk) 1iTi98. 781. (tj Grafife©» 4ii de kerk te RinsMnageest. 
<J) CïmÜ). 4 B^ 7»1 , 895. (^) Wapci*. A§lva. Gen. T. 

.(+) Wins. 900. tJ) Wiw. 904, (*) Cleogr* W«ordb. ▼• 
Friesl. !99. ((f) dtaitb. 4 1». 826. S », U5-^299. 



DAKTÜMASEBL. 128 

grootirader ^en groainéev , Alberi en GiJsbertiiB , 
bekte Raden in het Bof van Friesland xijn gefeest 
en wiens vader , Arent , Kapitein was (*) , was ge- 
huwd met Gatharina , dochter van Sijbren Walta 
en Tiets van Holdmga, en faad bij baar twee doch- 
ters. Na i^ijnen dood hertrouwde zij eerst aan 
Bessel Atjsma en later aan Johan vtai Aijlva , Griei- 
man van Hemekiiner Oldephaert (-{-)» Als Friesch 
Bdelman woonde hij i|i 1^0 de Kjkstetie TanWiU 
lem Lodcw^k bij(S). Den 29 Maart 11628 weid 
b^ jiangesteld lot Grietman «n overleed in 16S1. 

1631. flvFy&nms Saekwl^ Doctor in de veglcii^ 
zoon van Johannes Saekma en Hijlkje Boner, was 
getrouwd met Titia ttiomas Oosterbaan, dochter 
va» Thomas Gevrfts t Burgemeester van Stavomi 
en had fag baar geene baderen^*). Hi) woooér 
te Akkerwoude en werd den 20 Decenfeer 1690 
AdvocasU iK>or den Hove , waarna hij den 4 Oc*- 
tober van het volgende jaar toi Grietman van Dam^ 
tumadeel werd benoemd. Hij was tevens geconH 
milteenle Ier AdoHraliteil te Dokkum (4). ¥an 1882i 
toi 1658 Lid va» éc Stoten van Friedand aijnde ». 
teekende hij als sooobaig mede het octrooi 
v«or DokkuBi) on eenen nieuwe» weg van die stad 
netar Dantumi^iroude aan té leggen ({). Als ge*^ 
volmagtigde van de ingezetenen van Rijnsumageesl,. 
kreeg hij dat zelfde jaar, ten voordeele van hunne 
kerk , «Hsirooi lot hel maken van eenen rq4weg 



{*) J» Starter, Friesche Lusthof, Naamr. d. Rad. ; zyne moe- 
der was irotgens «OBHmgen Margarelha Foekenv. Cf) Upc. v» 
Berm. Tab. Gen. Stomb. v. Adel. <$) Wim. 904. («) Yrien. 
Ath. Fm. XLIX. (4.) Vriem. AUi. Frk. XLIX. ({) Cbardb. 
5 D. 519. 



124 DANTÜMADEEL. 

van genoemd dorp naar Birdaard en Oudkerk (^). 
Hij stierf den 8 December 1655 (f). Zijne vröuw 
overleefde hem* 

1656.. Sjok&d van Aijlva , zoon van Tjaerd van 
Aijlva, hier boven op 1601 gemeld, was gehuwd 
met Juliana, dochter van Adriaan Mauderik en 
Sjouk Rpussel , bij welke hij zes kinderen had (§). 
Hij Werd den 11 December 1656 aangestdd tot 
Grietman én woonde op de State Helkema te Rin'^ 
sumageest , welke hij in 1668 herbouwde (J. Met. 
de Stad Dokkum had hij vrij wat oneenigheid om- 
trent het regtsgebied ; doch de Gedeputeerde Sta- 
ten namen den 10 Januarij 1662 het besluit, dat 
de Regering van de Stad geene verdere jurisdictie 
mogt plegen , dan tot in de stadsgracht en het 
uiterste einde van de valbrug(4)* Hij was mede- 
lid van de Staten van Friesland ($) en van de Sta- 
ten Generaal. Na in 1666 afstand van de Ghrietenij 
ten behoeve van zijnen zoon gedaan te hebben ^ 
werd hij den 7 October van dat zelfde jaar Raads- 
heer in het Hof van Friesland ^ welk ambt hij een 
paar maanden later overdroeg aan Pibo van Do- 
ma, doch den 27 Februarij 1672 op nieuw ver- 
kozen , bleef hij hetzelve waarnemen tot aan zijnen 
dood , welke voorviel te Rinsumageest den 19 Oc- 
tober 1679 (*). 

; 1666* Tjabüd van AixXtTA j zoon van den vocht» 
gaanden , was gehuwd met Helena Maria , geboren 



(♦) Charlb. 5 D. 518. (f) Vrieni. Ath. Fris. XUX. 

(§) Wapenb. A^lva. Gen. 8. (^) Naamr. d. Raden. 45. 

(+) Tegenw. Slaat v. Friesl. XIV D. 252. [§) Chartb. 5 D. 
582. seqq. (^) Naamr. d. Rad. 45. 



DANTUMADEEL. 126 

16 September 1646, ciochler van Willem van 
Schwartz^uberg en Jannette Tjarda tan Starken- 
borgh , en heeft geene kinderen gehad (*). Den 
15 ïebruarij 1666 yolgde hij zijnen vader in de 
Grietenij pp. Om, mij onbekende, redenen werd 
hij den 30 October 1695 op het'GoUegie ontbo- 
den, en den Fiscaal den 12 December gelast proces 
tegen hem op te maken. Hij is langen tijd lid 
van de Staten van Friesland geweest en in vele 
belangrijke zaken gebruikt (f). Hij cleed afstand 
van de Grietenij in 1713, en stierf twee jaren later* 

1713. Gboag Wolfgang , BAaon thob Sghwaet- 
:a]fBBAG EK HoHBULAiiiSBEAG , was de zoon van 
Wilca Holdinga, Baron thoe Schwartzenberg , 
Grietman van Barradeel , en gehuwd den 10 April 
1729, te Voorburg, met Frangoise Wlson de St. 
Maurice, geboren dan 10 September 1705; hijj 
had bij haar vijf kinderen (§). ^ Den 30 October 
1697 weed hij aangesteld tot Tonneboeijer voor $le 
Provincie , doch verwisselde dit ambt met dat van 
Grietman van Barradeel , waarvan zijn vader af- 
stand deed, den 8 Februarij 1703; maar voors- 
hands echter kreeg hij verlof z^ne studiën voort \p 
«etten en zoo laiig de Grietenij te laten waarx^emen. 
In 1713 (dvCa 1 1 Januarij) werd h^ Grietman tan 
Dantumadeel, en den 8 December 17^9 van Henal- 
dumadepl, terwijl hij den 12 Februarij 1737 tot 
Credeputeerde uit Westergoo is benoemd» Hij had 
in alle hooge pollegién fitting, en ov^leed Ie Leeu- 
warden den 28 December 1738, in d?n ouderdom 



/ 



(*) Wapenb* Agiva. Gen. 9. Schwartzenber^ Gen. 14. 
(f) Chartb. 5 D. 750 seqcf. ($) Wapenb. Schwartzenberg. 
Gen. 16. 



126 DANTOADEQL. 

ran scht en reertig jare» , doeh werd Ie Beetgum 
in den ^af kelder bijgezet den 14 lamiar^ yan het 
volgende jaar(*), 

1726. MtOHAfiti 0ii9VH&its Baaoktbos SevwiJtv- 
-ft^HBEBO iBif BoHBiffcAKsmifict , te LeeuwaMlen ge- 
doopt den 14 JoKj 169&, en in Jnnij 1726 gehuwd 
tnet Margaretha Maria, Baronnesse van Crbendt, 
geboren den 29 October 1707 , bij We&e hij drie 
it^nen had , was de jongste broeder ran deix toot- 
gaanden {f) , en werd door aOstanil van dezen den 
6 Februarij 1725 Grietman van Dantumadeel. In 
^jne jeugd kwam hij door het vroegtijdig overlij- 
-den van zijnen vader ^nder het opzigi van vijnen 
'Oom ) Sieeo vcm GosUnga , GrietmcR van Franeke- 
adeet. Mij was zeer bedreven m de vris-envrerfc- 
im^unde , en deed daar door veel mÉ, , toon hij , 
xnet Philip Tegilin van Glaerbergen, Commissaris 
was tot bet (eggen der nieuwe Zijte» Üj S.oR«iii 
in 1729 (S)« Oek staan zijn naam en wapen .i»ptie 
inramide van hartsteen» weMfee ftèl eene eeuwige 
gedachtenis vast dit gewdgtig v^erk ia opgerigt ge- 
wwden(*), ïn het beruchte jaar 17tó waa hg 
lid van de Friesche Stirten , tm bteef ooafge- 
•broken de atnbten en eommisriéE «ter Provincie 
*waanMnien« Bij overleed te Leeuvrarden den 187 
April I75$i in den ouderdom van drie eti seirtig 
ilmrenk 

1768. ÈMKUvwi Ckuna ?issctf ak , gdboren in 
•de Oestindiën» en gedoopt Ie Bokkum den 2 Fe- 



(*) K^peiib. SuhwartzenWg. Gen. 16. {f) Wapenb. 4. I. 
(S) Sclielt. Statftk. NsdK 2 Ik 303. U) F. SJoerds Alg. Besch. 
1 D. 235. 



niKTÜlIAIKEBL. 127 

bHièl^ 179199 vfQ8 de toon fm Fndis: Canter Ym^ 
sobar , Yroedfloiaii der sUrd I>c4ikuiii , en gehuwd 
m^ N. Kdser, bi} wdke Vq eéne dochter baKL 
Hiy overleed te Leeuwardeir in 1781 of 1782^ eo 
werd te Drie^m hi eennt pufkeldet bifgeeet , ofi«« 
der eenen nrfren btoaixwisn tetic, welke in 1795 m 
omgekeerd geworden » om lie daarop staande wih 
pen^ e* imoriplieB voor de iwruiektidcr haad fan 
de wapenstotinei^ tqk dien tijd te birwaten* 

1782. Petrus Adaiaitüs Beegsma, geboren den 
IS April 1743 9 was de zoon van Willem Bergsma 
en Rem^ia Scètk » en gehuwd met Ikid<^êa Jaco- 
ba Doitsma, bij welke hij tien kinderen had* In 
1789 Sécretatlft tan dete Griatenq ignde^ nverd 
hg den 6 Oeteber 1782 tot Grietmui aangesteld ^ 
en bekleedde tan dat jaar tot in 1795 de eommi»» 
Éieé , welke in dien tqid op de Grietenijen Tieten i 
zn^ als Kd iMin Gedeputeerde Staten « van de Ad^ 
miraliteit enz. Ook was hij* Ontvanger Generaal 
van Qantumadeel en Dijkgraaf van OostdongeradeeL 
Ra 179S h^ hij geweest eer^ Bailfuw van Bantu- 
tnaded en Kólhiföetlaïid , en later lid véoi bet De« 
paf tementaaf bevfüur van VtisAttté. Ifij overleed 
te Dokkum den 14 October 1824, in den ötider^ 
dom van ruim een en tachtig jaren. 

WÈTJÊRKSTÈRAMëI. 

ïtè üdkiêtt ^rtièténij van Ok>stet|^ gfem^ ten 
noorden aan Dantumadeel, ten oosten aan Acht- 
karspelen» ten zaiden aan Smallingerland« ten 
zuidwesten aan Idaarderadeel « ten westen aan 
Leenwardevadeel en «en neordwefttcn isian Femter» 



128 TIËTJERKSTBRADEEL. 

deradeel» en bevat reertien dorpen : Wijns, Oud^ 
kerk , Oenkerk , Giekerk , RijperkeHc , Tietjerk , 
Suawoude, Hardegarij^, Bergum, .Eestrum , Oos- 
termeer (waaronder een klein gedeelte van het 
dorp.Rotteyalle) , Suameer, Garijp en Eernewou- 
de* In sommige oude stukken komt. dit laatste 
dorp niet voor, zoo als onder ander^i in de ver- 
deeling der floreenrenten, op hevel van den Her« 
tog van Saksen in 1504 opgemaakt ('^). Ik denk, 
dat het toen onder Garijp werd gerekend te be- 
hooren. 

GmETMANNEN VAN TIET1ERKS7E&ADEEL. 

* 

1392. Tjebba. Ili>sisxa, wonende te Bergum » 
komt voor in de akte, afgegeven ié de gaarleg- 
ging; van Leeuwarderadeel , Tietjerksteradeel , 
Smallingerland en Idaarderadeel , bij welke de stad 
Leeuwarden gemagtigd werd lijfstraffen uit te oe- 
fenen (f). 

. 1436.* HiDZBE HfiftNAnA zegelde als Grietman 
van Tietjerksteradeel den consentbrief van den 
Abt van Oldekloostei op het stuk land te Swi- 
chum (S). 

1450. . Oomk Haukaha, teekende het verdrag » 
waarbij het onderhouden , gedurende twintig ja- 
ren van drie Zijlen in den Leppedijk werd opge- 
dragen aan Popke Heringha en Ziert te Opeinde Q. 



(*) Wins. 3%. (t) Zie Sjoerd Mennioga , in hetzelfde jaar 
Gnetm. w Leeuw.) ($) Zie Altka Jellinga in dit jaar Grietm. 
V. Leeaw. (^) Zie Kempo van Uniaglia^ Grietm» ▼. Leeuw. 



TIETJERKSTERADEEL. Ï2Ö 

1486. M'Ei.LA 'HBD0AJIA Vflftd ik nergens, dan in 
één oud handschrift. 

1476. DoüWB AffKBs TAK Obhbma gaf den 28 
Februarij 1476 eelien consentbrief van verkoop van 
eenig veenland door Eerrét Sjoerda aan het kloos- 
lar AalsomC^). Twee jaren later hing hij zijn ze- 
gel aan het akkoord, gemaakt tusschen de Regering 
van Leeuwarden en de vier Grietenijen, omtrent 
vier sijlen in den Leppedijk bij Irnsum (f). In het 
volgencte jaar teekende hij de overeenkomst , waar- 
bij het KJaarkampster klooster onder zekere voor- 
waarden aanneemt eene zijl te leggen bij Klaar- 
kamp , in de Dokkumer Ee {^). 

1482. JeiTWTA ScaoBTSMA zegelde mede hetkon- 
trakt over den Bergumerdam (*)• 

1487. SijB Ho&KADA komt niet anders voor, dan 
in de Naamlijst en het bovengemelde handschrifi. 

1491. Gbek Botta is ook nergens anders, dan 
op boven aangehaalde plaatsen te vinden; het 
handschrift noemt hem Grerk Botta tkoe Herwe^. 

1606. PiBTBa VAir Gamiiiicgha is reeds vermeld 
i3fp LeeuwarderadeeL 

1617. Dogtor Kempo kreeg in 1517 commissie 
op de Grietenij Tietjerksteradeel (|). Ik heb ner- 



(*) Chartb. 1 D. 661 ; in dit stuk wordt h^j genoemd Douwa 
Annaz. (f) ZieRienk Wopkes^ Griétm. ¥• Leeuw. (§) fhartb. 
l D. 673. (^) Zie One Van Jowsroa , Grietm. t. Leeuw. 

(+) Chartb. 2 D. 344. 

9 



laD TlETJSRKSTERAQffil.. 

gfiuR hixïmm ontdbkl&en, wi^date Sioclor K-eo^o 
eigenlijk was ; in het eerst dacfai ik wel eens aai% 
den Schrijver van het Landboeky D'. Kempo van 
Martena ; dooh omdal deze noch by Scheltema ^ 
SjtaatkiuuKg NederlaiKi, apch bij Te Vater, Yff- 
botnd der Edelen, 'noch bij eenigei^, m^ bekenden» 
schrijver als Grietman wovdt veroaeld , heb ik hem 
l^er niet dumren c^nemen, te mind^ nog, d^^j^ 
Ke»po v^n ]l|arteaa terzelfder tgd tlMd in het 
Hof van Fi^i^land vcas, en n^iji gee^» voOfbeeld 
bekend is, dat d^xe beide amb^ c^or deaxetfclei) 
persoon tegelijk aiijn waarge^omeA ge^ü{oi^en^ 

1628. Fbikb Sghobtsiia , (j^nketqk de zom ^ 
althans een bloedverwant van bovengemelden Jouwta. 
Gedurende: zijn bestuur werd de soog^naAoid^ Zwar- 
teweg tusschen Leei^warden en Rijperkerk aange» 

Jegdr). 

16&I. HltaOlflJMVS of jEmOBB. VAN BLiJXTAIil4BBit. 

denkelijk broeder van Johan Rattaller, Rentmees- 
ter, van de domeinen en Raad in het Hof van Fries- 
land, en voorzeker een vreemdelinge, komt voot^ 
als {iriétman van Tietjerksteradeel in een akkoondi 
tusschen Smallingerland ^ Leeuwarderadeel , Tiet- 
jerkrteradeel en Idaanderadeel , ojoitrent hel ver- 
nieuvven van een Zijdweindt en bet: maken, va» 
eenen dijk in 1631 (f). Ook teekendehij, ten ver- 
zoeke van Wij aart Matthijsz en deszelfs vrouw , 
eene akte , waarbij deze , tegen vrije woning est 
jaarli^ksch onderhoud, hun huis en veenland over» 
droegen aan het klooster te Aal8um(5); 

(*) Gabhema 362 (f) Ghanb. 2 D. 610. ($) Ckartb. 
2 D. 694. 



TIBTJERKSTEÜAÖEEt. I3Ï 

1847.^ ¥Kkm BttjcKusf komt tóet andew, daiil£ 
<le Naamlijst en het gemelde handschrtfi , voor. 

1656. J<mA!tt Vak RATiritxEA , denkelijk zoon 
fan Hi^onijmus, hier bovengemeld, werd dèn i7 
April 1684 gecasseerd , omdat hij altijd uitgésteM 
had zijnen eed te doen , en het uit brieven , welke 
hl} aan zijnen broeder te Utrecht geschreven had, 
ej^ die ónder dé Gedeputeerden* berustende waren , 
b^wijs^af wa«, dat h^ 's tends Regering niet toe- 
gedaan ' was , maar tot de Spaansche zgde over- 

htogC). 

16iB4. WoLPDERD vAir Lbzaen was te Bergum 
getrouwd tóet Gcnoveva , dochter van Johan van 
Raftaller, Raad en Rentmeester, en Ida Loo. In 
ItJSi als Grietman en Ontvanger van Tietjerksteradeel 
aangesteld, werd in 1608 de Procureur Generaal 
gelast actie tegen hem in te stellen , en hij daarop 
in zijn ambt geschorst , omdat hij in corresponden- 
tie met den vijand stond ; doch nadei'hand schijnt 
hij zich gezuiverd te hebben of bijgedraaid té zijn ; 
althans hij behield zijn ambt, zoo als blijkt uit 
eene aanschrijving, welke hij den 9 Augustus 1608 
in ï^ne kwaliteit ontving , om den weg van Hetjerk 
«aar de Kuikhornster tille te laten herstellen. Hïj' 
oVérlteed den 29 Mei 1610, zijne, weduwe den 5 
Maart l«a6^(t). 

1610. Feijo vaw Heemstea, zoon van Feijovan 
Heemstra en Ebel Hemmema, was gehuwd met 

(*) Cliarlb. 4 D. 451, 466. (f) Grafierk op bet oude kerkhof 
Tan Hardegarigp, 

9* 



132 TIETJERKSTERADEEi. 

Aelke , dochter van If icolaas Tjarda t«i Starken^ 
borgh en Tet van ünia, bij welke hij vier kinde** 
ren had('^)« Zij woonden op Heemstrastate te Oen- 
kerk (f)- Ui) werd den 25 Julij Ifi 10 aangesteld 
tot Grietnian en was in 1618 lid van de Friesche 
SU ten (l). 

1622. FaANS vau Ëijsinga, zoon van Edo van 
Eijsinga, Raad in den Hove, en Foek Eelsma , waa 
gehuwd met Hijlck, dochter .van Jjalling van Ejj* 
' singa, Grietman van Menaldumadeel » en d^szelfs 
tweede vrouw Luts van Dekama Q , en had drie 
kinderend). Zij woonden op Eijsingastate te Oen- 
kerk (S). Als Friesch Edelman volgde hij in 1620 
de lijkstatie van^ Graaf Willem Lodewijk(*). Tot 
Grietman aangesteld den 25 Januarij 1622, werd 
hij op bevel van het Hof in 1649 gevangen geset» 
wegens eene twijfelachtige rekening tusschen hem 
en eenige ingezetenen zijner Grietenij , doch door 
het GoUegie van Gedeputeerden in bescherming ge- 
nomen en uit zijne gevangenis, ontslagen. Yan 1622 
tot 1656 lid van de Staten van Friesland z^nde, 
keurde hij als zoodanig mede goed het octrooi, 
den 9 October 1646 aan den Magistraat van Bols- 
ward verleend, om eenen trekweg van die stad 
naar Leeuwarden te maken, alsmede dat aan Dok- 
kum , om van daar naar KoUum eene vaart en 
trekweg aan te leggen, van 17 Maart 1648 (f). 
Volgens de gedrukte Naamlijst was hij in zijne 



(*) Wapenb. Heemstra, Gen. 7. (f) Geogr. Woordb. 85. 

[f) Chartb. 5D. 193. (^) Upc. ▼. Bonn. Tab. Gen. Ferwerda 
Wapenb. noemt deze Hglck niet. (4-) Wapenb. Eöslnga. Gen. 7. 
(5) Geogr. Woordb. 85. (♦) Wins. 904. (f) Chartb.5I).275— 586. 



TIETJERKSTERABEEL. 183 

jeugd Kapitein. Hij overleed, na Troeger afstand 
Tan de Grietenij gedaan te hebben ten behoeve 
Tan zijnen schoonzoon. 

1656. Scipio Megkama vah Aijlta , Heer van 
Tamm^igaborg , Hornhuizen en Kloosterburen , was 
de jongste zoon van Douwe van 'Aijlva , Grietman' 
Tan Westdongeradeel , en Aaltje Ockinga , van Dron- 
rijp , en gehuwd met Luts van Eijsinga , dochter 
Tan den voorgaanden , terwijl hij Kapitein in het 
Friesche regement was(*). In 1054 was hij reedsr 
lid van de Staten , en nam in hetzelfde jaar mede 
de resolutie tot het opngten van een tucht- en 
Tverkhuis in deze provincie, ten gevolge waarvan 
hij zes jaren later in de commissie tot het maken 
Tan een ontwerp voor dit gebouw werd be- 
noemd (f). Den 8 November 1656 aangesteld tot 
Grietman, overleed hij in hët laatst van 1669, 
nadat hy den 24 Octobcr bevorens zijn testament 
had gemaakt ($)• 

1669. Douwe Carel vah Ü5ia, zoon van 
Julius Mockema van ünia én Ida van Aijlva, en 
dus zusters zoon 'van den voorgaanden, was ge- 
huwd met Luts , dochter van Tjaerd van Aijlva en 
Hijlck van Eijsinga , en weduwe van Jelto van Eij- 
singa , bij welke hij vijf kinderen had (^). Den 24 
December 1669 als Grietman verkozen , had hij in 
1688 zitting in hét coUegie van Gedeputeerden. 
Voor zijne benoeming als Grietman reeds als Ka- 
pitein in den krijgsdienst geweest zijnde, deed hij 

(*) Waponb. A^lva. Gen. 9. Cf) Chartl^- 5 D. 566 seqq. 
(S) Wapenb. Aijlva. Gen. 9. (^) Wapenb. Aijlva. Gea.^lO. 
Unia Gen. 9. 



194 TIBTJ«KllST£ilA»EEL. 

ip )686 aCitaiu} van de GriiHe^} eiijWfP^ tot Bju 
qi^s^ter aangesteld. Hij stierf in 1708. ï-ijw we- 
duwe overleed te Leeuwarden, den It Mei 1790» 
in den ouderdom van zevenenzeventig jaren. 

1686* HsoToa vAir Guhbtiu , ^eon ¥«« EpeO^ 
yan Glinstra, Griffier van bet Hof van Friesland > 
en yan Ëelkjen yan Bouricius , huwde dein O Jm^ 
1670 met Jphanna Uillegonda, gdioren 4en 11 
Ootober 1648, dochter van A^suerus van Yieraen 
^ denkelijk van deszelfs tweede vrouw» iim% 
van Geersima (*) • Eerst 'Secretarie van de VL^kep^^ 
kamer van dit gewest , werd hij naderband Jid valk 
d<e Cq^neraliteits Rekenkamer, en den 21 Kei l9Sê 
Grietman van Tietjerksteradeel. Hij woonde 0p 
Billemastate te Bergiim(t). Aan hem, aisGedepu^ 
teerde , beeft Gabbema mede opgedragen z\jn Yeriiaiyi 
vacn Leeuwardeiï. In 1693 was l»j Goa^eaMisaffo 
poUtiek op de Synode te Franeker. Vij overleed 
den 19 Augustus 1705, nadat hij aeht jaren. to 
voren afstand van de Grietenij gedaan had ten be- 
hoeve van zijnen oudsten vWfï* 

1607. AssuBaus vah GiiNsraA was in Februati} 
1606 g^uwd te Blessum met Johiwia , geboven 
in 1674 , dochter vai» Jiohannes val^ W^ck^l tt 
letske van BuUinga , bij welke hij vier kindefei»^ 
had^ Hij was eerst Generaliteits. Rekenmeester ea 
Seeietaria van MenaldwMideel ($) , ctoch werd dw 
16 Deeember 1607 Grietman, va» TietjerksleradeeK 
ba 1692, 16B6 en 16W was bij üd van de Stalen 



(*) Wapenb. Gtimtra. Gf d. 3. Vierien* Gen. 4. (f) T^geow. 
Slaaf. XIV D. 293. ($) Wapenb. Glinftra. Gen. 5. Wi^el- 
Gen. 6. . 



TIËTJJSRKStBRADËEL. 186 

«h iè wa^rsck^nlijk in den zomeir vaA 11^06 over- 
leden. 

1708. JottAAiTÈs vAH GtrnsTAA , broeder van den 
vóorgaanden , was gehuwd met Anna , dochter van 
Livius van Scbdtinga en Wia Catharina Broersma; 
en had bij haar drie kinderen (^). Tot Grietman 
aangesteld den 3 September 1706, was hij in 171^ 
lid van Gedeputeerden. Hij overieed te Leeuwar- 
den den S6 Februarij 1714, in den bloei van zijn 
leven, slechts d^n ouderdom van een en dertig 
jaren bereikt liébbende. 

'1714. 'Hbctoa WïttiM VAif GLiir'sTlLA, I9j Pc*- 
WQrda alleen Hbctoa génoefnd , Was een jonger 
BWïèdèr van dén voorgaanden en ongehuwd. jBFij 
woonde te' Éergum(f), en werd den 8 Mei 1714 
tot Grietman verkozen. In 1780 en ITSii was hi$ 
Comtoissaris proijtiek bij de Synoden van Dokkum 
en Heerenveen. Hij zat in het Mindergetal, toen 
Willem IV zijne intrede in Leeuwarden deed in 
1784. In 1748 v^s hij Nd van de Staten. Hij 
overleed te Bergum den 6 October 1761 , in deïi 
ouderdom van drie en zestig jaren en ruim vijf 
maanden ($). 

1752. HtvaiGiTS Wiaedus vait Altbica , Tan eene 
Oostfriescbè familie, was gehuwd met Johanaa 
Hillegottda , dochter van Johannes van Glinstra , 
lUèr boven gëmekt , en had negen kinderen (*). Hij 
#as eerst Yaandrig onder het regiment Oranje- 

O Wapeob. Glinstra. Gen. 6. SchelliB^. Gen. e. 
Ct> «eogr. Woordb. 13. (S) Nedell. Jaarb, 1751. 
Cj) Wapenb. Glimtra. Gen. 6. 



186 TIËTJERKSTERAOEEL. 

Friesland en werd den 18 Haart 1789 aangesteld 
tol Griffier van het Hof van Friesland (*) , voor 
welke waardigheid hij in 1746 schijnt bedankt te 
hebben ; toen werd hij Yolmagt ten lai^ldage , en 
na het overlijden van den Oom van zijne vrouw, 
Grietmaa Tan Tietjerksteradeel. In 1748 "«^vas hij 
lid van de Staten (fj. Zijne vrouw overleed te 
Blessum den 29 October 1748^ in het achtenveer- 
tigste jaar haars ouderdoms. Onder zijn bestuur 
is in. 1769 de nieuwe kerk te Suameer gebouwd. 

1772. HoBBB Babrdt van Smiitia , zoon van den 
Secretaris der Staten van Friesland , Jetze van Smi- 
nia, en van Wiskje van Haer8ma(^), was geboren 
den 8 December 1730 en getrouwd den 9 April 
1758 met Louisa Albertina, geboren den 4 April 
1738, dochter van Hector van GUnstra y Secreta- 
jpis van deze Grietenij, ea Eritia van Glinstra, na- 
dat hij het jaar te voren (1757) Grietman van Aeng- 
wirden was geworden. Deaie Grietenij verwisselde 
hij met die van. Tietjerksteradeel den 5 Mei 1772, 
en bekleedde verscheidene con^nisnen ^ zoo binnen 
als buiten de provincie , als onder anderen die van 
lid yan de AdmiraUteit , wegens Friesland , te Rot- 
terdam enz. In het jaar 1795 werd hem zijn 
post afgenomen , en hij met meer zijner ambtge- 
nooten en anderen van de meest . aanzienlijke inge- 
zetenen , wegens zijne bekende Prinsgezindbeid , 
door het graauw en deszelfs opruijers op het blok- 
huis te Leeuwarden gevangen gezet , en slechts door 
een g<$lukkig toeval , het binnenrukken van Fran- 



C*) Wapewb. Glinstra. Gen. 6. (f) Verward Friesland, 

bgl. n». 3 en 4. (§) Wapenb. Sminia» Gen. 10* Haersma. 

Gen. 7, 



TIETJERKSTERADEEL. 187 

flche Iroepen, zijn leven met dal zijner medege- 
vangenen , wier teregtsteUing reeds besloten was , 
gered. Verontwaardigd over de ondankbare be- 
handeling zijner medeburgers , verklaarde bjij , da- 
delijk na zijn ontslag, nimmer weder eenig ambt 
of bediening op zich te zullen nemen , en hij heeft 
zijn woord gehouden. In stilte leefde hij tot den 
ouderdom van drie en tachtig jaren teBergiUn, aK 
waar hij den 26 Maart 1813 overleed. Z^jue 

vrouw was dertien jaren vroeger gestorven. 

/ 

' SMALLINGERLAND. 

De negende Grietenij van Oostergoo grenst ten 
noorden aan Tietjerksteradeel en Achtkarspelen , 
ten ooslen van Groningerland , ten zuiden aan 
Utingeradeel en Opsterland, en ten westen aan 
IdaarderadeeL Dezelve bevat zeven dorpen: Ou- 
dega, Nijega, Opeinde, Noorder-dragten , Zuider- 
dragten, Kortehem en Booi^nbergum. 

GRIETMANNEN VAN SMALLIN6ERLAND. 

1992. Hbha VAN Shallbn-Eb ('^) komt mede voor. 
in de akte, in^^e gaarlegging van de vier Griete- 
nijen in de Leppe, afgegeven aan Leeuwarden in 
Junij 1892 (f). 

1439. SzBHBiA FBijaA zegelde als Grietman van 
Smallingerland den 8 April 1439 eenen brief aan 

(*) SmalleD-Ee of Smallingerlee was eene abtdig van de Be- 
nedictgoer or4e , liggende een uur van Boornbergum ; er be- 
staat nu nog eene buurt ran dien naam* 

(f) Zie Sjoerd Menninga, Grietm* r. Loeuwarderad. 



m SMAUÏNGEKLANÖ. 

Amge van riotwier, t^aairbij dtiie ¥iitt wege 4è«t 
Grietman en Regfërs van teéuwardéh, Sëdj^Hiii- 
gerland en Opsteriaind gedagvaard werd , ^ om ziek 
te komen veranltvoorden o?er kla'gten , dóór laatst- 
gemelde Grietenij tegen hem ingèbragt (*). 

14Ö0. JbIÜZIE TO (va») SMAtUUGBR COHVKKT (f) 

teekende mede het verdrag over de drie «ijlen in 
den Leppedijk van October 1450 (J). 

1453. SiGKB FoKELAMA is niet anders te vinden 
dan in de gedrukte {Taamlij^t en in één handschrift. 

1477. SfOBA» Wattuiga toekende 4n 1477 en 
1478 de overeenkomsten wegens den Leppedijk, 
reeds vermeld bij Riei^ Wikkes, Chrietman van 
Leeuvirarderadeel (*). * 

1479. JoiraB RBiriniiit komt voor als QrieUnati 
van Smallingerland in een akkoord over het makeb 
van Dijkhuister en nog twee andere zijlen tusschen 
het Hasker en Nesterkloosler van 1479 {J^}s 

1 1483ü GoTfB BiilrKB» zegelde als Grietmmr ?an 
JSmAllmgef^aad. naede bel oontrakt over den B^- 
gmmèrdam (S). 

1514. Jbllb Sigkbs was een aanhanger van de 
Saksische partij , en moest « dewijl het meerendeel 
der infezetenen van zijne Grietad^j de Gelderscbetfi 



{♦) Ctiarifc 1 B. Jrtïf. tt) ^^ ^® n<^* "^P H®"^ v^" Smaüen-Ee. 
($) 7ae Kempo van Uningha, Grietm. ▼. Leeawarderad. 
U) Zie aldaar. (4) Chartk 2 D. 69. 
(§) Ziè One van Jowsma , Grietman van LeenwarderadeeK 



aan|cleefde4 'de tfaigt naar Léeuwardw nemen;; 
Doch de kans schoon ziende; Ifok brj met %^c» 
zoon en eenige andere waaghalzen den 25 Februa- 
ri) 1515 niaar- OudBga , en alak aldaar dénbraïidm 
het dorp, zoodat er wel Tijfendertig Uiiken Tcr^- 
nield werden. Spoedig evenwel kwamen de in- 
woners op dé 'been en bet gelukte ken met hunne 
naburen m% de omliggende dorpen , op het luiden 
der klok gewapend bijeengekomen, de overwa]-^ 
<%er8 te verjag^ en twiialf hui^ner ie dooden,. 
waaronder zich ook bevonden Jelle Siökes 2é)f, 
aijn Boon , en een Procureur of Advoeaaft van htt 
Hof , Mv DiA gö&aamd (^). 

i '• ^ .- ■ ' \ ' .^ ■ ' " 

1525^ Bavgkb KtMjpka« soon van 8ijt\v>ert ^. 
wordt genoeind Grietman en gevehnagtigdé taiK^ 
Smallingerland in een "akkoord , den 26' Mei ld2fr 
aangegaan , omtrent het repareren van eenige d^^ 
kcA in Ooilérgoo (f ). 

1630. S^SKs IJ5SXA y niet anders dan in de ge* 
dndLte Naamlijst vcnneld. 

1531. Tabckë Juesma nocimt zich Koninklijke 
Majesteit» Giïatman ysiU StnaUiltgerland , in eenenr 
coaiieAthrief aan Fkier Jan» , op dtast koop van tien 
roeden veen in Opeinde van 3 September 1531 ($)• 

1583. Gatke Ha. Jouwsma wordt nergens andersh 
vermeld , dan in de gedrukte Naamlijst ; ik veronder- 
stel, dat het dezelfde is met de bovengemelde Sae- 



(*) Gabb. Verli. v. Leeuw. 397. Schot. 564. (t) Chaplb.2D. 
498, ($) ClMvUk. 2 D. öfi^. 



140 SHAJLLINGERLAIID. 

ke IJnmia, en dat er eene schrijffmit in het jaar 
en den naam is ontstaip. * 

1538. Sjib&k As&kbts, ook alleen ter boven* 
aangehaalde plaats te yinden. 

1550. Empkb Gbukbhs, in het Charterboek 
Gbukbsz , hetwelk mij de regte naam voorkomt te 
zijn , daar ik in onze landtaal wel Gbükb , maar 
geen Gbicke ken, was als Grietman en gevohnag- 
tigde van Smallingerland tegenwoordig op den 
landsdag yan 17 Januarij 1560, toen er gehandeld 
werd oyer den eed en huldiging yan Koning Fi- 
lips , in geval van aflijvigheid yan den Keizer {*)^ 
Voor zijne aanstelling als Grietman was hij omtrent 
acht jaren Substituut en Bijzitter geweest. In 1564 
met zijne aknbtgenooten vanFerwerderaded enidaar- 
deradeel beschuldigd zijnde van de Justitie ver- 
kracht en 's lands geld gestolen te hebben , heeft 
hij , benevens de anderen , zich stoutmoedig ver- 
dedigd, en onbeschaamd zijne onsdmld staande 
gehouden, steunende op de gunst van dén Topst 
en is ook door het Hof, oogluikend vrijgelaten (f). 
Hij was teyens Dijkgraaf van den Leppedijk , zoo 
ver zijne Grietenij strekte (J). Den 15 Januarij 1577 
overleden zijnde , werd provisioneel tot Substituut 
Grietman aangesteld zijn zoon Sjoerd Empkes van 
Oudega ; doch dit heeft slechts korten tijd geduurd. 

1577. Ogqius B&oBasHA, Licentiaat in de reg- 
ten en Advocaat voor het Hof van Friesland, vind 
ik niet , dan in de gedrukte Naamlijst en in een 



{*) Chartb. 3D. 184. (f) Schot. 717. ($) Chardi.SD.935. 



$MALJ.ING£RLAND. 141 

handBchrif I « >waari|i sijae benoeming vermeld wordl 
als in Maart 1577 Ie hebban plaaU gehad. 

1599^ VxhiA JocBvufl komt yoor als Grietman 
van Smallingerland , onder de goedkeuring vün 
Gedeputeerden van het bestek, gemaakt over hel 
vernieuwen van den Bergumerdam van 26 Hd 

1599 n. 

1617 (t)* JovKB JoGHUMs , denkelijk broeder van 
den voorgaanden , was reeds lid van d^ Staten in 
1601 en nog in 1622 {$). In 1620 woonde hij als 
zoodanig de lijkstatie van Willem Lodewijk bij(it)' 
H^ was een eenvoudig landbouwer en woonde in 
de Wilgen onder Boornbergum; bij toeval kreeg 
hij den- bijnaam, yan foale stroeper (viller van een 
veulen). Namelijk pp een vroegen morgen bezig 
zijnde op zijn land een veulen te villen , kwam er 
iemand uit Ooststellingwerf bij hem, en vroeg of hij 
nog tijdig genoeg te Smallen-Ee, waar men toen 
regtzitting hield , kon komen , om voor Meii geregt 
te verschijnen, waarop hij ten antwoord geeft, 
dat het nog vroeg genoeg was , en dat, zoohijwach* 
ten wilde tot dat hij zijn veulen gevild had t hij 
met hem zoude gaan , dewijl hij daar ook zaken 
had« De man nam het aanbodaan, en zij- wanda- 
den vervolgens naar Smallen-Ee. Toen nu de Oost- 
stellingwerver op de regtkamer geroepen werd, 
stond hij niet weinig verbaasd te zien , dat de boer. 



(*) Chartb. k Q. 10^5, Wi word^ m de gedro^leNaamlgtfti 
noch in eenig handschrift gevonden. Cf) I^it jaartal vind ik 
▼ermeld in een handschrift, en heb geene reden , waarom ik hem 
op gezag van de ge4rukte Naamlijst Troeger zal plaatsen. 

(S) Chartb. 4. D. 1111. 5 D. lOa— 281. U) Win». ^05. 



l4Si smjLUAV&ERhAMf. 

die zoQt^fen het veulen geyUd histé en dé^O^ietnmtr 
van SmalUhgerknd dezelfde per^oïi ^as. 

ItSSé AiEifV vAü^ HAËUmA: wa9^ de zcmn van 
Eci^dc of Bercke Arêntsze^, (de moeder wordt nieï 
genoetird) , en gehuvrd met HijIcK van Harkaima , 
KI v^Uce hij fciree kinderen had (*). Hij werd dert 
20 Mei 1625 aangesteld tot Grietman, en deed in 
1637 afstand van de Grietenij ten behoeve van zij- 
ttenr %o<m. In 16%2 en F63& Wais hij Vobnagt ten 
hindsdag^ (f). 

1687.' AüLus TAV Habrsma , zoön van den voor- 
gaanden, was in 1637 gehawd met Catharina, 
geboren dén 26 Jannarij 1619*, dbchter van Livius 
V8» Sohetlingéi ea Arnia de Blocq, en had* bij 
lli^ar drie kinderen (J). Hrf- werd tot Grietman ver- 
öozen den 28 September 1687, en «at in 1652 m 
het €oliegie van Gedeputeerden. Tan M4I0 tot 1659* 
vrais bi] üd van de Staten (*) en in ISSü, 1662 en 
Ï667 Commissaris poKtiek bij de Synoden te Hée- 
renvèin en Dokkum. Bij deed afttand van de Grie- 
tenij, en overleed den 18 Junij 1689, jn den ou- 
derdom van achtenvijftig jaren. Zijne vrouw was 
d«n % September 1652 gestorven , hebbende slechts 
dèÉr euderdonr van vierendertig jaren bereikt (|). 

^ }669* Areitiv yah Habrsma, in dè pikats van 
zijne» yadét» hiëAöven genoemd , GHetman gevror- 
den den 29 September 1660, was geboren in I6467 
eir gehuwd mét Aurdia, geboren 4-ApriM645, 



(*) .Wapeiil>. Haewma. Oen. 3'. (f) 'Cfcartb. 5 D. 342, 446. 
{§) Wapenfe. Haersrma. Gen. 4. f^) Cliartb. 5 1>. 4&4 seqq^ 
{+) WapeiA. HAersiii^. 6jen;4i 



SMAILUÏGERLAND. 143 

4aebter van £eloo Y%n Grlmslca en Lucia vantBbori^ 
ciust bij welke hij v\jf kindefeahad ('^). Zajuw^on^ 
den Ie Oudega. In 1677 was hij lid van Gede- 
puteerden en im hel loigencbo. jaax. en id I1D4 
Gomnussaris politiek bij de Synode yan Bolsward 
en Heei?enTeen;. ook is hij Ud vtü de Rekenkamer 
geweest Yan L864l tel l€94 was hij Tolmc^ iea 
hmdsdage (f). Hij deed in lfiQ4 afstand yan de 
Grietenij, en overleed den 21 Augustus 1769, m 
den ouderdom yan lier en zestig' jaren , daAI* zij'* 
ne yrauw twee jaren yroe^jwt (27 Mei 1707) ge^ 
storyen was. 

1694. AuLüs yAR Hab&sha , geboren, den 28 Ju-* 
nij 1670, was de zoon yan den yoorgaanden en 
gehowd in December 1696 met Anna, geboren té 
Buitenpost in Maart 1665, dochter yan Liyius yav 
Scheltinga, Grietman yan Achtkarspelen. Zij had* 
den yijC kinderen (^). Hij yverd Grietman den 2& 
Maart 1694, en woonde, even ais zijn vader en 
grootvader , op Groot Haersma-State te Oudega , 
dooh oyerfeed te Leeuwarden* den 1^ Februarij 
1717. Zijne vrouw stierf te Oudega den 7'OctO" 
be» 172», 

1715, AaBiTTv viAK Habrsva, door afstand yan 
zijnen vader den 7 Februarij 17 IS. Grietman ge»** 
worden, was geboren den 19 Maart 1700, »endut> 
bij zijne benoenxng. nog geeh]e volle vijf tien. ja* 
ren oud. Hij overieed reeds den* 3 Mei 172ftt 



{*) WapenK Haenma. Gen. 6* (f) Ghartb. 5 D. 740 teqq. 
6 D. 15& ($) Wapenb. Haenma. Gen. 6. ScheUin{^ai Gen. 5. 
Familie aanteekeniogen. 



144 SMALLIN6ERLAND. 

oiqpehuwd (*) en was mede gecoamutteerde Raad 
ter Admiraliteit in Friesland gevréest. 

1723. Liynis vAir Habasma j geboven den ^ 
Mei 1702, broeder van den voorgaanden, Tolgdé 
denzelYen in de Grietenij op, den 22 Junij 1723, 
en vrtts gehuwd eerst, in 1736, met Aurelia, ge- 
boren den 24 December 1705, dochter van Hector 
Livius Tan Haersma , Raad in het Hof, en van Titia 
van Bosman. Deze den 28 Februarij 1763 over- 
leden zijnde , hertrouwde hij in 1768 met Johan* 
na Maria , geboren den 4 Augustus 1716 , dochter 
van Johannes Saekma van Wijckel en Anna Maria 
van Sminia , weduwe van Eclco van Haersma. Hij 
bad geene kinderen (f)* Als gecbmmitteerde Staat 
in het Mindergetal woonde hij in 1734 den intogt 
van Willem IV bij. In 1748 was hij lid van de 
Staten, Hij overleed den 30 Januarij 1778 , oud 
zijnde vijfenzeventig jaren , en zijne wedsawe den 16 
September 1792. 

1770. q&GTOA Livius VAN Habrsma • door afstand 
van zijnen stiefvader in 1770 Grietmèn geworden, 
was de eenige zoon van Eelco Haersma en Johan- 
na Maria van Wijckel en geboren te Jelsum den 8 
Qecember 1737, en gehuwd met Gatharina, gebo- 
ren den 2i December 1737, dochter van Daniel 
de Blocq van Scfaeltinga en Aletta Catharina Lijc- 
klama a Nijebolt (J) , bij wdke hq tvrec doch- 
ters had* Hij was in 1767 Secretaris van de Grie- 



(*) Wapeob. Haersma. Gen. 7. familieaanteek. 
(t) Wapenb. Haersma. Gen. 7. Wijckel. Gen. 7. familieaanteek. 
(§) Wapenb. Wijckel. Gen. 8. Scheltinga. Gen. 7. Haersma. 
Gen. 8. 



SMALUNGERLAND. 145 

tenij. Ook is hij geweest Raad ter Admiraliteit 
op de Maas. In 1795 onderging hij hetzelfde lot 
met Hobbe Baerdt van Sminia , Grietman van Tiet- 
jerksteradeel, hierboven vermeld, doch is later we- 
der in ambtsbetrekkingen geweest ; althans hij was 
in 1805 Drost van Smallingerland , Opsterland en 
Ooststellingwerf, en in 1810 Baljuw van het zesde 
distrikt in Friesland , bevattende Smallingerland 
en Opsterland. Hij overleed d^n 15 Januarij 1820^ 
zijne vrouw den 6 Maart 1813. 

IDAARDERADEEL. 

De tiende Grietenij van Oostergoo grenst ten 
noorden aan Leeuwarderadeel , ten noordoosten 
aan Tietjerksteradeel , ten oosten aan Smallinger- 
land , ten zuiden aan Utingeradeel , ten zuidwesten 
aan Rauwerderhem en ten westen aan Baard^ra- 
deel. Dezelve bevat acht dorpen, ab: Idaard, 
Aegum, Roordahuizum , Friens, Grouw, Warrega, 
Warstiens en Wartena. 

GRIETMANNEN VAN IDAARDERADEEL. 

1392. Grata Ellutgha van Eedawere (Idaard) 
komt voor in hetzelfde stuk over de magtiging van 
Leeuwarden, als Sjoerd Menninga, Grietman van 
Leeuwarderadeel (*) . 



(*) Zie aldaar. De ^rukte Naaml^st geeft hier op alt/ 
eersten Gnetman van Idaarderadeel Hette Helbaten Jelgertma in \ 
1353 ; doch daar ik dezen nergens anders gefonden heb , twg* 
fel ik niet , of het moet eene verwisseling zijn met Hette Hab- 
baz. , die volgens het Chartb. 2 D. 69 in 1479 Grietman van 
die Grieten^ was , en in gemelde Naaml^ist niet gevonden wordl» 

10 



146 II>AAanEEA])£EL 

1486. Thiaaoi: Ro'vvbeba. zegelde ate Grietmno 
Tan Idaarderadeel den conseutbrief Tan den Abt 
Tan 01dekloosler{»). 

1437. BoGKE ÜTBSMii yerklaarl in een getuigenis 
in regtén yan 1438« dat hij Grietman van Idaar-* 
deradeel was geweest (f). 

1438* JoaBT Andkeiuga , in het Gbarterboek 1 
D.Ö39 voorkomende als, in kwaliteit van Grietman 
van Idaarderadeel , zegelende het akkoord over de 
drie zijlen in den Leppedijk van 1450 (J), en aan 
wien in het volgende jaar door Tjaard ander 
Berd 4| pondematen lands werd verkocht (*) , 
is voorzeker deielfde persoon met Jorerd Ai^gba, 
in het boven aangehaalde stuk van Schotanus ver- 
meld , «n met hem , die in de gedrukte Naamlijst 
Jorrit Ruierdt genoemd wordt, en lal dan voor* 
zeker heeten Joret of Jorrit Ruurdtszoon Ande-» 
ringa« 

1468. PoPKE RooKDA zegelde als Grietman van 
Idaarderadeel met Popke Bruinsma, n^ederegler, 
ook voor de andere medereglers, den 2 Augustus 
1468 eene akte van indemniteit» gegeven aan het 
klooster Aalsum, wegens het sdioonmaken van 
Keimpema züIroede(j.). 

1477* Stboüd Tjbbbema komt voor in eene ak- 
te van den 12 Maart 1477, als Grietman van Idaar- 
deradeel, waarbij het klooster Aaisum verklaard 

(*) Zie AUU Jellinga , Orieli)i. vaq Leeuw, (f) Schot* Br. en 
fiocunu 121. . ($.) Zid lUiQpe.vaiillQyngha., Grielm* van Leeuw* 
U) aarib. 1 D« bk% (4) Chartb. 1 D. 6^ 



IDAlRDERAIffiEL. 147 

worcK lot hel imderhoud van Holtinga eai KjcimpG^ 
ma zijlkolken niet verder verbonden te zijn dan 
een ander (*)• 

1477. Ruuan Onerrjasd) zegelde mede in 1477 
en 1478 de bode stukken omtrent den Leppe* 

dijk(S). 

1479. Bbtti Habbazooh komt yoor als Griet«- 
man van Idaarderadeel in het akkoord over Djjk^ 
huisterzijl («)• 

1483L TjAsan GaaaiTSzooK zegelde als Grietman 
yan Idaarderadeel op 1 Augustus 1482 het con« 
trakt over den Bergumerdam (4-)« 

1492* Obne Joüwsha of JirwsMA, misschien wel 
dezelfde met One van Jowsma, die 1482 Griet- 
man van Leeuwarderadeel was » wordt vermeld, als 
Grietman van Idaarderadeel, met zijne Grietenij in 
het jaar 1492 tot het verbond met de Groningers 
te zijn overgegaan (*). 

1517. DiaK FaisaaKszooif van Grouw bad drie 
kinderen: Feicke, die hem opvolgde als Grietman 
van Idaarderadeel , Auke , die den toenaam van 
Oedtsma voerde en in 1553 Grietman van Dantu<r 
madeel was, en eene dochter , Berber (f). Bourgon- 

{*) Cbarlb. 1 D. 667. (f) MiMchieo w^ z^n familienaam wel 
; OekiDga ; zoo wordt hig althans opgegeven in een oud HS., aaa 
betwelk ik overigenü niet veel geloof hecht. (J) Zie Rienk 
Wopkes^ Grietm. van Leeuw. (^) Zie Jonge Rennert , Grietm» 
«an Small. en hetgeen hiervoor bij Grata £Uingha is gezegd, 
(4-) Zie One van Jowsma , Grietm. vap Leeuw^ (*) Schot. 39^ 
(f) Te Water Verb. d. Ed^l. 3 D. 195. 

10* 



148 IDAIRDERADEEL. 

dischgezind zijnde, werden hem wegens de scha-* 
de , welke hij yan de Gelderschen had moeten lij- 
den, in 1516 de goederen van Popke Ruijrdts 
toegewezen (*) , en hij den 7 Februarij 1517 van de 
zijde van den Keizer aangesteld tot Grietihan van 
Idaarderadeel (f) , waarbij korte jaren daarna ook 
Ulingeradeel gevoegd werd; hij zegelde in laatst- 
gemelde kwaliteit het akkoord omtrent de dijken 
in Oóstergoo (J). Weder in 1531 teekende hij als 
Grietman van Idaarderadeel de overeenkomst over het 
vernieuwen van een Zijdweint(i,). Op denlands- 
dag van 1539 werd geklaagd, dat hij twee Grie- 
tenijen te gelijk bediende (4-) , hetwelk ten gevolge 
had, dat, in het volgende jaar ter zijner keuze ge- 
laten zijnde, welke van beide hij begeerde te hou- 
den , hij Idaarderadeel verkoos , in welke hij toen 
ter tijd woonachtig was(*). 

1522. PoPKB Ruijrdts, een eigenerfde boer te 
Aegum woonachtig , wiens goederen , zoo als wij 
hierboven zagen ten voordeele van Dirk Freerksz. 
verbeurd verklaard werden, was, tegelijk met de- 
zen. Grietman van Idaarderadeel, doch van de Gel- 
dersche zijde. Hij bevond zich met den Graaf van 
Meurs in 1522 te Sneek , toen deze aldaar op eene 
vredelievende wijze het ontstane oproer vnlde 
sussen (f). 



(^) Chartb. 2. D. 341. (f) De gedrukte Naamlijst noemt hier 
Broer Gekinge , doch dit is eene drukfout ; hy moet gebragt 
worden tol Rauwerderhem Eekinge woonde wel in Idaardera- 
deel , namcl|}k te Roordahuizum , doch is benoemd tot Griet- 
man van Rauwerderhem. Charlb. ^ U, 346. ($) Zie 
Baucke Kuiper; Orietm. van Small. (^) Zie Hierong- 
mus van Ratlaller , Grietman van Tietjerksterad. C4-) Chartb. 
2 D. 731. (♦) Charlb. 2 D. 780. (f) Oud eü 



IDAAKDBRADëEL. 1^ 

1560. Fkigkb Diegksz. , de zoon yan Dirok 
Freerksz. hierboyen gemeld , yoerde even min als 
zijn yader den toenaam yan Oetsma , .door zijnen 
broeder Auke aangenomen {*), Als gevolmagtigde 
in de Staten was hij in 1550 mede tegenwoordig 
bij het opmaken yan den reeds meergemelden eed 
yan huldiging aan Filips U (f). 

1564. Sjvgk Dobk.es deelde in 1564 in de be« 
«scfauldiging , teg^i sommige Grietmannen ingebragt, 

én t'eeds yermeld op Empcke Genokensz. , Griet* 
man yan Sïnallingerland {^) , en werd eyen als deze 
yrijgesproken. 

1565. HxssEL TAV OosTHEH of OosTHBiM schijnt 
uit een Hoogduitsch geslacht , hetwelk met de Her* 
togen yan Saksen in het land gekomen was , ge- 
sproten te zijn. Zjjn yader was Hans yan Oost- 
heim, erfelijk Schenker yan het Prinsdom Hen* 
nenberg en Drossaard yan het kasteel te Leeuwar- 
den, zijne moeder Fokel yan Martena. Hij huwde 
met Tet, dochter yan Bocko yan Burmania en 
Froiik yan Burmania* In 1565 tot Grietman be- 
noemd , gaf hij openlgke blijken yan zijne gezind- 
heid yoor de yrijheid , door zich te yoegen bij dé 
yerbonden Edelen. Hij yerzette zich in 1566 te- 
gen de listige aanslagen yan Aremberg » die heime- 
lijk krijgsvolk yyilde aanwerven en het gamisoen 



oieuw Sneek. 62. De gedrukte Naaori^st en twee HSS. noemen 
hier op 1524 Ru^rdt Ockinga ; denkelijk is het eene vergissing 
met Rugrdt Centjes , hier boven gemeld , en voorts eene fout in 
het jaartal. Mogelgk ook was hg een zoon van Popke Rugrdts , 
die vJBin de Geldersche zigde eene korte poos in bediening i» 
geweest. {*) Te Water , Verb. d« Hdel. 3 B. 19Si 

(j:) Chartb. 3 D. 184. ($) Zie aldaar. 



IfiO IDAARBBRADBBL. 

en blokhuis tan Letowarden Ttrsterken^ Het ge- 
volg hiervan wils , dat hij moest vlugtei^ en open^ 
lijk gebannen werd^ Hij vond met zijnen schoon- 
broeder Deitse Wingia eene veilige schuilplaats in 
Oostfriesland , het toevluglsoord van de meeste bal^ 
lingen in dien tijd. Of hij in Friesland is terug 
gekeerd, en wanneer^ iè mij nergens gebleken ('^). 

1S67. SicKLB CrS&BSSte. Van desen , die voor- 
zeker na de tiugt van Oosthem is aangesteld g<e« 
vvordèn , is mij niets bekend dan %ijne handteeke-* 
ning als Grietman van Idaarderadeel , onder eenen 
koopbrief van 1572, en zijne vermelding in de ge« 
drukte Naamlijst en twee HSS. , van welke een hem 
iioemt als te Friens wonende. Hij moet volgens 
dese bescheiden deii 3 Januarij 1573 Overleden zijn* 

1673. WiJBaAKB Ro0BDA(f) van Goutum, in 
de wandeling gemeenlijk genoemd Wijbe Wijbes 
van Croutum» vras gehuwd met eene dochter uit 
het geslacht van Hettema (P« Luitenant onder den 
Hopman Riénk van Dekatfoa f en even als dexe he-* 
vijg Spadnschgezind zijnde, waagde hij in 1577 
eèné stoute onderneibing. Met hondeixl en dertig 
man trds hij nfeimeijjk naar Leetl^ard^i kwans-» 
wijs ö^ de bezetting van het kasteel te veirstericen 
in naakn ^n de Staten , doch indedaad om hetq^- 
te m handen van de Spanjaard^ te ispelen. Doof 
de verkeerde maatregelen van den Drossaard Mat- 
thene$se » die hem den intogt had moéten beletten , 



(«) 1^ tr«t«h<. Verin d. F.d. 8 I>. 198 , S8i. 4 D. 448 en de 
daar am^hatMe phAUim. Gbard). 3 D. TJÜ . 7ö2. (f) T« 
Wftler, Yerbw d. EdeL 2 Bv 464^ (§) Geslachtl^jst tab R. 

Solckama HSé 



lOAARlHSRADEEL* 161 

4aar zqne bentde wel in naam in dienst der Staten 
sdond , doch niets te Tetlrouwaï was , getas^kte 
hi} binnen en hield den Drossaard geyangen* De 
burgers , in de wapenen gekomen » wilden Wijbe 
overhalen Ie vertrekken en aan hen de bewaring 
van het kast^ over te dragen ; doch toen hij dit 
niet goedschiks wilde doen» waren zij genoodzaakt « 
hem eene som van drie duizend drie honderd gul- 
dens toe Ici tellen, om van hem af te komen (*). 
In 1680 uitgeweken zijnde, woonde hij met Hienk 
van Dekamfi den veldslag tusschen Schenk en Ho^ 
henloo bij (f). Over een schip, hetwelk in 1588 
voor de Zroutkamp lag , het bevel voerende , werd 
bem zttlks op eene listige wijze door den Hojnnan 
•Tjaerd Tjebbes ontweldigd. Deze zond namel^k 
negen soldaten , goede zwemmers en groole waag- 
halzen, op het schip af, die zich, zonder door 
den aehildwacht gehoord te worden i van hetzelve 
ibeesteor maakten en er mede wegvoeren (J). Wqbe 
sneuvelde voor Oterdum in het jaar 15614 en werd 
iü de Aakerk te Groningen ^ bij zijne vrouw , die 
d#iè jaren te Voren overleden was, begraven (j^). 
In zi^e kwaliteit als Grietman was hem den 28 
April 1578 commissie verleend als Dijkgraaf over 
de. dijken van af den Leppedijk tot ^an fflonnike 
Glesing(+). , - 

1678. DoirwB tak Si^zaIia, geboren in 1648, 
zoon van Pier van Sijtzama en Rienlje van Dou- 
ma, was in het laatst van 1573 of bi het begin 
van 1574 gehuwd met Jetske, dochter van Andries 

., (*).Söliot. 811. (t) 5K© Rienck van Dekama , Grietn. fan 
KöUttüi.. (» Schot* 733, (*) R. Soick. Con$e. JfoW- 

(4,) Chartb. S D. 995. 



152 IDAARDERABEEt. 

Tan Beslinga , op BesUnga-State te Friens , en Sjouk 
Tan Jelgerhuis» bij welke hrj acht kinderen hacL 
Hij was roedegedeputeerde Staat Tan Friesland en 
Dijkgraaf Tan den Leppedijk (*). In 11183 was hij 
medegeTolmagtigde tot het ontwerpe» der toot* 
waarden , waarop Graaf Willem Lodewijk tot Stad- 
houder werd aangenomen (-|-). Omstreeks 1509 
sch^nt bij aCstand Tan de Grietenij gedaan te heb- 
ben ^ want in dat jaar wordt Uessel Tan Bootsma 
Grietman Tan Idaarderadeel genoemd (§) ; doch de^ 
xe naderhand OntTanger Generaal geworden zijn- 
de ^ kwam hij den 26 Mei 1601 weder in zijne 
oude betrekking. Oudtijds liep er een weg Tan 
Irnsumerzijl naar Imsum ; doch in de onTeiüge 
Spaansche tijden werd dezeWe door Sijtzama af- 
gesneden, en daanroor een andere gemaakt Tan 
Tzjinzerbuuren tot aan den Rauwerderweg , welke 
naar de Schouw loopt , wordende deze nieuWe 
weg de Fuikweg genoemd, omdat dezelTe OTcr de 
zoogenaamde Fuiktille loopt (*)• Hij OTerleed den 5 
Julij 1607 en zijne weduwe den 24 December 161 &; 
beide zijn begraTen in de kerk te Friens, onder 
eenen blaauwen grafsteen , met adelijke kwartieren. 

1599. Hkssbl tah Bootsma, zoon Tan Abbe Tan 
Bootsma en Alijdt Feitsma , was eerst gehuwd met 
Tintje, dochter Tan Baerte Idsaerda en Magdalena 
Rommarts, en naderhand met Bauck(^), dochter 
Tan Seerp Galama, Grietman Tan Gaasterland, we- 
duwe Tan Juw Tan Eijsinga (^)« Bij de eerste Trouw 

{*) Wapenb. Sijtzama. GeD. 5. (f) Chartb. 4 D. 419. 

iü) Chartb. 4 D. 1045. ( J Tegeow. SUat y. FrietU XIV. 

B. 311. (4.) Te Wat. Yerb. d. Edel. Z D. 397. Upo* f. 

Burm. Tab. Gen. {*) Wapcnb. Galama* Gea* ^ 



IBAARBERADEEL. 153 

had b^ vier kinderen (*). In 1697 was hij lid 
van de Staten der Provincie (f) . Den 6 Mei 1601 
benoemd tot Ontvanger Greneraal van Friesland, 
nam hij zijn ontslag als Grietman. 

1607. TjALLiira Obnbs BAn6HA(^) schijnt tevo- 
ren niet tot de beerschende kerk behoord te heb* 
ben; want men leest van hem, -dat hg den 3 Oc- 
lober 1607 geblijk toonde , dat hij zich en* zijne 
kinderen had laten doopen, na dat hij den -26 Sep* 
tember bevorens Grietman was geworden. In 1608 
en 1610 was hij lid van de Staten, en teekende 
zich in het eerstgenoemde jaar TjalKng van Ban- 
gama , en in het tweede TjalUngh Oenes Bangga* 
ma(*). 

1620. Abraham Rookda , niet voorkomende in 
het geslachtregister van de familie van Roorda , en 
dus waarschijnlijk afkomstig uit een eigenërfd ge* 
slacht te Roordahuizum {\.) , was denkelijk een 
broeder van Andreas Roorda , Hoogleeraar in de^ 
Logica te Franeker en later Rentmeester van de 
Domeinen C**). In 1611 was hij reeds lid van de 
Gedeputeerden. Den 31 Augustus 1635 werd hij 
met andere leden van dat kollegie gecommitteerd 
om een reglement van Raadsbestelling voor de stad 
Harlingen, en in 1636 een dergelijk voor Hindelo* 
pen te maken (f). Hij leefde nog in 164S, ko- 
mende voor als lid van de Staten van Friesland 



{*) Upc. T. Barm. Tab. Gen. Stamb. ▼. Adel. (f) Cbartbw 
4 D. %4. {§) Een hoer die toevallig Grietman werd , ttaai er 
ïn een BS. (^) Chartb. 5 D. 152, i76. (4.) Schelt. Staalk. 
Nedert. 2 D. 26a. {*) Yriem. Ath. Fris. 147. (f) ChartU 
6 D. 372 , 392. 



154 IBAARDERADEEL. 

onder de resohitid , waarjüij de Munstersehe vrede 
tan 30 Januarij van dat jaar wordt goedgekeurd 
en aangenomen {*). Eyen als zijn oom Karel Roor- 
da was hrj een ijverig tegenstrever van het huis 
van Oranje , en deed zijn uiterste best om hetzelve 
in alle zaken zoo veel mogelijk den voet dwars te 
zetten, zoo als onder anderen in het bewerken, 
dat de Steden gesteld werden in het regt om hun* 
ne eigcane Regering te benoemen, hetwelk tot nu 
aan den Stadhouder stond* Doch zijn invloed was 
Van korten duur; door tusschenkomst van de Al* 
gemeene Staten werden de vorige regenten "weder 
aangesteld, en Roorda verloor, bij de verandering 
van het Kollege van Gedeputeerde Staten, zi^ 
zitting in hetzelve (-{*)• Ook van zijn ambt als 
Grietman heeft hij om denzelfden tijd afstand gedaan. 

163& Ca&kl Roo&da , neef van den voorgaau- 
den, was de zoon van Andreas Roorda» Professor 
te Franeker, en Anna Van Juckema (§) , en gehuwd 
met Lisk of Lucia van Wissema (*). In 1628 wal 
hij Student in de regten te Franeker en werd deil 
36 Jun^ 1636 aangesteld tot Grietman van Idaar^ 
deradeel, waarop hij tijne woonplaats koos U 
Idaattl op Friesma- State (I). In 1649 te Sneek» 
in 1667 te Bolsward, in 1660 te Harlingen, ia 
1664 weder te Bolsward , en in 1666 nog eens te 
Harlingen , was hij Commissaris poUtiek bij de Sij*- 
noden. Eensgezind met zijnen oodoom en oom 
in staatkundige begrippen , werkte hij in 1668 voor 
de vanëenscheidin^ van het Stadhouder- en Kapitein 

(♦) Cbartb. 5 B. 513. (f) Kok, Vadert. Woordk. 2tB.351. 
($) Vriem. Atb. Fru. 147. (^) GrsfsleeQ ia de GalUeêr itefk 
te Leeuwarden* (4^) Geog;r. Woordb. 55. .... 



IBAARDERABfiEL. 155 

Admiraal^Generaakrehap i en behoorde dus met Ernst 
Sikko van AiJIva , Grietman van Wesldonjeradeei i 
tot de weinige Friezen , die het met Holland hiel« 
d<^ en daarom Hollandsohges^itiden geheeten vv^er* 
den , in tegenoverstelling van de anderen , die meil 
Prinsgezinden noemde (*)• Om de eer van z^nen 
otid-oom Garel Roorda te verdedigen tegen deil 
Raadpensionaris van Zeeland , Adriaan Yelh ^ die 
zich in een voorstel ter vergadering van Bolland 
in 1660 min gunstig over dezen en zijn geschil 
met den Stadhouder had uitgelaten, schreef hij 
eene apologie en eenen brief aan gemelden Raad- 
p^sionaris , in welke h\j zijnen oud-oom wegens 
deszelfs vrijheidsmin en bekwaamheid hoogelijk 
roemt {-f). De aanhangers van Oranje spreken niet 
zeer gunstig over hem, doch de andersgezinden 
verheffen hem hemelhoog ^ en de geleerde Ulrious 
Huber nqemt hem : » decus illud patriae nos" 
irae '* (§), Schotanus heeft aan hem , als mede-lid 
tan Gedeputeerden , opgedragen zijne Kerkelyke en 
wereldlijke geschiedenis van Friesland. Roorda 
overleed te Idaard den 14 Januarij 1670(*)* Zijne 
vrouw i die in het Geographisch Woordenboekje 
van Friesland (I) wordt gezegd hertrouwd te zijn 
aan Wijtze van Popma» wordt op gemelden grafsteen 
{gegeven , als weduwe van Carel Roorda overleden 
te kIjh anno 16.« den.é.«i zoodat ik aan dit 
tweede huwelijk zoude twijfelen- 

1670. Labs van Bubmaitia is reeds vermeld op 
Leeiiwarderadeel. • 



(•) Kokv VadeH. Woordb. 24 I>. 352. (f) Te Wat. Verb* 
d. Edet 3 D. 278. (S) Vriem. Atli, Frit. 147. (^) Bovenge- 
melde grafsteen. (4-) )>1. M* 



166 IDAARBERADEëL. 

1673. Sapb of Sabinüs taix Wisseha wks de zoon 
van Sape yan Wissema en Ida Lezaen , en gehuwd 
met Frauck , dochter van Bocko van Burmania en 
tJrsula Roorda, in 1645 ('^). DenlS Augustus 1678 
werd hij Grietman van Idaarderadeel. In 1659 en 
1674 was hij lid van de Staten en in laatstgemeld 
jaar met Ernst Sicco van Aijlva en anderen gecom- 
mitteerd om te onderzoeken het concept consilia- 
toir over de wederaanneming van de Provincie ü- 
Irecht in de Unie. Hij overleed den 27 Octo- 
ber 1678. 

1678. ÜLBO, Baron vak Aijlva, is reeds vermeld 
op Oostdongeradeel. 

1692. Maktiitüs vak Wijgkel, zoon van Hans 
van Wijckel en jaijcke Saekma , en gehuwd met 
Maria van Scheuringa , bij welke hij eene dochter 
had (f) , was in zijne jeugd in den krijgsdienst eü 
maakte snelle vorderingen; in 1680 namelijk werd 
hij Kapitein, in 1686 Majoor, en in 1689 Luitenant 
Kolonel , welke waardigheid hij met die van Griet- 
man veirwisselde op den 28 Mei 1 692. Het vol- 
gende jaar werd hij van wege de Staten van 
Friesland gecommitteerd naar Vlaanderen lot ver- 
andering van de Regering en het opnemen der re- 
kening aldaar (^). Kort daarop, namelijk den 14 
Maart 1694, is bij in den ouderdom van twee en 
veertig jaren gestorven. Zijne weduwe overleefde 



* (*) Wapenb. Burmania. Gen. 11* Op dit buwellgk h een 
Lalgnsch bruilofUgedicht gemaakt door Hermanniu Petri , Pre- 
dikant te Hardegar^p en R^perkerk. Fris. Nob. 183. 

(-f) Wapenb. Wijckel. Gen. 5. (§) Resolutieu en missiYen 
van do Staten van Friesland roer 1699. 



IDAARDERADEEL. 157 

hem yerscheidene jaren en is den 10 Februari] 
1719, oud zestig jaren, overleden. Beide zijn be- 
graven in de Galileër kerk te Leeuwarden {*). 

1695. TjALLiira Hohme van Gamstra , zoon van 
TjalKng van Gamstra van Menaldum en Lucia He» 
lena van Aebinga , was gehuwd met Juliana , doch- 
ter van Hans Willem, Baron vanAijIva, enFrouck 
van Ai^va, en had acht kinderen (f). Hij werd 
Grietman en Ontvanger Generaal van Idaarderadeel 
den 6 Januari] 1695 en was in 1704 lid van Ge- 
deputeerde Staten. Hij woonde te Menaldum op 
Orxmastate, althans in 1719. In 1673 had hij zit- 
ting in de Friesche Staten wegens Westergoo, en in 
1685 en vervolgens wegens OostergoofJ). Hij over- 
leed den 9 October 1727, in den ouderdom van 
drie en zestig jaren (*)• 

1727. TjALLiira Willem vau Gamst&a, oudste 
zoon van den voorgaanden, was gehuwd met Auk , 
dochter van Aulus van Haersma, in 1694 Grietman 
van Smallingerland , en had geene kinderen (j.). Hij 
werd den 27 November 1727 Grietman gekozen en 
was hetzelfde jaar lid van Gedeputeerden. Hij 
overleed den 7 Maart 1742, oud zes en vijftig ja- 
ren (*). Zijne weduwe, eene zeer zonderlinge, maar 
bekwame vrouw, overleefde hem verscheidene ja- 
ren; in 1782 is eerst boelgoed van haren bui- 
tengewoon rijken inboedel aan haar sterfhuis te 
Leeuwarden gehouden. 

(*) Wapenb. Wijckel. Gen, 5. Wapens ïd de Galileër kerk, 
(f) Wapenb. Camstra. Geo. 11. A^lva. Gen. 11. (§) Cbarlb.. 
5 D. 937, 1242. 6D. 196. C«) Aanteek. op de doodkisten in 
den grafkelder te Roordahaizum. (4-) Wapenb. Camstra. 

Gen. 12. Haersma. Gen. 7. {*) Famiiieaantcekeningen* 



156 IDMHBBRADEEL. 

1742, Haus Willem viiv CUhstba, eb laalsie 
mannelijke aCstammeling van dit geslacht , was de 
broeder vanlaatstgemeldenen niet gehuwd ("*). Eers^ 
in den krijgsdienst bragt hij het tot den rang van 
Kolonel bij een .regement yoetvolk , en werd den 7 
April 1742 Grietman. Hij was terens Meesterknaap 
in de Houtvesterij yan Friesland en Drost van Bree* 
yoort(f). In 1748 was hij lid Tan de Staten ran 
Friesland (§)• Hij oyerleed den 3 April 1761. 

1763(«). GoaffBLis yait Sghsltinga » geboren den 
2 Januarij 1743, was de zoon van Arent ComeUs 
yan Scheltinga en Jetske Wiskia van Yiersen ( j.) , en 
gehuwd met Aletta Aurelia » dochter van Hans 
Hendrik van Haersma en Isabella Bored, en had 
▼ijf kinderen. Hij woonde op Friesmastate teldaard. 
In 1795 werd hij even als zijne ambtgenooten aff 
gezet, en is niet anders weder in betrekking ge- 
weest f dan als lid van het Departementaal bestuur 
van Friesland in 1804 en 1806. Hij overleed in 
1812, zijne vrouw in 1810L 

RAUWERBERHEM. 

De elfde en laatste Grietenij van Qosteegoo , greast 
ten noordwesten aan Baarderadeel , ten noordoos- 
ten aan Idaarderadeel , ten zuidoosten aan Utinge** 
radeel , ten zuiden aan Doniawarstal en de Snee»* 
kermeer, ten zuidwesten aan Wijmbritseradeel, «& 



. (») Wapenb. Caimlra. Gen. 12. (+) Te Wal. Verb. d. Edel. 
3 D. 498. (§) Verward Friesland. 122. bijl. ■». 1 eo |i». ^. 
(^) De Grieten j is dus twee jaren vacant geweest , zoo ik meen t 
wegens verschil omtrent de stemming onlstuan» (•!•) Wapenb, 
Scheltinga. Gen. 7. 



RAUWERDERHEM. 160 

heeft «es dorpen: Rauwerd, Irnsumi Deersum, 
Poppuigawier , Terzool, Sijbrandaburen » benevens 
bet klooster Engwird. 

GRIETMANNEN VAN RAUWERDERHEM. 

1506. Louw VAH DoEiJBGA (*) , in 1505 onder 
de 'Edelen van Wijmbrilseradeel geleld (f), en ge- 
huwd met Gatharina » dochter van Feico van Ha- 
rinxma en Luidts Oenema , en zuster van den be- 
kenden Bocko van Harinxma, weduwe vanTjaerd 
Sjaerda (§) , was in 1505 Grietman van Wijmbrit- 
s^adeel en in 1506 tevens van Rauwerderhem ; hij 
woonde te Sneek in een huis op Leeuwenburg, 
bij den hoek van Kronenburg (*) , en was daar een 
voornaam edelman. Toen Nithard Fox, door Gos- 
lick van Jongema tot hulp der Schieringsche partij 
met eene bende soldaten in Friesland gekomen , in 
1496 eenen veldslag tegen de Gaasterlanders eu Ze- 
venwolders won , beypnd zich Donia met Bocko 
van Harinxma te Woudsend , om den uitslag van 
het gevecht af te wachten , besloten hebbende om 
het land te verlaten , wanneer Fox het onderspit 
delfde ; doch de overwimiing behaald zijnde , trok 
hij weder naar Sneek. Toen daarop de soldaten 
van Fox onmatige eisschen tot betaling hunner sol- 
dij deden , namen de voornaamste ingezetenen de 
vlugt , en ook Louw Doeijnga en Harinxma vvil- 



(^ Ofschoon ik bet nergens duidel^k bepaald vind , twijfel 
ik er echter niet aan , of deze Louw van Doe^n a is dezelfde 
persoon met den Grietman van Wijmbrilseradeel van denzelfden 
naam. Er zijn meer voorbeelden van de vereeniging van twee 
Grietenijen op eenen persoon. (-{-) Wins. 403. {$) Wapenbt. 
Oud Hailnxma. Gen. 5. (^) Oud en nieuw Sneek 81. 



160 RAÜWERDERHEH. 

den hen volgen, doch vielen door verraad in han- 
den van de vreemdelingen, en veerden in het huis 
van eerstgemelden gevangen gehouden en gepijnigd. 
Om van den overlast verlost te worden en de 
overmoedige bende het geheelc land te doen rui- 
men , vroegen de Sneekers aan de Groningers eene 
som gelds ter hunner afbetaling, onder belofte van 
tot het Groningsche verbond te zullen toetreden en 
gijzelaars tot borg voor de geleende som te zullen 
stellen* Dit voorstel aangenomen zijnde , werden 
Doeijnga, en Bocko en Sijtze van Harinxma als 
zoodanige gijzelaars uitgeleverd* Toen nu echter 
de betaling op den bestemden tijd niet kwam , en 
de Groningers bovendien onbillijke eischen deden , 
welke de Friezen weigerden te voldoen , werden de 
gijzelaars, tegen alle mondelinge en schriftelijke 
beloften aan , in boeijen gesloten. Bocko van Ha- 
rinxma ontsnapte twee jaren later uit den kerker 
door list, en werd te Sneek met triomf ingehaald; 
korten tijd daarna werden ook de beide anderen 
voor twee duizend florenen vrijgekocht. In 1604 
onderteekende Doeijnga mede den renversaalbrief aan 
den Hertog van Saksen. Sneek in 15 16 door de Gel- 
dersche partij ingenomen zijnde , beloofde deze wel 
ieder in het gerust bezit van zijnen persoon en goe- 
deren te zullen laten en niets tegen hare gedane 
beloften te zullen doen, doch werd zij echter 
door Doeijnga en eenige anderen niet vertrouwd, 
welke het veiliger oordeelden buitenlands te gaan , 
waar zij tot in 1622 verbleven. Ik vind hem ech- 
ter onder hen, die den eed van huldiging in 1S15 
aan Keizer Karel aflegden; misschien is dit bij 
procuratie geschied. In 1545 behoorde hij tot de 



RAÜWERDERHEM. 161 

Staatsléden , die de resolutie lot bescherming van 
'slands vrijheden en privilegiën namen (*). 

1517. BaosR Ebgkingk , wonende te Roorda- 
huizum in Idaarderadeel, werd op den 13 Fe- 
bruarij 1617 van wege Keizer Karel aangesteld 
tot Grietman van Rauwerderhem (f). 

152S. Abbe vAir JoiroEMAy zoon van Edo van 
Jongema junior, van Kornwerd, Grietman van 
Lemsterland, had tot vrouw Aijl , dochter van 
Sippe van Heemstra en Frouk Bimersma , bij wd- 
ke hij geene kinderen had. Zij woonden te Rau- 
werd (S). Hij overleed in 1534 en werd aldaar bij 
*ijne vrouw begraven. 

1540. LiBüWE VAK Albada , wonende te Pop<» 
pingawier , op Doumastins, was de zoon van Bet- 
te Bottes Heslinga van Albada en Sijts van Sijthie- 
ma, en in 1507 gehuwd met Frouk Roorda van Ge- 
num , weduwe van Wopke Jaerla , en had bij haar 
vijf kinderen (*)« Hij overleed in 1543. 

1543. Hbttb vak Albada , zoon van den voor-* 
gaanden en even als deze wonende op Doumastins, 
was , volgens Ferwerda (J.) , gehuwd met Tiets of 



(*) Wing. 334, 335 , 337, 356, 392, 403, 418, 434, 515, 
(t) Chartb. 2 D. 346. (§) Upc. v. Burm, Tab. Gen. Wapenb, 
Heemstra. Gen. 6. Q^) Wapenb. Albada. Gen. 4. Zigne 
▼rouw -wordt b§ dezen schrigver in het geslacht Roorda niet 
gevonden. Stamb. ▼. Adelen noemt haar dochter van oude 
Wijbrand Roorda van Genum en Auk van Herwe^ , welke door 
Ferwerda Auck iaersma genoemd wordt. (4-) Albada. Gen. 5» 
Upc. V. Bnrm. Tab. Gen. geeft den voornaam van de vroiiVK 
niet op , maar zegt , dat z^ eene Roorda au Lambel wai» 

11 



162 RAUWËRDERHEH. 

Borothea Roorda , doch volgens bet Stamboek van 
Adelen van Cronenbnrg met Tiets, dochter van 
Jelle , eenen eigenerfde. Hij was een van hen , 
die aan den Stadhouder Rennenberg rekwest in- 
dienden tot verhindering van de Unie van U- 
trecht in 1579. In bet laatst der Spaansche rege- 
ring werd hij , deraéhrer xijde niet willende verla- 
ten 9 afgezet en gebannen , stierf in ballingschap te 
Steenwijk, in den ouderdom van een en zeventig 
jaren , en werd eerst in de kerk van gemelde plaats 
ter aarde besteld , doch naderhand weder opgegra- 
ven en in het voorooderiijk graf te t^oppingawier 
bijgezet (*). 

1578. Otte HEaAMA was de zoon van I)'« Joost 
Herama en Rink Galama (*{'), woonde op Harsta- 
State te Rauwerd en behoorde tot het verbond der 
Edelen, waarom hi^ ook door Alva in 1568 te Ant- 
werpen werd gedagvaard (§). Hij was bij Johan 
van Bonga , toen deze als bevelhebber van de par- 
tij van den Prins van Oranje zijnen fèesteKjken in-- 
togt op den 10 Augustus 1572 te Sneek hield («)• 
In 'tegenoverstelling van zijnen voorganger in de 
Grietenij was hij een voorstander van de ütiie van 
Utrecht, en teekende dus het rekwest aan Rennen- 
berg • tot toetreding van dezelvi^ Hq overleed 
in 1583. 

1583. SiERGK vAir BooTSHA , denkelijk broeder 
van Hessel van Bootsma\ Grietman van. Idaardera- 
deel, was gehuwd met Jelts, dochter van Taco 

C^) Wjipenb. Albada« Gen. 5. (f) HS. GieiUohd. v.R.Sor&- 
kami. (S) Wins. Hkt. 114. (^) Zie JohAiï y. fBm^a , Grietm. 
V. Wettdooy. 



RAUWERDERHEN. 163 

van Galama en N. Tiessens {*). H^ was tegen de 
nadere Unie yan Utrecht, en teekende het meerge<' 
melde rekwest tot yerhindering van dezelve (f). 
Van 1691 tot 1600 komt hij zeer dikwijls voor als 
Volmagt ten landsdage uit Oostergoo (^). 

1602, PiBTBB vAif EijsiHOA, aangesteld den 80 
JuUj 1602, woonde op Jongema-State , onder Rau- 
werd , en was de zoon van TjalHng van Eijsinga , 
Raad in het Hof van Friesland , en van Hilck van 
Harinxma ; hij huwde met Fok'el Heringa , en had 
volgens Ferwerda drie f ^), doch volgens een ge- 
schreven geslachtregister , vijf kinderen. Als Vol* 
magt ten landsdage uit Oostergoo volgde hij het lijk 
van Graaf Willem Lodewijk , en was toen tevens 
Raad ter Admiraliteit van Holland (4-). De rede- 
voering bij gelegenheid van het opdragen van het 
Stadhouderschap aan Ernst Gasimir, in de plaats 
van diens overleden broeder Willem Lodewijk , 
werd door hem gehouden* Gedurende verscheidene 
jaren was hij lid van de Staten (*), en in 1639 van 
Gedeputeerden. Hij schijnt afstand van de Griete^ 
nij ten behoeve van zijnen zoon gedaan te hebbei^L 
in 1636, en stierf tien jaren later (f). 

1635. TjJLLLiKa VAH EiJsiBOA, eerst Johan ger 
noemd , doch denkelijk- na het overlijden van zij^ 
nen oudsten broeder Tjalling , die reeds in 1613 
stierf , van naam veranderd , was de zoon van Pie^ 
ter. Hij werd tot Gkietman van Rauwerderhem 



(*) Wapenb. Galaiiia. Gen. 6. (f) Wins, Chron. 63i. 

(§) Chartb. 4 D. 777— 1076. CJ Wapenb. E^iin^. Gen. 6. 
(+) WlM.905. (*) Cliartb. k 1). 1238. 5 D. 9$ sef). 

(+) HS. getlaolitre^ 



164 RAÜWERDERHEM. 

, aaugesteld den 25 Junij 1636, en overleed in lQSp{*)./^ 

1640. TjALLiira yae ëijsihga. was voor zijne be- 
noeming als Grietman, welke den 18 Januar^ 1640 
plaats had. Kapitein. Zoo ik mij niet bedrieg,, 
moet hier een misslag in de gedrukte Naamlijst 
plaats hebben , veroorzaakt (loor de vele Eijsinga's 
van hetzelfde tijdstip , die d«n voornaam van Tjal- 
ling voerden, ik houd dezen noch den vorigeh 
voor denzelfden persoon met Tjalling van Eijsinga, 
in 1639 Grietman van Henaldumadeel , dewijl mij 
zulks en uit de dagteekening van aanstelling en uit 
' verschillende andere omstandigheden voorkomt , niet 
te zijn overeen te brengen, en denk dus liever , dat 
deze een zoon was van genoemden Grietman van Se- 
naldumadeel (f). Hij is alsdan niet gehuwd ge- 
weest. In 1645 was hij' Commissaris bij de Sijno- 
de te Harlingen. 

1658. FaAifs vak Eijsiicga is reeds vermeld op 
Leeuwarderadeel. ^ 

1666. Watzb van Roorba, zoon van Johan 
van Roorda en Ida Lezaen, bleef ongehuwd (J). 
Hij woonde te Hardegarijp(*). In 1666 was hij 
Volmagt ten landsdage en bleef dit tot zijnen 
dood (4-), die vojorviel den 8 Februarij 1670, z^n- 
de hij toen een en veertig jaren oud. Hij werd 
begraven op het oude, sedert vele jaren niet meer 
gebruikte , kerkhof van Hardegarijp (*). 

(*) Wapenb. EijfiDga. Gen. 7. ES, Geslachtreg. (f) Wapenb. 
Eijsinga. Gen. S* ($) Wapenb. Roorda au Lembel, Gen. U. 
(«) Stamb.?.^dei zegt Garijp , doch ik Teronderetel ^ dat biennode 
Bardegar^p zal bedoeld z^n , omdat b^ ook aldaar is begraven. 
(+) Charlb. 5D. 744 8eq. C*) Grafzerk van dM kefkhoi; 



RAÜWERDERHEM. 165 

1670. BaRTHOLD of BAaTHOLOHETIS VAH NiJSTEN 

woonde op Harstastate , te Hoogebeintum. Ik heb 
niet kunnen vinden van wien hij een zoon was , 
noch met wie hij getrouwd is geweest; doch hij 
had ten minsten twee dochters (*). Hij werd Griet- 
man den 10 Junij 1670, en was sedert 1662 Vol- 
magt ten landsdage uit Oostergoo (f )/ Den 11 Fe- 
bruarij 1668 kreeg hij zitting in het Collegie van 
Gedeputeerden. In dit en het volgende jaar was 
hij Commissaris bij de Sijnode te Leeuwarden en 
Heerenveen, zoo als ook in 1683 nogmaals op 
laatstgenoemde plaats, en in 1684 te Sneek. Hij 
overleed den 14 Maart 1696, in den ouderdom van 
acht en zestig jaren. 

1696. Edzard van Buamakia is reeds vermeld 
op Ferwerderadeel. 

1701. ÜLBO, Baron VAN AiJLVA , zoon van Tjaard 
van Aijlva en Frouck Huijgens , stierf ongehuwd (§). 
Den 21 Mei 1701 aangesteld tot Grietman, deed 
hij den 10 October van datzelfde jaar reeds weder 
afstand van de Grietenij en werd Ontvanger Ge- 
neraal van de consumptiën. 

1701. Zeino Joaghim Welvelde van Burmania 
was de zoon van Sjück Gerrold Juckema van Bur- 
mania , Grietman van Wijmbritseradeel , en gehuwd 
den 7 Maart 1706 met Hijlck, doéhter van Hobbe 
Esaias van Aijlva, Grietman van Oostdongeradeel , 
en had geene kinderen (*). Als kind lag hij den 



(*) Wapenb. Viersen. Gon. 5. Coejioorn. Gen. 6. Cf) Chartb. 
5 B. 543 seqq. 6 D. 118 seqq. (§) Wapenb. A^jlra. Gen. 11. 
(,,f) Wapenb« Burmania* Gen. 14. 



166 RAUWËRDERHBM. 

17 Aug. 1685 den eenten steen aan het nieuwe kerk*^ 
gebouw te Gauw in Wijmbritseradeel (*). Tot Griet* 
man verkoren den 10 October 1701 , was hij te- 
yens gecommitteerde in de Rekenkamer van Fries'^ 
land. Vóór zijn huwelijk (in 1702) verzocht en 
verkreeg hij verlof, om den Ambassadeur van Ha* 
ren op zijn gezantschap naar Engeland te vergezel* 
len. In 1703 werd hem octrooi verleend tot het 
oprigten van een vrij veer van Irnsum naar Leeu- 
warden , Sneek en Joure (f). In het laatst van 
z\jn leven had hij zitting in den Raad van State 
der Vereenigde Nederlanden, en overleed den 14 
Februarij 1710(5) , in het negen en twintigste jaar 
zijns ouderdoms. Zijne vveduwe hertrouwd aan 
Ulbo Aijlva van Burmania, stierf den 11 April 
1716, oud driegen twix^tig jaren («). 

1710. Tjalling vau Sixma , zoon van Douwe 
van Sixma , Grietman van Barradeel , woonde te 
Loijinga en was gehuwd met Baadewina Lucia ^ 
dochter van Tjalling Aedo Johan van Eijsinga en 
Sijts Aebinga van Humalda, bij welke hij eenen 
zoon had (4). Den 28 Maart 1710 werd hij Griet- 
man en was in 1712 Lid van Qedeputeerden H^ 
overleed den 16 October 1714, in den ouderdom 
van twee en dertig jaren. Z^ne weduwe hertrouw-- 
de met Ulbo Aijlva van Burmania, Grietman van 
Leeuwarderadeel en Grezant in Zweden, waardoor 
zijn eenige zoon onder het opzigt van dezen be- 
kwamen man werd opgevoed (*). 



C») Tegenw. Staat v. Friesl. XV D, 244. (f) Chartb. 6 D. 
399. (§) Frisia Nobilb 228. (^) Wapeob. A^lva. Gen. IL 
(4) Wapenb. Sixma. Gen. 6. (") Schelt. SUatlu Ned. 2 D. 812. 



RAUWERDERHEM. 1«7 

1714. Faass Jvliüs Joh ah HKaiiroA vak £ij6iN- 
«A, zoon Tan TjaJIing Aedo Johan van Eijsinga en 
Sijts Aebinga yan Humalda , en dus scfaoonbroeder 
yan zijnen, yoorganger, wajs g^uwd met Catharina 
Lucia , dochter yan Schello van Heemstra en Lucia 
yan Burmania , en had yijf kinderen (*). Hij was 
vroeger in den krijgsdienst en werd den 1 1 Augustus 
1714 Kapitein, welke waardigheid hij echter reeds 
den 30 Noyember yan hetzelfde jaar met die van 
Grietman yerwisselde. In 1728 was hij lid yan Ge- 
deputeerden, Een jaar yoor zijnen dood deed hij 
afstand yan de Grietenij ten behoeve yan zijnen 
oudsten zoon , doch bleef evenwel de functien als 
Substituut Waarnemen , denkelijk uit hoofde van 
deszelfs minderjarigheid. Hij overleed den 17 Fe- 
bruarij 1780, in den ouderdom van zeven en veer- 
tig j aren. 

1729. Tjalling Aedo Johan HBainoA van Eu- 
siKGA, zoon van Frans hier boven gemeld, was 
den 5 September gehuwd met Gecilia , geboren 25 
Junij 1717, dochter van Idzard van Sminia, Griet- 
man van Hennaarderadeel , bij welke hij vijf kin- 
deren had (f). Hij werd den 8 December 1729, 
door afstand van zijnen vader. Grietman van Rau- 
werderhem, en was in 1746 lid van Gedeputeerden 
en Meesterknaap bij het Jagtgeregt uit Oostergoo. 
In 1748 was hij lid van de Staten en in 1761 
Gommiissaris bij de Sijnode te Sneek. Hij overleed 
den 5 Julij 1768, en zijne weduwe dei^ 120ctober 
1793 (J). 



l*) Wapenb. Eigsioga. Gen. 10. (f) Wapeub. Eiüt»ioga. 

Gen. 11. Sminia. GeQ. ll. ($) Familie aanleek. 



168 RAUWERDERHEM. 

* 1768. FaANs Jüliüs Idxa&d Johak HsAiiiGA vaü- 
EijsucaAt' aioon van den voorgaanden (*) , volgde 
fcijnen vader in de Grietenij op, toen hij nog slechts 
veertien jaren oud was (f). Hij was nog Gbrietman 
in 1795, en overleed ongehuwd den llJulij 1806, 
in den ouderdom van een en vijftig jaren. 

WESTERGOO. 

. Westergoo , in het Latijn Westrachia , het twee* 
de kwartier of distrikt van Friesland , hebbende 
als zoodanig de tweede stem in de Staatsaangele-^ 
genheden van het gewest, is verdeeld in negen 
Grietenijen , als : Meiialdumadeel , Franekeradeel , 
Barradeel , Baarderadeel , Hennaarderadeel , oud- 
tijds ook Oosterenderdeel genoemd, Wonseradeel , 
eertijds even als Wijmbritseradeel in twee Griete- 
nijen, binuendijks en buitendijks, gescheiden ^ 
Wijmbritseradeel , Hemelumer Oldephaert en Noord-* 
wolde , en het Bildt ; en bevat in zich de steden 
Bolsward , Franeker , Sneek , Harlingen , Stavoren , 
Workum , IJlst en Hindelopen. Het grootste ge- 
deelte der aanhangers van de Schieringsche partij 
woonde in dit gedeelte van de Provincie* 

MENALDÜMADEEL. 

De eerste Grietenij van Westergoo, grenst ten 
noorden aan het Bildt , ten oosten aan Leeuwarden 
radeel , ten zuiden aan Baarderadeel , ten zuidwes^ 
ten aan Hennaarderadeel en ten westen aan Fra- 
nekeradeel. Dezelve bevat twaalf dorpen, als: 

Menaldum, Berlikum, Wier, Beetgum, Engelum, 

* ■ .1 II 

(*) Wapcnb. Eijringa. 6en. 12. (f) Tc WaL Vcrb. d. Edel. 
a D. 389. 



SnSNALDUMADEEL. 169 

Marssum , Deinum , Boxum , Blessum , Dronri^p « 
Scliingen , Slappeterp , benevens het klooster Anjnm. 
In de vroegste tijden hadden de Grietenijen Me- 
naldumadeel , Barradeel , Baarderadeel , Hennaar- 
deradeel en Franekeradeel alle hunne regtzittingen 
te Franeker op onderscheidene dagen , en was de 
Grietman van laatstgenoemde Grietenij, de voornaam- 
ste of, als het ware , de opzigter over de anderen (*)• 

GRIETMANNEN VAN MENALDÜMABEEL. 

1459. LiBWB Hinha of Hihitbsz woonde te Bo-. 
sum , in Baarderadeel. Overigens heb ik niets van 
hem kunnen opsporen , evenmin als van den vol- 
genden. 

1483. Hauo Dügka. 

1487. WiJTHiS (Wijtzb) Laeszooh. In zijne 
tegenwoordigheid, als Grietman van Henaldumadeel , 
verklaarde Oerck Abbaz. den 3(f April 1487 , dat 
hij zich zoude houden aan de uitspraak , te Leeu- 
warden gedaan, over een verschil omtrent het 
plunderen van de stins van Ruurd Roorda ; terwijl 
deze daartegen protesteerde (f). Den 28 Junij daar* 
aanvolgende teekende hij in dezelfde kwaliteit een 
verbond tusschen de steden en deelen van Wester^ 
goo(§). Uit deze beide stukken blijkt , dat toen 
ter tijd onder anderen mederegters waren Douwe 
Glins en Hette van Hemmama. 

1505. Ivo FaiTZMA of Feittema. Als deze wer- 
kelijk voor eenen korten tijd Grietman van Henal- 



( *) Ubbo Emmiuf , de republica Frbiorum , fol . 49. (f) CharCb. 
1 ©. 740. (J) Charlb. 1 D. 742. 



170 MENALDUHADBBL. 

dumadeel is geweest , waarvoor ik anders geen be* 
wijs heb , dan de gedrukte Naamlijst ^ twijfel ik 
er niet aan , of hij is dezelfde met Iwo Fritzma of 
Frittema , die , uit Groningerland afkomstig , te 
Sneek woonde , en aldaar Olderman (*) , alsmede 
Grietman van Wijmbritseradeel was. Hij was als- 
dan getrouwd met Tjoerdtke, dochter van Low 
Oekinga van Donia en Catharina van Harinxma , 
bij welke hij acht kinderen had (f). In 1522 was 
hij Kapitein van honderd Friesche krijgsknechten, 
die , in soldij van den Keizer staande , door de 
burgerij van Sneek tot verdediging hunner stad 
werden binnengehaald {^). Hij overleed den 21 
October 1540(0. 

1508. Hbssbl vaf MAaTBiTA , zoon van Sitse van 
Martena en Jel van Harinxma , kleinzoon van Doe- 
ke van Marteila , Grietman van Baarderadeel , was 
gehuwd met Both « dochter van Jarich van Hottin- 
ga van Nieuwland en Swob Sjaerdema (4-) , bij 
welke hij vier dochters had , die naderhand alle 
met Saksische Edellieden trouwden. Hij bezat twee 
stinzen , eene te Fraheker en eene te Berlikum , 
welke laatste, eerst Hartena State en naderhand 
groot Terhorne geheelen(*), veel van de Vetkoo- 
pers moest lijden. Een groot aanhanger der Schie- 
ringsche partij zijnde, was hij een der eersten , 
die vreemde troepen in het land hielp brengen, en 
maakte met Goslick van Jongema , Bocké van Ha- 

(*) Stamb. van Adel. (f) Stamb. van Adel. (§) Scbol. 613* 
(«) Te Wat. Verb. d. Edel. 2 D. 347. Men vindt in het Chartb. 
2 D. 342 eenen Jwo Fritzma , aan wien 29 December 1516 
opgedragen werd de Grieten^ van Langewolt en Hommers, in 
Oroningerland. Zoude deze dezelfde persoon z^n ? (*|-) Upo. 
v. Burm. Tab. Gen. (*) Geogr. Woordb. 10. 



MBNAU>UHADB£L. 171 

rinxma , Douwe Sjaerdema , en Herö en Harich 
Hottinga, benevens de steden Sneek, Bolsward, 
FraneLer, Workum en Sloten, welke aan hen on- 
derworpen waren, den overdragtsbrief van het 
hoog bewind aan den Hertog van Saksen op den 
30 April 1498 , en huldigden dezen in zijnen Stad- 
houder (*). In hetzelfde jaar bevond hij zich mede 
op den togt naar Berguin(f). In booge gunst 
bij den Hertog staande , was hij een der eerst be~ 
noemde Raden in het 'Hof van Friesland, door de* 
zen ingesteld. Hij voerde in 1500 het bevel bij de 
belegering van Franeker , en vertegenwoordigde , 
na de overwinning op de Yetkoopers , den Hertog 
bij het ontvangen der hulde van de zich onderwer- 
penden. Vervolgens (in 1504) werd hij lid van den 
Raad , belast met het opperste bestuur over Fries-* 
land, en bestaande uit drie vreemdelingen en drie 
inboorlingen, fiet volgende jaar schijnt hij ook' 
Grietman van Franekeradeel , en drie jalren later 
van Menaldumadeei geworden te zijn (f). Hij nam 
een werkzaam deel aan de regtspleging van Grer« 



O Schelt. Si. Ned. 2 D. 7$. (f) Zie Doiiwe Rodmarsmai 
Griétmao van Fraoekeradeel. ($) Lang heb ik getw jfeld , of 
ook een andere Heiwel van Martena Grietman is geweest , daar 
ik nergens vermeld vind , dal de in den tekst genoemde die 
betrekking heeft waargenomen , eii vooral , omdat h^ , te geligk 
met zjjn ambt van Grietman , dan ook dat van Raad In het Hof 
bekleed heeft, waarvan ik nergens anders een voorbeeld gevon-* 
den heb. Mijn twiyfei bestaat nog; doch slechts éénen Heasel 
van Martena van dezen tyd kunnende opsporen , ben ik , na ee- 
nen in de Friesche geschiedenis zeer ervaren geleerde geraad-> 
pleegd te heblien , er eindeligk toe overgegaan , hem op m^ne 
Naaml^st te brengen , in de meening , dat , zoo h^ dan al . 
geen Grietman u geweest , er niets aan verloren was om de Ie-* 
vensscbets van den beruchten Hecsel van Martena ook nog eens 
hier te lezen* 



172 MENALDUMADEEL. 

brand Mockema en Jemme Juwsma. Ook na den 
oyergang van Friesland aan Keizer Karel bleef hij 
lid yan het Hof, nadat hij in 1515 de overeen- 
komst omtrent de huldiging van denzelven getee- 
kend had, en hij hierop door den* Stadhouder, 
Floris van Egmond, mét Tjaard van Burroania, 
Keimpe van Martena en Tjalling vaqi Botnia , Rid- 
der was geslagen (*). Kort daarna ondernam hij 
eene reis naar het Heilige land en stierf in 1517 te 
Rhodus(f). Door de meeste Friesche geschied- 
schrijvers wordt zijn staatkundig gedrag te regt 
zeer gelaakt, en hij beschuldigd, alle geoorioofde 
en ongeoorloofde middelen in het werk te hebben 
gei^teld tot grootmaking van het huis van Saksen 
en het onderdrukken van zijn vaderland. Jancko 
Douwema , die ook zeer tegen hem verbitterd b « 
legt hem te laste , dat hij dikwijls zoude gezegd 
hebben, dat hij wel eene groote som gelds zoude 
willen geven , zoo hij geen Fries was. Als krijgs- 
man heeft hij , hoe zeer dan ook als werktuig van 
de Saksische partij , menige dappere daad uitge- 
voerd ; het laatst was hij als zoodanig tegenwoor- 
dig bij de belegering van Sneek door den Stad- 
houder Egmond, in Januarij 1517 (J). Zijne we- 
duwe hertrouwde met N. Bruchslager, eenenDuit- 
scher , Hoofdman van het kasteel te Dokkum (*). 

1518. DouwB Qlins , door den Keizer aange- 
steld , en wonende op de state Glins , te Dronrijp , 
op eene plaats de Poelen geheeten , waar nader- 
hand het Blaauwkuis gebouwd is , was eerst ge- 



(*) Gabb. Verb. ▼. Leeuw. 306, 307. (f) Schelt. Staatk. 
Ned. 2 D. 77. ($) Occ. Scarl. 421. (^) Arch. van VUser en 
Amertf. 3 ft. 394. 



MENALDUMADEEL. 173 

huwd met Ebel , dochter van Laes Mamitsma en 
Jel Hermana, en ten tweedenmale met Buth Dia- 
na.('^). Hij was een der zestig Edellieden, die op den 
22 Junij 1515 den eed van huldiging aan Karel Y, 
als Heer van Friesland , aflegden (-{*). Hij overleed 
in 1622 en zijne weduwe in 1530 (§) of 1533 (*). 

1526. FoppB vAif Emiitga heb ik nergens anders 
dan in de gedrukte Naamlijst gevonden* 

153L Hettb VAK HfiMMSMA, hoveling te Berli- 
kam, zoon van Doeke van Hemmema en Bauck 
Poppema , was gehuwd met Barbara Grraetnia of 
Gratinga , dochter van Stcco , die zijnen naam van 
Burmania in Graetnia of Gratinga veranderd had , 
en deszelfs eerste vrouw Ida van Dekama ; hij had 
bij haTar acht kinderen (|). Hij behoorde onder de 
zestig Edelen, hier boven op Douwe Glins ver- 
meld , en kdmt voor als Grietman van JHenalduma* 
deel , in een vonnis van 19 September 1531 , uit- 
gesproken in een geschil tusschen het convent Aal- 
sum en Jonghe Scroer, te Engelum , over Scheltinga 
zate, in gemeld dorp gelegen (*). In 1555, bij den 
afstand van Karel V , deeö hij den eed aan Filips 
II (f). Hij was de tweede bezitter van het Heer- 
lijk leen, de Nije-flnne of Hemmema-leen, bestaan- 
de in vijftig morgen Bildtland , door den Hertog 
van Saksen aan zijnen vader geschonken, het 
eenigsle leen dat ooit in Friesland bestond (J). Hij 



O Upc. ?. Burm. Tab. Gcö. (f) Gabb. 306. (§) Upc. ▼. 
Bunn. Tab. Gen, (^) Vriem. Alh. Frw. 495. (j) Upc. v. 
Burm. Tab. Gen. Stamb. v. AdeK HSS. Rekenboek van Rienk 
Hemmema van 1569. (*) Chartb. 2 D. 585. (f) Wins. 
Hist. 3. (§) J. H. HalberUma , Fragmenten ?an ?. Haren, 38. 



174 MENALDUMADEEL. 

maakte testament den 6 September 1572 « en was 
den 4 November daaraanvolgende reeds overleden, 
in den ouderdom van zes en zeventig jaren y ten 
huize van Lieuwe Dirks , te ?raneker ; hij is be-^ 
graven in den omgang van de kerk aldaar (*). 

1539. PiBTER VAN GaoEniNGBN, voor zeker door 
afstand van zijnen voorganger in deszeICs plaats be- 
noemd, en waarschijnlijk een vreemdeling, was 
te gelijk Keizerlijke Hajesteits Accijnsmeester te. 
Leeuwarden , over welke dubbele ambtsbetrekking 
klagten ontstonden op den landsdag van Januarij 
1589, welke ten gevolge hadden, dat hem werd 
afgevraagd, welke van beide bedieningen hij ve]^- 
koos te behouden , daar hij volgens de w6tten eene 
van beiden moest laten varen ; doeh daar hij ver- 
kocht en verkreeg , om tot Mei e« k. %ijn beraad te 
houden, is mij niet duidelijk gebleken «. welk ambt 
hij behield; evenwel uit het jaartal ]iS40* in hetwelk 
zijn opvolger Grietman was , kan men met genoeg- 
zame zekerhdd opmaken ; dat h^ den post van 
'Acc^nsmeester heeft verkozen (f)» 

1640. Watze vAir OctfivGA, bijgenaamd de ou- 
de , te Dronrijp , zoon van LoIIe v^n Ockinga en 
Aaltje van Hermana, was eerst getrouwd met £ii- 
«abeth €osters, van Brussel, terwijl bij in Braband 
/Stiideerde , en naderhand met Wiek , dochter van 
Pieter van Gammingha en Eelk Aebinga van Blija; 
bij elke vrouw had hij twee kinderen (J). Op 
den landsdag van 1540 presenteerde hij rekwest tot . 
redres van eenige lasten, zoo door de Steden als 



(^) Chartb. 3 B. 911. BoTengemekle HSS. (f) Cbaitb. 2 B. 
731 , 783. (%) SUmb. v. Adel. Upc. ▼. Burm. Tab^ Gen. 



MENALDUMADEEL. 175 

amlerszins op de ingezeteilen van bet pialte land 
gelegd ('*'). In 1645 behoorde hij onder de Staten « 
welke xiob verzetten tegen de inbreuk op 'slands 
vcK)rregten en privilegiën (f). Hij zat in 1549 mede 
in de commissie aangaande het geschenk aan Filips 
II (§). Den 10 December van betzelfde jaar werd 
hij van wege den Keizer tot Raad in het Hof van 
Friesland benoemd («). 

1542(1). Tabks Gliiis, zoon van Douwe Glins 
hierboven genoemd en Buth Diana , woonde op de 
state Hobbema te Dronrijp, en was gehuwd met 
Habel , dochter van Haring Heerma , Haersma of 
Harinxma en Trijn N , bij welke hij zeven kinderen 
liad(*). Hij overleed in 1551. 

1645 (f). Laes Gliits , zoon van den voorgaan-» 
den , woonde op de state Glins te Dronrijp , was 
gehuwd met Wilk of Wiesk , dochter van Douwe 
Uninga van Hoytema , Grietman van Haskerland te' 
Joure, en had bij haar vijf kinderen. Hij overleed 
in 1566(S). 

1661. WijBB vAiï GaovssT];FS, zoon van Idzard 
van Grovestins en deszelfs eerste vrouw , Tiéts 
Unema van Bl^a , trouwde eerst met Jobanna But* 
ter of Balter uit Leuven , b^ welke hij drie kinderen 
ha^ , en later met Hijlck Oetsma (*) , weduwe van 

(*) Charlb. 2 D. 817. (f) Win». Chron. 519. (?) Zie Ha- 
ring V.* Sythiema^ Grielm. v. Ferwerd. (^) Naamr. der Rad. 
14 en 15. (+) Chartb. 2 D. 869. (*) Stamb. v. Adel. 
Upc. V. Burm. Tab. Gen. Vriem. Ath. Fris. 496. (f) Chartb. 
3 D. 85. ($) Vriem. Ath. Frii. 496 , Upc« v. Banu. Tab. 
Gen. Stamb. y. Adel. (^) Wapenb. GroTestins. Gen. 9. Schelt. 
Staatk. Ned. 1 D. 402. 



1 76 MENALDUMADEEL. 

Franciscus Hemmius , Advokaat ('^). In 1561 Griet- 
man geworden , moest hij , slïb bekend van geweldig 
Terbitterd tegen de Spaansche dwingelandij te zijn , 
elf jaren later afstand y^n dien post doen. Hij was 
lid van het verbond der Edelen, en koos in 1572 
te Franeker openlijk de zijde yan den Prins yan 
Oranje. Eenig volk aangeworven hebbende , werd 
hij als verdediger van vaderland en vrijheid met 
opene armen ontvangen , en begaf zich naar Enk- 
huizen, waar hij door den Prins tot Luitenant 
Admiraal onder Duco van Hartena werd benoemd, 
en met eem'se schepen naar de Eems gezonden, 
om te beletten , dat er geene granen gevoerd 
werden naar de , nog Spaanschgezinde , Neder- 
landsche plaatsen. Met name uitgesloten van de 
algemeene vergiffenis , vluglte hij buitenlands , doch 
keerde omstreeks 1578 terug, wanneer hij op nieuw 
Grietman van Menaldumadeel (f) en tevens Kolonel 
van Westergoo werd. In 1596 was hij Volmagt 
van de Vijf deelen. Ofschoon hij hoogstwaarschijn- 
lijk den Hervormden godsdienst reeds lang was 
toegedaan, deed hij daarvan echter eerst openlijk 
belijdenis op den 27 Mei 1599. Tot het laatst 
van zijn leven was hij Volmagt ten landsdage (J) , 
en kwam ziek van die vergadering te Franeker, 
waarna hij den 18 Julij 1600 overleed , en in zijne 
woonplaats Berlikum werd begraven (*). 

1*572 . Hbtte vAir Ajsbinga , Grietman geworden 
in plaats van den voort vlugtigen Grovestins, was 



(*) Te Wat. Vcrb. d. Edel. 2 D. 458. (f) Te Wal. S D. 
535. Cbartb. 4 D. 995. ($) Chartb. 4 D. 1086. («) Té 
Wat. Verb. d. Edel. 2 D. 426. 



MENALDUMADEEL. 177 

tte BOon van Ruurd van Aebinga en Ida van 
Dekama, en getrouwd met Sjouk, dochter yan 
Frans van Gammingha en Jouck Walta van Jongema 
te tiosum, bij welke hij eenea zoon had('^). Het 
plakaat wegens de herstelling yan den Hoomschen 
Grodsdienst in 1566 te Leeuwarden aangekomen 
zijnde, ontstond er in eene vergadering in de kerk 
te Oldehove groote twist over het al of niet af- 
kondigen van hetzelve; en Hette van Aebinga, 
toen ter t^d woonachtig te Hallum , en lid van het 
schuttersgilde te Leeuwarden, geraakte als ijverig 
Roomschgezinde in hooge woorden met den be- 
kenden Leeuwarder Gabbo Selsma , die hem toe- 
duwde, dat hij bij deze vergadering niets te ma- 
ken had , dat hij te Hallum woonde en daar te 
huis behoorde, dat zijne tegenspraak hier niet te 
pas kwam .Het zijne geloofsgenooten overstemd, 
'moest Bette de kerk verlaten. Even als Allert van 
Sierksma , Grietman van Leeuwarderadeel , teeken- 
de hij in Januarij van het volgende jaar het ver- 
toog aan Aremberg, strekkende tot bevestiging van 
hunne trouw aan den Koning en hunne gehecht- 
heid aan den ^ ouden Grodsdienst. Hij staat zelfs 
boven aan op de lijst der onderteekenaren (f). 
Tot belooning voor zijnen ijver voor de Spaanscbe 
partij , aan welke hij vele diensten bewezen had , 
fverd hij door den Koning tot Grietman van Me- 
ualdumadeel aangesteld, doch schijnt met zijne 
ingezetenen niet wel over weg te hebben gekend ; 
ik bezit althans een geschrift van hem , in hetwdk 
hij gevolmagtigden van de dorpen in de' Grietenij 
oproept , ten einde zijne rekening van ontvang en 

(*) üpc. Y. Burm. Tab. Gen. Slamb: ▼. Adel; BS. gcifUchUeg. 
Tan Aebinga. (t>/iabb. 467 , 478. 

12 



178 MBHALDUMADEBL. 

uitgaaf te sluiten, en zich beklaagt over de te 
Torén benoemde gecommitteerden , die hem in die 
zaak hadden tegengewerkt. Dit geschrift is gedag- 
teekend den 12 Julij 1575 uit Leeuwarden, waar 
hij toen schijnt gewoond te hebben , en waar hij 
in hetzelfde jaar overleden is en begraven in het 
SU Annaklooster in de Bagijnestraat (^). 

1576. LoiiLE VA9 Ogkinoa , zoon van Watze van 
Ockinga , hier boven gemeld, en deszelfs eerste 
vrouw, was eerst gehuwd met Elisabeth, dochter 
van Anthonius Del Yaille, Raad in het Hof van 
Friesland , en Genoveva Nicolalj , en naderhand , in 
ballingschap zijnde , met His , dochter van Sasker 
Heringa en Rixt , dochter van Jan Homkes , bur* 
ger van Leeuwarden (f). Bij de eerste vrouw had 
hij een dochtertje (J). In 1574 was hij gecommit- 
teerde bij de Zeedijken , en wordt zijn naam ge- 
vonden op het steenen monument , ter eere van 
Caspar Robles, bij Harlingen opgerigt(*). Opeene 
reis van Mechelen naar Friesland in 1577 liep zijn 
leven groot gevaar; want met van Tongeren te 
Enkhuizen gekomen , werd hij aldaar door de sol- 
daten en vooral door de Friezen, die daar in gar- 
nisoen lagen , aangerand , die hem wilden doorste* 
ken , op grond , zoo als zij zeiden , dat hij een 
verradar van zijn vaderland was, en schoonzoon 
van Anthonius Del Yaille , die voor zeer Spaansch- 
gezinji en wreed bekend stond ; hij kwam er eveai- 
wel met den schrik af (^). Hij onderteekende nog 



(*) HS. Geslachtr. y. Aebinga. (f) Upc. ▼. Burm. Tab. 

Gen. Wapenb. Camttra. Gen. 8. {$) Chartb. 3 D. 1175. 

(^) Wins. 589. (4-) ChaHb. 3 D. 1174. •. 



MENALDDMADEEL. t79 

in 1579 het rekwest aan Rennenberg tot terhin^ 
deiïng van de Unie van Utrecht (*) , doch moest 
spoedig daarop hel land ruimen; onderscheidene 
malen ingedaagd (f) , verscheen hij niet , maar be- 
gaf zich in Spaanschen krijgsdienst , en lag in 
1585 , als Luitenant van Billij*s vaandel ^ met ne- 
gen honderd man bij Geskesbrugge en Visvliet» 
met oogmerk om Friesland voor den Koning te 
heroveren (§). Ook v?as hij in 1580 tegenwoordig 
geweest in den veldslag tusschen Schenk en Ho- 
henloo (*)• In zijne afwezigheid werd voorshands 
de Bezitter Gerben Taekes tot Substituut Grietman 
aangesteld. 

1578. WiJBB VAK Grovestihs werd na zijne te- 
rugkomst op nieuw als Grietman aangesteld. Na 
zijn overlijden tot op de benoeming van Tjalling 
van Eijsinga , werd de Grietenij waargenomen door 
ülbo van Aijlva van Hijlaard {].). 

1601. Tjallikg VAif EiJSiiTGA» zoon van Tjal- 
ling van Eijsinga, Raad in het Hof, en Hijlck van 
Harinxma, was tweemalen getrouwd, eerst met 
Wompk , dochter van Edo Heringa en Anna Roor- 
da , bij welke hij vier kinderen had , en naderhand 
met Luts, dochter van Sicco van Dekama en H3 
Tamminga , zonder kinderen (*). Hij was een be- 
kwaam regtsgeleerde (f ) , en werd den 26 Mtei 
1601 tot Grietman benoemd. Hij woonde op He* 



(*) W5b«. 631. (+) Chartb. * D;^ 160, 17« , 191). 

(§) Wins. 754. C^^) Zie Rienck t. Dekartm, Grietnii. T;CoIb 
(4.) T6 Wat. Verb. d. Edel. 3 D. 535. (*) Waponb. E|ttD|^ 
Gen. 6. (f) Schelt. Staatk. Ned* 1 D. 338. t 

12* 



180 MENALDUMADEEL. 

ringastate te Harssum , en oyerleed aldaar den 3t 
Augustus 1603, in den ouderdom van een en veer- 
tig jaren (*). 

1603. Edzaat YA5 GaoYBSTTirs, zoon Tan Foppe 
van Grovestins , Raadsheer , en broeder van Wijbe 
hierboven , en van Jouk van Cammingha , vras ge* . 
huwd met Fransk , dochter van Laes van Jongema 
en Lucia van Aijlva van Bornwerd, bij welke hij 
zeven kinderen had (f). Hij woonde te Engelum, 
op de voorouderlijke State Groustins (^)« Den 17 
November 1603 Grietman geworden, was hij in 
het volgende jaar Yolmagt ten landsdage en in 
1605 werd hem als Kapitein het bevel opgedragen . 
over eene , door hem aangeworvene krijgsbende , 
met last om zich met dezelve naar Oldeberkoop 
te hegeven, doch reeds in hetzelve jaar weder 
bedankt. Twee jaren later weigerachtig zijnde, 
'slands schatting wegens zijne Grietenij op te bren« 
gen, werd er bevel gegeven hem door eene com- 
pagnie soldaten te doen executeren ; doch hij nam 
aan binnen vier dagen te zullen betalen. 

1613 Q. Tjerk vait Heaeha , zoon van God- 
schalk van Herema van Bolsward en Trijn Heringa , 
en in 1623 gehuwd met Luis Walta (l) , en voor 
de tweedemaal met Rixt , weduwe van Sippe Schel- 
tema, had in het geheel drie kinderen ('^). Hij 
woonde te Berlikum , en heeft veel tot de verbete- 

(*) Te Wat. Vcrb. d. Edel. 2 D, 388. Vriem. Ath. Fris. 
LXIU. Upc. V* Burm. Tab. Gen. (f) Wapenb. Groustins. 
Gen. 10. ($) Geogr. Woordb. 32. (^) Ik vooronderstel dat 
dit 1623 zal moeten zijn , doch heb er gepne zekerheid van. 
(4*) VPC' V. Burm» Tab, Gen. Familie aanleek. (*) Wapenb. 
Serema. Gen. 7. 



M£NALDUMAD££L. 181 

ring , zoo van de kerk , als van het dorp zelve 
toegebragl (*). In 1639 werd hij van Grietman, 
Houtvester en Pluimgraaf van de Provincie , in de 
plaats van Sybrand van Burmania, doch deed van 
dit ambt vijf jaren later afstand ten behoeve van 
Gemmé van Burmania(f). Van 1632 tot 1637 was 
hij Yolmagt ten landsdage (§) , en overleed in 
1655, meer dan tachtig jaren oud zijnde. 

1639. .Tjalliivg viir Eijsikoa, zoon van Tjalling 
van Eijsinga, hierboven op 1601 vermeld, en op 
dezelfde state wonende, was gehuwd met Eets, doch- 
ter van Andries Hiddema en Aeltje van Galama («)• 
Als Friesch Edelman volgde hij de lijkstatie van 
Graaf Willem Lodewijk in 1620 (|) , en werd Griet- 
man verkozen den 30 November 1639. In 1647 
werd hij Curator van de Franeker Academie en 
zat in verschillende zoo gewestelijke als laudscom- 
mis8ien('^). Onder anderen was hij wegens deze 
Provincie medegecommitteerd in de gewigtige ver- 
gadering der Staten Generaal van 6 December 1650, 
in welke , onder de drie hoofdbenamingen van unie , 
Religie en Militie , alles werd vastgesteld , wat men 
dacht tot heil en welstand van de Republiek nuttig 
te zijn (f). Hij overleed in 1663 (§). 

1653. EozA&D VAUT G&ovESTiNS, ook te Engelum 
wonende , was de zoon van Foppe van Groveslins 
en Anna Aschafenberg , en kleinzoon van Êdzard 



(*) Geogr. Woordb. 14. (f) Analecta 35. (§) Chartb. 
5 B. 340—407. (^c) Wapenb. E^singa. Gen. 7. (4.) Wins. 
904. (*) Vriem. Ath. Frig. LXIIL (f) Reg. der Resolut. 
en plac. van de Staten van Friesl. 250. (§] Vriem* Ath. Fris* 
liXIlJ. Kok. Vaderl. Woordb. 14 D. 604. 



182 MBNALDUMADEEL. 

op 1603 gemeld. Hij bleef ongehuwd (*) , en werd 
den 24 Junij 165» tot Grietman verkozen. In 
hetzelfde jaar werd hij ookVolmagt ten landsdage , 
en vier jaren later zal hij mede in de commissie , 
belast met het opmaken eener instrucüe voor de 
Curatoren van de Academie te Franeker.. Hij tee- 
kende zich gewoonlijk Edz. Ihoe Grovestins (f) » 
en overleed den 27 November 1679. 

1680» FEA5a Duco vak Cammijsgha, laatste Heer 
van Ameland uit dit geslacht, was de zoon van 
Watze van Gammingha en Rixt van Donia , en ge- 
huwd met LuU, dochter van Ernst Sicco van 
Aijlva, Grietman van Wesldongeradeel. Hij had 
geene kinderen (§). Tot Grietman benoemd den 28 
Januarij 1680 , komt hij eenmaal in datzelfde jaar 
voor als Volmagt ten landsdage (*). Hij woonde te 
Henaldum» 

1682. Sjugk Tjaaed va» Buexakia , zoon 
van Gemme van Burmania en van Rintje of Foek 
van Eijsinga, was getrouwd den 2 November 
1690 met Maria Helena Inthiema van Workum , en 
had bij haar vier kinderen (1). Hij was eigenaar 
van de Staten Jomsma ën Geringa te Britsum (*). 
Een groot liefhebber van de jagt zijnde , werd hij 
wegens jagen in verboden tijd gedagvaard en ver- 
wezen in eene boete van twee honderd goudgul- 
dens, benevens vijf en twintig, gouden Fricsche 



{♦) Wapenb. Groustins. Gen. 12; (f) Charlb. 5 D. 557 
seqq. (§) Wapenb. Cammingha. Gen. 9. (j^c) Chartb. 5 D. 
1171. (4-) Wapeub. fiurmania. Gen. 13 , buiten dezen nog 
vier andere , jong gestorven. (*) Geogr. Woordb, 20. 



MBMALDUHABEEL. 188 

Teders, om sijn oneerbiedig gedrag je^ns het Hof 
bij die gelegenheid. In 1686 lid ?an de Staten 
cijnde , nam hij den 20 Februari] mede de resolutie ^ 
waarbij tien geWugte Franscfae predikanten in deze 
Provincie op eeii jaarlijksch traktement yan / 400 
werden aangesteld. Hij is overleden den 23 Ootober 
1729 {*) 4 in den ouderdois Tlin een en «eventig jaren* 

1729. Gboag Wolvgaicg , Baaoic tnoK Sghwart- 
sÈicBB&a S9 H«i^HBjiLAic8BBaa ia reeds vermeld op 
Datttuinadeei. 

1739* Gsome Ukbo tait BuaMAiriAt zoon yan 
Ulbo Aijlva yan Burmania, Grietman van Leeu* 
warderadeel , en deszelfs tweede vrouw « bleef on« 
gehuwd (f). Den 4 Februaiij 1789 Grietman ge- 
worden, schijnt hij eenige jaren later menigvuldige 
pieitgedingen mêt zijnen Secretaris Johan Gaqier 
Schik gehad te hebben ; althans men leest , dat er 
in 1742 eene commissie is benoemd, om de ge- 
aohillen uit den weg te ruimen. Hij was ook Vol- 
magl ten landsdage en zat in het CoUegie van Ge- 
deputeerden. 

1766. GBoao Fabdbrik, BAaon thob Schwaet- 
infBE&a BN HomEifLAifSBiAG ,' geboren den 28 Sep* 
tember 1733(S), was de zoon vfin Georg Wolfgang i 
Baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg , 
hiervoor op 1729 vermeld , en gehuwd den 19 
Maart 1768 met Sophia Elisabelh , dochter van 
Garel Duco, Graaf van Aumale, die in 1746 inden 



(*) FrisU Dobilis. 304. (f) Wapcnb. Burmania. Gen. 14> 
(§) Schelt. Staalk. Ned. 2 D. 302 , zegt 1731. 



184 HENALDÜMADEEL. 

slag Tan Raucoinc siEeovelde. Hij liet eenen zoos 
»a(*y Zijnen vader verloor hij reeds vroeg, docb 
kvram gehikkig in handen van bekwame verzorgers 
en leermeesters. Hij was Heest erknaap inhetjagt- 
geregt van Friesland , Ontvanger Generaal van Me- 
naldumadeel, Volmagt van de Vijf deels Zeedijken, 
lid van Gredeputeerde Staten, en werd om zijne 
bekwaambeden in alle gewestelijke en landscom- 
missiën gebruikt Vooral was hij beroemd als steller 
van de deductie Van Frieslands quota in 1782.* Als 
Curator van de Franeker Academie bragt hij ved 
toe tot deszelfs bloei. Lid of Directeur van de 
meeste geleerde maatschappijen in oj& Vaderland , 
heeft hij vooral dank bij tijdgenooten en nakome- 
lingschap verworven door zijne zorg voor de uil- 
gaaf van het Friesche Gharterboek. Hij woonde 
op de state Ter Horne te Beetgum en overleed te 
'sGravenhage den 6 Augustus 1783* 

1783. Georg Wolfgaicg Garbl Dügo, Barok 

THOB SgHWARTZEHBERG BIC HOHBlTLAJfSBBRG , CenigO 

zoon van den voorgaanden , was gehuwd met Ju- 
liana Agatha , dochter van Wilco Holdinga Tjailing 
Camstra, Baron thoe Schwarlzenberg en Hohen- 
lansberg , Grietman van Wonscradcel , en had bij 
baar elf kinderen. Hij overleed in 1806. Zijifö 
weduwe is nog in leven. 

FRANEKERADEEL , 

de tweede Grietenij van Westergoo, grenst ten 
noorden aan Barradeel, ten oosten aan Henaldu- 

{*) Schelt Watk. Ned. 2 D* 302. Wapenb. Sdiwartienberg. 
Gen. 17. 



FRANEKERADEEL. 185 

madeel » ten zuidoosten en zuiden aan Hennaarde- 
radeel, ten zuidwesten aan Wonseradeel en ten 
westen met eene smalle streek aan Barradeel en 
Harlingen , en bevat elf dorpen : Tjuni , Dongjum , 
Achlum , Midlum , Herbaljum , Schalsum , Hitsum , 
Boer , Ried , Peins en Zweins. 

GRIETMANNEN VAN FRANEKERADEEL. 

1417. Jarigh a Ree of Ja&igr Epesz. takHot- 
TiKGA , was waarschijnlijk de vader van Epo a Kee 
van Hottinga , die in 1400 op Hottingahuis te Nieuyir- 
land woonde (*). Hij onderteekende als Grietman 
Tan Franèkeradeel eene ordonnantie, volgens welke 
Sikke Sjaerda en zijne nakomelingen met drie me- 
deregters binnen Franeker en deszelfs uitburen regt 
zuUen spreken, van 26 Julij 1417 (f). Mogelijk is 
hij wel dezelfde met Jarich Epazoon, in 1374 
Grietman van Wijmbritseradeel (§)• 

1460. Ulbe Ha ja , is mij niet anders dan uit de 
gedrukte Naamlijst bekend. 

1494. ÜPGO VAM BuiLHAifiA , zoon van Rienk van 
Burmania en Aek Glins , was eerst gehuwd met Tet 
Jongema, en later met Jetske GraetniaofGratinga, 
en had in het geheel vijf kinderen. Hij kocht Gra- 
tingahuis , en was in 1494 Grietman van Franèke- 
radeel (*). 



(*) Stamb. T. Adel. (f) Charlb. 1 D. 395. (J) Foeke 
Sjoerds. Hist. Jaarb. 4 D. 5* (^) Wapenb. Burmania. Gen. 6. 
De gedrukte Naamlijst plaats hem op 1400 ; doch daar Ferwerda 
nitdrukkelgk het jaar , in den tekst vermeld , opgeeft , heb ik 
hem niet vroeger durven plaatsen. 



186 FRANEKERADEEL. 

1497. DopwE RoBMEiisiiA I zoon van Tjaerd,, 
was in 1490 Burgemeester van Franeker('^). In 
1494 belegerde hij met Schelte Liauckama, Aejsge 
van Hoxwier » en alle bunne aanbangers uit Frane- 
keradeel en Wijmbritseradeel , de stad Bolsward, 
ten einde dezelve te noodzaken Goslick van Jongema 
de regering terug te geven , en zijnen neef Juw te 
verjagen. Zij bebaalden de overwinning op de 
tegen hen aangerukte bondgenooten van den laat- 
sten (f)»' Ëenige jaren later (1498) ondernam hij 
met Goslick van Jongema en anderen eenen stroop- 
togt naar Bergum , nam verscheidene huiaKeden 
aldaar gevangen , en voerde dezelve naar Sneek ({)• 
Kort daarna werd hij met Rienck van Gamstra» 
Hessel van Martena en anderen , met twee honderd 
man ruiterij weder naar Bergum gezonden i om de 
troepen der Groningers , die tot ontzet van Leeu- 
warden aanrukten 9 te overvallen, hetwelk zij met 
zulk een goed gevdg volvoerden , dat de vijand 
vele wagens met krijgs- en mondbehoeften verloor « 
en genoodzaakt was onverrigter zaake , weder naar 
huis te keeren (*) . Eene uitspraak over zeker geschil 
tusschen de Voogden van Onze lieve Vrouw ter 
nood te Franeker en Ulbeth Taekes vaa 30 November 
1501 bekrachtigde hij met zijn z^el onder den 

{*) De geclrukte Naamlijst noemt op 1497 eerst Douwezooa 
Rodmarsma , cb daa op 1501 Boiiwe Tjaerdzeonr Rodmarimfr f 
doek ik twijfel niet , of dit is dezelfde persoon , en denk dat 
de vergissing is ontstaan uit, eene verkeerde lezing vaa de baar 
tusschen Goslick van Jongema en de stad BoIsv?ard , voorkomende 
in de brieven en documenten big Schotanus, bl. 82, vtmhp^ 
ouder de bevredigers , na eenige andere namen woedt gelezen 
Douwa Rodmarsma , en dan volgt Soen-Lijoed , (d. i. Zoen»> 
lieden ,) en denkel^k dus het scheidteeken tusschen deze beidid 
woorden over het hoofd is gezien, (f) Winst 326. ($) Wins* 
359. Q Wins. 361. 



FRAN£K£HADEEL, 187 

naam van Douwe Tjaerdtsz. Grietmao Tan Frajie- 
keradeel (*). 

1505. Hbssbl tak Uaetbit a f is reeds vermeld op 
MenaldumadeeL 

152L TJALLI50 VAN BoTKiA vaii Nieuwland» 
. Ridder , de zoon van Sijds van Botnia en N. Sijbarda , 
gehuwd met Reinsk, dochter van SijtzeldsingaenSijta 
Oedsma , had twee zonen (f). Eerst Grietman van 
Hennaarderadeel y komt bij als zoodanig voor in een 
akkoord over het maken van eene zijl en vallaat 
in de Mamdijk(§). Later was hij Heerschap te 
Franeker(*}. In 1498 was hij bij den logt naar 
Bergum, tegen de Groningers ondernomen (4-)* Bi] 
behoorde onder de zestig Edelen» die in 1615 den 
eed van huldiging aan Keizer Rarel aflegden (*} , 
en werd met nog drie anderen door den Stadhouder 
Egmond, Ridder geslagen (f). In hetzelfde jaar 
volgde zijne benoeming als Raad in het Hof van 
Friesland (^) , welk ambt hij naar mijne gedachten 
waargenomen heeft tusschen het verlaten van zijnen 
post van Grietman over Hennaarderadeel en het 
aannemen van dien over Franekeradeel ; want in/ 
1616 tot Raad benoemd, vindt men hem niet later 
dan in 1520 als gewoon lid van die vergadering, 
doch werd hij vervolgens met nog vier anderen in 
dezelve ontboden , wanneer er hoogst gewigtige 
zaken aan de hand waren (^r). Ij^ 1517 nam hij 
voor de Bourgondische partij met twaalf honderd 



(*) Chartb. 2 D. 218. (f) Stamb. v. Adel. (§) Chartb. 
2 D; 689. (^) Charlb. 2 D. 537. (4.) Zie Douwe Rod- 
mersma bierboTen. (*) Gabb. 306. (f) Gabb. 307. 

(5) Gabb. 308. (^) Naamr. d. Rad. 9. 



188 FRANEKERADEEL. 

man Nijeklooster in, doch met den Stadhouder 
Schenk zich vervolgens in 1622 bij het beleg yaxt 
Grenemuiden bevindende , werd hij door de Grelder- 
schen geyangen genomen, terwijl Schenk zich tèr 
naauwernood door de vlugt redde (*). Botnia 
schijnt echter eerlang weder ontslagen te ztin. In 
1520 was hij mede^Dijkgraaf en ontvanger der 
floreen-rente van Westergoo (f ). In 1545 behoorde 
hij onder de Staten, die 's lands vrijheden en voor- 
regten zochten te beschermen ($)• 

1524. Tjalliicg Kobheasha, denkelijk een zoon 
van Douwe hierboven gemeld. Deze schijnt , om 
welke reden weet ik niet , zijn ambt zelf niet 
waargenomen te hebben, maar hetzelve door eenen 
Substituut, Doeke Heslinga, te hebben laten bedie- 
nen, hetgeen mij al heeft doen denken, dat er 
eigenlijk geen Tjalling Rodmersma als Grietman 
heeft bestaan t maar dat het eene vergissing is met 
Tjalling van Botnia , daar zij gelijke doopnamen 
voeren, en deze laatste door zijne menigvuldige 
afwezigheid wel eenen Substituut noodig had. De 
Substituut Doeke Heslinga wordt onder de Edelen 
Wan Barradeel geteld ten tijde der Saksische Her- 
togen, en behoorde onder de zestig meergemelde 
Edellieden in 1515 (*)• In 1521 was hij Schepen 
te Franeker, en in 1545 Volmagttenlandsdage(4.). 

1537. Matheus Boicgahuis, zoon van Seerp 
Bongahuis , en getrouwd met Apollonia Lieuwes 
dochter, bij welke hij ttvee kinderen had (*) , 



(*) Wins. 464. (f) Wins. 487. (S) Wins. 515. 

U Wing. 404, 434. (+) Win». 515. (*\ Charlb. 3 D. 305. 



FRANEKERADEEL. 189 

komt voor als Grietman van Franekeradeel in een 
t^ontrakt over het maken van Hit%umer tille van 
12 Maart 1 637 {*). In 1540 gedagvaard zijnde om 
te bewijzen , dat hij werkelijk achtien of twintig 
goudguldens jaarlijks inkomen , zoo als bij eenen 
Grietman yereischt werd» bezat, en buitendien om 
borg te stellen voor zijnen ontvang ; verklaarde hij 
dat hij had tien en een tweede goudguldens rente 
van het hem toebehoorendeBongahuis te Oosterend, 
zes en een tweede goudguldens uit landerijen te 
Hitsum gelegen , vier goudguldens min een oort uit 
eene plaats te Boer, en dat hij tot borgtogt voor 
den ontvang gesteld had zijn huis te Franeker met 
zes goudguldens jaarlijksche rente van eene bezit- 
ting te Peins (f). 

1542. JiiT BüiGi&s. Zoo deze niet dezelfde is 
met Johan Buijgers in 1535 Grietman van Leeuwarde- 
radeel , zoo als ik meen te kunnen vooronderstellen , 
weet ik niets van hem , dau dat hij in de gedrukte 
Naamlijst en in één handschrift wordt gevonden. 
Mogelijk heeft hij wel voor eenen korten tijd als 
Substituut de Grietenij waargenomen; zijn hierge- 
melde opvolger was althans reeds Grietman in Maart 
van hetzelfde jaar 1642 (J). 

1642. Absge van Hoxwier , Ridder , de jonge 
bijgenaamd , was de zoon van Aesge van Hoxwier 
van Mantgum en Wiek , dochter van Juw van 
Dekama, den laatsten Potestaat, en ld van ünia. 
Hij trouwde met Edwar, dochter van Goslick van 
Herema én Luts Sjaerdema van Franeker, had 

(*) Charlb. 2D.695. (f) Chartb. 2 D. 781. (§) Charlb. 
2 D. 847. 



190 FRANEKERADBBL. 

geene kinderen en woonde teMantgum(*), In ISSO 
was hij Yolmagt ten landsdage , en werd in 1643 
met anderen in commissie gezonden naar de Land» 
TOOgdes , om met haar de zaken der regering enz. 
in Friesland f e regelen (f). In eene ordonnantie 
op de verkooping van goederen van minderjarigen 
van 29 Haart 1542 wordt hij <xrietman van Fra- 
nekeradeel genoemd (§). Met zijnen broeder Hector , 
President van het Hof van Utrecht , benevens Sixtus 
en Petrus van Dekama , Raden in het Hof van 
Friesland, reisde hij in 1549 naar den Keizer, die 
te Utrecht bezig was de ridders van de orde van 
het gulden vhes te benoemen , ten einde wegens de 
Staten eenige verzoeken voor te dragen ; gunstiglijk 
aangehoord , zijn zij alle vier door Z. M« met het 
ridderschap van voormelde orde beschonken Q. 

1551. Jaaigh VAif Dekama , Meester in de regten , 
was de zoon van Juw van Dekama en Catharina 
van Hottinga , en trouwde met Catharina , dochter 
van Rienk van Camsira en Gerland Hoxwier van 
Jelsum, welke eene zuster van Aesge, hiervoor 
gemeld, wasd). In 1523 was hij Raad in het 
Hof van Friesland ("^j , in 1527 Grietman van Baar- 
deradeel , en in 1551 van Franekeradeel en Older- 
man van Franeker(f). Hij was bij Goslick van 
Jongema, toen deze in 1528, evenwel zonder 
goed gevolg , uit naam van den Keizer , Bolsward 



(*) üpc. ▼. Burm, Tab. Gen. Stamb. v. Adel. zegt, dat zijne 
moeder Gerland ran Herema beette. (f) Cbarlb. 3 D. 8« 

(5) Chartb. 2 B. 728, 753, 769, 847. (^) Wins. 51^. 

(4-) Stamb. T* Adel. Upc. ▼. Burm. Tab. Gen. Wapenb. Camsira^ 
Gen. 6. (*) Naamr. d. Rad. 7. (f) Te Wat. Verb. d. Edel. 
2 D. 170. 



VRANEKERADEEL. 191 

belegerde en opeiscbte (*). Vier jaren later werd hij 
met Sijds Tjaerda in commissie naar de Gouver- 
nante gezonden, om haar onderscheidene klagten 
Tan de Staten , yoornamelijk oyer het zenden van 
te veel krijgsvolk in het land, voor te dragen (f). 
Ook zat hij in 1529 in de commissie , wegens het 
regelen van den tol tusschen de Stichtsche steden 
en deze provincie (J). In 1539 was hij een der 
gedeputeerden , door de Staten benoemd , om meer 
bijzonder te handelen over hetgeen voor den lande 
nuttig en noodig geoordeeld werd (^r). Hij was een 
der vier gecommitteerden van dit gewest , die met 
Aremberg in 1550 den eed van Burgemeesters en 
Raad van Leeuwarden afnamen (4-) ; hij was toen 
Grietman van Franekeradeel en Olderman te Fra- 
neker(*). Hij en zijne vrouw maakten beide tes- 
tament in 1552 (f), en hij stierf twee jaren laler(5). 

1551. Jarigh vak Bothia(*) was gehuwd met 
Luts , dochter van Jeppe Stania en Margaretha van 
Heemstra , bij welke hij drie kinderen had (|). In 
1651 reeds Grietman van Franekeradeel, werd hij 
na het overlijden van Dekama, den 6 Februarij 1554 
benoemd tot Olderman van Franeker levens (*). 
Hij schijnt een voorstander van de vrijheid van 
geweien geweest , en daarvoor in 1566 vrijmoedig 
uitgekomen te zijn , doch bleef evenwel Koningsge- 
zind , en verklaarde zich in 1579 tegen de Unie 



(♦) Wiii8. 476. (t) Win». 484. (J) Wios. 487. 

(«) Chartb. 2 B. 753. (4.) Zie Johan Buijgers, Grielm. t* 
Leeuw. {*) Charlb. 3 D. 185. (f) Familieaanteek. l 

(§) l^pc* ^* Burm. Tab. Gen. (^) Ik beb niet kunnen to weten ^ 
komen Tan wien h^ een zoon was. (|) Upc. v. Burm. Tab. Gen. 
Stamb. Y. Adel. {*) Chartb. 3 D. 328. 



192 FRANEEERADEEL. 

van, utrecht (*). In hetzelfde jaar ontving hij «ij ^ 
ne aanstelling als Kastelein en Ambtman van Koe- 
vorden en Drost van Dr^ithe (f). Uit Friesland 
voortvlugtig , werd hij in 1680 onderscheidene ma- 
len ingedaagd om zich te komen verantwoorden , 
en tot zoo lang verboden, hem de inkomsten zij- 
ner bezittingen te laten toekomen (§). Hij , stierf te 
Groningen in 1583, en werd aldaar in de kerk 
der Predikheeren begraven. Onder zijn bestuur 
werd in 1555 de kerk te Schalsum gebouWcI, blij- 
kens een Latijnsch opschrift boven de deur van de- 
a^lve(*), 

1568. PiETER BoEijHBR , gehuwd eerst met Mach- 
teld van Naarden (4-) en ten tweedenmale in 1582 
met N. xvan Haersolte (*) , was Doctor in de Reg- 
ten (f), en tevens Olderman te Franeker(5), In 
1570 was hij in de commissie , die Anna van Oos- 
tenrijk in naam van de Staten van Friesland kwam 
begroeten en haar verzekeren van 's lands toege- 
negenheid (^r). Spaanschgezind zijnde, moest hij 
het land verlaten en werd met vele anderen in 
1580 door het Hof ingedaagd, terwijl zijn huis te 
Franeker ten voordeele van het gemeene land werd 
aangeslagen (4). In 1593 was hij Kapitein in Spaan- 
schen dienst , en ontving geld van Juan Robles , om 
daarmede de nieuw aangeworvene soldaten te be- 
talen (*). 



(♦) Wins. Hi«t. 73 , 371. (f) Piccard, Antiq. t. Drenthe , 265. 
(§) Cbartb. 4 D. 161 , 178, 191. (*) Te Wat. Verb. d. Edel. 
2 D. 268. 3 D. 485. O) Familieaanteek. R. Solc. Consc Exul. 
(♦) Stamb. van R. Solc. (f) Chartb. 3 D. -766. (§) Joli. 
Car. de reb. Ca«p. a. Robl- 180. (^) Wïn«. flist. 129. (|) Te 
Wat. Verb. d. Edel. 3 D. 197 (•) Chartb. 4 D. 813, 



FRAN£K£RAD£EL. 193 

1579. FiDDRiOH TAN Ofpbkhuzbk was de zoon 
▼au Hans (*) of van Douwe (f) van Offenhuzen en 
Rintje Roofda, en gehuwd met Rieme van Wal- 
tijngha , zuster van zijnen opvolger , biJ welke hij 
drie kinderen had; zij woonden te Achlum(§). 
Door Al va in 1568 gebannen, omdat hij tot het 
verbond der Edelen behoorde , werd hij b^ de om- 
keering van zaken , in 1579 (*) in de plaats van 
Piftter van Boeijmer, Grietman van FrapekeradeeJ. 
Langen tijd was hij Volmagt ten landsdage , of voor 
zich zelven , of als gesubstitueerde van zijnen schoon- 
broeder Waltijngha. Zijn naam komt voor op het 
monument » te Harlingen voor Caspar Robles opge- 
dgt(4^), Volgens de gedrukte Naamlijst was hij ook 
Substituut Grietman van Barradeel , doch zeker 
slechts voor korten tijd. 

1586. EoBBB VAK Waltijkgha (*) was de zoon 
van Andries van Waltgngha en Catharina Glins en 
gehuwd met Jelk, dochter van Douwe Boijkema 
of Bootsma en Fokel vanHaersma , bij welke hij drie 
kinderen had , en naderhand met Fokel , dochter 
van Laes Glins, Grietman van Menaldümadeel (f ). 



(*) Üpc. V. Burm. Tab. Gen. (f) Stamb. v. Adel. 

(( Vrienu Ath. Fris. XXXIL üpc. v. Burm. Tab. Gen.SUmb. 
y* AdeU Wapemb. Hettinga GeD. 6 , noemt eeoen Hans Yan Offen- 
huzen , getrouwd met Auk Fernia , Grietman van Franekeradeel ; 
mogelijk was dit de grootvader Yan Feddrich ; doch als Grietman 
liêb ik hem nergens anders gevonden. (^) CharÜ>. 4 D. 28. 

(4.) Foeke Sj. Alg. besch. v. Friesl. 1 D. I SU lU. (t) Volgens 
de gedrukte Naamligst was big in 1584, en volgens tweeHSS in 
1600 of 1601 Grietman^ waarmede overeenstemt Te Wat. 
Verb. d. Edel. 3 D. 197. Vriem. Ath. Fris. }IXXll geeft hem 
het in den tekst vermelde jaartal; zeker is h^t dat hgUn 15^8 
dien post beklemde. Chartb. 4 D. 995. (f) Vriem. Ath.Tris. 
XXXI I. SUmb. V. Adel. 

13 



194 . nLAM£KE&AI)fiSi. 

H^ wooade op de Slate Sikkcma Ie Herbaijum. In 
1579 was hij reed$ Yolmagt i&a. landsdage Mfegma» 
Franekeradeel , en . werd in 1 584 «edegecommüteevd 
om de rekeningen ran de Ontvangers en Eentoeeso 
ters in de provincie op te n^nen {*) . Twee jaren biler 
(14 April 1586) werd bij ab Curator van de Fra^ 
neker Academie toegevend aan Krimpe J9m D<^ 
nia^ die dat ambt eerst alleen bekleed bad; doek 
in 1604 werden er vier Curatoren uit de vierkwar^ 
tieren * met eene bezoldiging b^ioemd , waaronder 
echter Waltijngha niet waa; denkelijk heeft h^ 
daarvoor bedankt (f )« Hij overleed den U Janu* 
arij 1614, in den ouderdom van vier en zestig ja* 
ren , en werd in de kerk te Herbaijum begraven (^^ 

1614. Hbssbl Labs van Yaavouw was de zpon 
van Frederik van Vervouw en Jel van Oosthem ; 
hij trouwde met Sjouk, dochter van Joost Ockin- 
ga en Saepk van Cammingha » bg weHte hj§ eei^ 
dochter hadQ. Bij werd tot Grietman verkoren 
den 6 Junij 1614. Slechts eenmaal komt hij voor 
als Yohnagt ten landmlage , en wel in de vergade* 
ring van 3 Jul^ 16]9« op welke bet, verhandelde 
in de Sijnode van Dordrecht betrekkelijk de Ge- 
reformeerde religie werd goedgekeurd, doch de 
Kerkenorde , aldaar bepaald , vervvorpen , en vo}-* 
gehouden bij die , welke tot op dien tijd toe « hier 
te lande gebruikelijk was(4.). Zijne weduwe her- 
trouwde in 1633 met Pieter van Cammingha , Ee&t 
van Ameland (*). 



(*) Chartb. 4 B. 28, 470. (f) Vriem. Atb. Fri». XXXiU 
(§) AkL (,) Upc. T. Burm. Tab. G«n* Sumb. t. AdeU 
(4.) CharÜi. ft D. 254. CS) l^pc* v, Bvrm. Tab. Gen. StamU 
V. AdeU 



FRA1S£K£R4D££L. 195 

1620. ÜUGO yah JonasMA^ zoon van Laes yan 
Jpijigema en Lucia van Aijlva , en eerst gel^uwd 
m(?i liisk, dochter van den Kolonel. Ju w van Eij- 
ainga en Bintje Gratin^a, naderband met Sits, 
dochter van Sicco van Gammingha en Fed Ockin- 
ga(*), liet geiene kinderen na (f). Hij werd Griet- 
man van Franekeradeel den 16 Maart 1620, en 
van Benpaarderadeel den 22 Maart 1629, en woon- 
de op de State Geijns, te Wommels(§). Bij de 
I^kplegtigheid van Graaf Wiljeoi Lodewijk droeg 
hg den -Standaard (*)• In 1623 was bij Volnaagt 
ten landsdage , eerst wegens FraQckeradeel , en na- 
derhand wegens Henna arderadeel , en bleef zulks 
tot aan sdjnen dood ; hij was tevens Dijkgraaf van 
de Vgf deelen en overleed den 25 Deceaiber 1638, 
in .den ouderdom van acht en vijftig jaren , zoo als 
vermeld sjtond op een houten bordje , ter regter* 
zijde van den predikstoel, in de kerk ie, Wom- 
ipels bangej^de, hetwelk tevens zijn grafschrift in- 
hi^ldd). ^ ~ 

1629. ^DouwE VAJS SixBïA, zgpn van Tjalling 
\an 5w"a, Qrietman van Barradeel, woonde te 
Ried, CA w^8 gehuwd met Sjouk, dochter van 
üibo van. Aijlva en Rints vjan Osinga , bij welke hij 
vier kinderen had (*). Den 12 Junij 1629 Griet- 
ma» ^^wordei?, had hij v^n 1632 tot 1^48 JufUng 
op den }andsdag(f), , . , .-, 

1652. Albektus SuBaAjfDus van EmiNGii , wo-*> 



— I — m . . ... . ^ 

' (*) Wapenb. Kgsinga. Gen. 7. CammingÜa. Gen'. 8. Te VStdii. 
\ex\>. 4. Èd^l. 2 D. 488. (f) ^rh. nob. "ST?: Q§) Naarar.=Vli' 
aad. 34 (^) Wins; Chron. 903. (^^ 'Fris. 'nofil'^sH^' 

(•) Wapenb. Sixma.' Oen. 4, (f) Cbarl. 5 !>.;^34'2 scqqj^' ^ ) 

13» •"" '' '•■" 



196 FRANEKERADEEL. 

nende op Róordaburg, bij Franeker, was de zoon 
van Pibo van Eminga en Paerk van Roorda, en 
eerst getrouwd met Maria, dochter van Creorg 
Wolfgang, Baron thoe Schwarlzenberg en Hohen- 
lansberg en Doed van Holdinga , en later niet Po- 
keï , dochter van Duco van Botnia en Impk van 
Dekafna ; bij geene van beide had hij kinderen (*). 
OÉschoon zijne familie grootendeels Roomsch was, 
Was hij een verklaard Protestant (f). In 1648 
was hij Volmagt ten landsdage , en werd den 22 
November 1652 Grietman van FranekeradeeL Hij 
overleed op zijne woonplaats in 1662. 

1662. JoHATi vAiT GosLiKGA, zooh vau Joban 
v^ Goslinga en Jouk Ockinga , vvas gehuwd met , 
Feil Sophia , dochter van Taco van' Cammingha , 
Grietman van Wonseradeel , en Luts van Grove- 
stins, en had bij haar twee kinderen (J). Zij woon- 
den op het slot Goslinga , door hem te Dongjum 
gesticht (*). In 1674 nam hij zittmg in het colle- 
gie van Gredeputeerden , nadat hij acht jaren vroe- 
ger reeds Volmagt ten landsdage was geworden (J.). 
Hij was in 1677 Vroedsman te Franekei* , alsmede 
Dijkgraaf van de Vijf deelen , en overleed den 27 
October 1688; zijne vrouw in April 1666! 

1688* Sicco vAir Goslinga , * zoonf van den voor- 
gaanden, in 1664 te Herbaijum geboren, was ge- 
huwd met Jannette Isabella, dochter van Greorg 



(*) Wapenb. Schwarlzenberg. Gep. 13. Upc. v. Biirm. Tab. 
Cfen. ^ hij den eersten wordt zgn sterQaar Terkeerd opgegeren. 
Ct) UP«- ▼• 1^«™- Tab. Gen. Te Wat. Verb. d. Edel. 2D.377. 
($) Wapenb. Goslinga. Gen. 6. (^) Geogr. Woordh. 25* 

(4.) Chartb. 5>. 746. 



FKANEKERADEEL. 197 

Wilco,. B^ron thoe Schwartzenberg en Hohenlans- 
berg , Qrietman van Oostdongeradeel , bij welke 
bij vijf kinderen had (*). Te huis de grondm van 
eene geleerde opvoeding gelegd hebbende, begaf 
bij zich in 1681 naar de Franek^ , en naderhand 
naar. de Utr^chtsche Academie ; vervolgens onder- 
nam hij e^ne reis door Frankrijk en Engeland , 
maar werd, op dezelve gedurig lastig gevallen, 
bier, door de vervolgingen tegen de Protestanten, 
daar, door de burgerlijke en staatkundige twisten. 
In het vaderland teruggeroepeii , kwam hij spoe- 
dig in de ambten, en begon zijne loopbaan in 1687 
met zitting in de Rekenkamer van de provincie te 
nemen ; in het volgende jaar werd hij Curator van 
dè Franeker Academie, en kort daarna (den 31 
December) , zijn vader gestorven zijnde , (zijne moe- 
der had hij reeds als een kind van twee jaren ver- 
loren,) tot Grietman van Franekeradeel verkozen. 
Hij zat vervolgens in alle CoUegiën, zoo provinci- 
ale alfi algemeene, en was in de jaren 1706, 1707, 
1708, 1709 en 1711 Gedeputeerde te velde. In 
deze betrekking muntte hij met alleen' uit door zij- 
ne raadgevingen , maar gaf ook in menig gevecht 
en belegering zoodanige bewijzen van dapperheid , 
d4it hij de boezemvriend van Marlborough en Prins 
Eugenius werd. Bij de vredehandeling te Utrecht 
in 1712 en 1718 was hij Gezant van de RepubUek. 
'Ha het sluiten van dien vrede werd hij met den Se- 
cretaris Willem Buis in ambassade naar Lodewijk 
XI Y , Koning van Frankrijk , gezonden ; bij welke 
'gelegenheid hij tegen denzelven zeide , toen deze 
zich verwonderde ; dat een zoo kleine Staat , als 



(*) Wapeob. Goilioga. Gen. 7. Schwartzeoberg. Cen. 15. 



I0B FRANËKERAIffiEL. 

de Vereenigde NMerfanden , ioo lafftg eeneii oor- 
log koude volHouden: >Met Friedche trouw en 
» HoHandsche dukaten kan men ter koitaen.*' Na 
den gemaakten vrede werd bij onderhouden door Aett 
Hertog van Riehelieu over eene geheime briefww- 
seitng , welke hij gedurende zijne veldtogten met 
Sjuck 6erro!d Juckema van Burmania , in de Frie- 
sclie taal mét Grieksche letters geschreven , grbiNi- 
den had , eil gaf deze zijne verwonderiwg te ken- 
nen, dat men de onderschepte brieven niet had 
kunnen ontcijferen; waarop h^ antwoorde: r^daer 
%8 aeck nen kaaij f en *' (*). Van daar in het hind 
terug gekomen^ wijdde hij aich geheel aan des- 
zdfs belangen, en dikwijls werd h^ kot scheids- 
man geroepen in de geschillen , met GrnMinigen ön 
Gelderland ontstaan. Zijne laatste betrekking, wel- 
ke hij , wegens zijne gevorderde jaren , tegen zij- 
nen zin aannam, was Gevolmagtigde vAtidenStaat 
naar het Congres te Soissons in 1728, van wiaar 
hij m 1730 terugkeerde f en in eene borstziekte 
viel, welke hem de« 20 September vnn het vol^ 
gende jaa^, in den tHiderdom van zeven en zestig 
jareii , m. het graf rukte. Zr^ne weduwe overletd 
den 25 Januarij 1735 , oud vier en zestig jareo, 
en is bij hem te Dongfum begraven (f). Wegma 
zijne vrouw Was hij mede-eigenaar van de heerü^- 
heid Ameland (§). Volgens Wagenaar had Keiaer 
Leopold hem tot den Rijksgravenstand willen ver- 
heffen, en de Stad Bern hem het groot, burgenregft 
willen ischenken; doch hij, te vreden met zqne 
oud adellijke geboorte, en niet verkiezende boven 



(*) P. C. Scheltema, Verzameling van Spreekwoorden cni. 
2 8t. 34. l 8l. 58. (t) Vriem. Ath. Fri«. XCI. (§) Zie Ediard 
y. Burmania , Grielm. v. Perwerd. 



FAAHSKBRADEEL. 190 

4e aadere Trietohe Edeten uit te blinken , heeft het 
eene ze^ wel al» bet andere yan de hand gewe-^ 
z^kf^)é De Kardinaal de FleofQ zond hem aign 
afbeeldsel « Inet verzoek het zijne terug te mogen 
ontvangen (f). 

1732. Sincit Gbuüold Iijckbha yah Boaxaüia 
RsFons ) Heer van Farnsum en ten Post , in Gro^ 
ningerland, gelboren deti 6 Maart 1713, v^as de 
zpon van Egbect Rengers en Titia Barbara van 
RunnaAia, en gehuwd met Odilia Amelia i geboren 
den 24 November 1723, dochter van Bernard, des 
Eeiligen Roomsohen Rijks Glraaf van Weideren , en 
Genoveva Maria van Steenhuijs, bij welke hij vijf 
kinderen bftd(g^). Hij woonde op Epemastate te 
IJshrexshtum («). Den 1 JMaart aangesteld tot Griet-, 
man van Franekeradeel , verwisselde hij deze Grie- 
tenij met die van Wijmbritseradeel den 4 Juny 
1747 en deed daarvan wederom afstand in 1773^ 
In 1740 was hij lid van Gedeputeerden , en in 1748 
een der gecommitteerden t benoemd tot het aan- 
bieden van het diploma wegens het Erfstadhouder-* 
schap aan den Prins van Orai^e (4*). Hij overleed 
den 30 Maart 1784, nadat Ji^ nog Dijkgraaf van 
Wijiid>ritselradeel en CurMor van de Franeker Aka* 
demie was geweest; zijne weduwe stierf den 19 
October 1788. 

1747. Iakich GKoao vak Bd&mania is reeds ver- 
hield op Oostdongeradeel. 



(♦D J. H. HalberUma , Gesl. d. v. Harens. (f) Schell. ^ttsxtk, 
IM. 1 D. 387. ({) W«pf nb. BurmanU. Gen. 14. BS. Gettacbi- 
reg« vao Rengen. (») Geogr. Woordb. 68. (+) Zie H. D. 
£. V. A^lTa, Grietm. v. Wesldong. 



200 FRANEKERADEEL. 

1758. Gaebl Gboku ^ Graaf tan Wassbhaar , 
Heer van Twickeloo , was de zoon van Unico Wil- 
helm , Graaf van Wassenaar , Baanderheer te Was- 
senaar, Heer van Obdam enz., en Dodonea Lucia , 
dochter van Sicco van Goslinga, hierboven (*) , 
en gehuv^d met N. van Strijen, Weduwe van 
N. Trip , bij welke bij een kind had. In April 
17S8 tot Grietman verkozen, was hij tevena 
Dijkgraaf van de Yijf deelen. In deze laatste 
betrekking heeft hij zich vooral verdienstelijk ge- 
maakt door het laten oprigten van eene nieuwe 
gedenkzuil , (aan de oude in alles gelijk ,) ter eere 
van Gaspar Robles, bij Harlingen, in de plaat» 
van de vorige , welke langzamerhand door ouder- 
dom verviel (f) . Hg was lid van het Mindergetal , 
en is ook geweest Ambassadeur aan het Hof te 
Weenen(S) en Bewindhebber van de Oostindische 
Compagnie. Hij ging later tot de Ridderschap van 
Holland over, en overleed in 1794 (*). 

1786. JoHAHKis Gaspar Bbrgsha, Doctor in de 
Regten, en in 1783 Secretaris van Dantumadeel, 
was een broeder van Petrus Adrianus Bergsma, 
Grietman van die Grietenij. Hij zat langen tijd in 
het Mindergetal en is ook geweest Dijkgraaf van 
Oostdongeradeel. Hij overleed in 1793. 

1793. Jacob Unico Willem, Graaf van Was- 
SENAAB Obbah, eenige zoon van Garel Greorg^ hier 
bovengemeld, is drie malen getrouwd geweest. 



C*) Wapenb. Wassenaar. Gen. 20. 6osKoga« Gen. S. <t) Te- 
genw* Si. V. Friesl. 1 D. 74. (§) - Gedrukte Naamlgrt. 

(^) Familie aanteekeningen. 



FRANEKERADEEL. 201 

eerst met W. Gliffprd', bij welke hij eene doch- 
ter had, toen met N. Alewijh, en voor de der- 
demaal met N. van Heekeren tot Rell. Hij was 
lid van den Raad van State , en ging na deïi dood 
van zijnen vader tot de Ridderschap van Holland 
over. Hij overleed denkelijk in 1794. 

1794. JüSTiNus Sjvgk Gekrold Jugkbma vau 
BuKHAKiA R£56Eas, zoon van Egbert Sjuck Ger- 
rold Juckema van Burmania Rengers, Grietman 
van WijnSbritseradeel , was geboren 13 Augustus 
1773, en den 21 Hei 1794 gehuwd met Henrietta 
Jacoba , geboren 29 JuUj 1775 , dochter van Reg- 
nerus Livius van Andringa de Kempenaer , Griet- 
man van Lemsterland , en deszelfs eerste vrouw , 
bij welke hij negen kinderen had. Met zijne ambt- 
genooten in 1795 afgezet, werd hij, na de omwen- 
teling van 1813, Ridder van de Orde van den Ne- 
derlandschen Leeuw en lid van den Raad van Sta- 
te. Hij overleed in November 1882 ; zijne vrouw 
den 3 Maart 1820. 

BARRADEEL, 

de derde Ghrietenij van Wéstergoo , grenst ten wes- 
iein en noorden aaü de Noordzee , ten noordoosten 
aan het Bildt , ten oosten aan Menaldumadeel en 
ten zuiden aan Franekeradeel , en bevat acht dor- 
pen: Minnertsga^ Firdgum, Tjuinmarum, Ooster- 
bierum, Sexbierum, Pietérsbierum , Wijnaldumv 
Almenum, benevens het klooster Lidlum. 



202 

GRIETMANNEN VAN BAftRAWEEL. 

1420* JtLMfeE TAK AoBLSN 13 mi] Biet anders 
bekend t dan uit de gedrukte NaamHjsL Op de- 
ten volgt aldaar Sippe of Sijppa , te Hesens; doch 
dit is Toorzeker de Grietman van Baarderadeel van 
dat jaar(*), en de vergissing ontstaan door de ver- 
keerde lening van de bijna gelijkluidende. lumien 
van beide Grietengen* 

1463. LoLLB Ma&nsTMaA wa» een zoon van Fed-* 
do Memstera en Gatharina N. Hij wa9 in.l4Q3 
Grietman van Barradeel (f )« De Memstera's wer-* 
den geteld onder de Edelen van Barradeel in 
16M(S). 

'1SI7. FaiTS viic G&OMBACH I denkelijk xoonvaa 
Hans van Grotnbucfa , uit Duitschland tnet de Sak-* 
«ische Hertogen iti het land gekon^en , e» in 1502 
Aiiibiman 'te Leeuwarden en naderhand ie Harlin^ 
gen («) , was gehuwd met Sits , of Mo ajls op e^e 
geschilderde vensterruit in de kerk te Beetgum 
stond, Luts, dochter van Hessel van Martena, Griet- 
man van Menaldumadeel (4). In IÖI7 werd hem 
van wege den Keiaer de Griele^ van Bdrradeei 
opgedragen , ^i in 1622 was hg tevens Drossaard 
van Harlingen « ifftïke laatste waardigheifd hg bleef 
bekleeden , nadat hij a&tand van de Grietenij had 
gedaao. Hij was ook Bidder (*) en overste Dijk- 
graaf van geheel W€0tergoo(t). In 1626 werd hy 

(*) Zie hem aldaar. (f) Upc. v. Burm. Tab. Gen. 

CJ) Wint. 404. Q Chartb. 2 D. 229, 267. (+) üpc v. 
Burm. Tab. Geo. Chartb. 2 D. 648 wordt z^ Sgthie genoemd. 
(♦) Chartb. 2 D. 428 , 648. (t Wins. 503. 



BARRADEEL. 20a 

iid van liet B<rf vah Friesland (*) , en tien jaren la- 
«er was hij met George Schrik en eenige anderen 
in de cohiinissie tot hel maken van een reglement 
voor het op te rigten corps van den derden man 
uil Friesland (f). Om Toor te komen , dat de del^ 
derscfaen, die meesters van de sKedcusten waren ^ 
zich niet in Almenum kwamen nestelen, stak h^ , ter^ 
wijl hij Drossaard te Harlingen was, die buurt in 
tien brand, en het vervolgens de steden van de 
fernielde Abdij van Ludingakerk halen, om md 
dezelve den toren te Harlingen op te bouwen (§). 
Hij was door zijne vrouw, eigenaar van het dot 
ttartena of Terhome te Beetgum (a). 

1526. SjriEADv Hb^inga is mij niet «nders dan 
uit de gedrukte Naamlijst bekend« 

1590. AiD&iAiif MicHiELSzooK kümt voor als Sub- 
stituut Grietman van Barradeel op xlen meergemel-^ 
den landsdag van 17 Janaaiij 1550. Hij was ook 
(155S en 1556) Burgemeester van Harlingen (.|.). 
De gedrukte Naamlijst noemt op 1639 Dominicus 
Kebes, die te gelijk Burgemeester te Leeuwarden 
was , G^ietmail^ van Barradeel ; doch ik heb nergens 
bewijs gevonden , d^t hij zulks hier was , maar wel 
van Baarderadeel , waar ik hem dan ook zal plaat^ 
%en. Het verwondert mij evenwel , dat ik geenen 
(Srietman irind tusschen S^aerdt Bteslinga in 1526, 
die zbo weinig bekend aohijnl geweest te zija^ en 
Christofiel vafn Stemsee, die op 1653 Wordt opge» 
gegeven ; mijne gissing is , dat deze laatste vroeger 



(♦) Naaror. d. lUd, 7. (f) CiMirtb. 2 D. 674. (5) Schot. 
564, me. («) Te W^l. V«rb; d. Edel. SD. 97. (i) Cbartb. 
a B. 18S , 4Q1 , 429. 



204 BARRADEEL. 

dit ambt heeft aanvaard; Want dat Jan van Eg- 
mond van Heresteijn, Drost van Harlingen, die 
met eene dochter of zuster van Frits van Grombach 
was getrouwd f ook Grietman was in 154*9 ^oo 
als ik vind in een handschrift , hetwelk volgens 
eene kantteekening evenwel zelf daaraan schijnt 
twijfelen, durf ik niet vaststellen. 

1553. GHaisTOVFBi V4ic Stbenseb / uit Duitscb*» 
land , was gehuwd met Gunira , dochter van Werp 
Ropta, Grietman van Oostdongeradeel (*) , bij wel- 
ke hij drie kinderen had. Hij was Ridder, Dros- 
saard en Hoofdman te Harlingen en Keizerlijke Ha- 
jesteits Grietman van Barradeel (f). Reeds in 1549 
had hij bij het kasteel een groot gebouw doen 
timmeren, en zijn wapenschild in den voorgevel 
doen plaatsen, met de spreuk: In te^ Bomine^ 
speravu Christ. Sterns ee. Hij was van een zeer 
minzaam karakter , en heeft vele nuttige instellin- 
gen bevorderd, en aaitzienlijke legiiten aan het 
Stadsweeshuis gemaakt. In den krijgsdienst schijnt 
hij niet bijzonder uitgemunt te hebben; althans 
men vindt hiervan niets aangeteekend ; doqh in 
1555 was hij onder de afgevaardigden, die Filips 
II te Brussel huldigden (9* Sterk Spaanschgezind 
zijnde, is het bezwaarlijk te gelooven, da^t hij ook 
weigerde, knielende den eed van huldiging af te 
leggen , zoo als men zegt , dat de Friesche afge- 
vaardigden gedaan hebben, fi^ stierf den 6 Fe- 
bruarij 1560, en is te Metslawier , bij zijne 



(*) üpc. T. Barm. Tab. Gen. (f) Stoen boven de noorde- 
Igktte deur der kleine of Westerkerk te Haiüngen , fan welk 
gebouw h^ in 1553 den eersten ^teen legde. CS) Schot. 697. 



BARRADËEL. 205 

vrouw, den 1 Blaart 1555 overtedcn, begra- 
ven (*). 

1557. FoGKB TAir ëusinga , zoon van Ede van 
Egsinga en Tied Juckema , gehuwd met Jel Glins (f) , 
was Substituut Grietman, doch zoo ik- geloof, 
niet, gelijk in de gedrukte Naamlijst staat, van 
Barradeel , maar van Baarderadeel , gelijk te Wa- 
ter (5) heeft. Om dat ik evenwel hiervan niet 
stdlig overtuigd ben, en hij geen^ eigenlijke Grief-* 
man , maar slechts Substituut was , heb ik hem 
hier gelaten. Hij behoorde tot het verbond der 
Edelen , werd door Aha ingedaagd om zich te 
komen verdedigen , en , toen hij niet kwam , ge- 
bannen (^c). Zijne weduwe heeft hem vele jaren 
overleefd { J.). 

1561. Georgb van Espelbach , zoon van N.van 
Espelbach en N. Eberhaqdt (*) , was gehuwd met 
Gatharina , dochter van Sicke van Dekama , Rid- 
der en Raad in het Hof, en Ludts van Liaucka- 
raa (f) , en had bij haar vier kinderen (§). Hij was 
Ridder , Grietman van Barradeel , Drossaard van het 
kasteel te Harlingen en Olderman van die stad; 
Langen tijd Rarel V en Filips II in den dorlog ge- 
diend hebbende , had hij in onderscheidene gevech- 
téü. in Duitschland , Hongarije en Frankrijk , vele 
bewïjzen van dapperheid gegeven. Hij was een 



(♦) Upc. T. Burm. Tab. Gen. Stamb. v. Adel. (f) Wapenb. 
Egsinga. Gen. 5, (§) Verb. d. Edel. 2 D. 388. (*) Charlb. 
3 D. 738. (4-} Te Wat. Verb. d. Edel. 2 D. 388. (*) Stamb. 
T. Adel. (f) Upc. V. Burm. Tab. Gen. HS. geslachtsreg. 
(§) Stamb. V. Adel. 



206 BARRADEEL. 

groot vriend Tan den Stadhouder Aremberg , en 
«eer ijverig in zijne betrekking als Drossaard , waar- 
van ten bewijze kan strekken het gevangen nemen 
van de Heeren van Batenburg , Hartman van Ga- 
lama , Sjoerd Beijma en Willem Bonga , bij Har- 
Ungen , in 1667 , door verraad van den schipper 
Jan Donker ('^)« Espelbaoh overleed den £9 Maart 
15769 in den ouderdom van drie en zestig jaren* 
en is in de kerk te Almenum begraven onder eenen 
steen, op welken hij 'zelf, als Ridder, levensgroot 
in vol harnas was uitgehouwen , met een grafschrift 
onder de afbeelding (f). 

1569. SghbiiTO vaf Liattgkaha was de zoon van 
Sicco van Liauckania, Stalmeester van den Kei- 
zer en Olderman te Sneek , en Imck Minnema ; bij waa 
driemaal getrouwd , eerst met Anna , dochtervan Ger- 
rold van Herema en Luts Sjaerda , die in het kraam- 
bed gestorven zijnde , hem erfgenaam maakte ; 
toen met Sjouck, dochter van D'. Keimpo van 
Martena van Kornjum en N. Lieuwens uit Gronin'- 
gerland, van welke hij ook erfgenaï^m werd; en 
voor de derdemaal met Jel, dochter van Jaricli 
van Dekama en Gatharina van Gamstra; bij d? 
laatste had hij negen of tien kinderen (§)• Ter ge- 
legenheid van het afleggen van den eed van bu(dir* 
ging aan Filips II was hij een van 'stands geconH 
0iitteerden(*). In 1674 behoorde hij onder de 
acht edellieden , door Robles aangesteld , om de 
nieuwe schatting , tot onderhoud van de Spaansrfie 



(*) Win». 53$. Ct) Tegeuw. Staal ?, Friesl. XIV. J>, 577, 
(§) Upc, V. Burm. Tab Gen. Stamb. v. Adel. (*) Schot. 697. 



BARRAöfeEL, 207 

beieUiag «^nlleodd stcekkea, te regetanC")* Al$ 
Spaanschgezinde was hij gonoodzaakt , bij de yer^ 
andering van zaken ^ stijn vaderland te verlaten eu 
zich naar Oldenzaal te begeven , waar bij volgen» 
den eenen in 1579 (f) , en volgens den andei<en 
den 26 September 1582 (§) «Uerf, wordende in de 
kerk aldaar bij het 8U Anna altaar begraven (v,)» 
Zijne eerste vrouw overleqd in Mei 1538, voigen^ 
haren grafsteen , op welken^ henevens de wapens vw 
Liauckama en Herema , deze lat^nsche dichtrege* 
len stonden: 

Bic jaieo, infelix, en, Aftaa puerpera faisU, 
Quae, primum part urn dum paria, pereo. 

Zijne laatsie vrouw overleed in 1683 (J.). 

1575. HtSRirAfiTDO dk BusTAHïn'ns, een Spanjaard^ 
door zijne landgenooten in de plaats van Liaucka«- 
ma aangesteld , was mede Drossaard te Hariingen , 
en Luitenant van Robles ; eerst voerde hij voor de- 
zen bevel in Groningerland , doch werd door den-^ 
zelven , die veel vertrouwen in hem stelde , her* 
waarts geroepen , toen de zaken hier slecht be* 
gonnen te staan (*). Op zijn voorstel werd'in 157$ 
door de regering van Leeuwarden aangen(»nen ^ 
honderd vijftig soldaten tot bewaring van hunne 
stad in te nemen (f). In hetzelfde jaar werd roU 
gens zyn advies eene ordonnantie gemaakt , waar«- 
bij de ingezetenen van Sneek , Bolsward en Fra-** 
neker bevrijd werden van het onderhoud van de 



(*) Schol. 789. (t) üpc. ?. Burip. Tab. Gen. Archief r» 
Visser en Amersf. 3 D. aant. 204. (§) Slamb. ▼. Adel. 

(«) SUmb. V. Adel. (4.) Archief van Visser en Amersf. 3 D. 
aanteek. 204. (*) Joh. Car. de reb. Casp, a Rob, 205. 

(t) Chartb. 3 D. 927. 



206 BARRADEEL. 

bezetting , tegen betaling van een zeker stuk gelds (*). 
Vernomen hebbende , dat zich op het eiland Ame- 
land eene groote zamenkomst van Oranjegezin^ 
den bevond , zond hij derwaarts in verscheidene 
schepen en booten eene bende krijgsvolk, hopende 
grooten dank bij zijnen veldheer te zullen behalen 
door eene onderneming , welke , zoo dezelve geluk- 
kig uitviel, de zeekusten aan dien kant, van eenen 
rusteloczen vijand zoude bevrijden. Zijne soldaten 
streden met zoo groote dapperheid, dat zij velen 
versloegen en met een dertigtal gevangenen terug- 
keerden ^f). Door zijnen ijver en gehechtheid aan 
den Koning en zijn werkzaam deel aan alle^ , wat hier 
te lande ten behoeve van denzetven voorviel, niet 
minder gehaat dan zijn bevelhebber Robles, werd 
h^' , toen de zaken eenen anderen keer namen , te 
gelijk met dezen, den 16 Haart 1578 gevangen 
genomen , en met Harten Baijert , Heer van 6an« 
tau , Grietman van Hemelumer Oldephaert , en Feu- 
ter, Hopman te Franeker, naar Zwol gevoerd » 
terwijl Robles zelf naar den Stadhouder Hierges in 
Gelderland werd gebragt (J). 

1577. PiKTSR VAN SiGKinaAt Hccr van Zuid- 
wold , een Ommelander Edelman , was ILapitein en 
Drossaard te Harüngen. Hij kreeg den- 4 Novem- 
ber 1577 van den Stadhouder Rennenberg last, om 
met Franfois van Pipenpoij , Grietman van Heme- 
lumer Oldephaert, de geschillen tusschen de Gede- 
puteerden , en de soldaten , die in de Lemmer in 
bezetting lagen, te vereffenen (*). In het begin 

(*) Chanb. 3 D. 936. In een volgend «luk, aldaar 955, 
wordt hij Kapitein genoemd* (f) Joh, Car. d. Reb. Casp* « 
Robl. 214. (§) Schot. 810. (*) Chartb. 3 D. 1163. 



BARRADEEL. 309 

van het Tolgende jaar overleden zijnde, werd tot 
op de benoeming van zijnen opvolger de Secretaris 
Hennannus Grapheus tot ^ Substituut aangesteld. 

1578. DuGO VAir Maktkka., zoon van Tjebbe 
van Martena en Bauk van Gamstra , was eerst ge- 
huwd met Swob , dochter van Tjalling van Botnia 
en Frouk Hottinga , bij welke hi| eenen zoon had, 
die slechts korten tijd leefde , en naderhand , in 
1565, met Trijn, dochter van Jancke van Unema 
te Blija en Tet Wiboltsma , bij welke hij zes 
kinderen had. Zijne zonen stierven allen vóór 
hem(*). Hij was een sterk voorstander van de 
vrijheid , zoo godsdienstige als staatkundige , en een 
groot vriend van zijn vaderland, en wordt voor 
een van de voornaamste personen in de Friesche 
geschiedenis gehouden. Manmoedig kantte hij zich 
met eenige anderen tegen de invoering van het 
nieuwe Bisdom te Leeuwarden. Weigerende de 
bevelen van den Utrechtschen Bisschop te volgen, 
nam hij deel aan het verbond der Edelen, en ver- 
schafte, door het afgeven van een loffelijk getui- 
genis , geloof aan Bredierode en Lodewijk van Nas- 
sau, die naar de Friezen waren afgezonden om 
ben tot het teekenen van dat verbond over te ha- 
len. Niettegenstaande hij in 1568 standvastig wei- 
gerde den nieuwen eed af te leggen , werd hij , 
tot verwondering van velen, door de Spanjaarden 
niet alleen niet vervolgd, maar bleef zelfs bij Ro- 
bles gezien , die hem raadpleegde over de wape- 
ning tegen de Watergeuzen; met beleid wist hij 



(*> Schelt. Staatk. Ned. 2 D. 72, Te Wat. Vérb. d. Edel. 3D. 
d2. Upc. T. Burm. Tab. Gen. 

14 



210 BARRADBEL. 

deze zaak slepende te houden. Door z^ne rertoo*^ 
gen bij Aremberg, dat geene anderen dan gebo-* 
ren Friezen tot den landsdag zouden mogen wor- 
den toegelaten • bewerkte hij , dat eenige der voor- 
naamste drijvers van de Spaansche partij , dié le- 
den van het Hof 'waren, buiten bewind bleven* 
Toen in Holland de zaak der vrijheid de boven- 
hand begon te krijgen , was hij een der eersten > 
die ook Friesland deden omslaan, en hield ten 
dien einde heimelijk verstandhoudiïig met den 
Prins van Oranje. Door Sonoij niet genbeg>- 
zaam ondersteund , moest hij van zijn plan om 
Leeuwarden te bezetten , afzien , maar trok naar 
Sneek , en gaf van daar aan Bronchorst en Batai- 
burg gelegenheid , om 's Prinsen krijgsvolk in FrieS' 
land te vestigen. Weinig tijds daarna de Span- 
jaarden weder den baas wordende, werd hij ge* 
noodzaakt het land te ontvlugtén, en in 1673 ge* 
ba'nnen, en ntet name buiten de vergidenis gedo^ 
teh. Tijdens zijn vorig verblijf in ("riesland door 
den Prins van Oranje aangesteld tot fiewaarder 
der kerkelijke goederen en kostbaarheden, werd 
h^ , na zi^ne verbanning , door dezen benoemd tot 
Adkniraal Van de Zuiderzee. Wederkeerig beletten 
Robles en hij elkander in den zeeslag van 1 1 Oe-^ 
tober 1578, hunnen vrienden bijstand ie biedem 
Later veegde hij de geheele Zuiderzee schoon. Ri^ 
de Grendsche bevrediging kwam hij in Friesland 
terug, werd in 1577 lid van Gedeputeerde Sta«* 
tén, en handhaafde in die betrekking het gezag 
van zijn Collegie tegen het Spaanschgezinde Ho£ 
In 1578 werd hij , op sterk aandringen bij Ren- 
nenberg van een groot aantal zijner landgenooten, 



BARRADEEL. 211 

Drossaard van HarlingenH, en verkreeg tevens de 
Grietenij van Barradeel. Kg was de éérste der 
drie gelastigden v die de , door den Spaanschen Ko^ 
ning aangestelde , Crrietmann^i ontsloegen en ande- 
ren aansielden. Ook nam bij het nieuwe Hof in 
den eed. Een der grootste voorstanders van de 
Unie van Utrecht aijnde , stond hg zeer in het ver- 
trouwen van Willem I , en werd door dezen in de 
gewigtigtigste ondernemingen en bezendingen ge- 
bruikt. Op' een' zijner togten viel hij ongelukkig- 
lijk te Balk in handen van den vijand « doch werd 
voor duizend dukatons, uit'slandskasvoorgesefao'^ 
ten, gelost. Toen de meeste Raden van het Hof, 
even ais zulks onder de Spaansche regering bad 
plaats gehad , weder het gezag in het burgerlijke 
aan zich yrilden trekken , was hij het , die zulks 
belette. ^ Tegen de listige streken van den Clraaf 
van Leijcester verzette hij zich ijverig. H^ waSt 
behalve door zijne staatkundige bekwaamheden , 
beroemd door zijne geleerdheid ^ en -men heeft eeni- 
ge fraaije Latgnsche dichtraden van hem ; 4Ntder 
anderen heeft hij gemaakt bet onderschrift onder 
het afbeeldsel van W^be Tan Grovestins {Schemp 
Wijbe) (f). Hij overieed den 1 1 November IflOS (^^ 
en had alle zijne bezittingen voor de vrijheid van 
%iJQ vaderland opgezet , zoodat inen van bom zei- 
de , dat bij het goed van drie ËdellSeden had door^ 
gebragt , namelijk van zijne twee broeders , van 
v^reike hij erFgenaam geworden was, en zijn dgei|( J* 
Zijine tweede vrouw (in 1603 overled«fn,) was. 



<*}: WVm. 650. \^) Vlbiut « «GroiMeUBg ,i radendt «verdcig au- 
«hor «tc^ FrU Nob; poemata 126. ($) Ffnesdb 9'Mfbocije vo«r 
1329. U) Te Wal. \t€h. 4. Edel. 3D.02. 

14* 



212 BARRADEEL. 

even als hij , eene grpote Tijandiii der Spanjaarden 
en eene moedige voorstandster der yrijheid. Het 
huis , door hem te Leeuwarden bewoond , en meer- 
malen gebruikt tot eene vergaderplaats van de yrij- 
heidlievende Edelen (*) , behoort thans aan Mevrouw 
de weduwe Looxma , geboren de Vries. De stee- 
nen briig voor hetzelve wordt nog (volgens over- 
levering , naar eenen optogt voor de zaak der vrij- 
heid , uit dat huis en over die brug gedaan ,) de 
Doeke Martena pijp genoemd. Het oorspronkelijk 
schilderij van zijne afbeelding , het welk nog de 
sporen draagt van het vuur, waarin hetzelve bij 
gelegenheid van een of$roer te Bolsward geraakte, 
doch nog tijdig genoeg uit de vlammen is gered (f), 
is na het schrijven van den Heer Spheltema , bij 
het overlijden van den toenmaligen eigenaar, door 
aankoop het eigendom geworden van den Schrijyer 
van dit werk. 

1570. HEimaiK vAir OiiEiniavGGK , een Brabandsch 
Edelman. Bij welke gelegenheid deze eigenlijk als 
Grietman is benoemd geworden, weet ik niet; ner* 
gens vind ik, dat zijn voorganger afstand van de 
Grietenij heeft gedaan , en het blijkt evenwel uil 
de gedrukte Naamlijst en handschriften, bij dit 
werk gebruikt , zoo wel als uit te Water , dal hij 
Grietman van Barradeel was. Het waarschijnlijkst 
komt mij voor , dat hij moet geplaatst worden da- 
delijk na Pieter van Sickingha , welken hij ook 
was opgevolgd in het Drossaardsambt van Harlin- 
gen , zeer tegen den vril der Staten , die hem toen 

C*) Te Wat. I. I. Schelt, Staalk. Ned.2I).72. (f) ^°'*^ 
keaing achter het portret , door den forigen bezitter, tJlbo ▼»» 
Burmania, Grietman ^an Leeuwarderadeel. 



BARRADBÉL. HZ 

reeds, even als Rennenberg, mistrouwden ('^)* 
Ook wordt hij beschuldigd, een yan de yoornaam* 
ste aanraders yan diens yerraad geweest te zijn (f) , 
hetgeen niet onwaarschijnlijk voorkomt , wanneer 
men het karakter yan zijnen landaard in aanmer- 
king neemt. In het laatst yan October 1680 werd 
hij door Rennenberg, nu reeds geheel aan de 
Spaansche zijde , met eenig krijgsvolk naar de Ze- 
yenwouden gezonden, waar een aantal Friezen, 
onder bevel vaU Juw van Botnia en Johan van 
Vervouvif , verzameld waren , om de brandschattin- 
gen en stroperijen van den vijand te beletten. 
Onverwacht zijne vijanden aanvallende, had hij 
het geluk hen te verjagen én de overwinning te be- 
halen , bij welke gelegenheid Johan van Vervouw , 
en Greorge, zijn jongste broeder sneuvelden» en 
een ander broeder yan hen, Frederik, die Vaan- 
deldrager was, ter naauwei^nood zich door de 
vlugt redde (§). In eene schermutseling, den 1 Maart 
yan het volgende jaar , bij Loppersum in het been 
geschoten, werd hij gekwetst naar Groningen ge- 
voerd, en is kort daarna aan zijne wonde overle- 
den , weinig beklaagd , zelfs bij zijne partijgenoo- 
ten(*>. 

1580. Tjalliitq yAH Sixha, bij afwezendheid 
yan Oijenbrugge , in deszelfs plaats in 1580 aange- 
steld (1) , was de zoon van Douwe van Sixma en 
Bauck Poppema, en getrouwd met Idske, dochter 
yan Douwe van Hottinga en Luts van Herema , bij 
welke hij drie kinderen had (*). Hij was een voor- 



C*) Win«. 650. (t) Schot. 877. (§) Schot. 866. 

C») Schol. 877. (4-) Te Wat. Verb. d. Edel. 3 D. 201. 

(*) Wapenb. Sixma. Gen. 3. 



Sa4 3AIIRADSBL. 

fliander yan de Unie yau Utrecht (*) , ea in 1586 
Yolmagt ten landsdage, gelijk ook nog ia 1596 (-)'). 

1600* JoBAii TAN HoTTiKGA 9 >*oon Tan Douwe 
Tan Hottinga , den ouden , Olderman Tan Bobward., 
en Luta Tan Herema, en daa scboonbroeder Taii 
sgnen Toorganger^ was gehuvrd met Catharina, 
dochter Tan Wieger Eelsma en Doed Tan Oouma , 
en had bij haar drie kinderen. Zij Troonden op 
Eelsma^state te Sexhierum (§)• Zijne broeders Dour 
Tre en Ueere teekenden hel Terbond der Edelen; 
Tan hem zcIt^ is dit niet bekend* In 1693 (*) 
reeds lid Tan de Staten-Generaal z\judei Trerd hij 
in 1698 1 met Tan DuTenTOorde en Tan de Werclte, 
naar Koningin Elisabeth Tan Engeland gezonden, 
om haar te bewegen i toch niet Tan de Tolharding 
in den oorlog af te zien (|)« Twee jaren later (in April 
1600} werd hij lid Tan Gedeputeerden en ondertee- 
kende als zoodanig de afkwering Tan den Spaanschen 
Koning {*). Den 6 Mei daaropTOlgenden aangestdd 
tot Grietman, kreeg h\j in 1603 last ^cl^ a/gadiseJke*^ 
(Roomsche) beelden uit de kerk Tan Sexinerum te 
doen wegruimen. Het Tolgende jaar Trerd hij Dijkgraaf 
Tan de Vijf deelen. Het tijdstip Tan zijn OTCdij^ 
den op den 23 Junij 1604, in de gedrukte Naam- 
Igst en ook bij Scheltema t. a« pl« , zeker in na- 
volging hienran Toorkoaiende , is Terkeerd opgege- 



(*) Win«. 630. (t) Charlb. 4 D. 659 , 892. ($) Vriem. 
Alh. Frb. LKXf. Slatub. v. Adel. (^) CbarlB. 4 B. 846. Ter 
dcaer plaatse komt e«n brief vai» bctn «oor , in ^élkea^k^ zich b^ . 
kkagt , 4«t de cottttissie , o^ hem y^rleeJid oiq ikiüa§ in 4e 
Slaten-Geoeraal te nemen , niel in den behoorlyken vorm is in- 
gerigt , eu verklaart zyn afscheid uit die vergadering te zullen 
nemen , zoo men hem geene betere wil geven. (4-) Schelt. 

Staatk. Ned. 1 D. 494. (*) Chartb. 4 D. 1078 1079. 



Tf^ ; Ui If^fde nog in 1607 1 blijkens eijnc; b^iidl- 
le^keqing van dat jaar , ^relke ik bezit ; ook noemt 
bem bet Cbar^erboek op genoemd jaar (*)• Ik wil 
lii^ver geloven da| hij tot 1610» toen zijn xoon 
}iepi als Grietman opvolgde, ^eeft geleefd. 

l^JO. Doi^wi VAn HoTTiAGAt xoon yan dexji 
yoorgiaaiide]) pjp^ spboonz^o^ir yan TjalKng van Six* 
ma, bier voor gemeld, met wjens dpcbter Sijts 
bij gebuwd was, bad vier dochters, en woonde 
op de stftte van zijiien vader (f). Hij werc^ den 
Jt3 Mei IQIQ aapgesteld tot Grietman van .Barra<^ 
^deel , ^ wa^ in 1635 lid vgn Gedeputeerden. Ger 
jdurende de bewegingen van da| jaar, ontstaan 
weigeji^ de verandering in de Regering , was b^ 
^^n yaig^ d^ voornaamste dry vers , die be^ g^ag 
van den St^idbouder wilden beperken, en de bui^ 
gerij^ van. de steden aanzettfm tot het teel^en^ van 
yerzo^l^scbrifteo,, om de mfigt te. verkrygen tot be* 
npeming van bunn^ eigene regenteiii; doch de Raad 
van State , op aanraden v^n den Pfiiiis ^n gemagf 
tigd door de Staten-Gmieraal , yeranderde de R6«> 
gering in de steden» en dit bad t^n gevolge»^. dat 
ook de toenmalige gevolmagtigden t^n (andsdfgf 
geweerd werden. Hier onder behoorde ook Hot- 
tinga , die voorshands buiten alle bewind , be)ial- 
yen van 9^Qne Grietenij , bleef ($) ; doch dit yras 
slechts van korten duur, want in 1641 was bij 
reeds weder Yolmagt ten landsdage(J. Ook werd 
bij in 1653 benoemd tot Curator van de Franeker 
Academie(4). Tevens is bij geweest lid van de 

(*) Charlb. 5 D, 136 «eqq. (f) Vriem. Ath, trïs. LXXl. 
SUmb, V. Adel. (§) Kok Yaderl. Wqordb. 21 D. 95. («) GhartL. 
5 D. 463. (4.) Vriem. Alh. Fm. LXXI. 



216 BARRADEEL. 

Admiraliteit in Friesland en van de Slaten-Grene- 
raal , en Dijkgraaf van de Vijf deelen. Karel II , 
Koning van Engeland» kwam hij, tijdens deszelfs 
verblijf in 'sGravenhage, begroeten (*). • Bij de be- 
grafenis van Graaf Willem Lodewijk droeg hij den 
helm (f). Hij overleed den 29 Julij 1662, en werd 
in de kerk te Sexbierum begraven , nadat hij in 
het vorige jaar de Grietenij aan zijnen schoonzoon 
had overgedragen. 

1661. DouwK VAK Walta, zoon van Tjaard 
van Walta en Fokel van Waltij6gha , was gehuwd 
met de jongste dochter van zijnen voorganger. 
Jantje genaamd , bij welke hij ten minsten één kind 
had(S). Hij woonde op de state Sickema te Her- 
baijum , misschien wel na dat hij afstand van de 
Grietenij had gedaan ; en dat hij zulks deed , blijkt 
uit de hier aangehaalde plaats (*) en uit familie- 
aanteekeningen , in welke hij zich, in 1679, tee- 
kent ^ 0/rf Grietman van B^rradeelj" alsmede 
uit de aanstelling van zijnen opvolger. Tot Griet- 
man was hij benoemd den 19 Maart 1661. In 
1663 was hij Yolmagt ten landsdage en bleef zulks 
lot in 1666(4). 

1676. Douw£ VAN SixMA, zoon van Douwe van 
Sixma , Grietman van Franekeradeel , en kleinzoon 
van Tjaliing , hier boven gemeld , was gehuwd met 
Romck Haubois , en had eenen zoon (*). Hij werd 



C'^) Fris. Nob. 361, in een zeer hoogdrAvend gedicht, door 
den Advokaat A. Robgutma op zqn overladen gemaakt, 
(t) Wins. 903. (j) Vriem. Ath. Vri«. XXXlll. üpc. T.Burm 
Tab. Gen. Stamb. v. Adel. («) Geogr. Woordb. 46. C4-) Chartb. 
5 D. 685 seqq. (*) Wapenb. Siima. Gen. 5. 



BARRADEEL. 217 

Grietman den ? April 1676, lid van de Staten in 
1677, van Gedeputeerden den 7 Februari) 1680, 
en D^ksgedeputeerde van de Vijf deelen in 1682 (*). 
Zijne vrouw overleed in Ï684 (f) , en in hetzelfde 
jaar schijnt hij afstand van de Grietenij gedaan te 
hebben. 

1684, Agob van Sixma, broeder van voorge- 
melden, was gehuwd met Gomelia Bezaarts, had 
geene kinderen , en woonde te Minnertsga (§) , op 
eene buitenplaats, met name Sixma van Andla(i^)« 
Den 17 Februarij 1677 werd hij Raad in het Hof 
van Friesland, doch bekwam den 29 Maart 1684, 
door afstand van zijnen broeder de Grietenij van 
Barradeel(l). Hij was ook Dijkgraaf (*) , en na- 
dat hij van zijn ambt als Grietman afstand had ge- 
daan, Vroedsman te Fraheker(j-). Eenige jaren 
voor zijne benoeming als Raad in het Hof, was 
hij Yolmagt ten landsdage uit Barradeel (^). In 
1684 eenig verschil omtrent de grensscheiding van 
de jurisdictie der stad Harlingen en de grietenij 
Barradeel ontstaan zijnde , werd hetzelve, door 
uitspraak van den Stadhouder geregeld (*). Hij 
overleed te Minnertsga. 

1689. WiLGO HoLDiiiGA , Barou thob Schwaat- 

ZBITBE&G E9 HOHBlfLAICSBEKG , ZOOU VaU Gcorg Wil- 

co, Baron thoe Schwartzenberg , Grietman van 
Oostdongeradeel , trouwde met Fed Sophia, doch- 



(*) Chartb. 5. D. 1137. 1200. (f) Vriem. Ath. Frb. CV. 
(§) Wapenb. Sixma. Gen. 5. Naamr* d. Rad. 47. («) Geogr. 
Woordb. 77. (4-) Naamr. d. Rad. 47. (*) FrU, Nob. 176. 
Ct) Naamr. d. Rad. 47. C$) Chartb. & D. 816. (^) Chartb. 
5 D. 1222. 



21$ BAaRADSEL. 

Ier viui,JohaQ yan Goplniga, Grietman van Vrmp* 
keradeel, ea had vier . kinderen ('^). Hij was in 
zijne jeugd in den kr^gsdienst, en bragt het tot 
den rang yan Luitenant Kolonel, Het zijne beide 
zusters ^was hij eigenaai: yan de Heerlijkheid Ame- 
land (f). Hij werd den 18 Julij 1689 Grietman , 
en woonde op de state Eijsinga te Rinsumageest , 
welke hij aanmerkelijk yerbeterd heeft ($). In 1695 
was hij lid yan (Gedeputeerden en had in alle hoo^ 
ge CoUegien ;(itting. Bij overleed den 4 Februarij 
1704 in het veertigste jaar z^jns oud^rdonis («)« 

1703. GrEO&G WoiiVGAHG , 3aron thob Sghwaht- 
zENBSEG Elf HpHBVLAnsBS&G is reeds vermeld pp 
DantqmadeeU 

1704 Abbht vau HiBAsoLTBy zoon van Rutger 
van Haersolte yan Hoenipo , uit Overijsse^t , en A|i- 
na Eüsabeth van Haersolte tot Hexen en jplg^ (|) y 
yvas eerst gehuwd met Rienkje Alegonda ^ dochter 
y^in Tjalling Homme van Gamstm en Fpkel van 
Burmania, en had bij haar geene kinderen (^)« Xij 
woonden eerst te Se^biemm en.paderhfind op klein 
Hermana te Minnertsga. Naderhan4 trouwde hy 
met Jets Maria Sirtema van Grovestins (f) en had 
bij haar elf kin4eren. In 1734 yerwelkomde hij, 
als gecommitteerde Staat in het Uindergetal , ?rins 
Willem IV en zijne gemalin (|), en in het beruchte 
jaar 1748 ipvas b^ lid ya^ de Staten, Hij oy^rlepfi 

(*) H^apolJ)^ Stflrfvaruenb^g» G^. 15, OosUag». Gea. 7- 
j(t) ,3Bie Ë4zard t^ Burmania , Giieliq* v. Ferwjerderd. f §) Tegéaw. 
jSiMit y» Frie4. ^IV. I>. 24$. Cy) Wppeob. Scl^mrtseabevg. 
00», 15. (+) VHepw AA- Vrkf XXXVI. {*) KaïnUieaanteek. 
(t) Wapeob. GroTestins. Geu. 13. ($) Juichend Pri^ 32* 



RAARADEEL. 219 

den 6 Januarij 1760, nadat hij yerscheidene jaren 
te voren afstand van de Grietenij had gedaan. 

1763. B^UTGBA yiir .H^aasoLTB, zoon van deo 
Toorgaanden, werd den 28 November 1753 aaijge- 
ateld tot Grietman, en was even als deze in 1748 
lid van ^e Staten* Hij. bleef ozigehuwd. 

1776* Jah , Baron vA|t Ec»tpk« , geboren de» 2P 
Mei 1741, in 1776 tot Grietman verkozen, was 
afkomstig uit Drenthe , en zoon van Jan,. Baron 
van Echten, Heer van Echten en £cbte[n^ SoogQ- 
veen , en van Alegonda Susanna , Baronesse van 
Haersolte. Hij was gehuwd in 1776 met Johanna 
Eritia , dochter van Epeus Wielinga en J)ido Q^qüia 
van Idsinga , bij welke hij drie kinderen had. Met 
^jne ambtgenooten in 1795 van zijnen post ont- 
alagen, is hij in het volgende jaar t^ Hianortsga 
overleden en te Pietersbierum begraven* 

BAAB.DERADEEL, 

de vierde Grieten^, van Westergoo, grenst ten 
noorden aan Menaldumadeel, ten oosten fian Leeu-' 
warderadeel , ten zuidoostai aan Idaarderade^l , 
ten zuid-zuidoosten aan Rauwerderhem , tegen bet 
zuiden aan Wijmbritseradeel , en westwaarts aan 
Hennaarderadeel , en bevat zestien dorpen, als: Jor- 
werd. Weiduro, Oosterwierum , Mantgum, Schil- 
laard, Wieuwerd, Bozum, Britswerd, Oosterlit- 
tens, Winsum, Baard, Huijns, Hijlaaid, Lijons, 
Jellum en Beers. 



220 BAARBEIIADEEL. 

GRIETMANNEN VAÏï BAARDERADEEL. 

1417. Abbb te Joewb&d komt voor als Griet- 
man yaü Baarderadeèl - in eenen koopbrief van 
1417 (*). 

1419. BoiTTA GaioiTGHA, die, Tolgens evenge- 
melden koopbrief, in 1417 mederegter yan Abbe 
te Jorwerd was , schijnt twee jar^i lat«p zelf Griet- 
man yan Baarderadeèl geweest te zijn , blijkens een 
akkoord tussclien' Tjaerd yan AQlya en de monni- 
ken yan Hasker convent (f). ~ 

l4Sli. SuiEDT WiiBRAirDA is mij niet aïiders be- 
kend dan uit de gedrukte Naamlijst 

1429. PoppE KbhpingA voorzag met zijn zegel 
als Grietman van Baarderadeèl in 1429 een kon- 
trakt van Heringa en Sewerda (5). 

1433. Sippe of Suppa « te flèaens of Hessens , b^ 
Jorwerd («) , was in 1433 Grietman yan Baardera- 
deel , blijkens een geregtelijk vonnis , doöir hem en 
zijne mederegters geveld, in eaie zaak tusschen 
Aesge -Hoxwier yan Mantgum en eenen Sjoerd te 
Jette (4.). 

1453. WuoEE Maehtga, zoon van Laas, woon- 
de in de buurt Tzeintgum, nabij Mantgum (*), en 
gaf in 1453 in zijne k^aKteit als Grietman eene 
akte van getuigenis af (f). - 

{*) Schot. Br. enDocum. 119. (t) SchoU Br^ cnDocum. 119. 
CS) Schot. Br. en Docum. 74. («) Tegenw. Staat XV D. 135» 
(4.) Schot. Br. en Doe. 121. (*) Geogr. Woordb. 71. (t) Schol. 
Br. en Doe. 125. 



BAARDERADEEL. 221 

1498. Agge YAir Jokgeha, zoon van Keimpó 
van Jongema en Jel van Harinxma (^) , staat be- 
schreven onder de Edelen van Baarderadeel op de 
lijst van den Hertog yan Saksen (f). 

1499. Dueo vak HAATBirA , zoon van Sijtze yan 
Martena , Hoofdeling te Rornjum , en Jel yan Ha- 
rinxma , yyas gehuy^d met Sjouk , dochter yan 
Keimpo yan ünia yan Wirdum, Grietman yan 
Leeuyyarderadeel , en deszelfs tyyeede yrouyy, en 
had bij haar acht kinderen (§). In 1504 yyoonde 
hij op Hartena-state te Kornjum(^). Zijn oudste 
zoon, Tjebbe, yras de yader yan den grooten Du- 
co yan Martena, Grietman yan BarradeeL Ofschoon 
zich anders in de partijschappen niet mengende , 
yvas hij eyenyyel een tegenstander yan het Groning- 
sche yerbond yan 1491 , omdat hij met vele ande- 
ren, niet zonder grond ,. vreesde, dat hetzelve op de 
vernietiging der Friesche vrijheid zoude uitioopen. 
Met zijnen schoonbroeder , Worp van ünia , Pie- 
ter van Gammingha en Frans Minnema , ijverde hij 
er dan ook sterk tegen , dat de stad Leeuwarden 
in dat verbond zoude treden; doch te yergeeCs, 
daar de gilden , geholpen door het gemeene volk , 
zulks doordreven (^). Naderhand voor grooter kwaad 
beducht , moest hij echter het voorbeeld van meest 
alle Edelen volgen, en zich zelf in het verbond 
begeven (*). Toen de Sneekers den eersten termijii 
van hunne contributie aan dat verbond weigerach- 
tig waren te betalen , werd Martena en eenige an- 



{♦) Upc. V. Burm. Tab. Gen. (f) Wins. 404. (§) Te Wal. 
Verb. d. Edel. 3 D. 94. Wapcnb. Unia. Gen. 4 («) Geogr. 

Woordb. 61. (4.) Gabb. Ver h. ▼. Lmmiw. 175 , 185 , 252. 

(*) Schol. 392. 



222 BAARDERADpL. 

deren beschuldigd bet mti ben eens it zjjn^ en 
daarom te Groningen gedagvaard ^ waar bij voor 
bonderd Abijnscbe guldens in de boete werd ge- 
slagen (*)• Bevreesd voor de Bourgondische heer- 
schappij, behoorde hij onder hen, die in 1500 
Hertog Hendiik het overdragen van de regering 
drer Friesland afrieden (f). Toen George yan Sak- 
sen in 1504 de onroerende goederen der Heersdap- 
pen in Friesland leenroerig wilde maken , was bi| 
een van de afgezanten , die benoemd waren om den 
Hertog het onbillijke hiervan onder het oog te 
brengen , en hem te smeeken dit besluit in te trek- 
ken ; hetwelk zij er , Tooral door de stoutmoedige 
taal van Edo van Jongema, doorkreg^i (^). In 
hetzelfde jaar onderteekcnde hij den meergemelden 
reversaalbrief aan den Vorst van Saksen (^). Op 
de lijst der Edelen komt hij voor op Leeiiwarde- 
radee! , denkelgk als daar wonende (|). 

1617. Hettï tatt Bek aha , van wege Keizer Ka- 
rel aangesteld in 1517 tot Grietman van Baardera- 
deel C") , was de zoon van Juw van Dekama en 
Gatharina yen flottiaga , en echtgenoot van Kinsk, 
dochter yan Rienk yan Camstra yan Jdsum , Raad 
yan den "Hertog yan Saksen , en Gerland floxwier , 
bij welke hij zeyen kinderen had (f). In 1515 leg- 
de hij den eed van huldiging aan Karet Y , als Heer 
yan Friesland, af(^), en in hetzelfde jaar had bij 
deel aan de overwinning, door de Leeuwarders op 
de Gelderschgezinde Friezen bij Barrahuis behaald (J. 



O SthoU 39S. (t) Wint. 877. (J) Whtg. 38S , 3S6. 
(«) WiBs. 391. (4.) WJnt. 402. (*) Ckartb. 2 S. Uk. 
(t) Wapenb. Camttra. Gen. 6. Familwaaoieek. Slamb. v. Adel. 
(§) Occo ScarL 404. («) Gal>b. Verh. ▼. Leeuw. 296. 



BAARDERADEEL. 22» 

Twee jaren later was hij in liet Bourgondische le- 
ger, dat Sneek belegerde (*). Hij o?erleed den 20 
September 1622, zijne vrouw in 1649 (f). 

1622 (^). DoBCB FonDKirs, wonende te Hescins 
of Hessens , bij Jorwerd , was zeer denkelijk een 
zoon van Hotthija Dokesz, a Fondens, die bijPie** 
ter van Thabor (i) ' opgegeven wordt , als nomt 
bier , maar integendeel altijd karnemelk te hebben 
gedronken. Hij had eene dochter, Tjal genaamd, 
die getrouwd was met Hessel rati Aijsma , en 
eenen zöón, Hotze. In 1604 teekende hij den re- 
versaalbrief (4-). Hij behoorde onder die Grietman- 
nen, die, in den omtrek van Sneek hunne bedie- 
ningen waarnemende , men beletten wilde , zonder 
toestemming van de (Jeldersche bevelhebbers , vrij 
in en uit de stad te gaan('^), In 1633 verkreeg 
bij Aesga ma-state , onder Peins, met het regt om 
twee oude zwanen te houden (f) . Hij is begraven 
onder eenen grafsteen in de kerk te Jorwerd. Doe- 
ke Fondens, die in 1680 voortvlugtig was en door 
het Hof werd ingedaagd (^) , was denkelijk zijn 
zoon of liever kleinzoon. 



(♦) Wint. 448. (f) Upc. r. Burm. Tab. Gen. Sumb. ▼. A^ef. 
(S) In een ander stak, aangehaald op het jaar 1686, in bet 
Chartb. 2 D. 689 « wordt h^ gemeld, aU reeds in 1513 Grietman 
van Baarderadeel te z^n geweest ; dit kan ik niet overeenbrengen^ 
met Wapenb. en eenigc HSS. , waarin men leest ^ dat Doeke 
Fons of Fondens in 1522 Grietm. vab Baarderadeel was ; denke- 
l^k is in eene van beiden eene fout in het jaartal ingeslopen , 
en dan zoude ik liefst denken , dat dit in het Chartb. plaat» 
bad , en dat daar moet staan 1523. (^) Arch. van Visser ^n 
Amersf. 1 st. 49. (|) Wins. 392. (*) Wins. 464. 

(t) Geogr. Woordb. 95. <$) Chartb. 4 B. 160 , 178 , 191 



224 BAARDERADEEL. 

1527. Jakigh Yks DiKAMA is reeds renneld op 
Franekeradeel. 

1538. PiETsa YAK Decama, zoon van Hetteyan 
Dekama , bierboyen genoemd , en getrouwd met 
Gatharina , dochter van Gerrit van Loo « Rentmees- 
ter van de Domeinen in Friesland, had zes kinde- 
ren (*). Slechts zeer korten tijd heeft hij de Grie- 
tenij bediend; want reeds den 3 December' van 
boyengemeld jaar, 1538, werd hij Raad in het 
Hof. Bij dezelfde gelegenheid met Aesge van Hox- 
wier , Grietman yan Franekeradeel , werd hij Rid- 
der (f). In 1656 teekende hij in kwaliteit yoor 
de ingezetenen yan Jelsum de huldiging aan Filips 
II , en werd toen in zijnen post als Raad in het 
Hof, op nieuw beyestigd (J). Door zijn toedoen 
yooral is Henricus Smenk , de negen en twintigste 
Abt yan Mariengaarde j die , op het yoorbeeld yan 
zijnen voorganger, de kerkelijke goederen yer- 
kyyistte en verbraste , van zijn ambt afgezet en in 
den kerker gebragt , uit welken hij slechts drie da- 
gen voor zijnen dood verlost is geworden (*). Hij 
was medeëigenaar van de Compagnons yeenen in 
Schoterland , welke hij met zijne deelgenooten in 
1561 had gekocht , en #ver welke tusschen de ei- 
genaars en eenige andere Edellieden een hevige 
twist ontstond in 1566, die grootendeels door be- 
middeling van Sijbrand van Hottinga , Grietman van 
Schoterland, is bijgelegd. Hij overleed in 1568, 
en werd in de Oldehoofdsterkerk te Leeuwarden 



O Upc. ▼. Burm* Tab/ Gen. Stamb. v. Adel. familieaan teek. 
Naamr. van de Rentmeesters der Domeinen. (f) Zie aldaar. 
C5) Wins. Hist/ 3,8. CO Wins. Hist. 49. 



BAARDERADEEL. 225 

begraven ; zijne vrouw stierf in 1681 (*). Men ver- 
haalt dat hem, in het jaar 1559, bij gelegenheid 
van eenen plegtigen omgang (processie) te Leeu- 
warden, door eene bedelares een versje in de hand 
werd gestopt , inhoudende , dat hij , wel is waar 
door Gods goedheid een groot en magtig man was , 
doch dat hij deze magt niet mogt misbruiken en t 
het zwaard der geregtigheid keeren tegen de god- 
vruchtigen , want dat alsdan zijne straf niet lang 
zoude uitblijven (f); zinspelende op zijne Spaansch- 
gezindheid en vervolging van de Onroomschen. 
Dit briefje baarde vrij wat ontsteltenis in den Raad ; 
en na vele mislukte pogingen werd eindelijk ont- 
dekt, dat daarvan de steller was Menso Poppius, 
geboren te Oosterzee in Lemsterland , toen Predi- 
kant te Manslacht in Oostfriesland , die gevangen 
werd genomen, doch gelukkig schijnt ontsnapt te 
zijn , daar hij zeven jaren later te Sneek heeft 
gepredikt (S). 

1539. DoMiNiGUS PiEBES was in 1536 Burge- 
meester te Leeuwarden , blijkens een koopcontrakt 
van dat jaar , tusschen den Prebendarius van 01- 
dehoof en de Regering van Leeuwarden , van een 
hof naast het St. Anthonij gasthuis gelegen (*) , 
en wegens de Steden afgevaardigde op den lands- 
dag van 18 Aptil 1539 {]). Reeds vroeger schijnt 
hij, te gelijk met zijn ambt als Burgemeester, ook 
dat van Grietman van Baarderadeel bekleed te heb- 
ben; want op dien zelfden landsdag werd geklaagd, 



(♦) üpc. ▼. Burm. Tab. Gen. Stamb. ▼. Adel. (f) Gabb. 
Verh. V. Leeuw. 401. ($) Gabb. t. a. p. {^) Cliartb. 

2 D. 692. CO Charlb. 2 D. 728. 

15 



226 BAARDERADEEL. 

dat bij, tegen de bestaande verordeningen aan,, 
die beide posten te getijk bediende , en verkoos hij , 
eenen van beide moetende laten varen , de Griete- 
nij , met belofte , de gevorderde achttien goudgul- 
dens aan renten te iMiUen bewijzen, maar verzocht 
nog tot Mei van het volgende jaar in Leeuwarden 
te mogen blijven wonen , omdat zijne vrouw al- 
daar een kostdijk huis bezat, dat 'sjaars wet 
v^ftig of zestig goudguldens aan huur kon op- 
brengen , en dat , zoo hij terstond moest vertrek- 
ken , tot op het , door hem voorgesteld , tijdst^ , 
geene rente kon opbrengen , daar hij het vóór Hei 
niét konde verhuren; hij drong zijn verzoek a^, 
door op te merken, dat de eigenërfde ingezete-^ 
nen , de priesters en kloosterlingen uit de Grietenij 
zeer wel te vrede waren met zijn verblijf te Leeu- 
warden , ja , dit zelfs boven zijne woning in Baar- 
deradeel verkozen , daar zij , toch alle Zaturdagen 
om hunnen koophandel in de stad moetende zijn r 
hem dan ook even goed, zoo niet beter, hunne 
andere zaken aan de hand konden geven. Zijn 
verzoek werd naar het Hof verwezen (*) ; de uit- 
slag is mij niet gebleken. 

1646» Taek.b VAir Bbbmaiia, zoon van Hobbe 
van Hermana en Wik Feitsma, trouwde BJnsky- 
dochter van Fokke van Ropta en Graets van £ij- 
singa, doch had g^ne kinderen; hij overleed te 
Wirdum in 1666 (f). Zijne weduwe hertrouwde 
eerst aan Sjoerd Andela, en vervolgens aan Hart- 
man van Haersma(^), en overleed den 16 Junij 
1681 (*). 

O Charlb. 2 D. 784. (f) Upc. ▼. Burm. Tab. Geo. 

CS) Stamb. ▼. Adel. Q Te Wat. Verb. d. Edel. 2 D. 4Uv 
Jknt xegt aldaar , dat aj| laatst wedawe uu Bennana wat. 



BAARDERADEEL. 227 

1558. Hqiimi TAir Hsttinga, zoon van Epo van 
flettinga in de HommerU eu deszelfs eerste vrouw 
Auk van Herema , was getrouwd met Trijn Rinia , 
en had vijf kinderen ; hij woonde te Jorwerd (^) , 
was Grietman van Baarderadeel en Ontvanger ge- 
neraal van den omslag over de floreenre^te tot 
graving van de vaart de Zwette ^ tusschen Leeu- 
warden en Sneek. Als vriend van de vrijheid het 
* verbond der Edelen geteekend hebbende, moest 
h^ vlugten, werd ingedaagd en door Al va geban- 
nen. Hierop ging hij in dienst van den Prins van 
Oranje over , was een der hoofden van de Wa- 
tergeuzen , en nam met den Graaf van Lumeij dep 
Briel in. Alle zijne bezittingen offerde hij aan de 
vr^heid van zijn vaderland op, zoodat hy zijnen 
kinderen niets naliet , dan hun moederlijk goed* 
Hij is omtrent 1574 gestorven, daar in dat jaar, 
Trijn Rinia zyne weduwe wordt genoemd (f). 

1567. JiTLius VAN BoTjciA , zoou van Juw of 
Julius van Botnia , Ridder van het Heilige graf en 
Raadsheer in het Hof van Friesland, en van Fokel 
yan Hottinga, getrouwd in 1540 met Maria, dooH-^ 
ter van Hette van Dekama , hiei- boven gemeld % bij 
welke hij twee kinderen had (%) , moiet niet ver- 
ward worden met Julius van Botnia , zpon v^^ 
Frederik en Waximiliana Absalons , die • lid van 
het verbond der Edelen en een groot .vsoor^ander 
vftn de vrijheid was; de onze integewd^el sot^y^nt 
Spaanschgezind geweest te zijn, en yveipd daarop^, 
na de verbanning van Hottinga, Grietman van Baar- 



(*) Wapeoh. Heiiingal Ge^. 7. O) Te Wa^. Verb. d, M^. 
% B. 458 > 3 D* 541. SchelL Staatk. ^Mu X B. 456 en a. f. 
-C§)üpc. y. Burm. Tab. Gen. Stamb. v. Adel. familieaattedc/ 

16 » 



228 BAARDERADEEL. 

deradeel (*). Hij is denkelijk dezelfde, die met 
Pieler Walta en nog Iwee anderen als gecommit- 
teerden voor die Grietenij den eed van huldiging 
aan Filips II aflegden (f). In een handschrift vind 
ik hem de olde genoemd; misschien is dit wel in 
onderscheiding van den bondgenoot. Hij en zijne 
vrouw overleden beide te Weidum ( J). 

1577. Sbbap vAif Galama, geboren den 25 Oc- 
tober 1528, zoon van Galo van Galama te Kou- 
dum , en Foek , of volgens anderen , Rinsk Hox- 
wier, was gehuwd met His, dochter van Sijds 
van Botnia en Bauk van Gamstra. Zij woonden 
op het slot Hoxwier te Mantgum , en hadden vijf- 
tien kinderen (*). Reeds bij de eerste verzettiug 
tegen de Spaansche dwingelandij in 1566, toonde 
hij , hoe af keerig hij was van slavernij en gewe- 
tensdwang (4). ïn dat jaar was hij een van de 
Gedeputeerden, die den Stadhouder onder het oog 
bragten , dat alle bewegingen onder het volk van 
Leeuwarden , zoo wel als van geheel Friesland , 
enkel ontstonden uit de vrees , den ingezetenen ver- 
oorzaakt door het aannemen van soldaten en het 
bezetten van het blokhuis in de stad. Zij verzoch- 
ten hem , het leven en de bezittingen der inwoners 
te beschermen tegen het geweld der krijgslieden en 
de benden in tucht te houden ; zoo de Stadhouder 
aan dit hun verzoek ^voldeed en de stad en het 
land van de vrees voor die benden verloste, be- 
loofden zij, hunnen eed, aan den Kom'ng gedaan. 



(^ Te Wat. Verb. d. Edel. 2 D. 266. (f) Wins. flist. 4- 
(S) Upc* ▼. Burm. Tab. Gen. Q Wapenb. Galama. Gen. 5» 
Te Wal. Verb. d. Edel. 2 B. 405. G) Te Wat. Verb. d. Edel. 
2 D. 407. 



BAARDERADEEL. 229 

gelrouw te zuÜen blijven (*). Op den 14 Decem- 
ber Tan heizelfde jaar was hij een der gedeputeer- 
den uit Westergoo , met eenigen uit Oostergoo Ie 
Leeuwarden bijeengeroepen, om eenen brief van 
de Grouvemanle te haoren voorlezen , in welken zij 
meldde , dat de Koning geene de minste verande- 
ring' in den godsdienst en de geheiligde zaken zou- 
de dulden , dat geen der eischen van de verbonde- 
ne Edelen in aanmerking zoude genomen worden , 
en dat de Raad vóór alle dingen zorgen moest, 
dat alle verbonden* zamenspanningen en bijeen- 
komsten geweerd vyierden(f). Over dit geschrift 
verbaasd, wendden de Slaten all«. mogelijk^iinid- 
delen - aan , om eenige verzachting daarin te ver- 
krijgen; doch te vergeefs. Zich vervolgens open- 
lijk tegen de Spanjaarden verklarende , was hij als 
Hopman, onder Lodewijk van Nassau , tegenwoor- 
dig in den veldslag van lemmingen in 1568. Dap-^ 
per gestreden hebbende , maar door het terugdein- 
zen der zijnen eindelijk genoodzaakt de vlugt te 
nemen , werd hij in de nabijheid van Graaf Lode- 
wijk , die ook op den terugtogl was , met eenige 
weinigen door eene groote bend^ vijanden vervolgd. 
Doch , al vlugtende bemerkende , dat de vijanden, 
door het driftig vervolgen uit elkander geraakt wa- 
ren , keert hij ^zich ijlings met zijne manschappen 
om , valt op de verstrooide bende aan , houwt 
eenige ruiters ter neder , en bekomt , met gpoot 
gevaar voor zich zelven en de zijnen , des vijands 
paarden en eenige andere goederen tot buit , waar- 
na hij zijne vlugt voortzet. Door Alva ingedaagd , 
doch niet verschenen, werd hij gebannen (J). Hij 

O Wint. Hbt. 72. (t) Win». Hisl. 73. (§) Charld. 
3D. 737. 



280 BAARDERADEEL. 

bevond uch in het leger der bondgenooten , het- 
welk in 1671 Stavoren innam, doch naderhand 
door de Spanjaarden verdrev^i werd^^). In het 
Yolgende jaar hielp hij Franeker toot den Prind 
yan Oranje in bezit nemen. Om op nieuw bij- 
stand van krijgsvolk te rerwenren , ontsag hij zich 
niet in den volgenden barren winter met nog drie 
metgezellen van Makkum naar Enkhuizen over zee, 
en vervolgens te land naar Haarlem tot den Prins 
te reizen. Met dit krijgsvolk wilden zij eerst Leeu- 
warden innemen, en vervolgens geheel Friesland 
op de zijde van Oranje brengen. Toen echter het 
gefaeele gevast in de volgende jaren weder in de 
magt der Spanjaarden begon te komen, oordeelde 
hij het niet meer veilig hier te vertoeven, maar 
nam de vhigt , .denkelijk naar Embden. Zijne huis- 
vrouw volgde hem zonder dienstboden , slechts 
door hare zeven kinderen vergezeld, en verdroeg 
alle wederwaardigheden van de reis en het verblijf 
in een vreemd land , met voorbeeldelooze standvas- 
vastigheid (f ). Na de vergiffenis, door Koning Fi- 
lips den 17 Juni) 1574 geschonken , schijnt Gala- 
ma al q>oedig 'in zijn vaderland teruggekeerd te 
zijn ; men vtndt hem op het jaar 1577 als eenen 
der onderteekenaren van eenen brief aan de Frie- 
sche afgevaardigden bij de Staten Generaal , waarin 
gemeld wordt , dat de verandering der regering in 
vele steden nog geen plaats had gehad , en tevens 
verzocht werd, dat de domeinen van den Spaan- 
schen Koning zouden mogen besteed worden tot 
afbetaling van 'slands schulden. Omtrent dien 



(♦) Gabb Verh. r. Leeuw. 539. (t) Jph. Car. de rcb. Catp. 
a Robl. 158. 



, BAARDERADEEL. 281 

veUdeu tijd werd hij door de Staten aangesteld tot 
Crrietman yan Baarderadeel en Hopman over een 
vaandel voetknechten. In 1679 was bij Gedepu- 
teerde Ylin de Frieache Staten « en den 6 Augustus 
Tan het volgende jaar werd hij Ontvanger van de 
ktoöstergoederen zijner . Grietenij* Hij was een 
voorstander van de Unie van Utrecht en teekende 
de meermalen gemelde rekwesten dienaangaande, 
alsmede dat tot wering van vreemdelingen uit de 
ambten. Hij overleed den 22 Januari) 1681 , in 
den ouderdom van bijna drie en tijftig jaren , op 
sijn slot Hoxwier te Hantgum en werd in de kerk 
van dat dorp begi^ven. Op zijn grafzerk las men 
bet volgend opschrift i 

Aspieis , hoe ttfmaki ne€nhat Serapias iUe 
Galama, Frisiad lomen honorqne soli, 

IUe inqaam patriae defensor strenans almae , 
Consiliis promptus belligsraqas mana,* 

Hostibus hostis erai « sineeras amicus amicis. 
Heu paaeos illi patria habet similes ! 

Zijne vrouw stierf den 8 Junij 1573 en was ter 
zelfder plaats begraven ('^). 

• 1581. HsNDAiK vAir BoTniA was Olderman van 
Franeker , en werd den 24 Februarij 1681 aange- 
steld tot Grietman van Baarderadeel. Ik heb noch 
in de eede noch in de andere betrekking iets van 
hem kunnen vinden, en veronderstel dat hy spoe- 
dig na zijne benoeming overleden is. 

1682« Ulbo van Aulva i zoon van Hobbe van 
Aijlva en Frouk Mockema , was gehuwd eerst met 



(♦) FrU-Nob. 103. 



282 BAARDERADEEL. 

Sjouk , dochter van Hobbe Heringa van Tjessinga 
te Hijlaard en Doed Eelsma, en had bij haar drie 
kinderen. Sjouk den 19 Maart 1589, in den ou- 
derdom van negen en dertig jaren, overleden lijn- 
de, hertrouwde hij aan Bintje Ozinga, bij welke 
hij een kind kreeg(*). Hij was blijkens de onder- 
teekening van het rekwest aan Rennenberg , een 
voorstander der Unie vau Utrecht (f). Van 1584 
tot 1608 vindt men hem meest als Yolmagt ten 
landsdage wegens zijne Grietenij (J). Den 18 Oc- 
tober 1610 deed hij afstand ten behoeve van zij- 
nen zoon, en overleed den 27 Augustus 1617 (*) 
op Tjessinga state te Hijlaard. Van 1597 tot 1600 
had hij , benevens zijne Grietenij , ook die van 
Hennaardeiadeel bediend {\). Zijne tweede vrouvy 
was in 1605 gestorven. 

1610. Hobbe vait Aijlva , zoon van den voor- 
gaanden en van deszelfs eerste vrouw, was gehuwd 
aan Frouk , dochter van Epo van Aijlva van Witmar- 
sum en Frouk van Aijlva , welke den 25 December 
1617, in den ouderdom van achtentwintig jaren 
overleden zijnde , hij hertrouwde aan Jetske Moc- 
kema ; bij de laatste vrouw had hij twee kinde- 
ren (*). Vóór zijne aanstelling als Grietman schijnt 
hij te Witmarsum gewoond te hebben , doch na 
zijne benoeming , welke den 9 November 161fr 
plaats had , betrok hij de state van zijnen vader , 
Tjessinga. In 1609 , 1620 en 1633 was hij Vol- 



(*) Wapenb. A^Iva. Gen. 7, Heringa Camstra. Gen. 8. Vriem. 
Ath. Frit. XLJJI. (f) Wras. 630. (S) Chartb. 4 D. 458seqq. 
5 D. 100 seqq. (^) Vriem. Atb. Frb. XLIIL (4.) Zie Poppe 
van Burmania, Grietm. v. Henn. (*) Wapenb. A^lva. Gen. 
7 en 8. 



BAARDERADEEL. 23$ 

magt ten landsdage (*) , en volgde als zoodanig de 
üjkstatie van Willem Lodewijk. Den 24 Maart 
1621 werd hij , in de plaats van den overledenen 
Jelger van Feitsma , tot Curator van de Franeker 
Academie benoemd. In 1640 vras hij Commissaris 
politiek bij de Sijnode te Leeuwarden, en komt 
aldaar voor onder den naam van oud-6rietman van 
Baarderadeel ; hg heeft dus afstand van de Griete- 
nij gedaan , en uit de benoeming van zijnen op- 
volger blijkt, dat dit het vorige jaar heeft plaats 
gehad. Hij overleed den 14 Junij 1645, in den 
ouderdom van drie en zestig jaren (f). 

1639. Epo vau Aijlva, geboren in 1612, zOon 
van Hobbe , hier boven gemeld , was gehuwd met 
Ansk , dochter van Botto ybu. Grovestins en Catha- 
rina van Dekama , doch had geene kinderen (§)• 
Hij woonde te Jellum. Eerst Grietman van het 
Bildt , bekwam hij door afstand van zijnen vader 
den 17 Julij 1639 de Grietenij van Baarderadeel. 
Lid van de Staten Generaal zijnde in 1640, werd hij 
in het volgende jaar metBoreel en Sonck in gezant- 
schap naar Zweden gezonden en sloot aldaar met 
den Rijkskanselier Oxenstiern een traktaat. Kort 
daarna werd hij tot Raad in het Hof van Fries- 
land benoemd (*). Hij overleed in dezelfde maand 
van hetzelfde jaar met zijnen vader , namelijk den 
24 Junij 1645. 

1640. Ulbo van Aijlva, door de benoeming 
van zijnen broeder Epo lot Raadsheer, den 16 Ju- 



{♦) Chartb. 5 D. 160 scqq. (f) Vriem. Alh. FrU. XLIY. 
(§) Wapenb. A^iva. Gen. 9. Groiutini Geu. 11. (^) Schelt. 
SUatk. Ned. 1 D. 40. 



234 BAARlXtaiAMSL. 

iij 1640 GrieUnM tan Baéfdeiadeel gewerden, 
was geboren in 1617 (*)^ en gehuwd met Hijlk, 
dochter tnti Ëij0o tan Lij^klama en Jel Osinga(f )^ 
bij wt^tke hij tier kitidereh had. Zij woondea te 
Witma»uttié Hij bediende wdgms Friesland dé 
üie^e stadtsMmmisd^ (5). * Den 8 Apnl 1647 
t«tttissield^ hij de Grietenij Baarderadeel met die 
yüh tf Onseradeei ^ en stierf in deü bloei tan %qÉk 
leVèn hl 1652. 

1647. TjAtLiira tAir SiXha , moet toorteker de- 
zelfde zijn , dié troegef Kapitein , en , tolgens bet 
Wapenboek tan Ferwcrda , Commandeur te Emb- 
den tras ; dan ttas hij de toon tan Douwe tan 
Shnna en Sjouk tan A^lta, broeder ttdi Doutte 
en Agge , beide Grietmannen tan Mrradeél Q. 
Eenige ttrist CHtit^aan zijnde oter de ttettigbeid 
der stemming bij zijne benoeming lils Grietman , 
tterd er eene commissie uit de Staten benoemd om 
zulks te onderzoeken, met dat getolg, dat zijaé 
benoeming is afgekeurd , én betonden dat Domini- 
cu» Justus van Bdtnia de meeste wéitige stemmen 
op fcich vereeüigde , ttaarom dus Si^ma de becUé^ 
mng treder móest laten t Aren (-}.). 

1648. lOotftiriótrs Jüsi^s tABr Bothia , zoon tan 
Düco tan Botnia, Grietman tan Wijmbritseradeel , 
was gehuttd met Geertruid Meckema , zijne tolle 
nicht tan taders zijde, bij tvelke bij eene dochter 
had ('^). Hij ttoonde öp fflammema-state te Jél- 



(*) Schelt. Staalk. Ned, 1 <D. 43. (+) SUmb. v. Adel. 
(§) dchelt. Seiuitk. üed. 1 D. 43. (^) Wapeiib# Siima. Gen. 5. 
(4) Staatsresolutien Taa Frtesl. 1647. (*) Upo. v. Burm. Tab. 
Gen. 



BJIARDISRADEEL. 235 

lum {*)4 De «temming van zijnen yoorganger niet 
wel bevonden i^nd^ , legde hij den 4 Februarij 
1648 den eed als Grietman af. In 1651 was hij 
lid van de Stalen (f) en overleed in 1660(5). 

1660. DouwB AïJLvA VAK LöOj voorzeker een 
zoon van Arnold van Loo , Luitenant Kolonel , en 
His Heeter van Aijlva (*) , was getrouwd met Hele- 
na van Bolnia, eenige dochter van zijnen voor^ 
ganger(^). In den krijgsdienst zijnde, werd hij 
den 19 Augustus 1658 Ritmeester , doch na den 
dood van zijnen schoonvader, den 4 Mei 1660, 
Grietman van Baarderadeel. Hij was ook Raad 
ter Admiraliteit van het Noorderkwartier , en van 
1659 tot 1665 Volmagt ten landsdage («). Hij 
overleed den 13 Hei 1669, in den ouderdom van~ 
dertig jaren (f). Zijne weduwe hertrouwde aan 
W^tze van Burmania , Kolonel bij de Infanterie (§)• 

1669. EaKST Mockbikia. vaut HARiiaHA thoe Stoo- 
TXH, zoon van Petrus van Harinxma thoe Slooten,. 
Raadsheer^ en' Susanna van Burmania, 'wasr 
getrouwd met Tjemk van Scheltema (*) , denke- 
lijk eetie dochter van Frans van Scheltema en 
Riict van Roorda en dus zuster van Feijo van Schel- 
tema , Grietman van KoUumeriand {\) , en had bij 
haar drie kinderen. Hij werd voor de eerste maal 
tot Grietman aangesteld den 2 Julij 1669 , stond 
zijn ambt den 20 October 1701 aan zijnen zoon 

(♦) Geo^r. Woordb. 52. (f) Charlb. 5 D. 532. (§) Geogr. 
Woorclb. t. a. p. (^) Wapenb. AyWa. Gen, 10. (J.) Üpc. ▼, Burni. 
Tab. Gen. (*) Charlb. 5 D. 617 «eqq. (f) Wapens in de 
Groote kerk te L^eawarden. (§)^ Upc. V. Burm» Tab. Gen. 
(^ ) Wapenb. llarinxma fboe fillooten. Gen. 11. alwaar hij eTcn- 
Wel geen Mockema genoemd wordt. (4-) Familicaant. 



236 BAARDERADEEL. 

af,/ en aanvaardde hetzelve na diens overlijden we- 
der den. 30 Maart 1708. De teregtzittingen , wel- 
ke voor Baarderadeel te Jorwerd gehouden wer- 
den , bragt hij van daar naar Weidum over (*). 
In 1689 was hij lid van Gedeputeerden en Gom- 
missaris politiek bij de Sijnode te Leeuwarden. 
Het vorige jaar was hem octrooi verleend tot het 
aanleggen van eenen trekweg van Leeuwarden 
naar Weidum (f). 

1701. PlBTSa EÓZA&D VAK HAmNXMA THOB SlOO- 

TBn , zoon van den voorgaanden (J) , en door des- 
zelfs afstand Grietman geworden , kreeg verlof om 
zich tot voortzetting zijner studiën een paar jaren 
buiten de Grietenij te mogen ophouden, welke zijn 
vader midderwijl als Substituut bleef bedienen. Hij 
bleef ongehuwd. In 1700, bij het nemen van de 
resolutie tot invoering van den verbeterden Juli- 
aanschen stijl , was hij lid van de Staten van Fries- 
land (*)• Hij overleed als lid van de Staten Gene- 
raal , op hel onverwachtst te 's Gravenhage , den 
11 Fehruarij 1708, en werd te Waaxens bijgezet. 

1708. EansT Mogkbma vait Hariicxha thob Sloo- 
TBK, reeds vermeld op 1669, deed in 1722 op 
nieuw afstand van de Grietenij. 

1722. Habs Willbm van Aijlva, zoon van 
Tjaard van Aijlva, Grietman van Wonseradeel, 
bleef ongehuwd (J.) , en woonde op Thetinga-state 
te Wieuwerd , welke hij van Graaf Maurits van 

(♦) Geogr. Woordb. 64. (f) Chartb. 6 D. 137. CS) Wapenb. 
Harinxma. Gen. 11. («) Chartb. 6 D. 341. (4*) Wapenb. 
A^ka. Gen. 11. 



BAARDERADEEL. 237 

van Nassau, Veldmaarsclialk , had gekocht, en 
waarop vroeger Anna Maria Schuurmans was ge- 
storven (*). Den 15 ^ December 1714 Raad in hel 
Hof van Friesland geworden (f) , bekwam hij den 
6 Januarij 1722, door afstand van Harinxma hier 
boven genoemd , de Grietenij van Baarderadeel. In 
1728 was hij lid van Gedeputeerden, en in 1731 
Historieschrijver van de Provincie. Hij overleed in 
December 1733 te Leeuwarden , aa^ eene langdurige 
uitterende ziekte , in den oudetdom van acht en 
dertig jaren, en werd te Hichtum begraven (§)* 

1734. Tjaard van Aulva , zoon van Corneli» 
van Aijlva , Grietman van Wonseradeel , was den 
21 November 1756 gehuwd met Juliana Agatha, 
geboren den 28 September 1731 te Rinsumageest , 
dochter van Johan Sicco , Baron thoe Schwartzen- 
berg , 'Gouverneur van Namen , en Elisabelh Hele- 
na van Camstra (*). Zij woonden op Aijsma-state te 
Hichtum (I). Den 7 Mei 1734 Grietman van Baar- 
deradeel geworden , verkreeg hij , na den dood 
van zijnen vader, den .9 Maart 1747, de. Grietenij 
van Wonseradeel. Hij is geweest Dijkgraaf van de 
Vijf deelen en van Wonseradeels zuider zeedijken , 
gecommitteerde in het Mindergetal , lid van de Sta- 
ten generaal (*) , en Gezant aan verscheidene Duit- 
sche hoven. In Maart 1 747 werd hij Curator van 
de Franeker Academie (f) , en overleed tien jaren 
later (11 September 1757), in het vijf en veertigste 



(*) Geogp. Woordb. 129. (f) Naamr. der Rad. van 't Hof. 52. 
(§) Naamr. d. Rad* f. a. p. («) Wapenb. A^Iva. Gen. 12. 

(4.) Geogr. Woordb. 47. (*) Wapenb. t. a. p. (f) Vriem. 
Ath. Fri«. CIK. 



288 BAARDERMffiEi. 

jaar djns ouderdoms, Qa^ nog geen jaar getrouwd 
4e zijn geweest. 

1747- Hahs Willbm, Baron vak Aijlva, door- 
gaans de gouden A^Iva genaamd , doch onbekend 
om welke red«i (*) , wag de zoon van Hans Wil- 
lem van Aijlva, Grietman van Westdongeradeel , 
en gehuwd met Anna Gatharina Rumph , bij w€lke 
hij eenen zoon had (f). Tot Grietman aangesteld 
den 11 Apnl 1747, ontstond er, twee jaren la- 
ter, een groot verschil tusschen hem en de ingeze- 
tenen van zijne Grietenij , wegens een , door hem op- 
gemaakt, ontwerp van hetgeen jaarlijks uitderfee&- 
kosten zoude moéten strekken tot traktement van 
den Grietman , zoo hoog loopende , dat de Erfstad- 
houder genoodzaakt werd zich die zaak aan te 
trekken (§). Aijlva was , behalve Grietman , Gede- 
puteerde in den Raad van State, Dijkgraaf van de 
Vijf deelen en Meesterknaap van het Jagtgeregt van 
Friesland* Hij stierf te 'sGravenhage den 9 Junij 
1761 (i)* In een handschrift vind ik, dat hij opk 
Kapitein is geweest. Zijne weduwe hertrouwde 
aan Jacob Adriaaa Du Tour, Grietman van het 
Biidt(4.). 

1752. EaifST FaANs vah Aijlva ^ zoon van Hea- 
«el Douwe Ernst van Agiva, Grietman van West- 
dongeradeel, woonde op Dekama -state te Jorwerd, 
en huwde den 27 Junij 1756 met Hobbina Eme)iïi 
Juliana , dochter van Hobbe Esaias Ulbo van Unia , 
Kapitein, en Juliana Dorothea van Unia, bij wel- 

(*) Chalmat, Bui^rapliisch Woordb. 1 B.389. (f) Wapeab. 
A^va. Gen. 13. CS) Nederlandscbe Jaarboeken. Sepl. 1749* 
(^) Wapenb. t. a. p. (+) Wapenb. l?u Tour. €^n. 7. 



J^Jif^mfiAJ)ml. 239 

ke hij twee zonen had(*). Hij, werd in 1751 tot 
Toimeboeijer , en in het volgende jaar (den 4 Ju- 
lij) tot Grietman b^noepid* In 1753 was bij hd 
van de Admiraliteit in Noordholland (f). ïich als 
zoogenaamde volksvriend tegen het hiU3 v^n Ora^e 
verzet hebbende , moest hij by de omwenteling, vain 
1787 het land verlaten, ei| stierf gi^durende de on- 
lusten te St. Oiper{§). 

1788. Haks Willem Bakon van Aijlva, zoon 
van Hang Willem hierboven op 1747, wa* ge- 
huwd met Cornelia van Brakel, en had bij haar 
een kind. In 1780 Grietman van het Bildt, 
verwisselde hij deze Griei^ij met die van Baar- 
deradeel ink 1788, welke hij in 1795 moest verla- 
tent Hij wa* Heer van Waardenburg, Neerij- 
nen en Warmenhuizen. Na de omwenteling van 
1813 werd hy doo^ den Koning benoemd tot 
Grootkruis der orde van den Nederlandsqhen leeuw r 
Opperbofmaarschalk en lid van de ï^erste Kamer 
der Staten Generaal Hij was lid van de Ridder- 
9chap van Friesland , en overleed te '? Gravenhage » 
d^p 29 December 1827 , in den ouderdom van z^st 
en a^eventig jaren en drie maanden. 

HENNAARDERADEEL , 

in sommige oude stukken ook wel Ooslerënderadeel 
genoemd (*) , is de vijfde Grietenij van Westergoo en% 
glanst ten noorden aan Franekeradeel , ten noord- 
oosten aan Menaldumadeel , ten oosten aan Baarn, 



(•) Wapenb. Aglva. Gen. 13. ünia Gen. 12. (f) Vriem. 
Ath. Fris. Cl. (§) Chalm. Biogr. Woordb. 1 D. 387. (*) Ghartb. 
1 D. 742. 



240 HENNAARDERADEEL. 

deradeel , ten zuiden aan Wijmbritseradeel en ten 
westen aan Wonseradeel. Dezdve be^at twaalf 
dorpen , als : Hennaard (waarvan de Grietenij te- 
genwoordig haren naam heeft) , IJtens , Lutkewie- 
rum , Oosterend (hetwelk denkelijk oudtijds het 
Yoomaamste was , en daarom den naam aan het 
geheele Deel gaf), Waaxens, Kubaard, Wom- 
mela, Hijdaard , Weisrijp , Baijum , Spannum en 
Edens. 

GRIETMANNEN VAN HENNAARDERADEEL. 

1426. SiEKK Mellbma was een van de scheids- 
mannen, die in 1439 en volgende jaren door de 
Overheid benoemd werden om de Schieringers en 
Vetkpopers, toen weder -met verdubbelde woede 
op elkander aanvallende, te verzoenen, en had 
na vele onderhandelingen , liet geluk daarin te sla- 
gen. Hij behoorde tot de Schieririgsche partij , doch 
was een bezadigd en vreedzaam man (*) , en schijnt 
ten tijde van het opmaken dezer verzoenings-kon- 
trakten in Oostergoo gewoond te hebben , zoo na- 
melijk de hiergenoemde Grietman dezelfde is met 
den scheidsman , waaraan ik geene reden heb te 
twijfelen. 

1450. JiaiGH VIN HoTTiNGA was de zoon van 
Epo a Kêe van Hottin^a van Nieuwland, en klein- 
zoon van Jarich a Kee, in 1417 Grietman van Fra- 
nekeradeel. Hij was gehuwd met Swob , dochter 
van Douwe Aijlva van Sjaerda en Edwer Sjaerda, 
te Franeker , en had bij haar vijf kinderen (f). Hij 



(*) Focke Sj. Hist. Jaarb. 190, 249, 257. (f) SUmb. ▼. 



HENNAARDERADEEL. 241 

woonde te Womtnels , en onderteekende in zijne 
kwaliteit als Grietman, eene ferdban van zeven 
pondematen lands» gelegen te Baijum(^). 

1453. HoTSB vAir Donia was Je zoon van Sierk 
van Harinxma en Auck van Donia te Oosterend. 
Zijn vader had den naam van Donia aangenomen , 
om zich de erfenis van Donia-state te verzekeren. 
De vrouw van Hotse schijnt geweest te zijn Aijl 
Juckema , en hij geene kinderen nagelaten te heb- 
ben (t). 

1487. WiJBS SiJBRAifTSzooir Fbddrixha komt 
voor als Grietman van Oosterenderadeel in een ver- 
bond van den 28 Junij 1487 , tusschen de steden 
en deelen van Westergoo (§). 

1513. TjALLina VAN BoTiriA is reeds vermeld op 
Franekeradeel. 

1522. SiBRK VAN Donia (;^). Bij Ferwerda ko- 
men drie Donia's met den voornaam van Sierk of 
Sirck ter zelfder tijd voor ; de eerste , zoon van 
Agge , dè tweede , van Kempo te Hemelum , en de 
de* derde , van Sirk van Donia van Donia-state te 
Oosterënd (J.) ; ik veronderstel , dat onze Grietman 
deze laatste is, omdat ik in een handschrift vind, 
dat ook hij te Oosterënd woonde. De naam zijner 



Adel. Zoo komt het mjg althans voor ; de gedruk(e Naamlgst 
heeft Jarich Epo-zoon te WommeU op 1400 , doch dit is den- 
kelijk, een misslag, ontstaan uit eene verkeerde lezing Tan het 
jaartal op de hieronder a. p. yan Schotanus. Q^) Schot. br. 
en doe. 124. (f) Wapenb. Harinxma Donia. Gen. 3. ( j) Charlb. 
, 1 D. 742. (^) Niet genoemd in de gedrukte Naamlijst. (4-) Wa- 
penb. Harinxma v. Donia. Gen. 4. 

16 



242 HENNAARDERADEEL. 

vrouw was ten Indijck van Kampen f *); bï) had 
seven kinderen (f). Hij bevond xich met Popke 
Ruijrdts , Grietman van Idaarderadeel « en meer ande- 
ren , in 1522 met denGraaf vanMeurs teSneek, en 
was dtis6elder8chgezind(p. De overige daden, door 
éénen Sierck van Donia verrigt , en voorkomende 
bij Winsemius(*) en Schotanus (4-) » durf ik aan hem ,. 
wegens bovengemelden twijfel , niet toeschrijven. 

1627. Jarigh VA9 HoTTiicGA was de zoon van 
Hero van Hottinga en Tiets van Harinxma thoe 
Heeg, en trouwde met Eelk Heslinga (*). Hij be- 
toonde zich zeer ijverig in den dienst van den 
Hertog van Saksen, onder anderen door met Hes« 
sel van Martena en de Franekers in 1496 Harlingen 
voor hem in te nemen ; ook was hij twee jaren la- 
ter bij den togt naar Bergum met Douwe Rod- 
meffsma , Grietman van Franekeradeel ; tot beleo- 
ning kreeg hij zitting in het nieuw opgerigt Hof (f)» 
Hij behoorde in 1516 onder de meergemelde zestig 
Edellieden , die den eed van huldiging aan Karel Y 
aflegden (§). In hetzelfde jaar was zijn huis te 
Wommels door eene Geldersche bende belegerd en 
bij verdrag ingenomen, bij welke gelegenheid hij 
in het kleed van eenen Saksischen soldaat ontsnap-, 
te(*). Aan het hoofd der ingezetenen van zijne 
Grietenij was hij bij het leger van Goslick van Jon- 

(») SUmb. ▼, Adel. (f) Wapenb. t. a. p. (§) Oud en 
nieaw Sneek 62, waar bg alteen Burgemeester van Sneek ge-- 
noeóid wordt ; doch in de Krongk Tan Pieter Tan Thabor in 
't Arch* T. Visser en Amersf. 3 st. 287^ wordt h'ij uitdrukke* 
*l^k Grietman Tan Hennaarderadeel en Burgemeester Tan Sneek 
gebeeten. ( J 403 , 477. (+) 620. (*) üpc. t. Burm. Tab. 
Gen. (f) Gabb. Verb. t- Leeuw. 197 , 239- (J) Occ ScarL 
404. (^) Wins. 422. 



HENNAARDËRAMEl . 243 

gema , hetwelk in 1523 Bol^ward belegerde en de 
stad uit naam van den Keizer opeischte (*). Zijne 
vrouw overleed in 1545 (f). 

1533. Attb van Febhija, wonende op Fernija- 
slate , bij Minnertsga , was gehuld met His Sotin- 
ga(S). Hij behoorde tot de zestig Edelen in 
1515 (*) en was in 1559 overleden; want op dat 
jaar wordt Sjoerd Andla voogd zijner kinderen 
genoemd (1). Zeer waarschijnlijk is Atte van Fer- 
nija , de door Alva gebanne/i bondgenoot , een 
zoon of kleinzoon van hem geweest (''). 

1544. Watzb van Roorda , voorzeker de zoon 
van Joan van Roorda au Lambel en Anna Tite- 
nta, gezegd Hankema, was gehuwd» eerst met 
Hijlck , dochter van Taco van Roorda au Lambel 
en Wik Walta , en voor de tweedemaal aan Ansk 
Botnia , bij welke laatste hij vier kinderen had « 
die , vóór hem overlijdende , hem erfgenaam Ue- 
ten (f). Hij was Doctor in de Regten , en werd 
in 1539 door de Staten naar d6 Gouvernante ge- 
zonden (§). Hij en zijnte vrouw stierven beide in 
het jaar 1547 te Kubaard (*). 

1550. SïERK VAN DoNiA, wonénde op Do<ua-8tay 
te te Oos|e?end , was de zoon van de» hier bor 
vengemelden Sierk van Donia»; en gehuwd i eerst 
met Sjoukd), dochter van Douv^fe Douma van 



(*) Occ. Scarl. 458. (f) Upc. v. Burm. Tab. Gen. (S) Te 
Wat. Verb. d. Edel. 2 D. 397 in de noot. (*) Occ. Searl. 404. 
C4.) Te Wat t. a. p. (*) Aid. en CtiaTtb.'3rD 739** (t)Wi^ 
penb. Roorda au LambeU Gen 7. ($> Chartb. 2 D..96<r» 

(♦) Wapenb. t. a. p. (4.) Wapénb. Hdvinxma DoMfci ,Gon*; 5*-: 

16* 



244 HENNAA{a)£RADEEL. 

Oenema en Jel van Jongema , en voor de tweede- 
maal met His Elings of Elinga , volgens anderen 
Meshom , eene onadellijke (*). Hij had bij de eer- 
ste vrouw twee en bij de tweede vrouw vijf kin- 
deren {f). Op den dikwijls gemelden landsdag van 
17 Januarij 1650, komt hij voor als Grietman en 
medegevohnagtigde van Hennaarderadeel (§). Met 
Seerp van Galama, Grietman van Baarderadeel , 
was hij in de commissie , welke in 1666 den Stad- 
houder verzocht , het aanwerven van soldaten en 
het bezetten van bet blokhuis te staken , en be- 
hoorde dus voorzeker tot de vrijheidsgezinde par- 
tij , waarvan hij echter geene groote bewijzen heeft 
kunnen geven, daar hij reeds in 1669 overleed («)» 

1570. Oene vAir Wijtsma is reeds vermeld op 
Dantumadeel. 

1676. Roblaud van Aghbleüt is mede reeds ge- 
noemd op dezelfde Grietenij. 

1677. ÜPKE Talluh, zoon van Douwe Tallum 
en Hglk Geersma , was driemaal getrouwd , eerst 
met Haök, dochter van Hette Rheen en Jilduw 
Hoitema, ten tweedenmale met N. Sikkema, en 
voor de derdemaal met N. Gerrits; bij de eerste 
vrouw had hij eene dochter (|) ; of hij meer kin- 
deren had, is mij onbekend. Zeer Spaanschgezind 
zijnde , was hij een tegenstander van de unie van 
Utrecht in 1570 (^), doch moest kort daarop Jiet 



(») Wapenb. t a. p. Stamb. t. Adel. (f) Wapenb. t. a. p« 
Stamb. ▼• Adel. geeft hem b j elke Trouw zet kinderen. ( J) Chartb* 
8 D. 185. (^) GeógT- Woordb. 92. (4.) GetlaohtL van R. ¥. 
Solcama , Stamb. ▼. Adel. (*) Wint. 630* 



HENNAARDËRADEEL. 245 

land yerlaten , en werd hethaaldelijk ingedaagd , 
om zich te komen verantwoorden ('^). Hij verscheen 
evenwel niet en werd gebannen; vervolgens werd 
hij Luitenant onder den Hopman Dekama » en be- 
gaf zich ^ndelijk in 1584 met der woon naar ZuU 
fen , waar hij nog in hetzelfde jaar is vermoord (f). 

1680. PoppE VAir Bv&MAiriA, zoon van Bocko 
van Burmania en Frouk van Heemstra, was ge* 
huwd met Clara , dochter van George Frauwenho- 
ven , die ook Froenhoven genoemd word , en Bar- 
bara van Grombach, en had vier kinderen (S)*. Hij 
woonde op ünga-state te Edens(^). Tegen het uit- 
gebragt gevoelen van sommige gecommitteerden zij- 
ner Grietenij , wier volmagt hij als onwettig ver- 
wierp , stemde hij , uit naam van de ingezetenen 
van Hennaarderadeel , vóór de Unie van Utrecht (|). 
In 1595 was hij nog Ud van de Staten {*) , doch 
schijnt omtrent twee jaren later gestorven te zijn , 
daar Ulbo van Aijlva, Grietman van Baarderadeel , 
den 18 April 1597 door Gedeputeerden werd aan- 
geschreven , om bij provisie het Grietmansambt van 
Hennaarderadeel , opengevallen door het overlijden 
van Poppe van Burmania , als naaste Grietman te 
bedienen 9 tot dat er, na voorafgegane nomina* 
tie, door de ingezetenen, een andere benoeind 
was (f). 

1600. BocKO vAir Buumaicia , zoon van den voor- 
gaanden en op dezelfde state wonende , was gehuwd , 



(*) Chartb. 4 D. 160, 178 , 192. (f) R- ▼• Solc. Consc. 
Exal. {§) Wapenb. Burmania Gen. 9. U) Geogr. Woordb. 29. 
(+) Chartb. 4 B. 27. (♦) Charlb. 4 D. 877. (f) Wapenb. 
Burmania Gen. 9. 



246 HENNAARDERADEEL» 

eerst met Frauk» dochter yan Upco van Burroania 
en Bints yan Roorda , en had bij haar vijf kinde- 
ren; doch deze in 1629 te Edens overleden zijnde, 
hertrouvirde hij met Ursula vaïi Roorda en had bij 
dezelve twee kinderen ("^j. Den 4 Julij 1602 werd 
hi^ D^kgraaf , en kreeg den 29 Januarij 1614 zit- 
ting in het Gollegie van Gedeputeerden. In het 
volgende jaar was hij wegens de Staten in de 
commissie tot het introduceren en beëedigen van de 
nieuwe regeringspersonen der stad Franeker (f). 
De lijkstatie van Graaf Willem Lodewijk volgde 
hij als lid van de Staten wegens Westergoo(§). Hij 
was ook lid van de Admiraliteit te Dokkum. 

1629. DvGO vAir Jobgkma. is reeds vermeld op 
FranekeradeeL 

1639. Sicco viN G&ovESTiHs , zoon van Idsard 
van Grovestins en Fransk van Jongema , vyas ge- 
huwd met Hargaretha , dochter van Jarich van 
Gammingha en Jetske Mockema , en had drie kin- 
deren (*). Den 24 Januarij 1639 Grietman gewor- 
den , verwisselde hij deze waardigheid met die van 
Raad in het Hof van Friesland in 1648 (4). Yan 
1640 tot 1647 was hij Yolmagt ten landsdage ("^j. 
Hij overleed den 16 September 1665, aan eene he- 
vige koorts, en is den 28 daaropvolgende, in de 
kerk te Dronrijp, in welk dorp hij zijne buiten- 

(*) Wapenb. Burmania Gen. 10 en 11 ; de ouders yan de 
tweede vrouw >Torden aldaar niet gevonden , of zg moet geweest 
zijn Ursel , dochter van W^bren van Roorda van Genum en 
Tietke Scheltema-, en weduwe van Ppppe FeiUma van Deinqm. 
(t) Chartb. 5, D. 218. (S) Wiw. 905. (^) Wapenb. Grou- 
4tin». Gen. 11. Cammingha. Geo. 9. (+) Kaamr. der Rad. 41. 
(*) Chartb. 5 D. 454 volgg. 



HENNAARDERADEEL. 247 

^woning op het zoogenaamde Roodhuis had^ begra- 
ven. Zijne Trouw beeft bem overleefd (*). 

1647. OtiTB VAir GaovBSTiicSy broeder van den 
vooi^aanden , en door afstand van dezen den 22 
Januarij 1647 Grietman geVrorden, was gebuwd 
met Idsk van Hottinga , bij welke bij twee kinde» 
ren bad (f). Hij woonde te Wommels^J)» Voor 
zijne benoeming ald Grietman was bij Kapitein. In 
1648 komt bij bet eerst voor als Yolma^t ten lands-* 
dage , en teekende de resolutie , waarbij aan den 
Grietman van Dantumadeel octrooi werd verleend 
tot bet maken van eenen trekweg van Klaarkamp- 
fiterbrug tot aan Rinsumageest (a). Als lid van Ge« 
deputeerden onderteekende bij in 1659 eene akte, 
inboudende verklaring, dat door den Magistraat 
van Leeuwarden was afgestaan M'. Jans Scbool of 
Kapel» om dezeWe te gebruiken tot eene Franscbe 
keik (4*). Hij deed in 1671 afstand van de Griete- 
nij ten beboeve van zijnen zoon , docb werd tot 
deszelfs Substituut aangesteld, denkelijk om diens 
minderjarigbeid. Grovestins state , een vierde uur 
ten westen van Bergum , beboorende onder Harde^ 
garijp, waar van de toren voor eenige jaren is 
afgebrand , kwam bem in eigendom toe ; bij beeft 
dezelve in 1676 verkocbt aan Willem van Yiersen , 
Raad in het Hof van Friesland. 

1671* Edzakd vait Gaovestins, zoon vanOene, 
was gebuwd met Orsel , dochter van Feijo van 
Burmania en Sjouk Hania , en bad bij baar vier 

{*) Naamr. d. Rad. 41* (t) Wapenb. GroustiiM. Gen. 11. 
(S) Geogr. Woordb. 138. («) Chartb. 5 D. 509. (|) Gbartb. 
^ D. 622. 



248 HENNAARDERABEEL. 

kinderen (*). Hij woonde te Wommels, en werd 
den 21 November 1671 aangesteld tot Grietman; 
evenwei heeft zijn vader voor eenigen tijd voor 
hem het ambt waargenomen. Den kerktoren te 
Oosterênd, door den bliksem gescheurd zijnde, heeft 
hij, volgens een opschrift aan denzelven, in 1688 
weder laten herstellen (f). In de staatstukken vindt 
men zijnen naam geteekend £• v. Grovestins (^) , 
in onderscheiding van den Grietman van Menaldu- 
madeel, die zich gewoonlijk Edz. thoe Grovestins 
onderschreef, zoo ais wij boven zagen. Hij deed 
in 1706 afstand van de Grietenij. 

1706. Idzard van Sminia , geboren den 31 Ja- 
nuarij 1689 , was de zoon van Hobbe Baerdt van 
Sminia , oudsten Raadsheer in het Hof van Fries- 
land , en Tetje Gerrpltsma ; hij trouwde den 6 Mei 
1714 met Tjallinga Edonia , geboren den 14 April 
1690, dochter van Tjalling Edo Johan van Eijsin^ 
ga en Sijts Aebinga van Humalda , en had bij haar 
negen kinderen (*). Zij woonden te Wommels (4). 
Den 25 Maart 1706 tot Grietman aangesteld,, was 
hij lid van Gedeputeerde Staten in 1734, en legde 
als zoodanig zijnen welkomstgroet af bij Prins Wil- 
lem IV en zijne gemalin , bij deszelfs meergemelden 
intogt. Hij overleed den 22 Junij 1754, in den 
ouderdom van vijf en zestig jaren, en werd te Wom- 
mels begraven bij zijne vrouw , die lang voor hem 
gestorven was , namelijk den 27 Julij 1733. 



(*) Wapenb. Groustint. Gen. 12. Burmania. Geo. 12. 
(t) Naamr. v. Predik, in de klassis van Bolsward en Workum. 52. 
C§) Chartb. 5 D. 1129 volgg. 6 D. 121 volgg. (^) Wapenb. 
Sminia Gen. 10* Ejsinga Gen. 10. (4.) Geogr. Woorb« 138. 



HENNAARDERADEEL. 249 

1754. Tjalling Aedo yahShinia, zoon yanden 
Yoorgaanden , geboren den 18 Junij 1716, bleef 
ongehuwd. Tot Grietman verkozen den 24 Sep- 
tember 1754, overleed hij den 5 Julij 1767 (*). 

1767. BiniTBRT Philip Abbiicga vait Humalda , 
zoon van Frans Binnert Aebijnga van Humalda en 
Clara Feijona van 6rovestins« was in 1753 gehuwd 
met Gatharina Johanna , geboren den 19 Junij 1721, 
dochter van Idzard van Sminia hierboven gemeld, 
en had bij haar vier kinderen (f). Hij woonde op 
Hobbema-state te Dronrijp (J). Vroeger was hij in 
den krijgsdienst en had den rang van Luitenant 
Kolonel bij de Kavallerij. In 1767 werd hij Griet- 
man. Zijne vrouw overleed den 4 October 1-758 
en werd te Dronrijp begraven (*). 

1791. Idseat Abbinga vaic Humalda, oudste 
zoon van den voorguanden, en geboren den 12 
September 1754 te Leeuwarden, was in 1785 ge- 
huwd met Isabella Boreel , dochter van Jacob Bo- 
reel van Haersma , Rentmeester der domeinen in 
Friesland, en van Anna Henrietta van Svrinderen, 
uit Groningen. In 1780, spoedig nadat hij als 
Doctor in de Regten de Academie te Franeker ver- 
laten had , werd hij aangesteld tot Raad in het 
Hof van Friesland , welke waardigheid hij in 1791 
met die van Grietman van Hennaarderadeel verwis- 
selde. Als ijverig voorstander van het huis van 
Oranje was hij 1795 genoodzaakt zijn vaderland ^ 
te verlaten, en met dat Huis d.e ballingschap in 



{*) Wapenb. Smiaia Gen. 11. (f) Wapenb. Aebinga y. Hu- 
malda. Geo. 10. Sminia. Geo. 11. (§) Tegenw. Staat v. Friesl* 
XV D. 155. (41} Wapenb. Sminia t. a. p. 



250 H£NNAARD£RAD£EL. 

vreemde landen te deelen. Tot 1806 woonde hij 
te Leer in Oostfriesland , en keerde toen naar Wom- 
niels terug, waar hij ambteloos leefde, tot dat 
hem in 1811 door de Fransche regering de post 
van Maire over die gemeente werd opgedrongen. 
Bij de gelukkige omwenteling van 1813 werd hij 
tot Gouverneur van de Provincie Friesland aange- 
steld , en bleef dien post tot in 1826 waarnemen » 
in welk jaar hij zijn eervol ontslag verkreeg, en 
tot Staatsraad in buitengewonen dienst werd be- 
noemd. Behalve dat , was hij Commandeur van 
de Orde van den Neder landschen Leeuw, Lid en 
Voorzitter van de Ridderschap van Friesland , Cu- 
rator van 's Rijks Athenaeum te Franeker, en lid 
van verschillende geleerde Genootschappen. Niet 
alleen als staatsman, maar ook als geleerde, voor- 
al wat aangaat de Friesche geschiedenis en oud- 
heidkunde en al wat daartoe betrekking heeft , was 
hij bekend. Hij overleed den 21 Februarij 1834 
te Leeuwarden en werd te Dronrijp begraven» Zij- 
ne vrouw was reeds vier jaren na haar huwelijk 
:gestorven , zonder kinderen na te laten (*)• 

WONSERADEEL. 

De zesde Grietenij van Westergoo was voormaals 
in twee deelen verdeeld en had ook twee Griet- 
mannen, den Binnendijkster en Buitendijkster Griet- 
man genoemd, doch is onder de Saksische ea 
Bourgondische regering onder één hoofd gebragt(f). 
Dezelve grenst ten noorden aan Franekeradeel en 

(*) Wapenb. Aebioga v. fiumalda. Gen. 11. Haersma. Gen. 8» 
Mengelwerk tan de Leeuwarder Couranl 1834. N».18. (f) Scha* 
tanus f Beschrijving vao FrietUad 212* 



WOJVSERADEEL. 251 

Barradeel, ten oosten aan Hennaarderadeel , ten 
«uidoosten aan Wijmbntseradeel , ten zuiden aan 
Uemelumer Oldephaert en Noordwolde , en ten wes- 
ten aan de Zuiderzee , en bevat zeven en twintig 
dorpen , als : Arum , Allingawier , Burgwerd , Gorn- 
werd , Dedgum , Exmorra , Engwier , Gaast , Fer- 
woude, Greonterp, Hartwerd, Hichtum, Hieslum, 
Idzegahuizen , Kimswerd , Lollum, Longerhou , Mak- 
kum, Pingjum, Parraga, Piaam, Schettens, Su- 
rich , Scbraad , Tjerkwerd , Witmarsum en Wons , 
(waarvan de Grietenij deszelfs naam ontleend beeft , 
wordende in oude tijden dit dorp Woldens, en 
toen ook de gebeele Grietenij Woldenseradeel ge- 
noemd,) benevens Oude- en Oegeklooster. 

GRIKTMANHEN VAN WONSERADEEL. 

1420. Hangk Onminga en Elbka Gast komen 
voor als Grietmannen van Woldzeradele (Wons^ra* 
deel) in eene ferdban wegens Sijbalda goederen van 
het jaar 1420 (*) ; de eene is voorzeker de Buiten- 
dij kster, en de andere de Binnendjjkster Grietn^an 
geweest. 

1426. PiJBA TO DA Flibtb en Doija Abiixgha 
vindt men als Grietmannen van Woldenzerdele in 
eene akte van Augustus 1426 , door eenige Griete- 
nijen en Steden , te Bolsward vergaderd , afgege- 
ven, in welke besloten we^d, dat Oldehoof en de 
Hoek voortaan zullen behooren onder de jurisdictie 
van Leeuwarden (f). Doijtie Abbinga of Abbema, 
die zich , volgens zijn testament , ook van Albada 
schreef , en te Irnsum , alsmede op Flansum bij 

(*) Schol. bi\ en doe. 119. (f) Chartb. 1 D. 469. 



252 WONSERADEEL. 

Rauwerd gewoond heeft , was getrouwd met Saepk 
Douwema, die in 1420 leefde, en eene zuster was 
yan den ouden Jancko Douwema {*). Zeer waar- 
schijnlijk is hij dezelfde met den hier genoemden 
Grietman. 

1456. Epo vak Aijlya en Hakckb Jbllezooh 
worden genoemd Grietmannen yan Woldenseradeel 
in een besluit van eene vergadering van Jlegt en 
Raad der landen en steden van Weslergoo , den 
11 November 1456 gehouden, waarbij aan de stad 
Leeuwarden de magt Wordt gegeven om regt te 
spreken over alle groote en kleine misdrijven , on- 
der hare jurisdictie voorgevallen (f). De eerstge- 
noemde is , naar mijne gedachte , Epo van Aijlva 
van Witmarsum , zoon van Tjaard van Aijlva en 
Swob Juuwsma , niet van Rinsumageest , maar uit 
Westergoo , en alsdan gehuwd met Ebel Juuwsma , 
zuster van Gatze Juuwsma van Rinsumageest, en 
had tien kinderen (^). 

1477. Peter vak Aijlya(*) , zoon van Epo van 
Aijlva hierboven , had twee kinderen ; de naam van 
zijne vrouw is onbekend (4-). 

1481. Here Hobbeszek of Hobbezook. Naden 
mislukten aanslag der Schieringers, onder Wijbe Ja- 
richs Jelkama , op Leeuwarden in 1480 , wilde men 
op nieuw tot vijandelijkheden overgaan; en zon- 



(*) SUmb. ▼. Adel. (f) Chartb. 1 D. 592. {§) Wapenb. 
A^hra v. Wgtmarsum. Gen. 3. (^) De gedrukte Naaml^sl heeft 
hier Pier Epes ; doch in een HS. lees ik P^ter Epes AigWa f 
en ik kan niet anders denken^ of zoo moet de hier vermelde 
Grietman genoemd worden. (4-} Wapeob. U a. p* Gen* 4« 



WONSERADEEL. 253 

der twijfel zoude alles in Tuur en vlam gezet zijn , 
hadden niet eenige vredelievende aanzienlijke Gees' 
telijken zich tusschen beide partijen gesteld , en op 
zich genomen den twist Ie zullen beslechten , en , 
wanneer zij het niet eens konden worden, eenige 
andere voorname lieden ter hulpe te nemen : onder 
deze laatsten bevond zich Here Hobbeszen , Griet' 
man van Wonseradeel. De verzoening werd geti'of- 
fen den 16 November 1481 (*)• 

Uit gebrek aan narigten deswege is het niet te 
bepalen , wie van alle bovenstaanden of nog vol- 
genden Binnendijkster of Buitendijkster Grietman 
is geweest , noch wie van hen met den anderen 
het ambt te gelijk heeft bekleed. 

1481. Heao van OgkikgAy zoon van LoUe van 
Ockinga en His van Albada , was eerst gehuwd met 
Graats, dochter van Watze Abbes van Dekama, 
en naderhand met Kikts, dochter van^GrOslick Ju- 
winga en Sijtske van Aijlva (f). Hij woonde op 
Ockinga -state te Burgwerd (J). Als Grietman van 
Wonseradeel komt hij voor in de verzoening, wel- 
ke op den 16 November 1481 tusschen Leeuwar- 
den en de Schieringers werd getroflFen(*). In 1504 
was hij een der gecommitteerden uit/ de Staten , af- 
vaardigd aan Hertog Creorge van Saksen , wegens 
het besluit omtrent de leengoederen (J.). Op de 
lijst van Edellieden"^ door dien Vorst opgemaakt , 
komt hij voor op Wonseradeel (*). 



(♦) Schot. 365. (t) Vriem. Alh. Fris. LXXIII. (§) Geogr. 
Woordb. 22. (^) Hier boven op Here Hobbeszen en Chartb. 
1 D. 705* (4-) Zie Duco ▼. Blavlena, Grietm. van Baarderad. 
(♦) Wios. 403. 



264 WONSERADEEL. 

1485. DoüWB RüMMBEDA is mij niet anders be« 
kend , dan uit de gedrukte Naamlijst en een enkel 
handschrift. 

1488. DoüWB TAK AiJLVA , broeder van Pieter , 
hier boven gemeld , schijnt ongehuwd te zijn ge- 
bleven; hij heeft althans geene kinderen nagela- 
ten (*). 

1488. Wmkia» komt voor als Wonzera-Griet' 
man in eene bepaling , door het Geregt en den Raad 
in Westergoo gemaakt op de visscherij in en om- 
trent Taco- en Lemsterzijlen, alsmede op het graven 
van turf en zoden* in den omtrek van de zeedij- 
ken, van April 1488 (f). Het meermalen door mij 
aangehaalde handschrift noemt op 1488 Grietman 
van Wonserèdeel , Wijtie Abbes Heslinga ; en het 
zoude mij niet verwonderen , of dit was de eigen- 
lijke naam van den hier gemelden Wijkia. 

1489 Epo van Aijlva, broeder van Peter en 
Doowe , hier boven , was gehuwd met Beatrix Wa!- 
ta , en had vier kinderen (§)• Hij woonde te Wit- 
marsum, waar zijn huis in 1496 door de Gronin- 
gers werd vernield (*), en naderhand in 1516 door 
de Gelderschen, uit weerwraak van het door de 
Saksischgezinden verbrande huis van Folfcert van 
Aijta te Wirdum, in brand gestoken (*{.). Hij was 
in 1504 mede in de meergemelde commissie omtrent 
de leengoederen (*) , en teekeride in hetzelfde jaar, 
voor zich zelven en zijnen broeder Sjoerd, den re 



(*) Wapenb. A^lva v. Wgtm. Gen 4. (f) Chartb. 1 D. 743. 
(§) Wapenb. AgWa. Gen. 4. {^) Gabb. Verh. ▼. ïjecim. 193. 
{+) Aid. 296. (*) Wins. 385. 



WONSERADEEL. 255 

versaalbrkf aan den Herlog van Saksen. In 1514 
werd hij mei Jancke van Oenema van Blija tol 
Hopman verkozen over de vijfhonderd krijgsknech- 
ten, door de Friesche Heerschappen, op eigene 
kosten ten dienste van den Hertog van Saksen 
uitgerust, en trok met dezelve den 21 Junij naar 
Aduward in Groningèrland tegen den Graaf van 
Embden. Den 14 Julij waagden zij eenen storm 
op den molen voor de Ebbingepoort te Groningen, 
doch werden door de Gelderschen met groot ver- 
lies terug geslagen (*). Het volgende jaar legde hij 
den eed van huldiging aan Keizer Karel af, en wa» 
met Douwe van Burmania , Grietman van Ferwer- 
deradeel , na het innemen van Hariingen , te Bols- 
ward , om de omliggende plaatsen in den eed voor 
denzelven te nemen (f). Schotanus en Winsemius 
geven hem den bijnaam van den groenen. Jancko 
Douwema beschuldigt hem , den gevangen Juw van 
Jongema , die terstond daarna door zijnen neef 
Goslick werd afgemaakt, den eersten steek met 
een ponjaard of moordpriem , zoo als men toen ter 
tijd veel in Friesland aan den degen droeg, te 
hebben toegebragt^ onder den uitroep: > Staan wi> 
hier niet als of wij kinderen waren !(§) Ook schrij- 
ven sommigen aan hem toe den moord , begaan 
aan Pieter Sijbrants Auckema , Olderman te Leeu* 
warden , toen de stad in 1488 door de Schierin- 
gers werd ingenomen , terwijl anderen zeggen , dal 
, de doodslag volvoerd is door de loslevende bloed- 
verwanten van den Olderman zelven(*). 



{*) Occ. Scarl. 387. (f) Zie Douwe t. Burmania , Grietm^ 
V. Ferwerderad. (§) Jancko Douwema , Boeck der partijen , nit-^ 
gegeFcn door 't Friesch GenooU. 91. (^) Wint. 307. 



256 WONSERADEEL. 

1494. Tjbrk van Walta, zoon van Tjerk Ju- 
winga of Jongema en denkelijk van Ebel van 
Walta , (van vrie zijn vader in huwelijk verkregen 
had de state Walta te Tjerkwerd , naar welke hij 
zich ook dikwijls noemde « zoo als de zoon nader- 
hand altijd deed ,) en broeder van den beruchten 
Bolswarder Juw Juwinga of Jongema, was ge- 
huwd met Tied, dochter van Johan van Herema en 
Glant van Oonia , bij welke hij drie dochters en 
eenen zoon had ; de ' eerste behielden den naam 
huns vaders, Walta, doch de laatste nam den 
naam zijner moeder aan, en noemde zich van He- 
rema (*). In 1492 treffen vnj hem voor het eerst 
aan , als met Igo van Galama en zijnen broeder 
Juw van Jongema en eenige anderen onverhoeds 
het stadje Workum innemende. Op aannade- 
ring der Schieringers waagden zij eenen uitval, 
waarbij zij evenwel geheel verslagen werden, 
zoodat Galama zwaar gewond in handen van den 
vijand viel , vele. anderen sneuvelden en in het ijs 
verdronken , en Juw en Tjerk , als priesters ver- 
kleed , zich met de vlugt moesten redden. Toen 
de gezant van Keizer Maximiliaan , Otto van Lan- 
gen, in 1494, om een einde aan de ongelukkige 
verdeeldheden in Friesland te maken, door de Schie- 
ringsche partij Juw van Dekama tot Potestaat had 
doen verkiezen , riep hij te Bolsward de Vetkoopers 
zamen, om ook van hunnen kant deze verkiezing 
te ^ doen bekrachtigen. Velen weigerden daar te 
komen , onder anderen de Leeuwarders , daar uj 
zich met deze benoeming niet wflden vereenigen ; 
doch Tjerk van Walta met Juw Jongema , ofschoon 



(*) Upc. ▼. Burm. Tab. Gen. Wapenb. Herema. Gen. 4 en 5. 



WONSERADEEL. 267 

heTig Yetkoopersgezind , begaven zich derwaarts , 
maar wilden in de verkiezing niet toestemmen , 
omdat zij oordeelden, dat Dekama tot hunne te- 
genpartij behoorde. Hooge woorden en hevige ver- 
wijtingen van weerskanten ontstaan zijnde , ver- 
zocht Langen hen uit een te gaan, en zich ieder 
in zijn afzonderlijk verblijf beter te beraden ; be- 
palende hen den volgenden morgen weder ter zelf- 
der plaatse , namelijk in het Minderbroeder klooster. 
Toen zij echter daar op het bestemde uur kwa- 
men , hoordcin zij dat Langen 's nachts , uit vrees 
voor oproer, heimelijk was vertrokken, waarop 
zij terstond uit een gingen , en er van de benoe- 
ming van den Potestaat niets kwam. Aan het hoofd 
van zeven honderd Geldersche krijgsknechten , on- 
der bevel van Daam van Tiel , met zijnen broeder, 
Bolsward aan zijnen neef Goslick van Jongema 
ontweldigd hebbende, gebeurde het kort daarna, 
dat eenige Fransche kooplieden (*) met geld , het- 
welk zij op de munt te Bolsward hadden laten 
slaan , door Wonseradeel moesten reizen. Walta , 
hier van onderrigt , nam hen als Grietmi^n op zijn 
huis te Tjerk werd gevangen , onder voorwendsel , 
dat zij valsch geld vdlden uitvoeren, en ontnam 
hun twaalfhonderd florenen^ waarna hij hen het 
loopen. Met dit geld trok hij naar Leeuwarden, 
waar zijn broeder zich toen ophield , en overlegde 
met hem , hoe zij deze som het geschiktst tot hun 
oogmerk zouden besteden. De Schieringers , ten 
hoogsten vertoornd over deze wederregtelijke daad , 
trokken naar zijn slot , beschoten hetzelve met de 
groote Franeker bus, namen het na eenen korten 

(*) KeuUche , zegt Occo Scarlensig 284. 

17 



258 WONSERADEEL. 

tegensliuid in , en Ternielden het tot op den grond« 
Meegter van Bolsward zijnde , belegerden Tjerk en 
Juw hunnen neef Croslick op het sterke Jongema- 
huis , binnen de stad gelegen ; doch deze yan zijne 
partijgenooten hulp ontvangende, yiel er tusschen 
de belegeraars en belegerden een hevig gevecht 
voor, waarbij de Vetkoopers geslagen werden. 
Eenigen hunner gevangen genomen zijnde bleven 
zoo lang te Sneek in bewaring , tot dat , op ver- 
zoek 'van Walta , een wapenstilstand van zes maan- 
den getroffen werd , waarbij bepaald werd , dat 
gedurende dezen wapenstilstand de gevangenen vrij 
zouden zijn, doch zich ondereede verbinden, zich» 
bij hét uitgaan van denzelven , weder gevangen te 
geven, en dat aan den anderen kant hij (Walta) 
met zgn krijgsvolk BolsWard zoude verlaten en te 
Tjerkwerd blijven. Korten tijd daarna belegerde 
hij Edo van Jongema op den kerktoren te Kora«« 
werd, en bestookte denzelven met vuur en rook 
zoodanig, dat hij niet twijfelde, of de bezetting 
zonde zich moeten overgeven ; doch deze hulp van 
buiten krijgende , werd hij genoodzaakt de vlugt te 
nemen. Het slot van Sjoerd van Beijma met eene 
groote magt van Bolsward willende belegeren, 
werd hij door Hessel van Martena en den hierbo* 
ven genoemden Epo van Aijlva , die tot ontzet aan- 
gerukt waren, zoo geweldig aangevallen , dat er 
van- de Vetkoopers wel honderd vijftig sneuvelden t 
en hij zich zelf met de vlugt moest redden , en al- 
leai door de snelheid van zijn paard ontkwam. 
Bij de daaropvolgende inneming van Bolsvvard door 
Goslick van Jongema werd hij met Sijbrand van 
Roorda gevangen genomen, en beide zouden naar 



WONSERA&EEL. 260 

Holland gevoerd z^n, maar kochten zich van den 
Oversten Fox, de een voor acht- en de andere 
voor vierhonderd goudguldens vrij. Walta reisde 
naar Overijssel , waar hij zich twee jaren ophield , 
doch 'Roorda keerde naar huis terug. Deaïe twee 
jaren verloopen^ zijnde, trok hij aan het hoofd van 
vijftienbondend krijgsknechten, die zich in schqm 
aan bem aanboden om hem in zijne bezittingen te 
herstellen, en niets daarvoor begeerden, dan vrije 
pluhdering op zijne vijanden , maar in waarheid 
heimelijk dopr dai Hertog van Saksen aan hem 
gezonden waren, , om Friesland too mogelijk nog 
meer in éd war te brengen, en alzoo te noodsa^ 
ken hem voöt Heer aan te nemen, over ijs naar 
Friesland, met <>ogmerk om Sloten in te nemen; 
doch dit Wferd door de voorzorg der« burgerij ver- 
ijdeld; men lifef hem' evenwel ongehinderd naar 
IJI*t gaahi daat hij voorwendde , met zijne krijgs- 
magt alleen gcirómen te^ zijn, om de Yetkoopers van 
Leeuwarden en cte, met hen in vérbond staande, 
Groningers' te verjagen. Voor Sneek gekomen, 
verzocht hij vrijen doortogt door Westergoo; doch 
diit werd 'hem, bij monde van Bocko van HarinlE- 
nla , uit naam eeniger Schieringsche Edelen gewei- 
gerd , op grond Van dérzelvelr Verbond met de Vet- 
koopers van Oostergoo. Over deze weigering ver- 
toornd , rukte hij nog dien zelfden avond Bolsvvard 
binnen , van waar hij een groot gedeelte van Weè- 
tergoo , en vooral de huizen en bezittingen derSchie- 
ringsche Edellieden plunderde fen beschadigde. Door 
alle deze ellenden en meer ^bijkotnende omstandig- 
heden gedron^n, waren dé Schieringèrs eindelijk 
wel genoodzaakt, de heerschappij over het>4and 

17» 



260 WONSERADEEL. 

aan den Hertog van Saksen op te dragen « onder 
voorwaarde evenwel , dat de Yortt een perk zoude 
stellen aan de sirooperijen en geweldenarijen der 
vreemde krijgslieden. Dit werd aangenomen en 
kwanswijs met Walta onderhandeld, die, in het 
geheim in dienst van de Saksers zijnde, zich na- 
tuurlijk dadelijk liet overhalen. Naderhand, in 
1500 , evenwel ziende , dat het den Hertog en zij* 
ne bevelhebbers slechts te doen was om het land 
uit te zuigen en de ingezetenen te onderdrukken, 
besloot hij met eenige anderen, hun goed en bloed 
op te zetten tot verdediging van hun vaderland te- 
gen deze dvnngelandij , en hielden zij eene verga- 
dering in Oldeklooster , in welke besloten werd* 
hunne onderneming te beginnen met bet belegeren 
van den Hertog Albrecht binnen Franeker , wor- 
dende hij bij die gelegenheid met Douwe Hiddema en 
Doijtze Bonga tot ouderbevettiebbers van Sjoerd 
van Aijlva benoemd. Hunne aanslagen mislukken- 
de, begaf Walta zich weder naar Overijssel, en 
van daar als een der gecommitteerden uit de vlug- 
telingen , met z\jne ambtgenooten naar Antwerpen , 
om den Hertog van Bourgondiê de heerschappij 
over Friesland aan te bieden, onder voorwaarde, 
dat hij de Saksers zoude verjagen ; hiervan is even- 
wel op dat tijdstip niets gekomen. Walta nam 
hier op met eenige anderen , vner bezittingen , even 
als de zijne, door de Saksers verbeurd verklaard 
waren, wederom eene bende vreemde krijgsknech- 
ten in dienst , waarmede zij naar Friesland trok- 
ken om hunne goederen te heroveren , en zoo mo» 
gelijk de overheerschers het land te doen ruimen ; 
doch zij hebben weinig uitgevoerd. Toen nu de 



WONSERABEÊL. 261 

Hertogen van Saksen weder meer voordeel behaat- 
den , en de Bourgondiërs geen voortgang maakten , 
was Walla, even als zijne medgezellen, genood- 
zaakt den dikwijls gemelden reversaalbrief te on- 
derteekenen , en is hij ook opgenomen onder de 
Edelen van Wonseradeel op de lijst van 1505; 
denkelijk is hij toen ook in zijne bezittingen hersteld. 
Naderband is hij evenwel tot de Geldersche partij 
overgegaan; want men vindt hem in 1517 voor de- 
zen de stad Bolsward innemen en versterken (*). 
Onmogelijk is met het bovenstaande over een te 
brengen, hetgeen Jancko Douwama (f) van hem 
zegt, daar hij , hem beklagende, dat hij, te gelijk 
met Sijbrand van Roorda gevangen (J), zulk een 
groot losgeld moest betalen , hem noemt als een 
man , die , » hem sijn dagen met gene crigeshan'- 
del becommert hadden ," daar hij toch ontegen- 
zeggelijk van denzelfden persoon spreekt. Ik denk 
dat Douwama , dien men in de burgertwisten 'van dien 
tijd , vooral niet als onpartijdig beschouwen kan , 
dit bijgebragt heeft , om de daad van Goslick en 
de zijnen zoo zwart mogelijk in de oogen van tijd- 
genooten en nakomelingen te maken. In 1519 treft 
men Walta weder aan als Grietman van Wonsera- 
deel, in eene nieuwe overeenkomst over het maken 
van Exmorrazijl (^). Ik veronderstel , dat hij toen 
Grietman van de Creldersche zijde was, terwijl 
Douwe van Bürmania zulks van den Bourgondi- 
6chen kant was (j.). 

1504. Goslick vau Jongema of Juwikga, zoon 



{*) Wios. 321—449. (f) Boeck der Partyen 91. (§)-Hier 
boven bladz. 259. (^) Cbartb. 2 D. 379. (4.) Zie dezen op 
Ferwerderad. 



262 WOKSERAOEEi. 

van Tjaerd van Jongema of Juwin^ ea Wit» Juwa^ 
ma , was gehuwd met Itske of Ji«ck , dochter yaa 
Sitzo van Harinxma thoe IJlst en Tet Bonnema of 
Hillinga (*). Hij hield net de tegenovergestelde pair- 
tij van zijnen voorganger en bloedverwant (f) , ea 
was een hevig Schieringer. Zyne moeder, wdke 
volstrekt in z\)nen naam* gedurende zijne minder- 
jarigheid, het bewind over Bolswaed wilde voe^ 
ren, was de oorzaaki van aUe onheilen, welke 
Friesland in de volgende jarei^i ov^kwamen, toeii 
men, om zijne partg te staven, van den eene^ 
kant de Groningers, en van de andere zijde den 
Hertog van Saksen inhaalde. De eerste. twist ontr 
stond , toen Juw van Jongema , na het overlijden 
van den vader van Groslick in 1479, als naaste 
bloedverwant van het onmondig kind tot Regent 
van de stad benoemd, wel verkoos bij de proces- 
siên en andere plegtige optogten zi^n neeQe bij de 
hand te geleiden , maar verklaarde niet te zuUen 
dulden , dat een knecht of dienaar , ua de plaats 
van het kind en hetzelve representerende , vóór heisn 
zoude gaan, zoo als deszelfs. moedor het begeearde. 
Van weerskanten liep dit tot bittere vijandelijkhe- 
den , welke de stad allerld onheilen op den bals 
baalden , i doch , gebeurd zynde vóór dat Gqdiek 
zelf als handelend persoon oj^rad ,i hier niet behoor* 
ren vermeld te worden. In 1591 werd. hij door 
Bocko van Harinxma, Heerschap te Sneek, met 
hulp van eenige aanzienlijke ingezetenen van Bols- 
ward , (terwijl het gemeene volk er. ook niet tegen 
had,) uit wraak tegen Juw, die eenen aanslag te- 

(*) Upc ▼. Burm. Tab. Gen. Wapenb. Harinxma in IJUf. 
Oen. 4. (f) ^n grootvader en de vader van Tjerk van Wal- 
ta , en dus $k>k van Juw van Jongema , waren broeders. 



WONSEHADEEL. 26S 

gen Sneek gewaagd bad, in de regering van Bols* 
ward en Jongemahuis gesteld , zoodaitig evenwel , 
dat Juw in de stad mogt blijven « en dus indedaad 
regeerde, terwijl Goslick den naam had* Dit begon 
dezen spoedig te vervelen, en wangunstig dat zijn 
neef zeer bij de ingezetenen gezien was , haalde 
hij 9 met behulp van zijnen schoonbroeder , Bocko 
van Harinxma en anderen, eenige krijgsknechten 
op zijn slot, en kreeg daardoor de stad geheel, in 
mne magt ; waarop Juw en Tjerk van Walta de 
wijk moesten nemen, en het woonhuis van den 
eersten te Bolsward , zoo wel als de stins van den 
laatsten te Tjerkwerd ingenomen en vernield wer- 
den. Door eenen welgelukten aanslag van Walta, 
cmdersteund door een gedeelte van de burgerij, 
die Juw genegen was , werd echter tle stad spoe- 
dig hernomen, en Goslick op Jongemahuis bele- 
gerd; doch ontzet gekregen hebbende, werden 
de belegeraars geslagen en een bestand van zes 
maanden gemaakt (*) , waarbij Goslick in het be- 
zit van Bolsward bleef, doch slechts voor korten 
tijd ; want , nog vóór het einde vaif het bestand , 
rukte Juw , met de krijgsbende onder Daam van 
Tiel , voor de stad , en nam dezelve stormender- 
hand in , bij welke gelegenheid verscheidene aan* 
hangers van Goslick sneuvelden. Goslick trok hierop 
nuar Albrecht van Saksen, om zijne hulp in te 
roepen; doch dit werd hem voorshands afgesla- 
gen , omdat de Hertog de kans nog niet schoon 
genoeg voor zich zag; waarop hij weder naar 
Friesland toog, en zich voegde bij eene bende 
mreeaide krijgsknechten , onder bevel van Nitterd 
Fox en Daam van Tiel, die zich kort te voren, 

(♦) Zie hier boven op Tjerk tan Walta. 



264 WONSERADEEL. 

zoo ab wij gezien hebben , in dienst van Juw be- 
Tonden had, en zich dus aan de meestbiedenden 
scheen te verhuren ; bij hen voegde zich nog een 
groot aantal anderen uit Holland, en zij onderna- 
men allerlei stroop- en plundertogten legen Gros- 
licks vijanden , de Vetkoopers. Onder anderen be- 
vond hij zich bij de groote overwinning op de Ze- 
venwoiders, bij Sloten, op den 13 Januarij 1^6, 
waarbij van den vijand wel zevenhonderd veertien , 
zoo sneuvelden als in het ijs verdronken, en van 
de Schieringsche zijde Fox zelf gekwetst werd. 
De krijgslieden van Fox eischten vervolgens drie 
maanden soldij , en men schreef deswegens eene 
schatting uit ; doch dezelve werd geweigerd te be- 
talen, vóór dat de soldaten , volgens het akkoord, 
Bolsward voor Goslick veroverd hadden. Deze 
sloegen daarop aan het muiten, namen Bocko en 
Sijtze van Harinxma , benevens Louw van Donia 
gevangen en dreigden zulks ook Goslick te doen ; 
doch deze gaf voor het geld van Wommels te zul- 
len halen, ontkwam <Mider dat voorwendsel, en 
vergat het wederkomen. Spoedig hierna , de vreem- 
de soldaten afgetrokken zijnde , reisde Inj met He- 
re van Hottinga weder naar Albrecht van Saksen, 
om hem over te halen de regering van Friesland op 
zich te nemen , zeggende , dat alles door de on- 
derlinge partijschappen zoodanig in de war liep , 
dat het land niet langer zonder Opperhoofd konde 
blijven bestaan. Albrecht gaf hun Fox aan het 
hoofd van achthonderd man mede , om Bolsward , 
den voornaamsten zetel hunner vijanden in Wester* 
goo , te veroveren. Na eenen dapperen teg^istand 
werd de stad stormenderhand ihgenomen , en Tjerk 
van Walta en Sijbrand van Roorda bij dij? gele- 



WONSERADEEL. 265 

genheid geyangen geaomen. Juw van Jongeman 
die , door de soldaten gevangen , zeshonderd goudr 
guldens losgeld gegeven had , werd in een klein 
huisje verscholen , doch daar weder uitgehaald , 
en door Croslick met eigene handen omgebragt, 
welke wreedheid hem door partijgenooten en vreem- 
delingen zeer kwalijk is genomen. Tot voldoening 
der soldij aan de vreemde soldaten , betaalde hij i 
hetgeen er aan de schatting te kort kwam, met 
gouden en zilveren kelken en andere kostbaarhe- 
den , welke hij uit de kerken van Bolsward en de 
vijandelijke dorpen geroofd had. Bekend met de 
geheime oogmerken van den Saksischen Hertog , en 
wetende, dat eene bende krijgsknechten op diens 
bevel , onder Tjerk van Walta , in Friesland was 
getrokken , belette bij , dat dezelve door de Snee- 
kers , op hunnen aflogt van die stad , werd in de 
pan gehakt , onder voorwendsel , dat de kans van 
het gevecht onzeker , en het voorzigtiger was eerst 
hulptroepen af te wachten. De Hertog van Sak- 
sen, door aan den eenen kant openlijk «n aan den 
anderen kant heimelijk soldaten aan beide par- 
tijen toe te voegen het land in den allerellendig- 
sten staat van tweespalt en onrust gebragt heb- 
bende , bereikte eindelijk zijn verraderlijk oog- 
merk , en werd , vooral op aandrijven van Gos- 
lick van Jongema , tot Beschermheer van Friesland 
verkozen. Wönseradeel was dan ook de eerste 
Grietenij , die , in het open veld bij Bolsward , de 
Hertogen George en Hendrflc huldigden , geschie- 
dende dit op den laatsten Junij 1604,' waarop 
Wijtnbritseradeel den 1 Julij te Sneek volgde. Den 
reversaalbrief aan den Hertog onderteekende hij ; 
»Ik Heer Goslijck Jongama,** terwijl de overigen 



266 WONSERADEEL. 

eenvoudig hunnen naam schreTon ('^)*. Op hetsbeifde 
jaar (1504) komt hy . Toor als Grietman Yan Won- 
seraded , in eene Tergunning , aan bem door den 
Hertog yan Saksen gegeyen, om, over eenige bene- 
ficiên binnen Bokward te beschikken (f). Hi] wa9 
ook Ridder. In 1513 Bolsward door de Gelder* 
schen , die <^ dat tijdstip eenen grooten aanhang 
in het land hadden , ingenomen zijnde , voegde zich 
Goslick met Douwe van Burmania, Sijbrand van 
Roorda , en eenige andere Saknschgezinde Friesch^ 
EdelUeden, bij den Zwarten hoop, van v^elken 
reeds vroeger gesproken is, en vrilden deiitelven 
overhalen 9 om de stad weder in hunne magt te 
brengen; doch geen geld kunnende geven, werd 
hun voorstel afgeslagen. Het volgende jaar even- 
wel kwamen zij er binnen, hielden er op eene 
slechte wijze huis , en staken bij het uittrekken de 
stad aan alle hoeken in den brand* Goslick , bij 
^e bende zijnde , was buiten staat zijn eigen huis 
^te beschermen* Bij de .overdragt van Friesland, 
door de Saksers aan de Bourgondischen , deed hij 
iersjtond den eed van huldiging aan de laatsten , 
«n is dadelijk door den Stadhouder^ Graaf v^n 
Egmond , in zijn ambt als Raad in het Hof, het- 
welk hij sedert 1512 bij de Saksische regering be? 
kleedde, bevestigd. In het volgende jaar (1516) 
landde hij met Lubbert Turck , ,aan het hoofd van 
vijftienhonderd man Bourgondische troepen, te 
Harlingen , en trok van daar muet Douwe van Burr 
^nania en anderen naar Bolsward, om de omlig'- 
gende dorpen den eed aan den Keizer te. doen aS- 
leggen (§). Voor z^ne getrouwe diensten werd h^ 



f*) Win». 892. (t) Charthf. 2 I>. 1^34. (§) Schot. 334— ®5. 



W0M8ERADEEL. 267 

door denzelven beloond i^et eea jaarlijks pensioen 
▼an honderd ponden van. veertig, groeten ; welk 
pepsioen na zijnen dood zpqde overgaan op .zijoen 
schoonzoon,. Joh^in .van J^erema; de. ^ftbrief 19 
geteekend den 1& Noyember 1523 C^). mHij ach^jnt 
tot hooge jfiren gekQmen te zijn; althans ik yind 
nog in 1545 Meer Godschalk (^oo: als de HolIaii<* 
ders hem noeinde^ ,) (f) /ong^ma^ onder de Vol- 
magten. in 'de Statea wegens Westergoo , onder de 
resolutie wegens de bescherming yan 'slands vrij- 
heden en voorregten tegen de inbreuk van dèn 
Keizer (S). 

1511. DoüWB VAjr Bu&M^niA is reeds vermeld op 
Ferwerderaded, 

1518, Tjbek VAir Walta is hier boven reeds ge- 
noemd op 1494. 

1533. Epo van Aulva (*) Troonde te Witmar- 
sum , en teekende als Yolmagt uit Westergoo de 
boven vermelde resolutie wegens 'slands vrijheden. 
Het is zeer denkelijk, dat bij in 1629, toen Dou<^ 
ma van Burmania Grietman van Ferwerderadeel 
werd, en niet in 1533, zoo als de gedrukte Naam- 
lijst opgeeft , zijn ambt heeft aanvaard. 

1535. Tjaaad van Aijlva(j.). 



(♦) Wlw. 474. (f) Pteter y.'Thabor id »t Arch. t. Vwwepeti 
Amenf. aaoleelu 219. ($) Wrat. 515. (^) Ik ben in het on^ 
zekere gebleTen Tan wien \uj een zoon , en met wie hg ge- 
trouwd was. Ferwerda u mig niet duidelgk genoeg , om hem 
hier op te geren. (•!•) Dezelfde onzekerheid belet mj, ook 
dezen Terder uit te duiden. 



268 WONSERADEEL. 

1642. JoAN VAN Hbabha , zoon van Tjerk van 
Walta , hier boven genoemd , nam , zoo als wij 
daar zagen, den naam zijner moeder aan, en was 
gehuwd met Sits, dochter van Goslick van Jonge- 
ma hiervoor (*)• De haat en partijschap der ou- 
ders schijnt dus niet op de kinderen te zijn over- 
geërfd. Hij had bij haar zes kinderen. In 1639 
Tolmagt ten landsdage, wordt hij Grietman van Won- 
seradeel genoemd in eene provisionele uitspraak 
van het Hof van Friesland over het vernieuwen 
van de zijl te Makkum , en in de handelingen van 
den landsdag van den 17 Januarij 1550 (f). Als 
zoodanig legde hij ook den eed af aan Filips II in 
1655 (S). In 1561 was hij een der afgevaardigden 
aan Aremberg, die verklaarden aan den Koning 
geen geld meer te kunnen opschieten dan ƒ 50,000, 
en dat wel in zes termijnen, en onder bedingt dat 
alle misbruiken, sedert de overeenkomst van 1530 
tegen 's lands vrijheden en voorregten ingeslopen y 
zouden worden verbeterd (*). 

1560. GosLiGK VAK Hbeexa was de tweede zoon 
van Joan hier boven , en gehuwd , eerst met Rikst 
Graetnia , bij welke hij geene kinderen had , ten 
tweedenmale met Sijts, dochter van Watze van 
Gamminghaen Buick van Aijlva, bij welke hy zes, 
en ten derdenmale met Trijn van Heringa , weduwe 
van Tjerk Haitsma, bij welke hij twee kinderen 
had (4.). In 1560 noemt hij zich Grietman van 
Wonseradeel in eene verklaring , bij het Hof inge- 
bragt , over het repareren der dijken , buiten en 

(*) Wapenb. Herema. Gen. 5. (f) Ckarlb. 2 D. 753 > 759 , 
859. 3 D. 185. ($) WiiM. Hbt. 4. («) Wiot. Hi»t. 35. 
(4-) Wapenb. Herema. Gen. 6. Camnungha. Gen. 7. 



WONSERADEEL. 269 

binneiulijks(*). In de oproerige tijden door de 
Spaansche regering afgezet, werd hij in 1577 we* 
der in zijn ambt hersteld (f). Jfohan van* Bonga , 
op beyel van Rennenberg, met eene krijgsbende 
Bolsward willende binnenrukken , werd hem zulks 
door den Magistraat geweigerd , die hem Terzocht 
de soldaten van daar te laten trekken en ergens in 
de omstreken te leggen ; doch hij verontschuldigde 
zich y aanmerkende , dat hij dit zonder verlof van 
den Grietman Herema niet konde doen, die tot de- 
ze inlegering dan eene plaats moest aanwijzen; de- 
ze vond daarin evenwel zwarigheid, vreezende 
dat de soldaten den ingezetenen tot last zouden 
zijn(§). Hij teekende mede het meergemelde re- 
kwest aan den Stadhouder omtrent het Drossaard- 
ambt van Harlingen (*)• Winsemius noemt hem een 
bekwaam regtsgeleerde {])• Hij was de laatste 01- 
derman van Bolsward, en deed van dit ambt bij 
zijn leven afstand. Uit een grafschrift in het koor 
van de Martini kerk van die stad blijkt, dat hij 
oveiieed in het jaar 1611 , in den ouderdom van 
negen en zeventig jaren , tien maanden en tien da-» 
gen (*). 

1575. REiNiBa FaiTBMA is reeds vermeld op 
WestdongeradeeL 

(♦) Charlb. 3 D. 485. (f) Te Wal. Verb. d. Edel. 3 D. 538. 
(5) Wins. Chron. 645. (*) Wins. 652. (+) Winst. Hist. 423. 
(*) Tegeow. Staat t. Friesl. XV B. 194, 211, alwaar gezegd 
wordt ^ dat de post van dderman uit het geslacht Jongema op 
dat van Hereroa overging , hetwelk niet naauwkeurig is uitge- 
drukt ; het was hetzelfde- geslacht ; slechts hadden sommige le- 
den eenen anderen naam aangenomen. Tjerk van Walta , en 
dui ook z^n zoon , Johan van Herema , de vader van den hier 
genoemden Go«lick , heetten immers , zoo als w^ hier boven za- 
gen, Jongema. 



270 WONSERADEEL. 

1577, GosLicK TAtr Hbrsva , sie hier boven op 
1660 (»). 

1580. Jahgkb VA9 OsiNGA. ' was de zoon van 
Seerp van Osinga en Jel Hermana, en eerst ge- 
huwd met Ebel , wedawe van Popke Wijbes Pop- 
kema, bij welke hij eenen zoon' had ^ toen mei 
Tjemk Mada , dochter Tan Frans' Aebinga van BKja , 
die den naam van Humalda bij den zijnen bad 
aangenomen , en Anna van Feitsma , bij welke inj 
drie kinderen had, en voor de derdemaal met 
Fed Haersma, zonder kinderen (j*). Hrj werd den 
22 November 1580 als Grietman aangesteld, en 
ontving zrjne commissie uit naam van den Koning 
van Spanje , dewijl de Grietenij vacant was door 
vrijwiliigen afstand van Goslick van Herema(S)« 
In ' tö79 behoorde hij onder de Gedeputeerden, 
vriei* benoetoiing, door de Staten gedaan, dow 
den Stadhouder Rennenberg werd goedgekeurd {i,). 
Hij was een van hen, die het onderling verbond 
tosschen de steden en deelen, na het afschudden 
van het Spaansche juk in 1580, onderteekenden (4) * 
en werd in die onrustige tijden in onderscheidene 
Staatscommissien gebruikt. 



(*) Tusschen Reinier Fritema en Goslick van Herema Toor 
de tweedemaal, plaatst de gedrukte Naamlyst Douwe Tan He- 
rema ; doch ik heb hem nergens anders in die kwaliteit kun- 
nen yinden , en tw jfel niet , of het is eene vergissing , blik- 
baar uit de jaartallen , vermeld op Reinier Fritema. We! is 
een broeder van Goslick , Douvre genaamd , Bgkgraaf van Bols- 
ward en een gedeelte van Wonseradeel gevireest ., vervolgens af- 
gezet , gebannen , en in 1584 te Zutfen gestorven , doch nim- 
mer was deze , naar m^n gevoelen , Grietman. (f) Wapenb. 
Aebinga. Gen. 6. Upc. v. Burm* Tab. Gen. Stamb. v. Adel. 
($) Chartb. 4 I). 221. («) Wins. Chron. 634. (4.) Aid. 662. 



WONSERADEEL. 271 

1596. SiJBAAND yah Osinoa C^) was de zoon van 
deü Yoorgaanden , en gehuwd eerst met At Agge- 
ma en later met Luts yan Scheltehia(f). Hij woon^ 
de te Schettens, op Osingastate, hetwelk hij had 
laten bouwen (§). Hij was D^kgraaf van de Zui- 
derdijken van Wonseradeel , en legde zich zeer toe 
op de verbetering van den waterstaat in zijne Grie- 
tenij (*)• Tien jaren voor zijne benoeming als Griet- 
man wae hij reeds Yolttiagt ten landsdage wegens 
Westergoo. In 1618 ontving hij zijne commissie 
als lid van Gedeputeerden (4-) , en volgde in die 
kwaliteit in 1620 de iljkstatie van Graaf Willem 
Lodewijk; twee jaren later was hij lid van de Sta- 
ten Generaal (*) , en oveHeed in 1623 (f). 

1624. Tjaaad vak Aulva , verkozen den 16 
Maart 1624, was de zOon van Epo van Arjlva en 
Ints van Scheltema, en bleef ongehuwd (^). In 
1619 was hij reeds Yolmagt ten landsdage wegens 
Westergoo (*) , en woonde wegens Wonseradeel de 
lijkstatie van Willem Lodewijk bij (J.). In 164© 
werd hij Curator van de Academie te Franeker, in 



(*)' Zeer ongelijk wordt het jaar zgncr benoeming opgege- 
ven } Jn de gedrukte Naaml^st vindt men hem op 1600^ als- 
mede in een HS. ; in twee anderen staat 1622 ; nog in een an- 
der , in hetl^elk ik tot nu toe geene misslagen 6ad ontdekt ^ 
leest men 162% ; doch het ChartK 4 D« 893 geeft eene ihissW^^ 
▼an hem, als Grietman van Wonseradeel van l^^bruar^ 1596 ^ 
alsmede twee geschriften van 1598 , waar hig onder dien titel 
voorkomt ; CM, 986 , 1003,) en dit zal dus wel het beste 
bew^s zijn , dat hg toen reeds dit ambt bekleedde. (•!>) Upc» 
V. Burm. Tab. Gen. S(amb. v. Adel. CS) Geogr. Woordb. 104» 
(*) Tegenw. Staat v. Friesl. XV D. 175. (4-) Chartb.5D. 235» 
(*) Wins Chron. 906 en achter de Chrongk , Besch. v, Friesl. 
op Wonserad. (f) Geogr. Woordb. 104. (f) Wapenb. Aglva. 
Gen. 7. (^) Charth. 5 B. 255. (+) Wins. 906. 



272 WONSERADEEL. 

de plaats yan zijnen neef Hobbe yanAijlva. Slechts 
een jaar bekleedde hij dien j>ost ; want reeds in het 
volgende overleed hij (*). 

* 1647. ÜLBO yah AijitYa is reeds vermeld op 
BaarderadeeL 

1652. Taco vau GAiiMiirGBA, zoon van Sicco 
van Cammingha en Ted Ockirfga , was tweemalen 
gehuwd , eerst met Anna van Sickinga , en nader- 
hand met Luts , dochter van Idsard van Grovestins 
en Fransk van Jongema ; bij de laatste vrouw had 
hij vier kinderen (f). Hij woonde op Gammingha- 
state te Arum(§), en werd den 22 I>fovember 1652 
tot Grietman benoemd. In 1654 was hij Yolmagt 
ten landsdage (*) , en ontving den 14 Julij 1660 
z^ne commissie als Monstercommissaris* In 1664 
deed hij aüstand van de Grietenij , en overleed vier 
jaren later (J.). 

1664. ÜPGO VAN BuaHANiA , in 1663 gehuwd 
met , Gatharina , de jongste dochter van zijnen 
voorganger , was de zoon van Sijbrand van Bur- 
mania, Kommandeur van 's Hertogenbosch. Zijne 
moeder heette Margaretha Bootsma of Wik van 
Ockinga (*). Hij had drie kinderen en woonde eerst 
te Wons , en naderhand te Arum op Gammingha- 
state. In 1658 was hij in den krijgsdienst en be- 
vorderd tot Kapitein ; doch door afstand van zij- 



' (*) Vriem. Ath. Fris. LX. (f) Wapenb. Cammingha. Gen. 8» 
Groustins. Gen. 11. 15) Googr. Woordb. 8. C#) Charlb. 5 
D. 570. (4-) Stamb. y. Adel. (*) Wapenb. Burmania Gen. 12 
geeft deze beide vrouwen van Sjgbrand op , londer te zeggen > 
b^ welke h$ zgne zeven kinderen had. 



WONSÊRADEEL. 273 

nen schoonvader werd hij den 7 Junij 1664 Griet- 
man en Ontvanger Generaal van Wonseradeel. Hij 
overleed den 18 Junij 1673. 

1673. Tjaaed , Baron vau Aijlva , zoon van 
Ulbo van Aijlva , Grietman van Baarderadeel , was 
gehuwd eferst met Frouk , dochter van Hessel Hu- 
gens van Hichtum en Frouk van Wijckel, en voor 
de tweedemaal met Margaretha , Baronnesse van 
Gent, en had bij de eerste vrouw een, en bij de 
laatste zes kinderen. Door zijn tweede huwelijk 
werd hij Heer van Waardenburg , Hiern , Neer- 
ijnen , Klingelenburg en Oldeland (*). Den 29 Sep- 
tember 1672 Grietman van Hemelumer Oldephaert 
en Noordwolde geworden , verwisselde hij die Grie- 
tenij bijna een jaar later (28 Junij 1673) met die 
van Wonseradeel. Hij woonde te Hichtum* In 
eerstgemeld jaar werd hij benoemd tot lid van de 
commissie, om te raadplegen over de verbeterin- 
gen , welke op het stuk van militie , politie en 
jinantie dezer Provincie vereischt werden (f). In 
hetzelfde jaar. onderteekende hij , als lid van de 
Staten , de resolutie , waarbij den ingezetenen van 
Leeuwarden en het Vliet toegestaan werd, de 
Louwsmeer te bedijken (J). Als lid van de Gede- 
puteerde Staten maakte hij in 1694, benevens Va - 
lerius van Glinstra, met Schotanus a Sterringa de 
overeenkomst over het uitgeven van deszelfs Atlas 
van Friesland (^). Onderscheidene malen was hij 
Commissaris politiek bij de Sijnoden. Hij overleed 
aan eene heete koorts den 31 Januarij 1705, en 
werd den 14 Februarij daaropvolgende in de kerk 

(*) Wapeub. AigWa. Gen. 10. (f) Chartb. 5 D. 815. 

(IT) Chartb. 6 D. 829. ^) Chartb. 6 D. 238. 

18 



274 WONSERADSEL. 

te Hichtum begrayen (*). Zijne yrouw oveilecfde 
hism verscheidene jaren en stierf den 15 Januan| 
1741 te Leeuwarden, in het vijf en tachtigste jaar 
hfiars ouderdoms (f ). 

1701. Co&RSLis VAii AiJLVA, gcboren in 1684, 
door afstand van zijnen vader en voorganger de» 
27 Jaouarij 1701 Grietman geworden ^ huwdeden 
12 April 1711 met Juh'ana, dochter van Wilco 
Holdinga , Baron thoe Scbwartzenberg , Grietman 
van Barradeel , en had een kind (§). Bij was ook 
Dijkgraaf, eil in 1707 lid van Gedeputeerde Sta- 
ten, en woonde te Hichtum, alwaar hij na eene 
langdurige sukkeling overleden is den 28 November 
1745. Zijne vrouw overleefde hem omtrent vijf en 
twintig jaren , en stierf insgelijks te Hichtum , dtsi 
29 Augustus 1770 (*)• 

1747. Tjaard vaw Aulva is reeds vermeld op 
Baarderadeel. 

1758. WiLGO, Baron thob SoHWA&TZEicBSRa vs 
HoHBN LAirsBBaG , gcborcn den 28 Mei 1738, wa^ 
de zoon van Michael Onupbrius , Baron thoe 
Scbwartzenberg, en Mar^aretba Maria, Baronnesse 
van Ghendt(4.). Grietman geworden den 19 Sep^* 
tember 1768, was hij tevens^ Ontvanger Generaal 
en Dijkgraaf van die Grietenij , en in 1766 lid van 
Gedeputeerde Staten* Hij woonde op Wibranda<- 
state te Hichtum, en was Meesterkaaap in het Ja^r^ 



(*) Fris. Nob. 192 , 194 . 197 , 200. (f) Wapenb. AijWa. 
Gen. 10. (S) Wapenb. A^lva. Gen. U. [^) ChalmQt Biogr. 
Woordb. 1 D. 392. (+) W^p^wfo Schwartwmberg, Gw It. 



WONSERADEEL. 275 

geregt van Friesland. Hij bleef ongehuwd en over- 
leed den 12 April 1788. 

1788. WitGo HoLDiiTGA Tjalling Gamst&a, Ba* 

ron THOE SCHWARTZENBERG BN HoHEfVLATTSBEEG , ge- 
boren te Leeuwarden den 4 Februarij 1738, zoom 
van Jan Sicco , Baron thoe Schwartzenberg en 
Hohenlansberg , Generaal en Gouverneur van Na^ 
men , en Elisabeth Helena van Gamstra , en gehuwd 
met Ghristiana Helena Geertruida Meckema van 
Burmania , bij welke hij acht kinderen had , was 
in .1760 lid van de Staten van Friesland en Vol- 
magt van de Zeedijken. In 1788 Grietman gewor- 
den in de plaats van zijnen neef , hier boven ge- 
noemd ^ moest hij in 1795 van zijnen post afstand 
doen , en heeft na dien tijd geene publieke betrek- 
king gehad. Hij overleed in Mei 1803; zijne we- 
duwe den 20 April 1819. 

WIJMBRITSERADEEL. 

de zevende Grietenij van Westergoo, was voor- 
maals, even als'Wonseradeel, in twee deelen ver- 
deeld , en had eenen Binnendijkster en eenen Bui- 
tendijkster Grietman. Dezelve grenst ten noorden 
aan Hennaarderadeel en Baarderadeel , ten noord- 
oosten aan Rauwerderhem , ten zuidoosten en zui- 
den aan Doniawarstal , de Slotermeer en Gaaster- 
land, ten zuidwesten aan de Heegemaeer, de 
Fluijssen en de Grietenij Hemelumer Oldephaert en 
Noordwolde, ten westen en zuidwesten aanWon- 
seradeel. Van de acht en twintig dorpen, welke 
deze Grietenij bevat, als: Oppenhuizen, üitwel- 
lingerga , Jutrijp , Hommerts , Smallebrugge , Wouds- 

18* 



276 WIJMBRITSERADEEL. 

end, IJpekoIsga , Indijk , Heeg , Gaaslmeer, Nieuw- 
huizen , Sandfirde , Oudega , Jldsega , Oosthem , Ab- 
bega, Weslhem, Wolsum, Nieuwland, Folsgare» 
Tjalhuizen, IJsbrechtumf Tirns, Scharneo;outum , 
Goinga , Loinga , Gauw en Offingawier , behoorde 
de eerste helft tot de Buitendijkster en dé tweede 
tot de Binnendijkster Grietenij , en hadden dezelve 
dus elk veertien dorpen. In de oudste stukken 
wordt Wijmbritseradeel Wagenbruggerdeel ge- 
noemd (*)• 

GRIETMANNEN VAN WIJMBRITSERADEEL. 

1374. Ja&igh EpAzooif, waarschijnlijk dezelfde 
met Jarich a Kee, in 1417 Grietman van Frane- 
keradeel (-j-). 

1426. Fegke Tijbisha en Eeta in der Huh- 
MERZE behoorden onder de Grietmannen, die bij 
akte van Augustus 1426 bepaalden , dat Oldehoof 
en de Hoek onder het regtsgebied van Leeuwarden 
zouden behooren (§). De tweede was denkelijk de 
Buitendijkster Grietman, omdat hij te Hommerts 
woonde. 

1450. HüHMA HuMHiNGHA, te Abbega wonende, 
teekende het zoenverdrag van 1422 tusschen de 
partijen ten oosten en ten westen van de Lauwers. 
Hij behoorde tot de Schieringers (^t). Bij eene uit- 
spraak van September 1450, van de Geestelijkheid 
in Wijmbritseradeel , in welke Grietenij deze de 
verkiezing der Grietmannen aan zich getrokken 

(^) Chartb. 1 D. 469. (t) Zie aldaar. (§) Chartb. t. a. p. 
(*) Foeke Sj. Fries. Jaarb. 4 D. 484. 



WIJMBRITSERADEEL. 277 

had (*) , en dus hare magt over hen uitoefende , 
werd hem en zijnen Buitendijkster ambtgenoot ge- 
last , den Regter van IJlst niet te verhinderen in 
zijn regt , om in voorschrevene stad vonnis in klei- 
ne en groote zaken te vellen. In eene bevestiging 
door die zelfde Geestelijkheid van de voorregten 
aan de stad IJlst gegeven, v\rordt hij nog eens in 
zijne kv^aliteit genoemd ; doch in het eerste stuk 
heet hij Grietman van JVagenbruggerdeel ^ en in 
het tweede van Wenbrit%arteijl{^), 

1450* Edzaad DovwBzooir vAir HAaiNXHA thoe 
Haghe of Hebg ; zoo deze geen zoon was van Douwe 
van Harinxma thoeHeeg, die volgt, weet ik hem niet 
te huis te brengen. Hij wordt bij Ferwerda niet 
onder de zonen van dezen Douwe genoemd ; ook 
vind ik hem nergens anders in dat werk. Hij was 
mede betrokken in de uitspraak der GreesteUjkheid , 
bij zijnen ambtgenoot vermeld, en komt ook in 
het daar vermelde tweede stuk voor , doch wordt 
aldaar, zeker door eene schrijflfout, IdzartThau^ 
son (Douwezoon?) in Heeg genoemd. 

1454. Douwe van HAaiNXMA thoe Heeg was de 
zoon. van den Potestaat Haring van Harinxma en 
Jelke N. N. ; hij trouwde met Tietske ter Caple', 
of, zoo als anderen willen, van Adelen, en had 
vijf kinderen. Hij was ook Hoveling te Sneek(5). 

1455. Harihg van Doi«ia was de tweede zoon 
van Sierk van Harinxma , te Oosterend , die den 
naam Donia had aangenomen , en dus broederszoon 



(*) Zie Inleiding , bl. 3. (f) Chartb. 1 D. 5^8 , 539. 

(§) Wapenb. Harinxma in Haegh. Gen. 1. Stamb. v. Adel. 



278 WIJMBBITSERADEEL. 

van Douwe ¥an Hariuxma , hier boven genoenuL 
Hotse van Donia, ia 1453 Grietman van Hennaar- 
deradeel, was zijn broeder (*). Het blijkt niet, 
dat hij getrouwd is geweest (f) , doch hij woonde 
te Nieuwland , op Doniastate , en was Hoveling al- 
daar. In 1461 werd zijn huis te Nieuwland door 
de Schieringer^ , Groslick van Jongema en Douwe 
Sjaerdema , ingenomen en geplunderd , waarna de 
overwinnaars er bezetting in legden. Hierop nam 
Haring de stins van Hepke te Smallenbrug in, en 
deed van daar zijne vijanden zoo veel afbreuk, 
als hem maar mogelijk was. Vervolgens met zij- 
nen broeder Aggo naar het slot van Galama teAk- 
marijp getrokken zijnde , maakten zij het , met in 
den omtrek te rooven en te plunderen, zoo erg, 
dat zij , volgens een op den gemeenen landsdag 
genomen besluit , aldaar door het gemeene land be- 
legerd werden ; doch vruchteloos ; want met eenig 
schietgeweer , bussen genoemd, welke men om 
dien tijd hier te lande voor het eerst zag , voor- 
zien zijnde, schoten zij verschridene belegeraars, 
en daar onder eenige voorname Edellieden, dood. 
Het beleg opgebroken zijnde , waren de Donia's 
zoo trotsch op htume overwinning geworden , dat 
zij het geheele omliggende land onder schatting 
bragten, en noch de magt van Sneek, noch die 
van Bolsward ontzagen , en zelfs , tegen alle over- 
eenkomst en gewoonte aan, vreemd krijgsvolk in 
hunnen dienst namen. Met hulp van hetzelve 
nam Haring de sterke stins Hiddema , op Nieuw- 
land , in , voorzag dezelve van eene diepe gracht , 
en ging er op wonen , als of bet zijne eigene was. 
Kort daarna had er eene verzoening tusschen hem 

(*) Zie aldaar, (f) Wapenlu Harinxma Doaia. Gtn. 3. 



WUMBREFSBRADEEL. 379 

^m fiijnen greotslen vijand , Epo a Ree van Hottin- 
ga, plaats» in welke Gro^ck van Jongema ook 
betf okken wa». Evenwel gcene rust kutinende hon- 
den, keerde hij in het volgende jaar zijne wapenen 
legen de Galama'^ , die in een gevecht zqnen broe- 
der Kempo hadden omg^ragt. Hg nam het allot 
van Jancke Douwema te Imsum in, varnidde het, 
en joeg den eigenaar uit het dorp; doch, deze 
van alle kanten hulp bekomende, leverden zij el- 
kander slag bij het klooster Aalsum , in de nabij- 
heid van genoemd dorp, waarb^ de Yetkoopers 
de overwinning behaalden , en zoo hevig van weers- 
zijden gevochten werd , tlat eehige voorname Schie- 
iingers gevangeÉ genomen werden, eh e^ aantal 
sneuvelde , oader welke laatsten ook Harittg zich 
bevond. Dit gebetirde in 1462 ; door zijnen dood 
hadden de Schieringers een ^ewigtig verUes gele- 
den , en M hunne {>ïirtij zeer verzwakt (^). 

1460. Haaihg van Hariihuia thos Hbbg was de 
«oon van Douwe van HaiHixBia, hierboven gemeld, 
en gehuw^d met Popk , dochter van Rieuk Popke- 
ma of Popma , Heer van het eiland ter Schelling. 
Hij had bij haar vijf kinderen (f). Hij was Hove- 
ling te &ieek ^en örietman van Wi^mbritserddeel 
buitendijks, in het jaar 1460 ($). Denkelijk is hij 
overleden in l4i7S\ en begraven in het koor van 
de kerk te Heegs onder eenen rooden grafsteen. 

1469. Fbico van Ha&inxma van Sneek was de 
zoon van Booko v«n Harinxma , Olderman en Ho- 
veling te Sneek » en Gaats van Dekama. Hij huw- 



(*) Wih8. 2lSS^2tl. (t) tVapenb. Haringsma in Uaeéeg. 
Gen. 3. ($) Stalnb. v. Adel. 



280 WIJMBRITSERADEEL. 

de eerst met Trijn , dochter van Douwe Aijlya van 
Sjaerdema en Edv^ar Sjaerdema, en naderhand in 
1461 met Luidts Oenema van Wirdum , en had bij 
de laatste vrouvtr drie kinderen {*). Even als zijn 
vader, Hoveling te Sneek en tevens Grietman van 
Wijmbritseradeel (f) , schijnt hij een vreedzaam 
man gevtreest te zijn » en het voorbeeld van dezen en 
zijnen schoonvader niet gevolgd te hebben ; ik vind 
althans in dé geschiedenis van dien tijd geene mel- 
ding van hem gemaakt. Hij overleed in 1471 en 
zijne tweede vrouw in 1477 (J). 

1 473. LoiLiFp HouTBMii , zoon van Hoij te Hoijte- 
ma enTet Agama v^Harinxma(^) , was getrouwd, 
volgens sommigen met Rein Anama (4-) en volgens 
anderen met Ju of Jets, dochter van Keimpe 
Harinxma van Donia , en had eenen zoon {*). Hij 
was in 1473 Grietman van Wijmbritseradeel Bui- 
tendijks, en woonde te Oudega(f). 

1477. TjAAan HBSLnroKs, ofGosLics, is mij niet 
anders, dan uit de gedrukte Naamlijst en één 
handschrift bekend* 

1487. SiTZo VAv Haeihxha thob IJlst, zoon 
van Epo van Harinxma en Jel van Hettinga, en 
kleinzoon van den Potestaat Haring van Harinxma, 
was gehuwd met Tet Boiming^ of, Hillinga , en 
had drie kinderen (§). Hij wordt Grietman van 

(*) Wapenb. Oud Harinxma. Gen. 4. (f) SUmb. r. Adel. 
(§) Wapeob. t. a. p. (^) Upc. v. Bonn. Tab. Gen. Stamb. ▼. 
Adel. (+) Upc. V. Burm. Tab. Gen. (♦) Stamb. v. Adel. 
(t) ^P^* ^* Burm. Tab. Gen. Stamb. v* Adel. en andere HSS. 
(S) Wapenb. Harinxma in IJlst. Gen: 3. Stamb. t. Adel. xe^ 
dat hy trouwde met Hiylck Hommema en 8 kinderen had. 



WIJMBRITSERADEEL. 281 

Wijmbritseradeel genoemd in een gaarlcgger of 
verbond tusschen de steden en dealen van Wester- 
goo, van den 28 Junij 1487 <*). 

1487. DouwB vAif Hettiitga, zoon van EpoTie- 
tes van Ilettinga en Jel van Harinxma t had tWee kin- 
deren; de naam zijner vrouve is onbekend. Hij was 
Hoofdman te Abbega en Grietman van Wijmbfitsera- 
deel (f) , uit hoofde zijiierv^oonplaats voorzeker bin- 
nendLjks, terwijl de hier voorgenoemde Sitzo van 
Harinxma dan buitendijks was. In het , bij dezen ver- 
meld , verbond wordt hij eenvoudig Douwe Epaz , 
Grietman van Wijmbritseradeel , genoemd. Ofschoon * 
even als zijn geheel geslacht Schieringsgezind , schijnt 
hij zich echter met de partijschappen niet opge- 
houden te hebben , en het voorbeeld van zijnen va- 
der en broeder Benedictus , die in Gaasterland in 
het gevecht tegen den meergemelden bevelhebber 
Fox gesneuveld waren , niet gevolgd te hebben. 

1487. HoHHB vAir Hettinga , broeder van Dou- 
we , was te gelijk met dezen Grietman van Wijm- 
britseradeel en Hoofdman te Hommerts , dus bui» 
tendijks ; hij was gehuwd met Wik van Harinxma 
thoe Slootene dochter van Kqmpo Abbema, die 
den naam zijner vrouw had aangenomen , en Hijlk 
van Harinxma , en had bij haar vier kinderen (§)• 
Rustig en vreedzaam , gelijk zijn broeder Douwe , 
komt hij bij onze geschiedschrijvers niet anders 
voor , dan dat hij den reversaalbrief aan den Her- 
tog van Saksen heeft onderteekend. Ook wordt 
hij met zijnen oudsten broeder Idsard opgeteld on- 

(*) Chartb. 1 D. 742. (f) Wapeob. . üellMga. Gen. 5. 

($) Wapenb. t. a. p. Oud Harinxma. Gen. 6. 



282 WIJMBRITSSRABEEL. 

der de Edelen, op de Itjst ran 1605 (*). Doutve 
komt in geen van beide stukken toot , en ü dus , 
denkelijk toen reeds orerleden geweest* 

1487 (t). PiiTim TAK HAAnrxHA tnoi Slooten 
was de zoon Tan Watze Tan Harinxma en Saek 
Tan Camstra , en gehuTvd met Rixt , dochter Tan 
GosNck Tan Jongema en Sitke Tan AijlTa , doch 
had geene kinderen ( J). Na den dood Tan zijnen 
grootTader Bocko Tan Harinxma'in 1470 HoTcling 
of Heerschap te Sneek geworden , kwam zijn schocm- 
broeder Juw Tan Jongema , die uit Bolsward de 
Tlugt had moeten nemen , hem om hulp aanspre- 
ken, welke hij dadelijk Ter^chafte, door met eeni- 
ge Edellieden en zestig man , die hij te Sneek ligt- 
te , op Waltastins te Tjerk werd te trekken en de- 
zeWe met mond- en krijgsbehoeflen te Toorzien. 
Hierop belegerde hij Hottingastins te Nieuwland, 
doch werd Tan daar weggelekt door Sicke Sjaer- 
dema, die Bolsward had ingenomen. Het kwam 
binnen die stad tot een geTCcht , wnarbij Harinxma 
OTerwinnaar bleef, en d^ benden Tan Sjaerdema 
TcrdrcTcn werden. Van daar trok Pieter naar 
Wommels, en Terbrandde en plunderde Terschei- 
dene huizen Tan de Sjaerdema*s en Hottinga's. 
Twee jaren later ontTing hij op eenen aTond , dat 
tiij naar bed zoude gaan en reeds ontkleed Tras, 
eenen brief , waarin hij Tcrzocht werd in de wa- 
penen te komen, om de Leeuwarder hulptroepen 

(*) Wins. 393, 403. (f) Ik beb hem als Grietman op 1487 
gevonden , zoo als ook de beide voorgaanden , welke nog wel 
uitdrukk«|^k gekegd worden Ce gel^k Grietman 'Ie z^ngeweetf; 
denkelijk beeft Douwe van Hetlinga slechts korten tgd dien 
post bekleed , en is Uarinuna voor hèm in de plaats gekomen. 
(§) Wapenb. Oud Barinxma. Gen. 5. 



WIJMBRITSERADEEL. 283 

van de gebroeders Wedinga, die van hun huis te 
Poppingawier de omliggende dorpen beschadigden 
en plunderden, te helpen verdrijven. Terslonid 
zijne kleederen weder aangeschoten hebbende, riep 
hij de ingezetenen van Sneek te wapen, en trok 
met hen, ten getale van driehonderd man, op 
naar de Jongema's, die te Rauwerd gelegerd wa- 
ren ; met deze vereenigd namen zij den volgenden 
dag (7 April 1482) gemeld huis stormenderhand in 
en versloegen vele vijanden. De Spijker^ een sterk 
slot, toebehoorende aan het klooster van Heme- 
lum, door de Galama's en anderen belegerd zijn- 
de , werd hij door den Abt wederom ter hulpe in- 
geroepen , en begaf zich ook op weg töt ontzet , 
met eene groote ma^ van wel zevenduizend man 
sterk.; doch onderweegs hoerende, dat het slot zich 
reeds aan den vijand had overgegeven, trok brj 
onverrigter zake weder af. De Schieringsche par- 
lij verioor veel bij zijnen dood, in het jaar 1488 
voorgevallen (*). Hij voerde tot zijn wapen, eenen 
halven arend, met drie eikels, twee boven, eenen 
in de punt , en boven uit eenen arendshals (f). 

1492. fiocKO VAN Harinxha , zoon van Feico 
van Harinxma , bovengemeld op 1469, (broeder 
van den vader van Pieter hiervoor) , was gehuwd 
met Ansk, dochter van Tjaerd van Jongema en 
Wijts. Juwsma , en zuster van den beruchten 6os^ 
lick, Grietman van Wonsera deel , en had eene doch- 
^^''(S)* I^ ^® plaats van zijnen neef Hoveling te 
Sneek en Grietman van Wi^mbritseradeel gewor- 
den , was luj eea man van veel gezag en magt , 

(*) Win». 278, 296, 300, 304, 307. (f) Wapeiib. Oud 
Harinxma. Oen. 5. (^) Waj^enb. t. a. p. 



284 WIJMBRITSERADEEL. 

^oo wel in Oostergoo en de stad Leeuwarden , als 
in Westergoo ,en Zevenwouden. Hij had in zijnen 
dienst eenen zekeren Hotze Doekes Fondens , zeer 
denkelijk den vader yan den Grietman yan Baar- 
deradeel, Doeke Fondens, eenen man, die nooit 
bier of wijn gebruikte , doch daarom niet minder 
wreed en bloeddorstig was. Deze roofde en plun- 
derde voor hem met een gering aantal yolk, yoor- 
al in Gaasterland, en nam gevangenen, welke hij 
dan op losgeld stelde , en naderhand het geld met 
zijnen meester deelde. Doch nadat deze den slag 
tegen de Groningers bij Barrahuis verloren had, 
begonnen zijne actiën te dalen, en Gaasterland, 
onwillig langer onder de bescherming van iemand, 
die zulke uitzuigers in zijnen dienst had , te staan , viel 
hem af. Aan de Hoeksche Edellieden , door hunne 
tegenpartij uit Holland verjaagd, zoo als Jan yan 
Naaldwijk en anderen , gaf hij driehonderd krijgs- 
knechten mede , om Hoorn te heroveren ; doch de 
aanslag verraden zijnde, hebben zij de soldaten 
weder moeten afdanken. Bij Workum versloeg hij 
met Seerp Beijem de Vetkoopers, en nam de stad 
in. Igo van Galama , een voornaam hoofd der Vet- 
koopers , is , bij die gelegenheid zwaar gewond 
zijnde , door de 'krijgsknechten vermoord. In 1494 
nam hij met en ten behoeve van zijnen' schoonbroe- 
der Goslick van Jongema Bolsward in, doch zij ^ 
moesten spoedig de stad weder verlaten. Na me- 
nigvuldige twisten en oorlogen met de Galama's 
gevoerd te hebben , trof hij eindelijk eene verzoe- 
ning en overeenkomst met hen , welke zij evenwel 
spoedig weder verbraken door het gewapenderhand 
vernielen van zijn huis te Hemelum , (hetwelk hem 
volgens de overeenkomst geoorloofd was te ver- 



WIJMBRITSERADEEL. 285 

sterken ,) terwijl hij bezig was het té laten optim- 
meren. Woedend over zoodanige trouweloosheid, 
rukte hij aan het hoofd eener groote bende der- 
waarts, en bleef er zoo lang, tot dat het huis 
voltooid was; toen legde hij er bezetting in, en 
plaatste aan het hoofd van dezelve den beruchlen 
partijganger Wijbe Jarichs Jelkama. Hij was bij 
de overwinning , door Goslick van Jongema voor 
Bolsward op de Vetkoopers behaald , en de gevan- 
gene Edellieden werden op zijn huis te Sneek in 
bewaring gebragt. Gedurende het beleg van het 
huis van Jelmer van Sijtzama te Warns hield hij 
zich met zijn volk te Hemelum op , en trok van 
daar naar Harich, waar hij bleef, tot dat er eene 
zekere overeenkomst omtrent het uitleveren van ge- 
vangenen enz. tusschen de partijen getroffen was. 
De Hoofdman Fox, eenigen tijd daarna Bolsward 
voor Goslick van Jongema weder willende verove- 
ren , werd daarin door hel slechte weder verhin- 
derd , en verzocht daarom binnen Sneek gelaten te 
worden , om beter af te wachten ; tegen den zin 
van meer voorzigtige lieden , werd dit door Ha- 
rinxma toegestaan* Gedurende d^n slag tusschen 
Fox en de Zevenwolders wachtte Bocko met Louw 
van Donia den uitslag af op eene stins te Wouds- 
end , vast besloten hebbende het land te verlaten , 
zoo hunne partij overwonnen werd. Doch de uit- 
komst in hun voordeel zijnde , trokken zij weder 
naar Sneek. Spoedig berouwde het hem de vreem- 
de soldaten in de stad gelaten te hebben; want 
aan de onmatige eischen van dezen tot betaling 
hunner soldij niet vnllende noch kunnende voldoen , 
werd hij eerst met gevangenschap gedreigd , en ge- 
poogd hebbende te ontvlugten, werkelijk in de 



286 WIJMBRITSERADEEL. 

boeijen gesloten, en benevens Louw vdn Donia op 
allerlei wijze gepijnigd , om hen te noodzaken tot 
het geven van een handsehHft, bij hetwelk aan 
hen afgestaan werd zijn huis te Woudsend , ver- 
kiezende zij niet eerder de stad Sneek te verlaten. 
Door tusschenkomst van de burgerij der stad , zijn 
eindelijk de Groningers, of het zoogenaamde Gro- 
ningsche verbond, borg voor de betaling van het 
gevorderde gebleven , en Harinxma en anderen zoo 
lang naar Groningen in gijzeling gebragt , tot dat 
door Westergoo het geld zoude zijn opgebragt. 
Tegen alle beloften aan , zijn zij evenwel , nadat 
reeds de soldaten te vrede gesteld en uit Sneek ge- 
trokken waren , door de Groningers gevangen ge- 
houden. Uit deze gevangenis ontsnapte Harinxma, 
met behulp van eenen wijntapper uit Sneek , Jan 
Ranneken genaamd, en werd in die stad met triomf 
ingehaald ; de straten waren met groen gestrooid 
en na het houden van eenen plegtstatigen omgang 
werd er een Te B^um. laudamus in de kerk ge- 
zongen. Door ervaring wijs geworden, weigerde 
hij naderhand de vreemde krijgsbende, waarmede 
Tjerk van Walta in Friesland gekomen was , den 
gevraagden vrijen doorlogt door Westergoo , onder 
voorgeven, dat zij door hun aangegaan verbond 
met Oostergoo en de Vetkoopers verhinderd wer- 
den hierin toe te stemmen. Harinxma kreeg de 
commissie , om dat besluit die krijgsbende monde- 
ling mede te deelen , en wel op eenen nevelacbti- 
gen morgen , zoodat men voor verraad beducht 
werd , en hem afried de stad te verlaten ; doch hij 
ging , steunende op de burgers , die op de wallen 
gewapend gereed stonden om hem te beschermen 
en te wreken. Ofschoon de soldaten over het ant- 



WIJMBRITSERADEEL. 287 

woord zeer te onvreden waren , liep aijne zending 
evenwel goed aL Afgemat door alle de onheilen 
yan den burgerkrijg, welke het land te gronde 
bvagl» was hij een der eersten, die besloot dai 
Hertog van Saksen als bescberraheer aan te nemen; 
b^ werd dan ook als een (^ afgezanten naar den-* 
zelven in 1498 benoemd. Zijne laatste daad was 
de togt naar Bergum met Douwe Rodmersma, 
Grietman yan Franekeradeel en anderen (*)• In het 
yolgende jaar is hij oyerleden(f). 

1500. Sghblto yAN Liavgkama , was de zoon 
yan Schelto yan Liauckama en Tiets Nienhuijs, en 
getrouwd met Luts , dochter yan Juw yan Hariüx- 
ma, broeder yan Feico, hierboyen gemeld en yan 
W^ts Juwsma yan Rinsuma geest , die naderhand 
trouwde met Tjaerd yan Jongema. Zij was weduwe 
van Sicco Sjaerdema (J). Liauckama kreeg bij haar 
twee kinderen. In 1494 werd hij tot een yan de 
yier en twintig Mederegters yan den nieuw yerko- 
zen Potestaat Juw Hettes yan Dekama benoemd. 



(*) Win«. 308—359. (t) Wapenb. Oud Harinxma. Gen. 5. 
Onderscheidene^ hiergenoemde, Grietmannen^ zoo als : Ha- 
ring Tan Donia , Haring van Harinxma , Feico van Harinxma , 
Homme van Hettinga , Pieter yan Harinxma en Kocko van Ha- 
rinxma worden niet gevonden in de gedrukte Naaml^st noch 
in de meeste HSS. ; doch wat de Harinxm'a en Donia betreft ^ 
wordt dit zoo stellig door het Stamboek van Adelen van Chro- 
nenburg gezegd^ en aangaande Hettinga is het geslachtregis- 
ter , hetwelk ik van die familie in Lat^nsch HS. bezit , en 
door Ferwerda woordelijk is vertaald , zoo positief , dat er , 
dunkt m^ , geen tw^fel aan is^ of al de hier genoemden 
hebben het ambt van Grietman van Wigmbritseradeel bekleed. 
Aangaande Donia wordt het bovendien bevestigd door eeneu 
eigenhandigen brief van E* M« van Burmania. C§) Upc v. 
Burm. Stamb« v. Adel. Wapenb. Oud Harinxma. Gen. 5» 



288 WIJMBRITSERADEEL. 

en in hetzelfde jaar behaalde hij in hel leger der 
Schieringers mede de overwinning bij Bolsward. 
In de plaats van Bocko van ' Harinxma werd hij 
aangesteld tot Hoveling te Sneek , en verkreeg ook 
de waardigheid van Grietman van Wijmbritsera- 
deel (*). Door de vreemde krijgsknechten werd in 
14^ zijne sterke stins te Sexbierum , ofschoon met 
eene bezetting van dertig man voorzien , met ge- 
weld ingenomen ; gelukkig bevond hij zich zelf op 
dat tijdstip met zijne vrouw te Franeker. In het 
volgende jaar was hij een der gecommitteerden , 
die den Hertog Albrecht van Saksen en zijnen zoon 
Hendrik als Erfgouvemeur en Potestaat van Fries- 
land kwamen ontvangen (f). Terstond daarna werd 
hij verkozen tot lid van den Raad , vooral tot be- 
looning, om dat hij de Sneekers belet had, on- 
derstand aan het leger te Franeker, hetwelk den 
Hertog aldaar belegerde , toe te schikken (J). Ook 
hij behoorde bij den dikwijls genoemden togt naar 
Bergum. Hij maakte zijn testament in 1503 en be- 
dacht in hetzelve gunstiglijk de Greestelrjkheid in en 
bij Sneek, even als die in den omtrek van zijne 
voorouderlijke state , Liauckama te Sexbierum ; ook 
begeerde hij te Sneek begraven te worden. Kort 
daarna schijnt hij gestorven te zijn , daar op de 
lijst der Edelen van den Saksischen Hertog wel zij- 
ne kinderen , maar niet hij zelf, voorkomen. Zij- 
ne vrouw, die ouder dan hij moet geweest 
zijn (*) , overleefde hem echter (|). 



(*) Arch. van Visser eo Amersf. 3 St. 200 in de aanteek. 
(t) Wins. 320, 326, 348 , 365. (§) Gemeld Arch. t. a. p. 
(^) Aid. (4.) Upc. y. Burm. Tab. Gen. « 



AVIJMBRITSERADEEL. 288 

1505. Loüw YAif DoBunoA of DoniA is reeds 
vermeld op Rauwerderhem. 

1510. DoüWB TAK Haainxma, zoon van Hart- 
man van Harinxma thoe Heeg, was in 1510 Griet- 
man van Wijmbriiseradeel en trouwde met N. N. , 
bij welke hij eenen zoon had ('^). Daar hij eenen 
oom had ^ ook Douwe van Harim^ma genoemd , 
die tot in 1516 leefde, durf ik, uit vrees van den 
eenen met den anderen te verwarren , hier niets 
van hem te boek stellen. Mogelijk is hij wel van 
de Geldersche zijde Grietman geweest. 

1517. PiBTEE Blaüwsghüit, Doctor in de Reg- 
ten, werd den 7 Februarij 1517, op zijn ver- 
zoek , commissie op de Grietenij Wijmbritseradeel 
verleend (-}•). 

1522. Keimpe van Jongbma, was de zoon van 
Hossel Keimpes van Jongema en Jel van Albada , 
en schijnt niet getrouwd te zijn geweest (§). Hij 
was zeer Gelderschgezind , en ook van die zijde 
tot Grietman van Wijmbritseradeel benoemd. Het 
land verlaten hebbende , om dat hij zich even als 
Tjerk van Walta , Tjaard Mockema en anderen , 
niet aan de Saksers verkoos te onderwerpen, ver- 
toefde hij in Brabaqd, efh trok met zijne genoem- 
de medeballingen in 1500 aan het hoofd van eenen 

(*) Stamb. T. Adel. , waar hig genoemd wordt de broeder van 
Haring , die hier onder volgt j bij Ferwerda komt deze Douwe 
niet Yoor; ook geeft gemeld Stamb. hem eene andere moeder 
als deze ; de eerste noemt haar Isck N. , de tweede Gerland 
van Aiglva ; zie hier onder op Haring van Harinxma. Chartb. 
2 D« 55 noemt Pieter Blauwschnit opvolger van Lpuw van Do- 
nia. (t) Chartb. 2 D. 344. (§) Upc. v. Burm. Tab. Gen. 

19 



290 WIJMBRITSERADEEL. 

troep vreemde krijgsknechten naar Drenthe,, nmar 
zij door de Groningers in dienst werden genomen , 
om Appingadam , toen in handen van Graaf Ed- 
zard van Oostfriesland , te beroagtigen ; doch deze 
aanslag mislukte , daar de Graaf tot ontzet aan* 
kwam en de Groningers versloeg. Verscheidene ja- 
ren later (1516) werd hij en zijne partqgenooteii 
door de Raden van Keizer Karet vermaand, om 
de Geldersche zijde te verlaten en tot die van hmi- 
nen meester over te gaan, met belofte van hun 
voorspraak Ie zullen zijn ; doch zij weigerden het , 
en schreven eenen vinnigen brief terug , in welken 
zij verklaarden, stellig overtuigd te zijn, dat de 
Hollanders de erfvijanden van de Friesche natie en 
derzelver vrijheid waren (*). In 1522, toen de Gel- 
derschen, in Sneek den baas spelende, bevreesd 
waren , dat de burgerij hun zoude afvallen , lieten 
zij volk aanwerven, onder voorwendsel, dit naar 
Hulkenstein in Gelderland te zullen brengen , maar 
indedaad om hunne partij in de stad te versterken. 
De rijkste en voornaamste burgers, verbitterd over 
de knevelarijen der Gelderschen, en dezen toeleg 
bemerkende , maakten eenen dapperen , stoutmoe- 
digen schipper Hein Sijmens, onder het volk Does- 
ke genoemd , op , om de trom te laten roeren en 
ook volk aan te nemen , kwanswijs tot ee;ien togt 
te water, onder belofte van eenen goudgulden hand- 
geld. Dit behaagde het volk uittermaten, doch de 
aanhangelingen van den Gelderschen Hertog in het 
geheel niet , zoodat zij den trommelslager verboden 
verder rond te gaan. Doeske hier over vertoornd, 
vroeg de Heeren , of het niet veel beter was , dat 



(*) Schot. 484, 586. 



WIJMBRIT9ERADEEL. 291 

het volk ten oorlog Toer , dan dat zij te huis ver- 
hongerden ? Door den Burgemeester Bocke Pieters 
ov€*r «ijne onbetamelijke woorden bestraft , trok bij 
zijn mes en wilde hem te lijf; doch Keimpe van 
Jongema trok ook het zijne , en wilde den Burger- 
meester beschermen ; maar door een der medgezel- 
len van Doeske aangevallen, werd hem zijn wa«- 
pen uit de hand geslagen, en hij met de andere 
Heeren uit het huis gejaagd , zoodat hij , de Kan- 
selier en de genoemde Burgemeester, hals over hoofd 
van de trappen vielen , en hij einddijk , dooi' in de 
kerk te vlugten, ontkwam (*); welk voorval ten 
gevolge had, dat hij onder die Grietmannen be- 
hoorde , die niet , dah met bijzondere vergtuming 
van den Gelderschen Bevelhebber en den Burge- 
meester en Raden der stad , binnen Sneek mogten 
komen (f). Het volgende jaar was hij binnen Slo-» 
ten Hoofdman van de Geldersche bezetting, tóén 
<iie plaats door de Bourgondischen belegerd werd. 
De stad werd zoo geweldig beschoten , dat men , 
volgens de kronijken, het geluid te gelijk te Am* 
sterdam en te Zutfen hooren kou. De windmo* 
len en kort daarna ook de rosmolen in brand ge- 
raakt zijnde, moesten de belegerden zich behelpen 
met hun koren op mosterdmolens te malen , en de 
daarvan gemaakte koeken op roosters te braden; 
vleesch en bier geraakten schielijk op, alsmede het 
buskruid , zoodat zij zich spoedig moesten overge- 
ven. Den 9 Novetnber trokken zij uit en kregeti 
vrijheid te gaan , werwaarts zij wilden , behabre 
naar de Lemmer of naar Steenwijk (^). 



(*) Arch. T. Vi«8. en Aroersf. 3 st. 298. Cf) Wiiis 463. 
(§) Schot, 620. 

19* 



292 WIJMBRITSERADEEL. 

1526. H^aiNG Haetmaic tan Harinxma was de 
zoon van Hartman van Harinxma thoe Heeg en 
Gerland van Aijlva , en gehuwd met Bauk , zuster 
van Rienk van Burmania , in 1555 Grietman van 
Leéuwarderadeel (*)• Hij had bij haar drie kin- 
deren, en werd in 1526 van wege den Keizer be- 
noemd tot Grietman van Wijmbritseradeel. Zijne 
vrouw' overleed den 7 December 1553 en werd te 
Edens begraven. ' 

1532. Iwo Feitzha of Fritema is reeds vermeld 
op Menaidumadeel. 

1538. Fe Airs van Rooeda was de zoon van Joan 
van Roorda en Tied van Scheltinga (of Idzinga) ^ 
en gehuwd met His, dochter van Pier Bonninga van 
Sjaerda en weduwe van Douwe Oenema van Ter- 
capie , en had eenen zoon. Hij was tevens Oider- 
man te Sneek (-J-). Als Grietman verzocht hij bij 
rekwest, den 17 J^nuarij 1543, aan den Stadhou- 
der en het Hof van Friesland , om te mogen we- 
ten , hoe hij handelen moest ten opzigte van de 
zwarigheden , welke hem tegengeworpen werden 
bij het opmaken van het register van beneficiên ,ea 
geestelijke goederen (§). 

1554. S£BEP VAif AuTA, broetler vanRintje van 
Aijta , Grietman van Oostdongeradeel , en van den 
beroemden Viglius, was gehuwd met Barbara, 
dochter van Hette van Hettema en Hack van Roor- 
da (*) , en had negen kinderen (|). Wegens te naau- 

(*) Wapenb. Harinxma in H«eg Gen. 5. Burmania Gen. 8. 
(t) Wapenb. Roorda in T^emmarunu Gen. 7. {§') Chartb. 3. 
D. 2. (^) Stamb. v. Adel. (4-) Suff. Petri de Script. Fris. 351. 



WIJMBRITSERADEEL. 293 

-we bloedyerwantschap met zijne vrouw had hij 
eerst dispensatie voor zijn huwelijk van den Paus 
verkregen. Hij overleed in 1556. 

1557. ' GsaBaAiiD van Aijta , broeder van den 
voorgaanden, was geboren in 1619, en huwde 
met Tiet , dochter van Lolke Rheen , en naderiiand 
met Gatharina Petri of Pieters. Bij de eerste vrouw 
had hij zes kinderen, en bij de tweede eenen 
zoon (*). In 1570 was hij een van de Staten van 
Friesland , die door Robles werden opgeroepen , 
om middelen te beramen lot het aanwerven en on- 
derhouden van vier vaandels krijgsknechten ten 
behoeve van den Koning van Spanje tegen zijne 
oproerige onderdanen; hetwelk, uit. hoofde van de 
groote sommen gelds, welke men reeds had gege- 
ven, en de uitgeputheid des lands, werd gewei- 
gerd (f). Aijta overleed den 19 April 1573 (J) te 
Swichum , nadat hij kort te voren uit Braband , 
waar hij zijnen broeder Yiglius bezocht had , was 
teruggekeerd. 

1569. PiETEA BuiJGias, zoon van Johan Buij- 
girs , Grietman van Leeuwarderadeel , was gehuwd 
met Jaquelina , dochter van zijnen voorganger , ge- 
boren in 1564, bij welke hij eenen zoon en nog 
meer kinderen had (*). Zijne vrouw was opgevoed 
te Gend , en trouwde met hem den 1 Oclober 
1569 , toen zijn schoonvader hem de Grietenij over- 
droeg , en zich te Swichum met der woon neder- 
zette. In de oproerige tijden met zijne vrouw van 
Sneek naar Leeuwarden gevlugt zijnde , bekwam 

{*) Suff. Petri de script. Fris. 356. (t) Wins. 568. 

(5) Suff. Pelr. t. a. p. (*) Suff. Pelri t. a. p. 358. 



204 WIJMBRITSERADËBL. 

UJ toch naderhand zijn huis in eerrtgemelde stad 
weder (*)♦ Tiomme Rolleroat op naam, yan den 
Prins van Oranje wch meester gemaakt hebbende 
van de Grietenij Wijmbritseradeei in 1672 of wat 
later, werden alle de goederen van Buij^rs bij 
openbare veiling te Sneek verkocht, en bet geld, 
daarvan gekomen , in 's lands schatkist , waarvan 
Roilema Ontvanger was, gestort (f). Ofschoon van 
xijnen post ontzet , wordt hy in de rollen van den 
Hove in 1577 nog Grietman genoemd, terwijl, 
volgens het €harterf)oek 3 D. 11Ö8, Sijdts van Bot- 
nia , op naam van den koning van Spanje in 1578 
tot Grietman van Wijmbritseradeei , vacerende door 
de suspensie van Pieter Buygirs , aangesteld is. 
Hij overleed den 14 Felwraary 1606, en wordt c^ 
zgnen grafsteen nog Koninklijke Majesteits Grietman 
van Wijmbritseradeei genoemd. Zijne vrouw stierf 
den 22 November 1632 (S). 

157. • TiBTB VAK Hettikga, Kajntein of Hoofd- 
man te Hommerts, broeder van Homme van Het- 
tinga , Grietman van Baarderadeel , en gehuwd met 
Hijlck , dochter van Antbonij of Tonis van Galama 
en Kuuera Jousma, had vier kinderen (j^). Of- 
schoon hij niet in de gedrukte Naamlijst voorkotti , 
is het evenwel stellig zeker, dat hij Grietman van 
Wijmbritseradeei was {\) , doch in welk jaar ia mjj 
duister gebleven. Te Water (*) van Tzomme Rol- 



(*) Vigli Zwichemn Epittolae 220» 231 , 232. (f) Te Wat. 
Verb, d. Edel. 3 D. 270* (S) Register der graven in de Jaco- 
b^ïner kerk te Leeuwarden. (^) Wapenb. Hettinga. Gen. 7. 

(+) HS. Latgnsch geslachtregister van Hettinga , door Fcrwerda 
Woordelgk verUald. Te VTat. Verb. d. Edel. 2 D. 460. C^) Verb. 
d. EdeU 3 D. 263. 



WUMBRITSERADEEL. 295 

lema , die zal volgen , sprekende » aiegl , dat deze 
omtrent 1572 Pieter fiuijgirs van de Grietenij ont- 
zette , en bij , als ook Ferwerda verzekeren , dat 
Hettinga overleed in 1574; dus zal hij v^aarschijn- 
lijk vóór eerstgemeld jaar den post van Grietman 
bekleed hebben , althans van vrege den Prins van 
Oranje daarvan den naam gedragen hebben, ter- 
w^ Buijgirs voo^r dqn Koning van Spanje regeer*- 
de , tot dat Rollema , ook uit naam van den Prins 
benoemd, gelukkiger of magtiger dan zijn voor- 
ganger, hem (Buijgirs) den voet ligtte. Hoe dit 
pok zij , dadelijk bij het aanbreken van den dag 
der vrijheid koos Hettinga met Johan van Bonga , 
Grietman yau Westdongeraded , de zijde van den 
Prins van Oranje, en werd dopr Alva te Antwer- 
pen ingedaagd , waar hij , zijn lot ku^nende voor- 
uitzien , VQorzigtig genoeg was niet te verschijnen. 
Hij hield zich vervolgens stil tot aan 1572, toen 
hij zich mede aan het hoofd der vrijbuiters stelde, 
cffl zijn best deed om Leeuwarden en andere Frie- 
sche steden aan den Prins in handen te levexea. 
Te Sneek vooral, waar hij tot bevelhebber was 
aangesteld , gaf hij menigvuldige bewijzen van dap- 
perheid , doch moest , vo(Mr de overmagt wijken- 
de, de stad verlaten. Zijn vaderland moetende 
ruimen , trok hij . met eene bende kr^gsknechten , 
slechts tweehonderd man sterk , aiaar Holland , en 
versloeg aldaar bij Wcirmer^ dertien of veertien- 
honderd Spanjaarden. Uitgesloten va^n de ajgemee- 
ne vergiffenis van 1574, bleef hij voorzeker buiten 
lands en overleed nog in hetzelfde jaar, eene we- 
duwe en kinderen, over welk Bienk Doiiem de 
voogdij aannam, nalatende (*). 
C*) Te Wat. Verb. d. Edel. 3 D. 263. 



296 WIJMBRITSERADEEl. 

1572. TzoMME RoLLKMA, 6611 bloedverwant van 
Viglius van Aijta(*), was voor den aanvang der be- 
roerten in zijne geboortestad Sneek Olderman , welken 
post hij denkelijk aan de vriendschap van Joachim 
Hopperus en zijnen nabestaande Viglius te danken 
had. In 1566 hield hij zich te Middelburg op, 
wegens een geschil , hetwelk hij met den Bisschop 
aldaar en deszelfs Vicaris had. Hij werd zelfs 
Bailluw van die stad, en veranderde van staatkun- 
dige gezindheid; wanl, voor dezen lid van het 
verbond der Edelen, had hij de vrijheid voorge- 
staan , en nu deed hij zijn best om dQ pogingen 
voor dezelve te verijdelen. Ofschoon door dit 
gedrag in gunst bij de Landvoogdes geraakt, 
kwam hij evenwel in ongelegenheid , omdat men 
hem verdacht hield , niet streng genoeg tegen de 
beeldstormers gehandeld te hebben ; zelfs werd bij 
gevangen genomen en te Brussel op Treurenburg 
gebragt. Hier zat hij van December 1569 tot April 
1670, zonder toegang, en werd toen in eene be- 
tere gevangenis op het stadhuis overgebragt. Of- 
schoon door voorspraak van Viglius en Hopperus 
het volgende jaar ontslagen, werd hij voor altijd 
uit Holland en Zeeland gebannen, en gelast binnen 
Friesland te blijven. Daarop verliet hij openlijk de 
Spaansche zijde, en voegde zich bij de vrijheidzoe- 
kende Friezen, waardoor hij de gunst van zijne 
oude vrienden verloor. Zoo als wij boven zagen, 
maakte hij zich , uit naam van den Prins , meester 
yan de Grietenij van Buijgirs , en liet deszelfs goe- 
deren verkoopeii. Hij werd ook beschuldigd, de 
grootste bewerker van de berooving en verwoesting 

. C*) Verdere narigten omtrent zgne afkomst weet ik niet te 
geven. In de gedrukte Naaml^t komt hf niet Toor. 



WIJMBRITSERADEEL. 297 

der kloosters in Friesland geweest te aiijn , en met 
name buiten de algemeene vergiffenis gesloten. 
Niet lang na het overgaan van Middelburg aan den* 
Prins van Oranje , werd hij op nieuw Bailluw van 
die stad , en in 1577 van Vlissingen ; denkelijk is 
hij aldaar omtrent 1682 gestorven, daar zijn op- 
volger dit jaar is benoemd geworden (*). 

157.. ' LiEuwB Akdgbrs, Koninglijke Majesteits 
Grietman van Wijinbritseradeel , was gehuwd met 
Catharina » dochter van Haitse Idsarda ; hij stierf 
zonder kinderen. Zij overleed in 1576 in den 
ouderdom van negentig jaren. 

157.. Tjalke vAif SicsLiHGA, Vaandrig, Griet- 
man en Dijkgraaf van Wijmbritseradeel., was ge- 
trouwd met N. Siercksma. Ik heb dezen en den 
vorigen slechts in één handschrift gevonden (f) , 
aan welks geloofwaardigheid ik evenwel niet kan 
twijfelen. Volgens mijn gevoelen zijn beide als 
Grietmannen van de Spaansche zijde benoemd ge- 
weest , terwijl TzoDwne RoUema en Sijdts van Bot- 
nia van de andere zijde dien post waarnamen , en 
slechts voor zeer korten tijd. 

1578. Sijdts vait Botnia, wonende te Nieuw- 
land» zoon van Sijdts van Botnia en Bauk van 
Camstra , gezegd Heringa , was gehuwd met Tet , 
dochter van Douwe van Douma en Tietke Ab- 
bema (J). Hij werd van wege Koning Filips aan- 
gesteld den 20 Mei 1578 , doch eerst den 29 April 



(*) 'Ie Wat. Verb. d. Edel. 3 D. 263 en d. a. p. (f) Ge- 
slachtl. V. R. Soick. (§) Upc. v. Burm. Tab. Gen. Te. Wat. 
Verb. d. Ed. 3 D 487. 



296 WIJHBRITSERAD££t. 

van bel Tolgende jaar beëedigd (*). (Machoon uit 
naam yan de Spanjaarden aangesteld , had hij r^ds 
vroeger getoond , in het geheel niet Spaanschgezind 
te zijn; want hij behoorde niet alleen tot het ver- 
bond der Edelen , maar ook onder diegenen , wel- 
ke in 1572 pogingen aanwendden, om de Friescbe 
steden in de magt van den Prins van Oranje te 
brengen, en was een voorstander van de Unie van 
Utrecht. Hij was een bekwaam man en stond zeer 
in guosi bij den Stadhouder en het toenmalige 
Hof; want in 1580 afstand willende doen van Bij- 
ïien post als Grietman, werd hij van beide met 
moeite overgehaald, om van aijn voornemen af ie 
zien, daar men verklaarde in dien gevaarvollen 
tgd hem niet te kunnen missen (^). Yde jaren was 
hq Volmagt ten laadsdage , en den 26 Maai?t 1603 
Gedeputeerde uit Westergoo (J). Men z^t , dat bij 
ïn 1615 overleden is. 

1615. Düco vA]f fioTNiA, zoo» van Juliua van 
Botnia en Ft&el WaKa van Jongema, teataleurs 
van Botniahuis te Fnukeker, woonde op eene stins 
te Sneek, of, zoo ais anderen zeggen, te Minnevts- 



(*) Te Wat. t. a. p. , doch in het Cbartb. 3 D. 1186 , 
lomt hy in Maart 1578 reeds voor als Kon. Maj. Grietman Tan 
Wlgmbritttradeel , mede onderteelLeoende de Gommiiaie en p#o- 
ounitie xooT D't Idsarda en twee anderen, om uit naam Tan 
dit gewest de Unie Tan Utrecht te ratificeren. Zijne commissie, 
welke h^ ook uit naam Tan den Koning ontTing , omdat de 
Grieten^ vaceerde door de suspensie van Pieters Buiggirs , is 
evenwel Tan den 20 Mei. 1578. Cbartb. t. a. p. 1198. (t) Charlb. 
4 D. 217. (S) Te Wat. Verb. d. Edel. 3 D. 487, die daar 
zegt , dat hij in 1603 Tan zgnen post werd Terlaten , doch hem 
vooreerst Tergund in Friesland te bl^JTCB; ik kan dit echter 
niet gelooTen; er is geene reden Toor. 



WlTJiBRITSERADEEL. 29» 

^^C^}, ea W4S gehuwd met Umck, dochter van 
Frans van Dekama en Gerland van Hemmema, bij 
welke hij twee kinderen, eenea zoon en eene 
dochter, had< In 1612 was bij Honstercommissaris 
van het Friesche IVassausche regin^ent , en werd den 
20 Junij 1615 Grietman van Wijiiibrit$eradeel (f) , 
en in 1619 Dijkgraaf. Als Ijd van de Friesche Sta- 
ten woonde hij de lijkplegtigheid van Graaf Wil- 
lem Lodewijk: bij, In 1621 teekende hij als Dijk- 
graaf van Wijmbritseradeel een verdrag met den 
Magistraat van Workum, over het Qiiderhoud(m 
van den nieuw aangelegden d^k der Workumer 
Uiterlanden , en in hetzelfde jaar , als Yolmagt ten 
landsdage , de resolutie betrekkelijk het oprtgten 
eener Westindische Compagnie (J). Nog voor het 
einde van dit jaar zegt men dat hij overleden i& 

1622, Jovius (Juw) VAK Harinxma thoe Hebo, 
geboren in 1575, was de zoon van Haring van 
Harinxma , Kapitein , en Wijsk Hoitema , en in 
1605 gehuwd met Bauk , dochter van Duco van 
Martena , Grietman van Barradeel , en weduwe van 
Barthold Entens van Mentheda. Hij had geene 
kinderen («) , en woonde op Harinxmastate te 
B^^ë^ (•!*)• Eerst Kapitein over eene Compagnie te 
voet en Moustercommisgaris, word hij den 25 Ja- 
nuarij 1622 Grietman van Wijmbritseradeel. Hij 
overleed den 3 Junij 1626 en werd te Heeg in het 
koor van de kerk begraven (*). In een handschrift 



(*) Mogel^k yve\ op laaUtgemelde piaaU , vóór z^oe aanstel- 
ling als GrietmaA. (f) Gesiacfatregister in US (§) Cbartb. 5 
D. 264^ 265. (^) Wapenb. Harioxma io Eiaeeg. Gen. 8« 

(f) Geogr. Wooixlb. 43. (*) Wapenb. t. a. p. 



300 WIJMBRITSERADEEL. 

vindt men, dat hij om bet leven kwam door het 
hollen van zijne paarden. 

1626. SauGK VAN Bu&majüia , zoon van Sjack 
van Burmania en Cunier van Douma , was gehuwd 
met Gatharina Entens , vóórdochter van de vrouw 
van zijnen voorganger en weduwe van Tonis van 
Aijlva, Rilmeester, die in hare tegenwoordigheid 
door een student, Kuik genaamd, te Leeuwarden 
op straat werd doodgestoken. Hij had bij haar 
vier kinderen (*) en woonde eerst op Martenastate 
te Romjum , en naderhand te Sneek. Den 6 Oc- 
tober 1626 werd hij verkozen tot Grietman. Met 
Aede van Eijsinga leide hij het derde paard bij de 
lijkplegtigheid van Graaf Willem Lodewijk. Ver- 
scheidene jaren was hij Yolmagt ten landsdage (f) , 
en overleed den 20 Junij 1650, nadat hij drieja- 
ren te voren afstand van de Grietenij had gedaan 
ten behoeve van zijnen zoon. 

1650. Duco Mabtbna vaic Burmakia , gehuwd 
met Edwer Luts , dochter van Gerrold Jackema , 
eigenaar van Gamminghaburg te Leeuwarden , en 
Tied van Douma , had zeven kinderen (J). Den 22 
Januarij 1647 werd hij tot Grietman in de plaats 
van zijnen vader aangesteld , doch deed. vveder af- 
stand in 1671 , werd of bleef Dijkgraaf, en kreeg 
zijne aanstelling als Substituut-Houtvester en Pluim- ' 
graaf van de Provincie. Hij overleed den 14 De- 
cember 1692. 



(*) Wapenb; Burmania Gen. 11. Harinxma in Haeegh. Gen. 8. 
(t) Chartb. 5 D. 371 seqq. (§) Wapenb. Burmania Gen. 12 , 
waar h^ evenwel geen Martena genoemd wordt. Stamb. v. Adel. 



WIJMBRITSERADEEL. 301 

1671* Sjuck Geaeold Jücke]«a van Buamania» 
Heer van Camminghaburg en Oosterbroek , geboren 
in 1652, zoon van den voorga anden , was gehuwd 
met Josina Susanna, dochter van Zeino Joachim 
van Welvelde en Aaltje van Douma» en had vier 
kinderen (*). Door den afstand van zijnen vader 
bekwam hij den 14 November 1671 , de Grietenij 
van Wijmbritseradeel , en werd tevens Dijkgraaf. 
Hij bekleedde de aanzienlijkste commissien, zoo 
buiten als binnen de Provincie. Onder anderen 
was hij in 1684 uit de Staten Generaal met Da- 
niel van Wijngaarden en eenige anderen gevolmag- 
tigd, om het verdrag der Staten met den Fran- 
schen Gezant d*Avaux te sluiten , waarbij Frankrijk 
zich verbond , om Spanje tot het aannemen van 
het bestand te bewegen. Wegens Oostergoo werd 
hij in 1708» en wegens Westergoo in 1714, Cu- 
rator van de Academie te Franeker; doch twee 
jareh later zijn Grietmans- , Dijkgraafs- en Curators 
amjbt aan zijnen zoon overgedragen hebbende, ging 
hij zijne woonplaats vestigen op den huize Ooster- 
broek in Drenthe, waar hij in de Ridderschap be- 
schreven , en lid werd van de Justitiekamer , ge- 
naamd de loffelijke Etstoel^ Hij was een goed 
Latijhsch dichter (f) ; er komen verscheidene ver- 
zen van hem voor (§) ; even min ontbreekt het aan 
gedichten ter zijner eere, zoo in het Latijn als in 
het Tïederduitsch(*). Sicco van Goslinga, Griet- 
man van Franekeradeel , was zijn boezemvriend. 
Zijne zinspreuk was: Nqbilitas sola est atque 
unica virtus (|). Hij stierf te Leeuwarden den 4 

(♦) Wapenb. Burmania Gen. 13. Welvelde Gen. 10. (f) Vriem. 
Ath. Fris. XCY. ($) XXII Veferum in Frisia Nobiiium carmina. 
(^) Fris. Nob. (4-) Schelt. Staatk, Ned. 1 D. 198. 



902 WIJMBRITSERADEEL. 

December 1720; lijiie Tfouw hftd hij reeds den 24 
Noyember 1689 verloren. 

1716. DvGO GB&aoLD MAaTBnA vArr Burvanu, 
zoon yan den yoorgaanden, geboren in 1687« was 
gehuwd met de dochter van deszelfs boezemvriend , 
Fed Sophia van Goslinga , te IJsbrechtum den 8 
November 1716 (*), nadat hij kort te voren (den 
29 September) Grietman geworden was. Hij vvas 
Heer van Gamminghaburg , en door afstand van 
zijnen vader , Dijkgraaf en Curator van de Frane- 
ker Academie. Ook hij bekleedde de voornaamste 
commissiên, zoo buiten als binnen de Provincie. 
Hij had geene kinderen , doch nam den zoon van 
zijne zuster Titia Barbara , gehuwd aan den Grro» 
ningschen Edelman , Rengers van Famsum , voor 
den zijnen aan (f). Hij stierf den 4 Maart 1747; 
en zijn aangenomen zoon liet een gedenkteeken 
van marmer voor hem oprigten in de kerk te IJs* 
brechtum(S). Zijne weduwe leefde nog in 1753 Q. 
Petrus Wesseling heeft aan hem opgedragen zijne 
uitgaaf van het werk van Johannes Carolus, de 
rebus Caspari a Robles Billaei in Frisia gestis, 

nA7. Sjvgk Gbrkold Jügkbma van Bübkaicia 
REicGEas is reeds vermeld op Franekeradeel. 

1773. Egbert Sjügk Gerrold Jvckbka van 
BuaMAHiA Rbhgbes, zoon van Sjuck Gerrold tóer 
boven, en geboren den 21 Maart 1745, trouwde in 
1768 met YHlhelmina , geboren den 27 Februarij 
1745, dochter van Justinus de Beijer, Heer van 

(*) Wapenb. Burmania Gen. 14. (f) Vriem. Alh. Fris. XCVIIf. 
Cs) Schelt. Staatk. Ned. 1 D. 191. ( J Vriem. t. a. p. 



WIJMBRITSERADEEL. 30S 

Huize , Domheer lot Utrecht , en Burgemeester van 
Nijmegen , en Maria van Casembroodt , en had bij 
haar vijf kinderen* In 1773 tot Grietman en Dijk- 
graaf van Wijmbritseradeel verkozen , werd hij het 
volgende jaar Curator van de Academie te Frane- 
ker. In 1782 was hij met den Baron van Ham- 
broick , Burgemeester van Leeuwarden , Commissa- 
ris uit de Gedeputeerde Staten over de slatting van 
de zuiderhaven te Harlingen, Met alle zijne arnbt^ 
genooten in 1795 afgezet, leefde hij tot den 24 
Februarij 1806. Zijne weduwe overleed den 22 
November 1811. 

HEMELÜMER OLDEPHAERT EN NOORDWOLDE, 

dé achtste Grietenij van Westergoo , grenst ten noor- 
den aan Wonseradeel , ten noordoosten en oosten 
aan Wijmbritseradeel , ten zuidoosten aan Gaaster- 
land en ten zuiden , westen en noordwesten aan de 
Zuiderzee en Heidenzee en bevat negen dorpen: 
Hemelum , Koudum , Warns , Scharl , Molkwerum , 
Oadega, Nijega, Elahuizen en Kolderwolde. 

GRIETMANNEN VAN HEMELÜMER OLDEPHAERT 
EN NOORDWOLDE. 

1539. Hans Metzger. Deze is mij alleen uit 
meergemelde gedrukte Naamlijst bekend (*). 



(*) Op 1490 en 1504 vind ik in de gedrukte Naaml^st ver- 
meld Douwe van Epema en Hessel Doiiwes van Ëpema ; doch , 
daar ik op die jaren niets van hen vindt aangeteekend , maar 
wel van twee personen van denzelfden naam op 1595 en 1603, 
veronderstel ik , ' dat hier eene vergissing in het jaartal heeft 
plaats gehad. 



304 HEMELUHER OLDEPHAERT. 

1550. Frbdbrik DB HooBH , natuurlijke zoon 
van Jacob , Graaf van Hoorn , was meer dan der- 
tig jaren Drossaard van bet kasteel te Stavoren en 
Grietman van Hemelumer Oldephaert (*). Ook was 
hij Dijkgraaf van die .Grietenij (f). In 1553 werd 
hem door den Secretaris van Stavoren overgedra- 
gen het regt van huring voor vier jaren van een 
stuk land onder Hemelum (J). Op klagte van Ge- 
deputeerden, werd hem bij besluit van Keizer Ka- 
rel van den 8 April 1554 bevolen, beter toezigt 
in zijne Grietenij te houden op dieven en straat- 
schenders («)• Hij overleed in 1574 (J.). 

1574. Maktbr Baijbbt, Hbbb vah Gahtaü, uit 
Artois afkomstig, Overste van een regement Waal- 
sche soldaten , werd door den Stadhouder en den 
Roninglijken Raad in 1574 tot Drossaard van het 
kasteel te Stavoren en Grietman van Hemelumer Ol- 
dephaert benoemd, zeer tegen den zin der ingeze- 
tenen , die het kwalijk duidden , dat weder een 
vreemdeling met dergelijke ambten begiftigd werd (*). 
In 1578, omtrent ter zelfder tijd als Casper Ro- 
bles door de Prinsgezinden gevangen genomen, 
werd hij met Hernando de Bustamente, Grietman 
van Barradeel , en den Hopman Feuter , naar Zv^ol 
gevoerd (f). 

1577* F&Aicgois de Pupbkpou , misschien een 
zoon van Jean de Pijpenpoij en Comelia van Over- 
straten , is in 1577 bij voorraad door de Prinsge- 
zinden, in de plaats van den gevangen Baijert, 

(*) WiD8. Hist. 208. Ct) Wini. Hist. 175. CS) ^tarlb. 3 
D. 313. C^) Charlb. 3 D. 351. (+) Wins. Hbt. 208. (*) Wins. 
t. a. p. Te Wat. Verb. d. Ed. 3 D. 235. (f) Schot 810. 



HEMELÜMER OLDEPHAERT. 306 

aangesteld tot Grietman van Hemelumer Oldephaert (*), 
en tevens tot Drossaard van het kanteel ie Stavp- 
ren , van welke stad hij ook Oldcrman was. Het 
Waalsche vaandel van Baijert werd door den Stad- 
houder Rennenberg uit het kasteel verlegd , en. eene 
Duitsche krijgsbende in de 'plaats gesteld (f) . Door 
Lalain naar de Algemeene Staten gezondei^ , om te 
handelen over een hevig verschil tusschen de Frie- 
zen , Groningers en anderen over het betalen van 
het krijgsvolk van Billij , beletten de tijdsomstan- 
digheden hem iets van belang uit te werken; even- 
min kreeg hij de belooning voor dezen dienst van 
de Staten van Friesland, niettegenstaande de Stad* 
houder zelf daartoe het voorstel deed (J). Toen in 
1580 de kasteelen van Leeuwarden en Harlingen 
door de Prinsgezinden waren ingenomen, werden 
er Commissarissen uit Gedeputeerde Staten naar 
Stavoren gezonden , 'om ook aldaar het kasteel op 
te eischen. Eerst werd hun zulks volstriekt gewei- 
gerd door den Drossaard Pijpenpoij , die het ge- 
voelen van Rennenberg kende en hulp van hem 
verwachtte ; doch toen hij vernam , dat deze niet 
in staat was hem te komen helpen , stemde hij in 
de overgaaf toe , zoo men hem een eigenhandig be- 
vel van den Prins van Oranje vertoonde. Doch dè 
Commissarissen , niet in het bezit van zoodanig ge- 
schrift zijnde, boden hem, zoo hij hun het kas- 
teel overgaf, het voortdurend bezit van zijne Grie- 
tenij en een jaargeld van vier honderd guldens 
aan ; hij sloeg het aanbod af , maar maakte met 
hen een bestand , hetwelk zoo lang duren zoude , 
tot dat men d^en Prins over de zaak gesproken 



(*) Te Waler , Verb. d; Edel. 3 D. 235. (f) Wins. Hisi. 278. 
(§) Te Wat t. a. p. 

20 



306 HEMELUMER OLD(EPHAERT. 

had. Het bevel eindelijk gekomen ; ^^nde » werd 
het kasteel den 18 Februarij 1580 overgegeven (*). 
Zeven jaren later werd aan Pijpenpoij , wegens 
eigene achterstallige soldij en aanspraak op de sol- 
dij zijner soldaten ten tijde der overlevéringï van 
het kasteel , alsmede wegens zijn regt op de vóor- 
deelen der Grietenij en de jaarlijksche inkomsten 
van het Drossaardsambt , in eens vijfentwintighon- 
derd guldens en eene jaarwedde voor zgn leven 
van drie honderd en vijftig guldens, toegelegd (f)* 
In hetzelfde jaar werd een zekere Tjidlse Douwes, 
inwoner van Koudum, tot bannissement van twee 
jaren door het Hof veroordeeld , omdat hij eenen 
zeebrief van den vijand had bekomen , en omdat 
bij te voren den Grietman van Hemelumer Olde- 
phaert en den Predikant van Roudum uit de kerk 
had gejaagd. 

1595. Hessel YAn Epbma, zoon van Douwe van 
Epeoia , woonde te Roudum , en was gehuwd met 
Eecky dochter van Douwe Sixma van Andla, bij 
welke hij drie zonen had(5). In 1584 ondertee- 
kende hij als gevolmagtigde van Westergoo de re- 
solutie , bij welke bepaald werd , dat de opkomst 
der kloostergoederen gebruikt zoude worden lot 
het oprigten van een Seminarium en het onderhoud 
der armen (*). 

1601. RiENK Atzes, tot Grietman aangesteld 
den 26 Mei 1601 , ontving het volgende jaar 
aanschrijving om alle benificiale landen , in zijne 



(♦) Win«. Chron, 658. (f) Halb. Fragm. d. v. Harens. 232. 
CS) Stamb. v. Adel. (^) Win». 752. 



HEMBLUMER OLDEPHAERT. 307 

Grietenij gelegen , te doen opzeggen en publiek te 
verhuren. Hij overleed in 1603. 

1603. DoüWB VAN ËPEiiiA , zoon van Hessel van 
Epema , hierboven gemeld , was gehuwd met Wik , 
dochter van Seerp van Gralama , Grietman van 
Baarderadeel , e^had bij haar twee zonen (*\ Hij 
werd den 17 November 1603 aangesteld tot Griet- 
man (f)», en had van 1605 tot 1607 zware proce- 
dures tegen Tinco van Andringa , Dijkgraaf van 
Hemelumer Oldephaert , dien hij door slinksche we- 
gen van het Dijkgraafschap wilde ontzetten (J). 
Wonende op Epemastate te Koudum, liet hij in 
dat dorp eenen groolen schoonen toren bouwen, 
welke in 1614 begonnen en in 1617 voltooid is (*). 
Hij was verscheidene jaren Gevolmagtigde ten lands- 
dage(l) en volgde als zoodanig de lijkstatie van Graaf 
Willem Lodewijk ('^) In 1621 maakte hij vereenigd ' 
met Duco van Botnia , Grietman van Wijmbritsera- 
deel en den Dijkgraaf Lolle van Epema, met deit 
Magistraat van Workum een verdrag over het on- 
derhoud van den nieuw aangelegden dijk van de 
Workumer üiterlanden (f). Hij overleed den 21 
November 1624, hebbende zijne vrouw* reeds xoot 
vier en twintig jaren (4 September IQOO) verlo- 
ren («\ 



(*) Stitmhé v. Adel. Wapenb. Galama. Gen. 6. (f) 1« lï«t 
Chartb. 4 D. 1003 , wordt hij in 1598 reeds gemeld als Grietr 
man en Gevolmagtigde van Hemelumer Oldephaert ; dit komt 
mij , al het bovenstaande in aanmerking genomen , onverkl.aar- 
taar voor ; ik wil liefst geloven , dat hij wel Gevolraagfigde 
was , maar dat h^ daar Grietman genoemd wordt door* ver- 
gissing met zijnen vader. (§) Chalm. Biogr. Woofdb. IDl i59. 
(^) Geogr. Woord* 62. (+) Chartb. 4 D. 824 stqq. C) WinsiWÖ. 
(t) Chartb. 5 D. 164. <;§) Stamb. v. Adel. ' ' ' 

20»^ 



30e HEMELüMBR OLDEPHAERT. 

1C25. Laslivs vak Lijgklaha, zoon van M^ 
Meine Lijckles, in 1585 Substituut Grietman van 
Westslellingwerf en Hijlk van Terwisga, was den 
12 Maart 1603 getrouwd roet Fuuk, oudste doch- 
ter van Seerp van Galama , Grietman van Baarde 
radeel , en had twee kinderen ('^). Hij was Doctor 
in de Regten en Advocaat voor l^et Hof van Fries- 
land. In Mei 1597 werd hij in do. plaats van zij- 
nen vader Raad in dat Hof, én den 4' Februarij 
1625 Grietman van Hemelumer Oldephaerl(t). In 
1693 was hij met zeven anderen uit de Friesche 
Staten gecommitteerd, om het verschil, ontstaan 
lusschen den Stadhouder, Graaf Willem Lode- 
wijk en Karel Roorda , in der minne te vereffe- 
nen (S). 

1626. Sjoeed vau Aijlva, zoon van Jan van 
Aijlva en Eelk Titema van Elahuizen, was eerst 
gehuwd met Fopk, dochter van Rein van Liaucka- 
ma en Jeltje van Hoitama , en later met Wik , doch- 
ter van Sibrand van Walta van Weidum, en had 
drie kinderen (;^). Den 20 April 1626 tot Griet- 
man aangesteld, heeft hij ook zitting in het Col- 
legie van Gedeputeerden gehad. In 1632, 1639 
en '1640 was hij lid van de Staten der Provincie (1); 
denkelijk is hij in laatstgemeld jaar overleden , en 
te Hemelum begraven onder eenen steen, met de 
papens van Aijlva en Walta , en eene Latijnsche 
inscriptie. 

1641. . JoHAii VAU AuLVA, zoon van den voor- 



>(*) Wapenb. Galama. Gen. 6. L^cklama. Gen. $. (f) Naamr. 
d. Rad. 80. C§) Chartb. 4 D. 831. («:) Wapenb. Aigiva Gen. 8. 
SUnd). f. Adel. (4.) Chartb. 5 D. 343—458. 



HEHELUHER OLDEPHAERT. 809 

gaanden en deszelfs eerste vrouw, was gehuwd met 
€atharma , dochtervan Sibrand vanWalta^ en dus 
hoogstwaarschijnlijk zuster van zijne stiefmoeder, 
en Tiets van Hoidinga , e^rst weduwe van Hessel 
van Aijsma en later van Gijsbertus van Aernsma, 
Grietman van Dantumadeel. Hun huwelijkscontrakt 
is van den 27 Junij 1639, toen hij nog geene vijf 
en twintig en zij over de veertig jaren oud was. 
Zij hadden geene kinderen (*). Den 21 Mei 1641 
tot Grietman benoemd , was hij in 1647 tevens lid 
van Gedeputeerde Staten. Vele jaren was hij Ge- 
volmagtigde ten landsdage en onderteekende in 1646 
mede het octrooi voor de Stad Sneek, tot het ma- 
ken van eenen trekweg van daar naar Leeuwar- 
den, alsmede in het volgende jaar het octrooi voor 
Workum voor eenen dergelijken weg van daar naar 
Bolsward ; zoo obk de resolutie , waarbij aan de 
ingezetenen van Wolvega enz. vergund werd , eene 
vaart door de Heerewegen te leggen (f). Hij liet in 
de kerk te Koudum in het jaar 1647 een orgel 
maken , hetwelk achttien honderd en vijftig Garoli 
guldens en twee Rosenobels kostte. Na eene ziek- 
te van twaalf of ^ertien dagen in 1660 overleden 
zijnde (5), werd hij te Hemelum onder denzelfden 
grafsteen bij zijnen vader begraven. Zijne weduwe 
leefde nog in 1065. 

1660. JiaiGR VAW Geovestins , tot Grietman be- 
noemd den 4 Mei 1660, was de zoon van Sicco 
van Grovestins en Margaretha van Cammingha , en 
gehuwd met Deitzen, dochter van Binnert van 



(*) Wapenb. Aiglva. Gen. 9. zie ook 6. t. Aernsma^ 
Grietm. t. Dant. (f) Chartb. 5 D. 499, 502. ($) Wapenb. 
t. a. p. 



810 HBVELUMER OLDSPHAE&T. 

Roorda au Lambel en Bauk Glins ; hg liad eene 
dochter (*). In 1663 en volgende jaren lot in 1672 
was hij lid van de Friesche Staten (f). Waarschyn- 
Ujk is hij in laatstgemeld jaar gestorven. Zijne 
weduwe hertrouwde aan Sjuck van Humald»(§). 

1672. Tjaarb van Aijlva is reeds vermeld op 
Wonseradeel tenjare 1673.; 

1673. GSLLIÜS WUBRANDUS VAK JoNGSTAL WaS 

de zoon van AUard Pieter van Jongstal , President 
van het Hof van Friesland , en Margaretha van Ha- 
ren , en gehuwd met Ida Lezaen , dochter van Sa- 
binus van Wissema, Grietman van Idaarderadeel , 
bij welke hij eenen zoon had(*). Den 25 Augus- 
tus 1678 tot Grietman aangesteld, was hij in 1680 
tevens Hd van Gedeputeerden. Reeds voor zijne 
benoeming 'als Grietman , was hg Gevolmagtigde uit 
Zevenwouden en later, na zijne aanstelling» uit 
We8tergoo(4.). Hij overleed den 23 Maart 1688 te 
Hallum. 

1688. Jacobus vak dek Waijeic, te Leeuwar- 
den geboren in 1666, was de zoon van den ver- 
maarden Hoogleeraar Johannes van der Wajjen en 
Aletta van Hofland , en gehuwd met Herbertina 
de With, bij welke hij twee dochters had. Hij 
was Doctor in de Regten, en eerst Burgemeester 
van Franeker en Secretaris van het Collegie ter Ad- 
miraliteit te Harlingen. Den 14 April 1688 Grietman 
van Hemelumer Oldephaert geworden, bekleedde 

(♦) Wapeob. Groustio*. Gen. 12. (f) €liartb. 5 D. 686--619. 
{§) Wapenb. Roorda au Lamhei, Gen. 11. («) Halbertsmt. 
Fragm v. t. Hareo. 53. (4.) Chartb. 5 D. 811-1248. 



QEBfELtlMËE OLDËPHAERT. 311 

hfj 4e iaapi^ienlijl^te commi^siea yan den Staat. Hij 
was een groot aanhanger van bet huis van Oran- 
je (*)• De atale Grovestins te Koudum , welke hij 
bewoonde i werd door hem aanmerkelijk verbouwd , 
en de hovingen zeer verfraaid. Een groot gedeelte 
vim het lage moerassige laad onder Nijega is dopr 
hem in eenei^ polder gelegd , en daardoor veel ver- 
beterd (f)w Hij stierf op den 10 Januarij 1743. 
Zijne wedvwe ' «overleed den 14 Febr^arij 1755, 
in den ouderdom van vyf en tachUg jaren (J). 

1743. Dakiel va|t der Habr, geboren den 30 
Junij 1689, was de zoon van Jan van der Haer, 
Reittmeester vw de Uoosterkerfc te 's Gravenhage , 
en van Helena van Stoutenburg, en gehuwd met 
Haria Bonifacia Mica^a Ockers« uit het Zeeuwsch 
geslacht van dien naam, den 21 Augustus 1718, 
Jbij welke hij vijf kinderen naliet. Hij was eerst 
Gommis Generaal van Friesland, daarna Commis 
Generaal van de Admiraliteit van Harlingen, nader- 
hand Raad Fiscaal aldaar, en eindelijk den 12 Fe- 
bruari 1743 Grietman van Hemelumer Oldephaert, 
en in hetzelfde jaar lid van Ged^uteerden uit Wes- 
tergoo. Hij overleed den 22 Januarij 1745 te Har- 
lingen , na eene ziekte van drie dagen , en werd 
begraven in den grafkelder, onder het koor van 
de kerk te ILoudum(^). 

1,745. JoHAir Willem vam dbr Habr , geboren 

den 12 Mei 1722, zoon van den voorgaanden , 

. was tweemalen gehuwd, eerst met IKicasia de Jon- 

(*) Schelt. SUalk. Ned. 2 D. 441. (t) Tegenw. Staat v. 
Frie»l. XV D. 301 , 305. (§) Vriem, Ath. Frw. 570. (^) Hoofd- 
sakel^k volgens opgaaf va o een lid van z^ne familie. 



312 HEMEIUMER OLDEPHAERT. 

ge, en naderhand met Hargaretha van Wijdenbmgh 9 
bij welke hij twee kinderen had. Vroedschap te 
Zierikzee zijnde , werd hij den 26 Maart 1745 tot 
Grietman benoemd, Tvas in het beruchte jaar 1748 
lid van de Staten, en in 1752 Gedeputeerde, Hij 
overleed den 25 Junij 1764 , en werd bij zijnen 
Vdder in de kerk te Koudum begraven (^). 

1765. EarrsT Willem vak Wudehbeugh , aange- 
steld tot Grietman den .14 Februarij 1765^ was 
ook lid ter Admiraliteit en had eenen zoon. Hij 
deed afstand van de Grietenij. 

1779. AaBiTD Julianus de Bebee was gehuwd 
met Catliarina, dochter van Johan Willem van der 
Haer , hier boven , zeer tegen den zin harer fami- 
lie , om verschillende redenen , onder meer andere , 
ook om zijne politieke gevoelens. Hij had geene 
kinderen. Voor 1787 lid van de Staten Generaal , 
moest hij in dat jaar, lid van de Staten zijnde te 
Franeker vergaderd, wegens zijnen tegenstand te- 
gen het Huis van Oranje het land verlaten, doch 
kwam na de omwenteling van 1795 terug, en heeft 
toen eene groote rol bij de zoogenaamde Patriotti- 
sche partij gespeeld. 

1788. Haumeh Sijbes vak Midluh, geboren te 
Koudum den 4 October 1739, was de zoon van 
Sijbe Pieters van fflidlum en Antje Harmens, en 
gehuwd met Seijke Tjerks , bij welke hij drie kin- 
deren had. Voor zijne benoeming als Grietman, 
was hij Schoolmeester te Koudum. In 1795 afge- 

(♦) Als boTeD. 



HEMELUMËR OLDEPHAERT. 313 

ïet, was hij in 1804 lid van het Gemeentebestuur 
van zijne voormalige Grietenij , en overleed om- 
streeks 1810. Zijn oudste zoon Siebe, een tijd 
lang de functien van Secretaris bij het Grietenij 
bestuur van Hemelumer Oldephaert waargenomen 
hebbende, heeft zich naderhand , uit hoofde van 
zijne buitengewone lengte , te Amsterdam voor geld 
laten bezien, en is aldaar overleden. 

HET BILDT. 

de negende en laatste Grietenij van Westergoo, 
grenst ten westen en noorden öan de Noordzee, 
ten noordoosten aan Ferwerderadeel , ten oosten 
aan Leeuwarderadeel , ten zuiden aan Menalduma^ 
deel en ten zuidwesten aan Barradeel. Dezelve 
heeft vijf dorpen , als ; St. Jacobi Parochie , St. 
Anna Parochie, Lieve Vrouwen Parochie, Oude 
en Nieuwe Zijlen en de Leije. 

GRIETMANNEN VAN HET BILDT; 

15. . Aaath (Arend) Ëooth, tegelijk Drost en 
Kastelein te Franeker, pachtte met Julius van Bot- 
nia en Marten Kobel onderhands te Brussel van 
den Raad van Keizer Karel de Bildtlanden, en 
boden daarna den vorigen pachters dezelve weder- 
om in huur aan , op voorwaarden , zoo als zij die 
voorschreven. Deze , die te voren gemelde landen 
' van eenen slechten tot eenen goeden staat hadden 
gebragt , waren hiermede in het geheel niet te vre- 
de, en bragten hunne klagten bij het Hof van 
Friesland in , waar de Grietman met zijne deelge- 
nooten in het ongelijk werd gesteld ^ en hun bevo 



8U HET BILDT. 

Jeu , d^ oude pachters ongemoeid hunnen gang als 
yrOiCger Ie Jalen gaan (*). 

1555. BouoBWXJir yait Loo , zoon Tan Gtrni 
van Loo, Rentmeester vajn de Domeinen in Fries- 
land , en vai^ eene dochter yan den RaacjUheer 
Rienk van Camstra (f) , en gehuwd met N. Heems- 
kerk , was in 1550 Raad in het Hof van Friesland, 
en levens , in de plaats van zijnen vader , Real- 
meesler van de Domeinen (J). In 1568 werd er 
eene commissie uit de Staten benoemd, om zijne 
rekening als Rentmeester tieneraal na te ïienQ; 
en in het volgende jaar gaven de Yplmagteu van 
de Vijf deelen binnen en buitendijks, benevens (ie 
steden Franeker en Hariingen en de zeven dorpen 
van Wonseradeel , procuratie aan Ruurd van Roor- 
da cum soc., om met den Rentmeester Boudew^n 
van Loo in der minne eene overeenkop^iat te maken 
over de scheiding van de voorlanden van het Bildt 
en 'van de Vijf deelen (J.). Hij was, als schoon- 
broeder van Pieter van Dekama » mede^igenaar van 
de Compagnons veenen in Schoterland , en in 1565 
in den twist wegens dezelve betrokken (*). In Mei 
J575 hield hij, op bevel van het Hof , verkoo- 
ping van de goederen der ballingen uit Friesland (f). 
Hij verkreeg in 1582 van den Hertog van Aiyou 
zijne aanstelling , of liever de continuatie in de pos- 
ten , welke hij reeds van den Keizer bekomen had * 



(*) Tcgenw. Staat v. Fries!. XV D. 415. (f) Naaml. van de 
Rentmeesters der Dom. achter Naamr. d. Rad. In het Wapenb. 
y. Ferwerda komt geene dochter van Rienk Tan Camstra voor, 
die met eenen Gerrit van Loo gehuwd was. {§) Naamr. d. 
Rad. 14 Rentni. 1. (^) Chartb. 3 D 431. (4-) Chartb. 3 
I>. 463. (*) Zie P. v. Dekama , Grietm. v. Baardcrad. (t ) Schot. 
790. . 



H£T Blim, 315 

als Raad en Reolaieesler Gfeneraal van de Domei- 
nen in Friesland (*). Het volgende jaar weigeren- 
de betalingen te doen , alleen op ordonnantie van 
Gedeputeerde Slalen , wer4 hy door deze op den 
25 Januarij , niettegenstaande bij door ziekte bui- 
tendien beiet werd uit te gaan , in zijn huis ge- 
vangen gehouden. Dit werd door Prins Willem I 
zeer kwalijk genomen* en Gedeputeerden bij mis- 
sive van 1 1 Februarij uitdrukkelijk gelast , hem 
dadelijk op vrije voeten te stellen, e^ zich in het 
vervolg van dergelijke wederreglelijke handelingen 
te onthouden , en tevens de Luitenant Gouverneur 
van Friesland en de Stedelijke regering van Leeu- 
warden verzocht , toe te zien , dat dit bevel ten 
uitvoer wierde g^bragt , en de Rentmeester in hun- 
ne, bescherming aanbevolen (-[-). Hij heeft zich door 
alle tijdsomstandigheden heen staande gehouden, en 
is in 1596 gestorven. In 1588 had hij afstand van 
zgn ambt alu Rentmeester gedaan. 

1557. Allert van Sierksma of Sibxha is reeds 
vermeld op Leeuwarderadeel. 

1609 (p. JsLOEa VAN Feutsha, zoon vanHessel 
van Feijtsma en Luts fflellema , was gehuwd met 



(*) Cbarlb. 4 D. 318. (f) Chartb. 4 D. 349, 350. In geen 
\der aangehaalde stukken wordt hij Grietman genoemd; ook^'hd^ 
ik hem nergens anders als zoodaujg aangetroffen , maar alleen 
op gezag van de dikwijls gemelde gedrukte Naaml^st opgeno- 
men , omdat mg het tegendeel nérgens gebleken is. (§) Tus- 
schen Allert yan Sierksma en dezen zal ongetvrgfeld ten min-^ 
sten nog een Grietman geweest zgn , maar ik heb denzel?en 
nergens gevonden. In een HS. wordt wel opgegeven , dat Aarlh 
Booth tusKchen hen moet geplaatst worden en niet vóór B. van 
Loc ; doch dit kan ik niet overeenbrengen met hetgeen aldaar 
gezegd is omtrent de verpachting van de Bildtlaadeu. 



316 HET BILDT. 

* 

«Aukje, dochter yan Bocko van Berema ea Wijtske 
Rinherda, bij welke hij twee zonen had. In 1584 
werd hij met Hessel Aijsma uit Friesland, benevens 
eenige anderen uit de overige Nederlandsche ge- 
westen, in gezantschap gezonden naar den Koning 
van Frankrijk , om denzelven de heerschappij dezer 
landen op te dragen , en in het volgende jaar , we- 
der met denzelfden Hessel Aijsma en Laas vanJon- 
gema , ten zelfden einde naar Elisabeth , Koningin 
van Engeland. Als lid van Gedeputeerden woonde 
hij in hetzelfde jaar de plegtige inwijding van de 
Franeker Academie bij. Door afstand van Boude- 
wijn van Loo werd hij den 24 October 1588 Raad 
in het Hof en Rentmeester Generaal van de Domei- 
nen. In 1605 werd hij , in plaats van Joachim 
Hoppers, Curator van bovengemelde Academie (*), 
en in 1609 Grietman van het Bildt. Hij was ook 
Volmagt ten landsdage , en volgde als zoodanig de 
lijkstatie van Graaf Willem Lodewijk(f). Spoedig 
daarna is hij overleden, Winsemius heeft eene lijk- 
rede op hem gehouden (J). 

1622. Edzard vAir BuRMANiA , zoon van Sjuck 
van Burmania en Cunier van Douma , was eerst 
gehuwd met Susanna , dochter van Georg Wolf- 
gang, Baron thoe Schwartzenberg , en Doed van 
■Holdingen, deszelfs tweede vrouw, en had bij haar 
twee kinderen ; en voor de tweedemaal met Jel , 
dochter van Jarich van Cammingha en Jetske Moc- 
kema, zonder kinderen (*). Hij was reeds in 1620 
tot Grietman benoemd , doch heeft eerst na vele 



(♦) Vriem. Ath. Fri«. XXXVIH. (f) Wing. 905. {§) Vriem. 
t. a. p. (^) Wapeob. Burmania. Gen. 11. Schwartzenberg. Gen. 
13. Cammingha. Gen. 9« 



HET BILPT. 317 

protesten van de ingezetenen tegen zijne verkiezing, 
en contraprotesten van zijne zijde, den 11 Augustus 
1622 zijne aanstelling ontvangen. Den öFebruarij 1626 
werd hij benoemd tot Dijkgraaf van de Bildllanden* 

163. . £po VAN AiJLVA is reeds vermeld op Baar- 

deradeel. 

/ 

1639. MARTiifvs Gravitjs, Doctor in de Hegten» 
was de zoon van Johannes Martinus Gravius, Ont- 
vanger van Wijmbrilseradeel , en van Barbara Hoi- 
tama (*). Hij was getrouwd, maar met wie weet 
ik niet; ook niet, of hij kinderen had, In 1630 
was hij lid van Gedeputeerde Staten, en werd den 
18 Julij 1639 tot Grietman verkozen , en eene ex- 
presse commissie benoemd , om hem , in tegenwoor- 
digheid van het Geregt der Grietenij , als Grietman 
te introduceren. Hij overleed in 1644 (f). 

1644 Philip yajh Boshuisen was gehuwd met 
Anna , dochter van den Kolonel Juw van Ëijsinga 
en Aintjen van Gr^tinga, en weduwe van Hero 
van Butmania (§). Zij woonden op Juckemastate 
bij Stiens(*). Den 28 September 1644 verkozen, 
deed hij den 4 October den eed, en werd den 11 
November (even als zijn voorganger) door eene 
commissie als Grietman in de reglkamer geintro- 
duceerd. Van 1640 tot 1645 was hij, wegens het 
Bildt, Gevolmagtigde ten landsdage. Hij overleed 
in 1651 (4). Zijne weduwe woonde in 1654 te 
Leeuwarden (*). 

(*) Vriem. Ath. Fris. 204. (f) Vriem. t. a. p. {§) Wapenb. 
EijsiDga. Gen. 7. («) Geogr. Woordb. 108. (•{.) Naaml. d. 
Rentm. 2. C) Vpc ▼. Buim. Tab. Gen. 



318 HET BILDT. 

1652. Willem van ÜAAEif , te Leeuwarden ge- 
boren den 17 Oclober 1626, wasf de zoon van 
Willem van Haren, lid. van de Stalen Generaal, 
en van Hagdalena van Viersen , en in 1658 ge- 
trouwd met Elisabeth , geboren den 25 November 
1635, dochter van Duco van Hemmema en Barbara 
Erntreiter van Hofreit , bij welke hij een kind had , 
dal jong gestorven is(*). Te huis zorgvuldig op- 
gevoed, en op de lagere scholen reeds blijken van 
bekwaamheid gegeven hebbende , werd hij in 1640 
naar de Franeker Academie gezonden , van waar 
hg , onder P. Winsemius in de Welsprekendheid , 
Geschied- en Staatshuishoudkunde coHegie gehouden 
hebbende, zich naar Utrecht begaf, en van daar 
naar Lerjden. Vervolgens deed hij , onder het ge- 
leide van Joachim Frencelius , die naderhand Hoog- 
leeraar in de Medicijnen te Franeker werd , eene 
reis naar Frankrijk , van waar hij , na een verblijf 
van bijna twee jaren, voornara naar Italië te gaan; 
doch in zijn vaderland terug geroepen , werd hij 
in het volgende jaar (1650) Gevolmagligde ten 
landsdage en Rentmeester generaal van de Domei- 
nen. Den 16 October 1652 lot Grietman benoemd, 
bekleedde hij sedert dien tijd, zoo wel in de pro- 
vincie , als in 's Hage alle Staatscommissien. Onder- 
scheidene gezantschappen werden hem opgedragen, 
zoo als naar* Zweden in 1659, 1671, 1683 en 
1690, naar Engeland in 167. en 1702, naar den 
Keurvorst van Brandenburg in 1675 , naar de vre- 
dehandeling van Aken en Keulen in 1673, van Nij- 
megen in 1675 en 1676, van Rijswijk in 1697, tot 
het beslechten van de geschillen met den Bisschop 



(») Wapenb. Haren. G«n. 13. Vrieni. Atb. Fris. LXXXIIl. 



HET BILDT. 319 

vffu Manster naar Oostfriesland in 1663, en met dien 
van Luik naar Maastricht in 1663 en 1666. In 
1665 was hij met Johan de Wilt Afgevaardigde 
op de vloot. Ook werd bem in 1679 de post 
van Curator van de Academie te Franeker opge- 
dragen, welken hij behield tot het einde van zijn 
leven, hetwelk voorviel Ie Leeuwarden den 15 April 
1708, toen hij den ouderdom van een en tachtig 
jaren en zes maanden had bereikt , na eene bedle- 
gering van veertien dagen, lijdende vooral aan 
maagkolijk en aanhoudenden hoest. Hij is begra- 
ven te St. Anna parochie , in eene kapel met ko- 
peren deuren , door hem voor zijne familie gesticht. 
De Hoogleeraar Zacharias Huber heeft eene lijkre- 
de op hem gehouden, ,welke ook gedrukt is. Zij- 
ne vrouw was reeds twintig jaren voor hem over- 
leden , en ook te St. Anna parochie begraven. 
Zijn ambt als Grietman had hij in 1701 aan zij- 
nen neef, die volgt, overgedragen, en reeds in 
1687 den post van Rentmeester generaal aan David 
Gonstantijn , Baron Du Tour. De Koning van Zwe- 
den bood hem , bij gelegenheid van zijn verblijf 
als Grezant aldaar , aan , hem tot den Gravenstand 
te verheflTen ; maar hij sloeg zulks nederig van de 
hand, doch ontving van den Vorst, deszelfs por- 
tret met diamanten omzet. Door den brand van 
het slot der van Haren's te St. Anna parochie in 
December 1732 zijn, tot onherstelbaar verlies voor 
de geschiedenis, verloren geraakt dertig folianten 
in handschrift , inhoudende aanteekeningen omtrent 
de twaalf Ambassades en vier en twintig buitenge- 
woone commissien, door hem waargenomen (*). 

(•) Vriem. Alh. Fris. LXXXIII. Schelt. Slaalk. Ned. 1 D. 424. 
Halberlgma, Fragm. d. t, Harens. 



820 HET BILDT. 

1698. Adam E&itst yait Haren, geboren te Leeu- 
warden den 25 Oclober 1683, door afstand van 
zijnen Oom den 25 Februarij 1698 Grietman van 
het Bildt geworden , zoon van Willem van Haren , 
eerst Grietman van Doniawarstal , toen van West- 
stellingwerf, en eindelijk van het Bildt, en aange- 
nomen zoon van den hiervoor gemeld en Ambassa- 
deur Willem van Haren, was gehuwd met Amalia 
Henrietta , dochter van David Constantijn Du Tour 
en Albertina Taminga , bij welke hij drie kinderen 
had (*). In 1708 was hij lid van Gedeputeerde 
Staten. Bij zijn ambt als Grietman voegde hij dat 
van Ontvanger generaal van het Bildt; ook, was hij 
lid ter Admiraliteit te Harlingen. Hij overleed te 
Leeuwarden den 12 Mei 1717; zijne weduwe den 
13 November 1731 , in den ouderdom van vijf en 
veertig jaren, en werd in de kapel te St. Anna 
parochie begraven. 
* 

1718. Willem vait Haaen, geboren te Heeren- 
veen den 6 Januarij 1655 , vader van den voor- 
gaanden , en zoon van £rnst van Haren , Grietman 
van Weststellingwerf, broeder van Willem den 
Ambassadeur , was gehuwd met Frouk , dochter 
van Duco van Burmania, Grietman van Wijmbrit- 
seradeel , en had bij haar vijf kinderen (f). Den 
18 Februarij 1679 aangesteld tot Grietman van Do- 
niawarstal , werd hij den 14 April 1688 Grietman 
van Weststellingwerf, en den 5 Januarij 1718 van 

{*) Wapenb. ▼. Haren. Gen. 15, Du Tour. Gen. 5. Halb, 
fragm. (f) Wapenb. Haren. Gen. 14. Burmania. Gen. 13* 
Halb. Fragm. waar gezegd wordt , dat hg na den dood Tan 
igne eerste vrouw , Toorgevallen den 25 Junij 1702 , hertrouw- 
de met Rixt van Andrée. 



HET BILDT, 321 

hel Bildl , zeer tegen den zin van zijne schoon'» 
dochter , die' haren oudsten zoon Willem , nog 
geen acht jaren oud zijnde , in de plaats van zij»- 
nen vader vplde hebben benoemd , en inmiddels 
zelve tot zijne meerderjarigheid als voogdes rege- 
ren ; doch de schoonvader begreep ; dat het tot in 
orde brengen van de verwarde zaken zijner 
kleinkinderen noodzakelijk was> dat een man de 
bestiering daarover verkreeg; hij bereikte zijn oog- 
merk en werd verkozen , met het voornemen om 
aan zijnen oudsten kleinzoon , zoodra die meerder- 
jarig was, de Grietenij over te dragen; tevens be- 
werkte hij , dat hem de administratie der goederen 
werd opgedragen. Behalve zijnen post als Griet- 
man van de drie gemelde Grietenijen, had hij 
zitting in het Collegie van Gedeputeerde Sta- 
ten , en was gecommitteerd in genoegzaam alle 
Provinciale en Generalileits commissiên. Hij over- 
leed den 18 September 1728 te St. Anna Pa- 
rochie, onverzoend met zijne schoondochter, die 
zijne handelingen omtrent de goederen van haren 
echtgenoot zeer euvel had opgenomen. Volgens 
zijne belofte had hij in 1723 afstand van de Grie- 
tenij aan zijnen kleinzoon gedaan. In het 
laatst van zijn leven had de jicht hem zoodanig 
het gebruik zijner ledenüaten benomen, dat zij- 
ne dochter Elisabeth hem de snuiftabak moest toe- 
dienen. 

1723. WiLtEM VAN Hareu, zoon van Adam 
Ernst bovengemeld , geboren te Leeuwarden den 21 
Februarij 1710, huwde met Marianne Charles, eene 
Engelsche, behoorende tot het gevolg van de Ge- 
malin van Willem IV , doch had bij haar geene 

21 



322 HET BILDT. 

kinderen. Ra haar oyerlijden trouwde h$ op z^ 
yijfligste jaar , zeer tegen den zin van alle zijne 
vrienden, met eene Natalis Pfeffer, eene vroaw 
Tan verdachte zeden en overgegevene hazardspeel- 
ster, met welke hij dan ook niet gelukkig was; 
evenwel had hij bij haar twee kinderen. Den 21 
Hei 1723 door afstand van zijnen grootvader Griet- 
man geworden , was hij tevens Ontvanger Generaal 
van het Bildt, en werd in alle binnenla|idsche 
ambten gebruikt ; ook was. hij Gedeputeerde te vel- 
de in de veldtoglen van 1747 en 1748, in welke 
betrekking hij gewiglige diensten bewees, vooral 
bij den aanhang der belegering van Bergen op den 
Zoom. In laatstgemeld jaar het kasteel van St« 
Odenrooij in de Meijerij van 's Hertogenbosch ge- 
kocht hebbende , werd hij Kwartierschout en Dijk- 
graaf van Peelland. Na den vrede van 17tó werd 
hij Afgezant aan het Hof van Prins Karel van Lo- 
tharingen, Gouverneur der Oostenrijksche Neder- 
landen te Brussel. Hij was een groot vriend van 
Prins Willem IV, die hem op alle wijzen begun- 
stigde, en onder anderen zich met eene som van 
veertig duizend guldens borg voor hem stelde , tooi 
in 1748 het graauw het huis van zijnen plaatsver- 
vangenden Ontvanger Greneraal op het Bildt had 
vernield, en te gelijk de registers, boeken en 
schuldbewijzen van den ontvang gescheurd , en hel 
geld gestolen had. Zijne Grietenij in 1763 aan 
Jacob Adriaan Du Tour overgedragen hebbende, 
stierf bij den 4 Julij 1768 te Brussel aan eene be- 
roerte', terwijl hij aan tafel zat, en is op 'sLands 
kosten door de Algemeene Staten begraven. Op 
het laatst van zijn leven was hij in ongunstige fi- 
nanciële omstandigheden. Er werd door het Hof 



HET BiLDT. aas 

Tan Friesland iemand naar Brussel geBonden^ ^m 
den boedel, door Trouw en kinderen aan de schold* 
eiscbcrs gelaten, te Tercffenen. Als dichter Tras 
hij zeer beroemd; en vooral aijn heldendicht de 
Friso , de Leonidas en de Ode het Mensohelijk 
leven zijn bekend (*)• 

1763* Jagob ADaiAAN dü Touh , Heer van War- 
menhuizen , was de zoon van den Generaal Ma;^)ór 
Justin Philip Du Tour en Elisabeth van Assendelft, 
en gehuwd met Anna Gatharma Rumpfa, w«duw6 
van Hans Willem Baron van Aijlva , Grietman vaa 
Baarderadeel. Door afetand van Willem van fti- 
ren kreeg hij de Grietenij van het Bildt den 28 Oc- 
tober 176S. 

1780. Hahs Willem, Baron van Aijlva is 
reeds vermeld op Baarderadeel op het jaar 1788. 

1788. Duco VAK Harbit, geboren in 'sHage den 
6 November 1747, was de zoon van Onno Zwier 
van Haren, Grietman van Westslellingwerf, en ge- 
huwd met Sara van den Heuvel uit Amsterdam, 
welke hij bij gelegenheid van den brand in den 
Schouwburg aldaar den 11 Mei 1772 uit de vlam- 
men redde , eu had bij haar vier kinderen. Voor 
dien tijd de gewpne ambten in Friesland bekleed 
hebbende, zette hij zich na zijn huwelijk tè Am- 
sterdam neder, en vatte den hahdel van^ zijnen 
schoonvader, welken deze op de Westindische volk- 
plantingen dreef, op. Doch in 1787, bij den in- 

(*) Wapenb. Haren. Gen. 16. Schelt. Staatk. Ned. 1 D. 427 
en vooral het meermalen aangehaald uitmuntend werk Tan den 
H''. Halbcrtsraa, Fragmenten der van Harens. 

21» 



S24 HET BILDT. 

val der Pruissen, yerliet hij Amsterdam en begaf 
zich naar het Bildt , waar hij in het volgende jaar 
Grietman werd. Hij woonde toen te St. Anna Pa- 
rochie. In 1795 moest hij dezen post verlaten en 
nam de wijk naar Duitscbland. Zijn groot vermo- 
gen door het bedrog van eenen zijner klerken en 
door zijne onbegrensde mededeelzaamheid uitgeput 
zijnde, moest hij daar naar een middel van be- 
staan uitzien , en werd aangesteld tot Gouverneur 
van den jongen Prins van Saksen Weimar. Door 
het omvallen van .eenen postwagen viel eene zware 
koffer op zijne borst , welk ongeluk zijnen dood in 
1801 te Weimar ten gevolge had. Hij was een 
man van buitengewone ligchaamsschoonheid, en te- 
vens van voortreffelijke zielsvermogens; bovenal 
wordt zijn uitstekend geheugen geroemd (*)• 



ZEVENWOUDEN. 

Zevenwouden , het derde of laatste kwartier van 
Friesland , bad als zoodanig de derde stem in de 
zaken , het gewest betreffende. Van waar de naam 
Zevenwouden afkomstig is , weet ik niet ; mogelijk 
dat er in vroegeren tijd zeven groote bosschen of 
wouden in dit oord der Provincie hebben bestaan. 
Dit distrikt is verdeeld in tien Grietenijen, als: 
Utingeradeel , Aengwirdcn, Donia warstal , Hasker- 
land , Schoterland , Lemsterland , Gaasterland , Op- 
sterland, Stellingwerf Oosieinde jdn Stellingwerf 
Westeinde, en bevat in zich de stad Sloten. 



(*) Hilb. Fra^B. 288. 



S2» 

ÜTINGERADEEL, 

in de oude stukken ook Wobbingabrugge genoemd, 
grenst ten noorden aan Idaarderadeel , ten noord- 
oosten aan Smallingerland , ten oosten aan Opster- 
land , ten Zuiden aan Haskerland en Aengwirden , 
ten zuidwesten aan Doniawarstal en ten noordwest 
ten aan Rauwerderhem , en beyat zes dorpen : 
Oldeboorn, Nes, Akkrum , Terhorne , Terkaple en 
Akmarijp. 

GRIETMANNEN VAN ÜTINGERADEEL. 

1425. ÜTEKA Bavweuga wordt genoemd Griet- 
man van Wobbingabrugge , in eene ferdban , ver- 
leend aan Hijle Rijurdisma op den eigendom van 
Smiengha goed te Birstens('^) of Birstum bij Ak- 
krum, van April 1425. Zijne mederegters waren 
Wijbe Jelkama , Feijke Ferkisma en Reijner Bo» 
bingha. 

1453. Thiart (Tjaard) AroaiNOA bevestigde met 
zijn zegel eene missive , geschreven op naam van 
Grietman en mederegters van Utingeradeel , nopens 
eene geregtszaak aan den Abt van Gerkesklooster, 
Zeer waarschijnlijk is hij dezelfde , die met eenige 
anderen, als kerkvoogden óf administrateurs van 
de kerkgoederen te Akkrum, een stuk land aan 
het klooster aldaar verkochten den 7 Deceniber 
1447 ; en denkelijk ook hij , die , ten verzoeke van 
Haijo Popkama , eenen koopbrief van twintig pon- 
dematen land met zijn zegel bevestigde den 28 Ju* 



{*) Chartb. 1 D. ^64. 



9M UTIN6ERADEEL. 

n^ 1461 (*). In het laatste slak staat rondom z^n 
segel : Tjeerd Jorrefs Andringa. Hogelijk was hij 
wel een zoon ran Jóret AikLeringa » Grietman van 
Idaarderadeel. 

1609« TiAJian tas AimBiKaA , zoon van Gosse 
▼an Andringa , had eenen zoon (f). Hij komt voor 
in eene baar of zoen over de vaderlijke en moe-* 
derlijke nalatenschap tusschen hem en zijnen broe- 
der Jorrit en zijne zuster Aukjs, Geestelijke doch- 
ter in het klooster Aalsum , gedateerd den 12 
Hei 1600 (p. H^ woonde te Akkrom. Uit een' 
consentbnef, door hem afgegeven op St. Jacobs- 
dag des jaars 1500 , blijkt dat hij op dien tijd 
GMetman van Utingeradeel en tevens van Aengwir- 
den was(*)« Even als zijn opvolger van de Gel- 
dersche partij zijnde, was hij een van de Griel- 
mannen, die men beletten vrilde, buiten toestem- 
ming van den Gelderschen Bevelhebber , vrij uil en 
in de stad Sneek te gaan(j.). Ten gevolge van de 
overwinningen door de Bourgondischen werden 
zijöe goederen verbeurd verklaard, en aan Michiel 
Schrijver en Leenaard Huijge gegeven ('^). 

16 12* Epo VAK DouMA, zoon van Douwe van 
Douma te Imsum en Bauk van Binia, had tot 
vrouw Tiets, dochter van Feico van Camstra van 
Wirdum en Sits Sjaerda(t). In 1604 was hij lid 



(*) Chartb. 1 Dt 6^2 , 648 , 602* Te Wal, Verij. d. Edel. 
2 D. 154. Ct) Wapenb. Andringa in 't voorberigt. (§) Charlb. 
2 P. 264. G) Te Wat. Verb. d. Edel. 2 D, 155. 

1+) Zie Doeke Fondens, Giietni. ▼• Baarderad. (*) Chartb. 
2- D. S43. (t) Upc. ▼. Burm, Tab. Gen. Wapenb. CamaCra* 
G^n 5. 



UTINGEKADËEL. 327 

van de commusie uit de Staten , wetke zich ver* 
zetten legen het plan van den Hertog van Saksen 
om de landgoederen in Friesland leenroerig te ma- 
ken (*)• Eene van de drie copijen van het ge- 
schrift, inhoudende den eed van huldiging aan ge« 
melden Hertog, werd in zijne bewaring gesteld, 
terwijl Frans Minnema en Hessel van Martena de 
beide andere kregen (f). Als Grietman va» ütiu- 
geradeel van wege den Hertog van Saksen, beves- 
tigde hij den 14 Februari) 1512 eenen koopbrief^ 
en den 21 daaropvolgende eene akte van donatie ^ 
beide voor het klooster Aalsum ( J). Na de overdragt 
van de Saksers, der Geldersche part^ toegedaan 
zijnde, werd in 1516 zijn huis te Irnsum door de 
Bourgondischen belegerd. Hij bevond zich met 
Abbe Saskers Heringa , die met zijne zuster Jel ge- 
huwd vvas , en dertig mannen op het slot , en ver- 
dedigde zich dapper. Onder anderen schoten zij 
eenen trawant van Graaf Felix van Oostenrijk dood , 
hetwelk deze zoo euvel opnam, dat hij terstond 
met zwaar geschut liet schieten , zoodat zij einde- 
lijk genoodzaakt waren zich op genade en onge- 
nade over te geven. De overwinnaars lieten zeven- 
tien man van de bezetting onthoofden en tien op-^ 
hangen, en zouden met de beide gevangene Edel- 
lieden niet beter gehandeld hebben , zoo de Frie- 
ache Heeren, die in het leger waren, en vooral 
Hessel van Martena en Juw van Botnia , wier vrou- 
wen bij de Gelderschen gevangen zaten, en die 
voor weerwraak beducht waren , , door veel bidden 
en smeeken hen voor dat oogenblik niet behou* 
den hadden. Doch spoedig daarop, niettegenstaan- 

(*) Gabb. Verh. v. Leeuw. 26a. (f) Aid. 258. ($) Chartb. 
2 D. 294. 



$28 UTUfGERADËEL. 

de de bedreigingen van Jancko van Douwema, 
dat men met de gevangene vrouwen even zoo zou- 
de handelen , als men van de andere zijde deed 
met Bouma en Heringa , zijn zij evenwel te Harlin- 
gen met het zwaard ter dood gebragt(*)* Hunne 
goederen zijn verbeurd verklaard en aan den Heer 
van Wassenaar geschonken (f )• Epo*8 weduwe 
overleed in 1526 (S). 

1525. DiacK Fabbeksz. is reeds vermeld op 
IdaarderadeeL 

1542. Jblmbe Edis . is mij niet anders dan uit 
de gedrukte Naamlijst bekencL 

1545. JoREiT VAH Aitbeiuga was mogelijk een 
broeder van Tjaard hier boven , en had dan drie 
kinderen (*). 

1546. Gabbe van Akdeinga is denkelijk dezelf- 
de , die in 1550 Grietman van Doniawarstal was. 
Daar ik meer zekerheid heb, dat hij werkelijk 
dien post in laatstgemelde Grietenij , dan in deze 
bekleed heeft , zal ik hem daar vermelden. 

1550. Akdeïbs Geijph (4) was gehuwd met 
Frouk , dochter van Of ke Foppinga en Anna Oedts- 
ma (*). Hij schijnt een man van letteren geweest 
te zijn , en heeft verscheidene aanteekeningen na- 
gelaten van droomen en gezigten, overstroomin- 



(*) Occ. Scarl. 414. (f) Chartb. 2 D, 343. (§) Wapenb. 
Camstra. Gen. 5. {^) Wapenb. Andringa in 't voorberigt. 
(4-) Z^n naam wordt onderscheiden geschre^n , zoo als Grijp , 
Gqjph , Grgf - Gr«ff , Griff. (*^ V^^ T. Burw. Tab ^^^ 



UTINGERADEEL. 329 

gen, dure tijded enz. Onder andere verhaalt Win- 
semius, dat hij aangeteekend heeft, dat in het jaar 
1556 een roggenbrood van elf pond elf stuivers 
kostte, en kort daarop slechts vier stuivers (*). 
Hij woonde in 1 568 te Oldeboorn , en werd in 
1574 door Jorrit Andringa (misschien wel den hier 
boven gemelden Grietman) , met nog twee mede- 
standers uit zijn bed geligt en gevangen wegge- 
voerd (f). Gedurende zijne gevangenschap deed hij 
denkelijk afstand van de Grietenij. . 

1575 (5). Ofkb of Onoph^rüs Grijph , zoon van 
den voorgaanden (*) , werd, toen zijn vader in 1574 
gevangen genomen was , door Robles provisioneel tot 
Substituut in deszelfs plaats, en bij diens afstand 
in het volgende jaar tot Grietman van ütingeradeel 
aangesteld. In 1580 werd hij ingedaagd, om zich 
wegens zijne voortvlugtigheid te komen verant- 
woorden , doch verscheen niet {\) . In hetzelfde 
jaar sneuvelde hij in den slag op de Hardenberger 
heide , en werd met de overige doóden te Harden- 
berg op het kerkhof begraven. 

1578. Feijcke Tktmaws of Tatmaics was gebo- 
ren in 1538. Misschien heette zijn vader wel Tet- 
man , (een nog niet geheel in onbruik geraakte 
voornaam in Friesland). Feijcke was gehuwd met 
Popke, geboren in 1541, dochter van Sako van 
Rinia, Grietman van Westdongeradeel , en had bij 
haar eene dochter (*). Zij woonden te Oldeboorn. 

(*) Wins. Hist. 16 , 34 , 102, 130. (f) Te Wat. Verb. d. 
Edel. 4 1). 320. (§) Niet 1580, zoo als de gedrukte Naamlijst 
opgeeft. (^) Upc. V. Burm. Tab. Gen. R. Solo. Consc. Exulum. 
(4.) Charlb. 4 D. 161 , 178 , 191. (*) Vriem. Ath. Fris. Lil. 
Wapenb. Andringa. 



330 UTIN6ERADEEL. 

Hij was een nian van groot gesag in Friesland, en 
werd in de gewigügsie zaken gebruikt. In 1574 
drong hij met meer anderen bij Robles zeer steric 
aan , om het gewest ran bet onderhoud van de 
Spaansche en Waalsche soldaten te bevrijden.' Drie 
jaren later werd hij door de Staten van Friedand 
met Schelte Tjaarda en Harten van Nijsten naar de 
Algemeene Staten te Brussel in gezantschap gezon- 
den. Ook werd hij in dat jaar tot eene geldiig- 
ting gelastigd. In 1S78 tot Grietman van Utinge- 
radeel benoemd (*) , was hij tevens Substituut van 
Aengwirden. Hij behoorde onder de voorstanders 
van de Unie van Utrecht (f) , en was in 1682 een 
van de Staatsieden, gecommitteerd tot opneming 
van de rekeningen der Ontvangers en Rentmeesters 
der kloostergoederen , en in 1584 tot die van de 
Landschaps*Ont vangers. Toen in 1596 de Admira- 
liteit te Dokkum werd opgerigt , was hij onder de 
eerste Raden van dezelve benoemd (§). Hij over- 
leed den 2 April 1601 ; zijne weduwe den 26 De- 
cember 1611. Beide zijn in de kerk te Oldeboorn 
begraven. 

1601. JeuJè \as AnimiirGA 9 zoon van Tinco 
van Andringa en Aef Ennes , was eerst gebu\^ 
met Idske Regnaerda , welke den 2 April 1605 ge- 
storven zijnde, hij hertrouwde met Gerland van 
Oenema. Bij de eerste vrouw had hij eenen zoon, 
bij de laatste geene kinderen («), In het laatst van 



(♦) Schnlt. Staatk. Nod. 2 D. 361. (f) Chartb. 4 D. 42. 
Op bladz. 67 aldaar komt eene expresse ratificatie en approb^' 
iie van dezelve , van bem als Grietman en gevolmagtigde fan 
Utingeradeel van 15 Augustus 1579 voor. (§) Wins. 828. 

(«j Wapenb. Andringa. 6cu. 3. 



UTINGERADEEL. 331 

de zestiende eeuw was hij Secretaris van Utinge- 
radeel, en werd Grietman aldaar den 26 Mei 1601 , 
en in 1605 tevens Substituut van Aengwirden. Hij 
overleed als lid van Gedeputeerde Staten den 30 
September 1612, en werd bij zijne eerste vrouw 
te Oldeboorn begraven. 

1613* TiNCo VAN AicDaiNGA , zoon van den voor- 
gaanden , was in 1606 gehuwd met Sijtske , gebo- 
ren in 1584, dochter van Benne Sickes Sjoerda en 
Jent Rintzes IJtsma , en had bij haar drie kinde- 
ren ('^). Den 12 Januarij 1613 tot Grietman ver- 
kozen» overleed hij den 14 Februarij 1619, z^nde 
toen tevens lid van de Rekenkamer. Ztjne wedu- 
we stierf den 1 December 1662. Beide zijn in de 
kerk te Oldeboorn begraven. 

1619. TiBsaiüs VAN Obnbjia, zoon van Tinco 
van Oenema, Grietman van Schoterland, was ge- 
huwd met Haesje , dochter van Willem van Yiersën 
en Tilia Godefredi (f). Den 1 December 1619 tot 
Grietman benoemd, was hij in 1631 tevens lid van 
'Gedeputeerden. Als hd van de Staten wegens Ze- 
venwolden volgde hij de lijkstatie van Graaf Wil- 
lem Lodewijk in 1620, en was toen Grietman en 
lid van de Rekenkamer (^). Hij overleed den 22 
Mei 1640, en werd even als zijne vrouw, vaer 
sterfjaar ik niet heb kunnen opsporen , te Olde- 
boorn in de kerk begraven* 

1622. Bavrtb Tiedsz of Tjbbeds was eerst Se- 



(•) Wapenb. Andring^a. Gen. 4. (f) Wapenb. Vierscn. Gen. 3. 
(§) Wins. 905. 



332 UTINGERADEEL. 

cretaris van de Grietenij ; overigens is hij mij niet 
dan uit de gedrukte Naamlijst bekend. 

1640. RBGNBaus vak Avdrütga was de zoon 
van Tinco van Andringa, hierboven gemeld, en 
geboren in 1612 (*). Hij trouwde in 1639 te Wol- 
vega met Dedtje, geboren in 1615, dochtervan 
y Lubbert Piers Lijcklama a Nijeholt en Antje Jennes 
fcnckema , en had bij haar zeven kinderen (f). Den 
24 Junij 1640 Grietman geworden « was hij in 1650 
tevens Gredeputeerde. Ook is hij Raad ter Admi- 
raliteit en Rekenmeester der Provincie geweest. Hij 
overleed den 10 Mei 1671, en zijne weduwe den 
IS Haart 1686; beide zijn te Oldeboorn in de kerk 
begraven. 

1670. LüBBARTus VAK AiiD&iNGA « zoon van den 
voorgaanden, en geboren den 2 April 1656, bleef 
ongehuwd. Hij werd den 9 December 1670 Griet- 
man (^). In 1681 was hij Ontvanger Greneraal van 
Utingeradeel (^) , ook Gonmiissaris politiek bij de 
Sijnode te Dokkunu Bij zijn overlijden, hetwelk 
in het volgende jaar, den 9 December, toen hij 
pas in zijn zeven «n twintigste jaar was, voor- 
viel , was hij lid van Gedeputeerden. Hij is in de 
kerk te Oldeboorn begraven. 

1683. Hessel Vegiliic vaic GLAERBsaGE5, gebo- 
ren den 19 October 1656 , was de zoon van Philip 



{*) Wapenb* Andringa. Gen. 5 ; doch in eene familïeaantee- 
kening vind ik zjjn geboortejaar op 1606} daar wordt teyens 
<^PS«&even , dat h^ in 1671 in den ouderdom van vij^ en zestig 
jaar it oYerleden. (f) Wapeob. t a. p, (§) Wapenb. An- 
dringa. Gen. 6. (^) Chartb. 5 D. 1189. 



ÜTINGERADEEL. 333 

Ernst Vegilin van Claerbergen en Fokjen van Smi- 
nia, en den 7 November 1683 gehuwd met Anna 
Maria , geboren in 1 653 , dochter van Assuerus van 
Viersen , Rentmeester der Domeinen , en Jisca van 
Geersma , bij welke hij zes kinderen had ('^)» Den 
27 Januarij 1683 Grietman van Ulingeradeel gewor- 
den, verwisselde hij deze Grietenij met die van 
Haskerland den 15 Maart 1689, van welke laatste 
hij in 1707 afstand deed ten behoeve van zijnen 
oudsten zoon. In 1683 was hij ook lid van Ge- 
deputeerden. Zijne vrouw overleed den 12 Julij 
1696, hij ^elfden 28 November 1715 te Leijden, 
na de operatie van den steen, waaraan hij vele ja- 
ren gesukkeld had. 

1689. Frederik van .Sminia ,* geboren den 1 De- 
cember 1664, was een zoon van Jelse van Sminia, 
Grietman van Gaasterland, en bleef ongehuwd (f). 
In 1685 was hij Kapitein, later Ritmeester, en 
werd den 21 Maart 1689 Grietman van ütingera- 
deel , welken post hij meer dan twee en zestig ja- 
ren bleef bekjeeden. In 1695 was hij lid van het 
Collegie van Gedeputeerden, en in 1748 van de 
Staten van Friesland. Hij woonde te Akkrum, 
overleed aldaar den 28 Junij 1751 , en werd in d<e 
kerk begraven. 

1752. REGlfERUS LlJGKLAMA A NiJEHOLT , ZOOn 

van Augustinus Lijcklama a Nijeholt en deszelfs 
tweede vrouw Detje van Andringa, is niet gehuwd 
geweest. Hij was eerst Kapitein, daarna Ritmees- 
ter (J), en werd den 3 Januarij 1741 aangesteld 

(*) Wapenb. Vegilin v. Claerbergen. Gen. 8. Viersen. Gen. 3. 
(f) Wapenb. Sminia. Gen. 9. (J) Wapenb. Lijcklama. Gen. 9. 



834 UT1NGERADEEL. 

tot Grietman van Lemsterland , welke Grietenij hij 
den 12 Januarij 1752 verwisselde met Utingeradeel. 
In 1748 was hij lid van de Staten. Hij overleed 
den 19 Maart 1757» en werd in de kerk te 01de- 
boorn begraven {*), 

1757* TiNGO LiJcnLLAHA A NiJEHOLT , broeder van 
den voorgaanden, geboren den II October 1696, 
was gehuwd den 26 April 1726 met Martha Rinnema, 
geboren den 13 September 1702, dochter van Mar- 
tinus van Scheltinga , Grietman van Schoterland en 
Lemsterland » en had bij haar drie kinderen. Hij 
is eerst geweest Secretaris van Opsterland, vervol- 
gens in 1725 Raad in het Hof van Friesland, toen 
Rentmeester van Kempeland in de Heijerij van 
^s Hertogenbosch , • en eindelijk in 1757 Grietman 
van Utingeradeel. Hij overleed den 22 Maart 1762; 
zijne weduwe in Februarij 1768; beide zijn in de 
Westerkerk te Leeuwarden begraven (f). 

1762. AuGusTmus Lijgklama. a Nuk holt, zoon 
van den vowgaanden en geboren den 7 April 1742, 
was gehuwd met Susanna , geboren den 21 Februarij 
1786, dochter van Georg Wolfgang, Baron thoe 
Schwartzenberg en Hohenlansberg , Grietman van 
Barradeel, Dantumadeel en Menaldumadeel. Hij 
werd den 7 Julij 1762 aangesteld tot Grietman en 
was in 1786 Curator van de Franeker Academie. 
Hij woonde te Oldeboom, op Andringastate, welk 
huis hij geheel heeft laten verbouwen, overleed 
<Ien 30 October 1780, en werd op zijne woon- 
plaats in de kerk begraven. Zijne weduwe stierf 
den 7 October 1799 en werd te Utrecht bijgezel (J). 

(*} Familieaant (f) Wapenb. li^cklama. Gen. 9. Scheltinc»* 
Gen. 6. Familieaanteek. ($) Wapenb. Lgcklama a Rgeh. Gen. 10> 



UTiriGBRADEEL. 886 

1790. TiicGO MABTiiras Lugklaha ▲ Nijbrolt , 
geboren den 4 October 1766 , is de zoon yan den 
Toorgaanden, en, zoo ?er mij bekend is, de eeni- 
ge nog in leven van hen» die vóór 1795 bet ambt 
van Grietman hebben bekleed. Hij is eerst gehuwd 
geweest met Elisabeth Helena, Baronnesse thoe 
Schwartzenberg en Hohenlansberg , geboren den 17 
November 1767 en overleden den 3 Augustus 1803, 
en thims met Fraiicina Johanna Blomkotk , geboren 
den 21 September 1784. Bij beide vrouwen zgn 
hem kinderen geboren. In 1788 Grietman van 
Ooststellingwerf geworden , verwisselde hij die Grie- 
tenij met Utingeradeel in 1790, doch werd in 1796 
met zijne ambtgenooten van dien post ontzet. Ia 
1805 was hij lid van het Departementaal Bestuur 
van Friesland; in 1809 Drost van het Kwartier Hee- 
reaveen en Jagtofficier; in 1812 Onderprefect vai> 
het Arrondisseoient Heerenveen; na de oprigting 
van ons Koningrijk lid van de Tweede Kamer der 
Staten Generaal en Militie Commissaris; thans Rid^ 
der van de Orde van den Nederlandschen Leeuw, 
lid van de Eerste Kamer van de Staten Generaal^ 
en Voorzitter van de Ridderschap van Friesland. 

AENGWIRDEN. 

de tweede Grietenij van Zevenwouden en de klein- 
ste van allen, grenst ten noorden aan Utingera- 
deel, ten oosten aan Opsterland, ten zuiden aan 
Schoterland en ten westen aan Haskerland ; dezel- 
ve bevat vier dorpen : Gersloot , Tjallebert , Lun- 



Schwartzenberg. Gen. 17, Tcgenw. S^ v. Frie«l. XIV D. 563 r 
XV D. 475 , 482» Familieaanteek. 



386 AENGWIRDE». 

jeberl en Terband» beiie?en8 een gedeelte vanHee- 
renvecn. 

GRIETMANNEN VAN AENGWIRDEN. 

1509. Tjaa&d van Audringa is reeds venneld 
op Utingeradeel. 

1625. Abbb Jaics is mij niet bekend, dan uit 
de Naamlijst en uit de Rolle van den Hove van 
Friesland, van den 21 October 1533. 

1650. Gerbre5 Menthiesz komt voor, als Griet- 
man van Aengwirden, onder de Gevolmagtigden 
op den dikwijls gemeiden landsdag van den 17 Ja- 
nuarij 1550 (*), en onderteekende in dezelfde kwa- 
liteit vijf jaren later de akte van huldiging aanFi- 
lips II (t). Nadat hij omtrent vier. en dertig jaren 
Grietman was geweest , deed hij afstand ten be- 
hoeve van zijnen zoon. 

1576. JoGHEM Gerbrens , zoon van den voor- 
gaanden , was in 1574 Grevolmagtigde ten landsda- 
ge wegens Aengwirden (J ) , en werd den 29 De- 
cember 1576, in de plaats van zijnen vader, tot 
Grietman verkozen. 

1680. Sjierdt Tjbbbbs is mij niet anders dan 
uit de gedrukte Naaml^st bekend. 

1585. Fbijgkb Tetmaits, Substituut Grietman, 
is reeds vermeld op ütingeradeel. 

(*) Charlb. 3 D. 185. (t) Wins. Hist. 4. (J) Cbartb. 3 
D. 977. 



AENGWIRDEN. 387 

1593. JoHiKKEs Agricola. was gehuwd met Ted 
Lieuwes en had eene dochter C'). In 1684 was hij 
reeds Volmagt ten landsdage wegens Zevenwou- 
den(f) , en in 1593 Secretaris van 'slands Reken- 
kamer en Grietman van Aengwirden (J). Tot Com- 
missaris poUtiek bij de Sijnode van Sneek in 1600 
benoemd » bleef hij wegens ligchaamszwakte afwe- 
eg (*)• 

1605. Jelle van ANDaiNGA, Substituut Griet- 
man, is reeds vermeld op ütingeradeel ; ik veron- 
derstel dat hij slechts de Grietenij van Aengwir- 
den heeft waargenomen, tot dat er een nieuwe 
Grietman was benoemd* 

1605. HippoLYTUs Geagk , zoon van Roelof 
Crack en Doekeitje Doekles , was gehuwd met Gaelt- 
je Gerrijtsma en liet geene kinderen na(|). Den 
26 Julij 1605 aangesteld tot Grietman , was hij in 
1618 Monster Commissaris, en in 1625 lid van Ge- 
deputeerden. Hij overleed in het volgende jaar, 
den 17 October; zijne vrouw drie dagen later. 

1626. AimE vAii Wijgkbl, zoon van Hans Jo- 
chums van Wijckel , (de naam zijner moeder is mij 
onbekend ,) was eerst gehuwd met Tjetske , doch- 
ter van Hendrik Hanssen en Aukje Fockens , en 
voor de tweedemaal met Wiskjen, dochter van 
Martinus Fockens, Grietman yslu Opsterland; bij 
elke vrouw had hij een kind(*). In 1627 en 1635 

(*) Wapenb. Wgckel. Gen. S, alwaar gezegd wordt, dat hj 
reeds voor 1589 Grietman was. (f) Chartb. 4 B. 504. 

($) Chartb. 4 D. 828. (^) Naaml. Tan Predik, in de Classis van 
Franeker. (4.) Yriem. Ath. Fris. LVII. Stamb. ▼. Adel. 
(*) Wapenb. W^keU Gen. 3. 

22 



388 AENGWIHDEN. 

wa8 hij Volmagt ten landsdage {*) exi tevens Mon- 
ster Commissaris. Hij is den 7 November 1635 ge- 
storven en in de kerk te Oudeschoot braven. 

1686. JoHANRBS GaAGK , zoon van Sijtze Roe- 
lofs Crack , denkelijk een broeder van Hippolytus 
hierboven, en Riemke N. , was gehuwd metAnsk, 
dochter van Rinco van Lijckiama , Grietman van 
Westslellingwerf , en had bij haar drie dochters (f). 
Den 9 Januarij 1636 Grrietman geworden , werd hij 
den 24 April 1651 Curator van de Academie te 
Franeker , doch overleed in het volgende jaar , den 
26 April , in den ouderdom van twee en vijftig ja- 
ren, In 1623 was hij reeds Yolmagt ten landsda- 
ge (p. Ook is hij lid van de Staten Greneraal ge- 
weest. 

1652. Tjaakd of Thiotardüs yait Hbloma, xoon 
van Michiel Tjaards van* Heioma, was getrouwd 
met Froukje van Teijens(*). Hij werd den 22 Mei 
1662 Grietman yan Aengwirden , en was in 1648 
Gevolmagtigde ten landsdage. In 1664 zat hij 
mede in de Staatscommissie , belast met het oprig- 
ten van een tucht* en werkhuis in de provincie ( j)« 
Zijne vrouw overleefde hem. 

1657. NiGOLAAs YAir Hbloma, broeder van den 
voorgaanden , was gehuwd met Zwaantje yan Ter- 
wisga. In 1646 Advocaat bij het Hof van Fries- 



CO Chartb. $ D. 313, 371. (f) Wapenb. W^ckeL Gen. 4. 
Vliem. Ath. FrU. WVlil. ($) Chartb. 5 D. 286—546. Hj 
onderteekende zich eerM J. S. Crack en venrolgenf J. van Crack} 
eenmaal Tind ik zelft J. de Crack. (^) Familieaanteeké 

(4.) Chartb. 5 D. 516 , 568. 



AENGWIRDEN. 289 

land, werd hij in 1657, in de plaats van zijnen 
broeder, benoemd tol Grietman van Aengwirden, 
doch schijnt nog in hetzelfde jaar overleden te 
zijn , blijkens de benoeming van zijnen opvolger. 

1667. Jagobus vaw Boürigiüs , Doctor in de Reg- 
ten , was de zoon van Hector van Bouricius en Houk- 
jen van Hillama , en gehuwd met Sijtske , dochter 
van Joha^nes Crack hier boven gemeld ; hij had bij 
haar vier kinderen (*). Den 17Julij 1657 aange- 
steld tot Grietman van Aengwirden , was hij. twee 
jaren later levens Gedeputeerde. In 1672 zat hij 
mede in de Staatscommissie tol het beramen van 
middelen ter verbetering in de zaken van militie , 
politie en financiën dezer provincie (f). Hij overleed 
den 29 December van dat jaar (§). 

1673. JoHAüT Edzard vau Doüha was de zoon 
van Epo van Douma , Grietman van Ferwerdera- 
deel , en is niet gehuwd geweest (*). Aangesteld 
lot Grielman den 29 Julij 1673, was hij het vol- 
gende jaar tevens lid van Gedeputeerden. Hij over- 
leed den 26 Julij 1676 en werd te Hallum begra- 
ven. Hij voerde een zwaard in zijn wapen. 

r077. JoHAiricEs Crack vaic Boüriciüs , zoon van 
Jacobus van Bouricius hier boven gemeld, was gehuwd 
den 9 Januarij 1678 met Catharina, dochter van 
Daniel de Blocq van Schellinga en Martha van Rin- 
Aema , bij welke hij eenen zoon had (|). Griet- 



(.«) Wapenb. BouriciiM. Gen. 4. (f) Cbartb. 5 B. 815. 
(§) Naaml. ▼. Predik, in de Classis yan ZeYen wouden , 88 in de 
npQt* (y) Upck ▼. Bprm. Tab* Gen. (4^) Wapenb. Bouricius. 
Gen. 6. 

22* 



840 AENGWIRDEN. 

man geworden den 19 Januarij 1677t was hij in 
heizelfde jaar lid van Gedeputeerden. Ook is hij 
geweest lid van de Staten Generaal. Hij overleed 
den 27 Maart 1700, nadat hij drie jaren te vo-* 
ren afstand van de Grietenij ten behoeve van zij- 
nen zoon had gedaan. Zijne weduwe stierf den 
4 Mei 1739. 

1B97* Jagobüs van Bourigius , zoon van den 
voorgaanden, was gehuwd met Wiskjen , dochter 
van Martinus van Scheltinga , die volgt. , en had bij 
haar zes kinderen (*). Hij werd den 15 April 1697 
tot Grietman verkozen, doeh hem toegestaan nog 
een jaar zijne studiën voort te zetten , alvorens in 
functie te treden. In 1704 was hij Gedeputeerde, 
en overleed den 5 November 1714, in cien ouder- 
dom van vijf en dertig jaren. Zijne weduwe stierf 
den 29 Januarij 1748, oud drie en zestig jaren (f). 

1715. HA.RTI1IUS VAN Scheltinga, schoonvader 
van den voorgaanden , was de zoon van Livius 
van Scheltinga, Grietman van Achtkarspelen , en 
gehuwd met Jetske Wiskia van Broersma , bij wel- 
ke hij vijf kinderen had (J). In 1679 Raadsheer 
in het Hof van Friesland geworden , verkreeg hij , 
na het overlijden van zijnen schoonzoon , den 9 
Januarij 1716 de Grietenij van Aengvvirden, doch 
deed daarvan weder afstand in 1721 aan zijn^ 
kleinzoon ; evenwel bleef hij dezelve voor dezen , 
die nog minderjarig was , als Substituut , besturen. 

1721. Martiki7S VAN BouRiciüs , geboren in 1707, 



{*) Wapenb. Bourieius. Gen. 6. (f) Wapenb. t. a. ?• 

(§) Wapenb. Scheltinga. Gen. 5. 



•AENGWIRDEN. 341 

«oon van Jacobus van Bouricius hier boven ^ was 
gehuwd den 7 September 1732 met' Romelia Mar- 
garetha , geboren den 14 Januari) 1709 , dochter 
van Augustinus Lijcklama a Nijeholt , Grietman van 
Opsterland , en deszelfs tweede vrouw » en had bij 
haar twee dochters {'''). Hij werd den 23 Julij 1721 
tot Grietman benoemd, maar heeft, uithoofde zij- 
ner minderjarigheid eerst later , zoo als wij boven 
i&ageny de functiên aanvaard* Hij behoorde in 
1748 tot de commissie van Staatsieden , belast met 
de overbrenging van het diploma van Ërfstadhou- 
dèrschap aan den Prins van Oranje (f). Ter Staats- 
vergadering van Friesland had hij veel invloed. In 
het laatstgemeld jaar werd hij aangesteld tot Mees- 
terknaap van de Houtvesterij in deze Provincie; 
reeds in 1734 was hij lid van Gedeputeerden. Hij 
«tierf aan eene uitteerende ziekte den 1 Julij 1755* 

1757* HoBBE Baeedt vav Sminia. is reeds ver- 
meld op Tietjerksteradeel. 

1772. Edq Alma vaii Ibema was de zoon van 
Bemardus van Idema, en gehuwd met Detje» 
dochter van Martinus van Bouricius hier boven, 
geboren den 3 Januarij 1742 (J). Hij woonde te 
Heerehveen en was vroeger Tonneboeijer van de 
Provincie. In 1795 werd hij , even als de overige 
Grietmannen, afgezet. 



(*) Wapeiib. Bouricius. Gen. 7. Lijcklaina. Gen. 9. (t) Zie 
Hessel D. E. v. AjJIva , Grietman t. Westdoogerd. ($) Wapenb* 
Bouriciuf. Gen. 8. 



S42 

DONIA WARSTAL, 

de derde Grietenij van Zevenwolden , aldus ge«> 
noemd naar de regtplaats of weerstal van het ge* 
slacht Donia , was ten tijde van de Saksiche oter- 
heersching met Lemsterland vereenigd. Dexelré 
grenst ten noorden aan Wijmbritseradeel , de Snee* 
kermeer en een weinig aan Ranwerderhem , ten 
noordoosten aan Utingeradeel , ten oosten aan flas* 
kerland, ten zuidoosten aan Schoterland, ten Eoi- 
den aan Lemsterland en de Tieukemeer , ten zuid^ 
westen aan Sloten en Gaasterland , ten westen aah 
de Slotermeer en eene kleine streek van Wijmbrit- 
seradeeL In deze Grietenij liggen teertien dorpen: 
Goingarijp, Broek, Oosterhaule , Nijega, Oudc- 
ouwer, Doniaga, Tjerkgaast, St. Nicolaasga, Ids^ 
kenhuizen, TerOele, Indijken, Langweer, Boorn- 
zwaag en Leegemeer. 

GRIETMANNEN VAN DONIA WARSTAL. 

16 «. BuHO YiBius JoLLiMA 18 mg niet anders, 
dan uit de gedrukte Naamlijst bekend. 

1517. Ghijsbikt van Sghotih werd den 7 Fe* 
foruarij 1517 van 's Keizers wege benoemd tot Griet- 
man van Doniawarstal en Ooster%eeHand (een ge- 
deelte van Lemsterland (*)). 

1528. Hekko Joükis,' Substituut Grietman, is 
mij alleen uit de gedrukte Naamlijst bekend. 



(«) Charlb. 2 D. 344. 



DONIAWARSTAL. S43 

1531. PiBTER YisscHER Wds te gelijk Grietman 
van Lemsterland , waar over van wege den lands- 
dag geklaagd werd, daar zulks strijdig was met 
*s lands wellen , bij welke verboden was , dal ie- 
mand meer dan een ambt Ie gelijk mogt beklee- 
den ; doch de klagers kregen ten antwoord , dat 
de Grietenijen Doniawarstal en Lemsterland van hel 
begin af voor ééne Grietenij gehouden waren en 
ook alzoo bediend, omdat de laatste zoo klein 
was, dat niemand begeerig soude zijn, dezelve 
alleen te hebben (*). 

1544. PiBR Absicbs woonde te Doniaga , en lee- 
kende als getuige het konlrakt van den Graaf van 
Hèurs met de Sneekers in 1522 (f) , waaruit blijkt, 
dat hij tot de Gelderschgezinden behoorde. Dal 
hij Grietman was, heb ik nergens anders, dan in 
de gedrukte Naamlijst gevonden. 

1550. Gabbs V4K AiTDBiKGA , zoon van Jonit 
van Andringa , woonde te Tjerkgaasl , en was ge- 
huwd met Lijsbeth , dochter van Hans N. , bij wel- 
ke hij eene dochter had. Hij was Volmagt ten 
landsdage en Grietman van Doniawarstal (^). De 
gedrukte Naamlijst noemt hem op 1546 Grietman 
Van Ulingeradeel (*). 

1582. EvB&ABRT Ekthes werd , wegens oproe- 
righeid , den 23 December 1572 van zijne Grietenij 
ontzet. 

1072. Joost Vastaerds was getrouwd met eene 



(*) Chartb, 2 D. 730. (f) Schot. 608. (§) Wapenb. An- 
dringa in 'tVoorberigt. (^) Zie aldaar. 



844 DONIAWARSTAL. 

dochter yan Gerlof Sipkes, die in 1570 Secretari? 
van Domawarstal was. Hij was Koninglijke Majes- 
teils Grietman, doch werd bij verandering der 
tijdsomstandigheden afgezet en gebannen. Hij stierf 
te Groningen in 1582 , en werd aldaar bij de Mio- 
derbroeders begraven. Zijne weduwe keerde naar 
Friesland terug en hertrouwde (*)• 

1577. EaASMus van Dodva was de zoon van 
Jancke van Douma van Langweer en Maria van 
Burmania, en gehuwd met At, dochter van Hero 
van Burmania en Frou Stinstra , bij welke hij twee 
dochters had (f). Hij woonde te Langweer , was 
eerst Kapitein, en naderhand Grietman van Dom- 
awarstal. Het zijne beide broeders Foppe en ld- 
zard behoorde hij tot het verbond der Edelen ({), 
en werd daarom door Alva ingedaagd, om zich te 
Antwerpen te komen verantwoorden. In 1575 kreeg 
hij met Lieuwe van Beijem en den Notaris Lucas 
Jarges de commissie , om inventaris op te maken 
van . de brieven en instrumenten , in 's lands kisten 
bewaard wordende (*). Twee jaren later vverd hij 
lid van het ^ toen eerst opgerigt, GoUegie van Ge- 
deputeerde Staten (^) » en in vele landszaken ge- 
bruikt ; onder anderen werd hij met bovengemelden 
Notaris Jarges naar YigUus van Aijta en de Alge- 
meene Staten te Brussel gezonden, om over 's lands 
belangen te raadplegen; hij was ook Rekenmeester 
(lid van de Rekenkamer) van de provincie (*)• Met 
nog zeven andere Staatsieden verbond hij zich, bij 



(*) R. Solc CoDscript Exul. (f) Upc. t. Burm. Tab. Gen. 
SUmb. V. Adel. ($) Te Wat. Verb. d. £del. 2 D. 349. 

G) Chartb« 3 D. 1030. (4-^ Foeke S}. Oud en Dieuw Frieil. 
3de Si. 208. (*) Chartb. 3 D. 1039. 



DONIAWARSTAL. 845 

akte van den 26 Januarij 1578., als gijzelaar bin-' 
nen Leeuwarden te zullen blijven , tot zoo lang de 
burgerij aldaar deszelfs verschotene penningen tot 
betaling der Waalsche soldaten had terug ontvan- 
gen (*). Omtrent het begin van 1580 werd hij , 
bij welke gelegenheid weet ik niet , gevangen ge- 
nomen, (voorzeker door de Spanjaarden of Spaansch- 
gezinden ,) en Tiete van Hettinga in zijne plaats als 
Substituut Grietman aangesteld (f). Hij overleed in 
1581 , en werd te Langweer bijgezet* Zijne vrouw 
volgde hem binnen de maand in het graf en werd 
te Harlingen begraven (§). 

1580. Tiete vak Hettinga. moet een zoon ge- 
weest zyn vèn Walte Benedictus van Hettinga , Ka- 
pitein in ter Oele, ofschoon Ferwerda (*) van de- 
zen noch vrouw , noch kinderen opgeeft. Hij werd 
den 7 Maart 1580 in de plaats van den gevangen 
Erasmus van Douma tot Substituut Grietman aan- 
gestdd. Niet lang daarna is hij, met zijnen broe- 
der Grerrit , door de soldaten van den Hopman Sna- 
ter , in de Sloterschans in bezetting liggende , dood- 
geschoten (|). 

157 • • Maetbk Hamkema, meestal Martinus Ham- 
eonius genoemd , was geboren te FoUega , en een 
zoon van Hamke Hamkema ^ N. Boelema. Hij 
was gehuwd met Benna Hokkema. Eerst Excijs- 
meester te FoUega , werd hij , op verzoek van den 
Grietman van Lemsterland , Idzard Stijnthièma , die 



(♦) Chartb. 3 D. 1183. (f) Te Wat. Verb. d.Edel. 2D.349. 
{§) üpc. V. Burm. Tab. Gen. (♦) Wapenb. Hettinga. Gen, 6. 
Te Wat. t. a. p. en Tegenw. St. v. Pr. XV ]>. 497 , noemen 
bem ook Tiete Waltes van Hettinga. (4) Tegenw. Staat t. a. p. 



S46 DONUWARSTAL. 

destijds aan eene nieuwe tdekte te bed lèg , den 
•16 October 1574 tot deszelfs Substituut aange- 
steld; doch om tijne staatkundig gevoelens, daar 
hij den Koning van Spanje aanhing, gebannen, 
bekwam hij na s^ne terugkomst bet Dijkgraaf- 
schap van Zevenwouden ; evenwel ook nu konde hq 
zich niet stil houden, en moest weder dezen post 
en het land verlaten. Bi) zijne tweede terugkoinst 
werd bij verkozen tot Grietman van Donia warstal; 
maar ook- dit 4iuurdè niet lang; want in 1581 
werd reeds zijn opvolger benoem4f Den 26 Ho- 
vembeir 1601 werd den Procureur Generaal door 
het Hof last gegeven , met zijne zaak voort te va- 
ren , vermhs hij zijn verblijf bij deü vijand hield. 
flg faad zich van zijne jeugd af aan op de stadiêb 
toegelegd en zich gedurende zijne menigvuIcKge 
verbanningen daarin meer bekwdam gemaakt. Van 
zijne werken zqn de voornaamste: Frisia^ seu 
de vtris rebusque Frisiae ülustribus lihri duo^ 
door Winsemitis in Ï620 uitgegeven, en: iCerfa- 
tnen Catholtcorumcum Calvinist ie ^ conünuocha" 
radere C. conscriptum , concordtaeque coelihtB 
concessae Christiana congratulatio , gedrukt te 
Munster 1607. Buiten dit geschrift kunnen vaa 
zijne bijzondere smaak om iattijd woorden , mdt de 
ielter C beginnende , te gebruiken , getuigen , soi»- 
mige dichtregelen; zoo als zijne afteekadng van 
den Graaf van der Marck : 

» GalTiaista Comes contorta cannabe emdus 
» Oahdida chordigerae eonstriaxit eoila eaterrae éte.** 
en deze: 

» Carmina darisonae calvis cantate Camoenae.** 
Hij was een van hen , die in 1681 met Oenc van 
Wijtsma , Grietman van Dantumadeel , den brief, 



DOWIAWARSTAL. 847 

aan eenige Friesche Edelen geschreven , om rioh 
weder onder de gehoorztiamfaeid van den Spaan^ 
sofaen 'Koning Ie begeven v onderteekende'(*). Hij 
overleed in 1621 , in den onderdom van zeventig 
jaren (t). 

1662. TziALKB Meijiiks was Grietman van Dö<* 
niawarslal en Volmagt ten landsdage in 1582 (§)« 
In hetzelfde jaar kreeg hij bevel van Gedeputeerde 
Staten, om op te geven, wat ieder dorp van «ij- 
ne Grietenij in gereed geld had moeten t)pbrengen 
aan de krijgsbende van den Heer van Nijenoord , 
die aldaar was ingelegerd geweest van den 27 F)e- 
braarij tot den 7 Maart en lang niet best had huls- 
gehouden. Hij bevond , dat de som voor de ge- 
heele Grietenij , buiten Langweer , hetwelk tWee 
yaèndels soldaten had moeten onderhouden , /5418, 
2 stuivers en .3 oortjes had bedragen. Nijenoord 
ontving eene beistraffing , en tevens bevel jn het 
vervotg betere krijgstucht te houden (*). 

1584 AüKS REuif AiiDA , isoon van Aede óf Oe- 
de , 200 als Scheltema (|) hem noemt , ReijnaMa , 
i^ mij niet anders , dan uit de gedrukte Naamlijst 
en door gemelden schrijver bekend. 

1501. ËiiARDüs ReijkaiiDa, wonende te Lang- 
vreer, tioon van den voofrgaalidén , was tweemalen 
getrouwd, eerst mét N. N. , bij welke hij kinfdèten 
had^ en vervolgens met Sëféll:je, dochter vanvfiako 



(*) Schol. 891. (t) öeogr. Wöófdb. 117. F. Sjoöttls Oud 
eo Nieow Friesl. Inleiding. 9. Suff. Perri de Script. 486. Te 
Wat. Verb. d. £deL «D. 371. ($) Charlb. 4 D. 30$. U) Wint. 
CfaroD* 707, (i) SUatk. Ned. .2 D. 292. 



848 DOIflAWARSTAL. 

yan Binia , Grietman van Westdongeradeel , en we- 
duwe ran Gale Hania, en had bij haar geene kin- 
deren. In 1685 lid van hel Gollegie van Gedepu- 
teerden geworden , nam hij een werkzaam deel aan 
de oprigting yan de Franeker Academie , en woon- 
de y als daartoe gecommitteerd ^ derzelyer inwijding 
bij. In 1587 of 1588 werd hij aldaar Hoogleeraar 
in de Latijnsche Letterkunde en Welsprekendheid, 
welke waardigheid hij in 1591 yer wisselde met die 
yan Grietman yan Doniawarstal. Veryolgens wer- 
den hem de gewigtigste Staatscommissiên opgedra- 
gen , onder andere die yan lid yan de Staten Ge- 
neraal. Hij was in 1604 ook Curator yan boven- 
gemelde Academie , en nam , na het bedanken van 
zijnen ambtgenoot Gammingha en hel overlijden 
yan Hopperus , dien post alleen met Kempo van 
Donia waar. Hij overleed den 27 October 1610 (*). 

1610. JoHAViTBS VAN Ci.iiRT , zoon yan Egbert 
yan Glant te Scharmer en Atke yan Douma , woon- 
de te Lang weer, en was gehuwd met Frouk, doch- 
ter yan Poppe van Burmania, Grietman van Hen- 
naarderadeel (f). Van 1609 tot 1613 was hij lid 
yan de Staten van Friesland, en den 31 December 
1610 werd hij aangesteld tot Grietman yan Donia- 
warstal. Hij overleed in Augustus 1615 (^). 

1616. Abdb Rbijnalda , zoon van Elardus hier- 
boven gemeld , was gehuwd met Sjouk van Melle- 
ma (*). Den 18 Februarij 1615 werd hij lid van 



(*) Yriem. Atb. Fris. XXXVI , UI. 69. Schelt. Staatk. Ned. 
2 D. 232. CbarCb. 4 D. 522, 711. (f) Familie aanteek. Wa- 
penb. Burmania. Gen. 10. ($) FamHie aanleek. Wapenb. Bur- 
tnania. Gen. 10. («) Naaral. t. Predik, in de ClaMii van Ze- 
venwoudeo. 



DONIAWARSTAL. 349 

Gedeputeerden, en den 29 September daaraanvol- 
gende Grietman. Hij overleed te Leeuwarden den 
27 Mei 1619. Zijne weduwe leefde nog in 1641. 

1619. SiJDS VAM OsiNGA was de zoon van Sij- 
brand van Osinga , Grietman van Wonseradeel , en 
van deszelfs eerste of tweede vrouw , en getrouwd 
met Tiets , dochter van Tjalling van Sixma , Griet- 
man van Barradeeh Zij woonden te Langweer, 
en hadden drie kinderen (*). Verscheidene jaren 
was hij Volmagt ten landsdage , en woonde in die 
kwaliteit de begrafenis van Graaf Willem Lodewijk 
bij (f). Den 1 December 1619 tot Grietman aan- 
gesteld, was hij in 1641 lid van Gedeputeerden. 
Hij deed van de Grietenij afstand ten behoeve van 
zijnen zoon. 

1662. SiJB&AKD VAN OsiifGA> zoon van den voor- 
gaanden, was in 1667 gehuwd met Jacoba, doch- 
ter van Apko Tjarda van Starkenborgh , Kolonel 
en Gouverneur van Koevorden, en Alijd Junius. 
Hij woonde, even als zijn vader, te Langweer(J). 
In 1659 was hij lid van de Staten («) en in 1674 van 
Gredeputeerden ; in die kwaliteit droeg Schotanus 
mede aan hem op zijn^ Kerkelijke en Wereldlijke 
Geschiedetiis van Friesland. Hij teekende zich S. 
van Osinga , terwijl zijn vader gewoonlijk schreef 
Sijds van Osinga. Sijbrand overleed in 1679« 



(*) Upc. T. Burm. Tab. Gen. Stamb. t. Adel. Wapenb. Six- 
ma. Gen. 4. (f) Cbartb. 5 D. 257—562. Win8.905. CS) Upc. 
T. Burm. Tab. Gen. Stamb. t. Adel. Wapenb. Tjarda v. Star- 
kei^borg. Gen. 9. (*) Cbartb. 5 B. 617, 1104. 



850 DONIAWARSTAL. 

1679. Willem yaii HAaiir is reeds yermeld op 
het Bildt, op 1718. 

1688. Taco van Bükmania was de zoon yan 
Ducó ^ Tan Burmania , Grietman van Wijmbptsera- 
deel, en bleef ongehuwd (*). Door afstand van 
sijnen schoonbroeder Willem van Haren , hier ho^ 
ven gemeld, den 14 April 1688 Grietman gewor- 
den, was hij in 1701 lid yan Gedeputeerden; ak 
Boodanig heeft Gabbema mede aan hem zijn Ver" 
kaal van Leeuwarden opgedragen. In vroeg«r 
tijd was hij in den krijgsdienst geweest en tot Lui- 
tenant Kolonel bevorderd. Hij overleed den 3 April 
1705 , in den ouderdom van twee en vijftig jaren. 

1705. AliiA&d VAir BüaüM is reeds vermeld op 
FerwerderadeeL 

1722. JoHAA Vbgilin vau CLABRBBnGEic , gebo^ 
ren den 27 Augustus 1690, was de zoon vai;i Hos- 
sel Vegilin van Claerbergen, Grietman van ülinge* 
radeel en Haskerland , en gehuwd den 29 Maart 
1722 met Gecilia Ibella, geboren den 6 Mei 1703, 
dochter van Allard van Burum , hier boven , l^ 
dészelfs eerste vrouw , bij welke hij vier landden 
had. Door den Raad van State den 24 April 1708 
tot Rentmeester van de Geestet^ké goederen van 
Kempenland in de Meijerij van 's Hertogenbosch 
aangesteld, werd hij den 6 December 1720 ver- 
kozen tot Raad in het Hof van Friesland*, welke 
waardigheid hij twee jaren later verwisselde legen 
die van Grietman van Donia warstal. (denSFebru- 

(*) Wapenb. Bunnania^ Gen.s U. • 



DONIAWARSTAL. 351 

arij 1722) (^). In 1731 wqs hij lid van Ged^u- 
teerden, en als zoodanig tegenwoordig bij de blij- 
de inkomst van Willem lY in Friesland , ten jare 
1734 (f). Hij was mede gecommitteerd in 1743 tot 
het overbrengen van het diploma aan dien Prins (§)# 
Hij woonde te Langweer , en heeft veel toegebragt 
tot de inpoldering der lage landen in zijne Griete- 
nij (*). Zijn werk over de Veengraverijen , in 1766 
te Leeuwarden uitgekomen , is van veel belang. 
Buiten dien was hij door zijne geleerdheid, vooral 
in de Grieksche letterkunde, bekend (^). Hij over- 
leed in 1772 {*). Zijne vrouw was reeds den 26 
Februari) 1731 gestorven (f). 

1773. Feaics Juliüs JoHi.K van Eusiiüga, zoon 
van Schelto van Eijsinga , Grietman van Hasker- 
land , was gehuwd met Clara Tjalfoiga , dochter 
van Binnert Philip Aebinga van Humalda, Griet' 
man van Hennaarderadeel , en had bij haar zeven 
kinderen (^). In 1773 Grietman geworden , moest 
hij dezen post in 1795 verlaten. Na de omwente- 
ling heeft hij , voor zoo ver mij bekend is , tot na 
de komst van onzen tegenwoordigen Koning, gee- 
ne betrekking gehad ; alleen was hij in 1812 lid 
van den Algemeenen raad van het Departement 
Friesland. Dadelijk na den gelukkigen keer van 
zaken in 1813 werd hij lid van de Provinciale Sta- 
ten , en , bij de wederinvoering der Grietenijen , 
Grietman van Doniawarstal , van welken laatstai 



(*) Wapenb. Vegilin. Gen. 9. (t) Juichend FriesK 33, 

($) Zie H* D. E. van AijWa , Grietm. van Westdongerd. (^) Te^ 
genw. Staat t. Friesl. XV D. 490. (4) Schelt. Staatk. Ned. 
2 D. 888. (*) Aid. (t) Wapenb. Vegilin. Gen. 9. (S) Wa- 
penb. E^iinga* Gen. 12. 



362 DONUWARSTAL. 

post h^ afstand deed in 1820. Hij woonde te 
Langweer en te Leeuwarden , en overleed in: deze 
stad den 4 Augustus 1828 , als lid van de Ridder- 
schap van Friesland. Zijne weduwe stierf mede 
aldaar in Februarij 1830. 

HASRERLAIÏD, 

de vierde Grietenij van Zevenwouden , werd bij 
ouds Haskerwald, denkelijk van de menigvuldige 
bosschen , en ook wel Haskervijfga , omdat toen 
Haskerdijken en Joure niet onder de dorpen ge* 
teld werden » genoemd. Dezelve grenst ten noor- 
den aan Utingeradeel , ten oosten aan Aengwirden, 
ten zuiden aan Schoterland, en ten zuidwesten en 
zuiden aan Doniawarstal ^ en bevat zeven dorpen: 
Westermeer, Snikzwaag, Haskerdijken , Nijehaske, 
Öudehaske » Haskerhorne , Joure , benevens een ge- 
deelte van Heerenveen. 

GRIETMANNEN VAN HASKERLAND. 

1466. ÜTA SiPKBsz. komt voor als Grietman van 
Haskervijfga » in een stuk , inhoudende een regle- 
ment voor de weekmarkt op de Joure, gemaakt 
door den Grietman en het Geregt, met overleg van 
de Prelaten, Oldentians, wijze luijden en gemeente 
van Haskervijfga en de Omlanden , van den 12 No- 
vember 1466 (*). 

1A21. DouwB ÜNiNGA TAV HoiJTEMA , anders ge- 
naamd Douws HoiJTBz , was een zoon van Botte 



(*) Chartb. 1 D. 616. 



HASKERÏ.AND. 353 

Hoijtema en Tiels üninga. Hij zegelde den 26 Au- 
gustus 1521, als Grietman van Haskerland, van 
wege den Vorst Karel van Gelder, twee consent- 
brieven tot verwisseling van landen tusschen het 
Haskerklooster en Gabbe Sipke8('^). 

1544. WiJBRAND Waltinga, zoon van Auke 
Waltinga, was gehuwd met Ede Regnalda» en 
had bij haar vier kinderen. Hij was Keizerlijke 
Majesteits Grietman van Haskervijfga (f )«^ 

1545. Jellb Hijlckama, wiens vader Broer 
heette , nam den naam van Hijlckaroa aan ^ en had 
eenen zoon , Broer genaamd , die naderhand Griet- 
man van Schoterland werd. Hij komt als Grietman 
van Haskerland voor in eene ordonnantie van hel 
Hof, nopens het graven van eene nieuwe vaart 
van Taekesloot tot aan den Tjonger , van October 
1545 (S). Van zijnen post ontzet, omdat hij wei- 
gerde den eed aan den Koning van Spanje te doen, 
werd hij , bij de verandering der zaken , in 1582 
Secretaris van dezelfde Grietenij. In 1575 was hij 
met Feicke Tetmans, Grietman van Utingeradeel , 
in de commissie tot de negotiatie van eene zekere 
som gelds tot onderhoud van soldaten («r). Op den 
6 Augustus 1580 werd hij, ten verzoeke van den 
Procureur Generaal , geciteerd om voor het Hof te 
verschijnen, als behoorende onder de malconten'^ 
ten {\). Hij woonde toen te Joure. 

1551. Ulkb Hoijtema woonde te Joure , en is 



(*) Chartb. 2D. 410 , 411. Cf) SUmb. v. Adel. (S) Chartb. 
Z D, 98. (,.) Cbartb. 3 D. 1103. (+) Chartb. 4 D. 192. 

28 



354 HASKERLAND. 

mij nergens anders dan in de gedrukte Naamlijst 
en in een geschreven Greslachtregister van de fami- 
lie Hoijtema voorgekomen. 

1559. HoiJTB Uif INGA vAir Hoijtema y zoon Tan 
Douwe üninga van Hoijtema, hier boven genoemd, 
was gehuwd met Wik , dochter van Jan Grerbranda 
en Tiets van Goslinga , bij welke hij eenen zoon 
had(*). In 1559 behoorde hij tot de Volraagteo 
uit de Staten van het platte land van Friesland, 
die voor het Hof uit naam hunner committenten 
verklaarden niet te zullen toestaan, dat er eenc 
commissie benoemd werd, om met den Koning over 
'slands aangelegenheden te Grend te komen spreken, 
beschouwende zulks strijdig te zijn met de privile- 
giën van het gewest ; doch eindelijk , na vier ma- 
len door het Hof daartoe verzocht te zijn , en na- 
dat de Volmagten der Steden hunne toestemming 
tot dat gezantschap gegeven hadden, onder akte 
de non praejudicio , toestemden (f) . Hij was toen 
Grietman van Haskervijfga. In hetzelfde jaar tee- 
kende hij weder als Volmagt van het platte land 
het rekwest tegen den Kettermeester Lindantis, over 
het verbreken van 's lands privilegiën. Door Alva 
in 1568 gebannen (§) , schijnt hij zich evenwel ver- 
antwoord te hebben ; want in 1578 komt hij ire- 
der voor als Grietman van Haskervijfga , in cènen 
brief van Robles , waarin hem bevolen wordt de 
zamenrotting der oproerlingen te Joure krachtdadig 
te keer te gaan (^). Van dien tijd af schijnt hij 
zich aan de Spaansche zijde gehouden te hébben; 

(♦) üpc. V. Burm. Tab. Gen, (f) Chartb. 3 D. 465; in dit 
«tuk wordt h^i genoemd Heuste ÜD^e. ($) Charib. 3 D. 738. 
(^) Chartb. 3 D. 945. 



HASKERLAND. 366 

want men vindt hem onder de afgezetten en ge- 
bannenen door de Staatsgezinden ; en als zoodanig 
is hij overleden te Groningen in 1581 , en in de 
Aa kerk aldaar begraven. Zijne weduwe is na zij- 
nen dood naar Embden getrokken , en aldaar in 
het volgende jaar , zoo als ook haar zoon, gestor- 
ven (*). 

1680. SiJBB PiERszooiï was Gevolmagtigde we- 
gens Hasker Vijfga in 1574 (f). Als Grietman vind 
ik hem alleen in de gedrukte Naamlijst. 

1682. AssE Obbes was gehuwd met Aaltje Ter 
Wisgha , en had ten minsten eenen zoon. Hij was 
vele jaren Volmagt ten Landsdage en onderteekende 
zich Aesse Obbezoon en Asse Obbes; meestentijds 
voegde hij suftscrïpstt achter zijne handteeke- 
ning(J). In 1594 werd hij benoemd tot eersten 
Ouderling bij dè gemeente te Joure, welke toen 
allengskens grooter begon te worden, daar menie 
voren alleen eenen Diaken had verkozen (x). 

1601. Dirk vlv Baehdt, zoon van Hobbe van 
Baerdt, Griffier van het Hof van Friesland, en 
Jeltje Swijns , was gehuwd met Maria , dochter van 
Egbert van Clant te Scharmer en Atke van Dou- 
ma , bij welke hij vier kinderen had (4). In 1600 
was hij Volmagt ten Landsdage , en werd den 7 
September 1601 Grietman van Hasker Vijfga. In 
hetzelfde jaar had hij zitting in het Gollegie van 

(*) R. Solc. Congc. Exul. (f) Charlb. 3 D. 977. (§) Chartb. 
4 B. 286—1111. (^) Kaaml. ▼. Pred. in de Classis v. Zeven- 
wouden. 119. (4) Wapenb. Voorouders van EL B. v. Sminia. 
Familie aanteek. 

?3» 



856 HASKERLAND. 

Gedeputeerden , en was in 1607 ordinaris Gecom- 
mitteerde in de Staten-Generaal , om te handelen 
wegens het bestand met Spanje (*). Hij stierf den 

14 Julij 1615; zijne vrouw was overleden den 10 
Februarij 1613. 

1615. HoBBB VAN Babrdt , zoou van den voor- 
gaanden, geboren den 19 Mei 1591 , trouwde den 

15 Mei 1617 met Apollonia , dochter van Willem 
van Viersen, Muntmeester enz., en Titia Gode- 
f^edi« en had bij haar zeven kinderen. Na haren 
dood hertrouwde hij met Tintje Bootsma van 
Roordahuizum , bij welke hij geene kinderen 
kreeg (f). Hij woonde te Joure (J). Den 29 Sep- 
tember 1615 tot Grietman verkozen, woonde hij 
in 1620, als lid van de Staten en van de Admi- 
raliteit van Friesland , de lijkstatie van Willem 
Lodewijk bij (*) , en was in 1628 lid van Gede- 
puteerden. In 1650 reeds afstand van de Grietenij 
gedaan hebbende, was hij een van dé zestien Af- 
gevaardigden , die met 's Lands Secretaris in de 
vergadering der Algemeene Staten de zaken van 
Unie, ReUgie en Militie moesten regelen (4-)* Twee 
jaren later werd hi) Curator van de Franeker 
Academie (*). Onder zijn opzigt is de kerk te 
Joure gesticht in 1644, en legde hij den 18 Maart 
van dat jaar den eersten steen aan het gebouw. 
In het westeinde van de kerk is nog een gestoelte , 
hetwelk zijnen naam draagt (f). Zijne tweede 
vrouw, overleed den 7 October 1652; hij zelf den 
11 Mei 1655. 

{*) Wios. 889. (t) Wapenb. Vooroud, y. H. 6. Sminia, 
Familie aanteek. ($) SUmb. y. Adel. (^) Wins. 905. 

(4.) Zie Tjalling y. E^iinga in 1639 Grietm. y. filenald. 
{*) Vriem. Ath. Fris. LXIX. (t)Te£fenw.St.y.FriesLXy.D.510U 



HASKERLAND. 857 

1650. Egbebt van Baerdt , geboren den 6 
October 1627 , was de zoon van den yoorgaau- 
den, en trouwde den 22 Mei 1653 met Aurelia , 
geboren den 21 November 1636, dochter van 
Frederik van Hülema , Geregls-Schollus , en Fokjen 
van Sminia. Hij had twee kinderen , die echter 
jong gestorven zijn(*). Den 28 November 1650 
door afstand van 'zijnen vader Grietman geworden, 
kv^am hij in 1658 in het CoUegie van Gedeputeer- 
den. Als lid van de Staten zat hij in 1657 mede 
in de^^Gommissie tot het opmaken van eene instructie 
voor de Curatoren der Franeker Academie (f). Hij 
overleed den 7 November 1669. Zijne vrouw her- 
trouwde aan Gornelius Tenninck , Predikant te 
Joure, en overleed den 10 November 1707, voor 
de tweede maal weduwe zijnde (J). 

1669* Arvold vAir Vibrsew , zoon van Mathijs 
van Viersen, Raadsheer in het Hof van Friesland 
en Ambassadeur naar Denemarken, en Clara Mel- 
Unga, was gehuwd met Sijbilla, dochter van Al- 
lard Pieter van Jongstal en Margaretha van Haren, 
bij welke hij vier kinderen had(*). Den 24 De- 
cember 1669 Grietman geworden, werd hij in 
hetzelfde jaar lid van Gedeputeerden en Monster- 
commissaris. In zijne jeugd was hij Kapitein ge- 
' weest. Ten behoeve van zijnen zoon deed hij af- 
stand van de Grietenij. 

1681. Mathijs vaw Vibbsew, zoon van den 
voorgaanden , was getrouwd met Ava Sophia , 

(♦) Wapenb. Sminia. Geo- 9. (f) Chartb. 5 D. 591. 
(§) Wapenb. t. a. p. NaamL.Tan Predik, in de Classb fan 
Zerenwouden. («) Wapenb. Viersen Gen. 4. 



368 HASKERLAND. 

dochter yan Barthold van Nijsten, Grietman van 
Rau werderhein , bij welke hij twee kinderen had (*). 
Den 10 Februarij 1681 tot Grietman aangesteld, 
was hij in hetzelfde jaar Yolmagt ten lands- 
dage (f). 

1689. Hbssel Yboiliit yaii Glasabbrgkic is reeds 
vermeld op ütingeradeel. 

1707. Philip Fbbdbrik Vbgiliic vau Clierbeb-' 
GBif , geboren den 9 Mei 1685 , was de zoon van 
den voorgaanden , en gehuwd den 6 April 1717 
met Elisabeth , dochter van Pieter van Essen , 
Raad en Advocaat-Fiscaal van de Admiraliteit in 
Zeeland, en Barbara Steengragt, en weduwe van 
Gornelis Kien , van Middelburg. Hij had geene 
kinderen (§). Vroeger Ritmeester , en den 28 Sep- 
tember 1707 door afstand van zijnen vader Griet- 
man geworden , werd hij twee jaren later lid van 
den Raad van State en Gedeputeerde te velde , 
en verwierf zeer veel lof in die gewigtige betrek- 
king. Drie jaren lang bleef hij dien post waarne^ 
men , en kreeg toen zitting in de Staten-GeneraaL 
Sicco yan Goslinga , ^ met wien hij gestadige brief- 
wisseling hield , en Ulbo Aijlva van Burmania 
waren zijne boezemvrienden. Hij was een bekwaam 
Latijnsch en ook Nederduitsch dichter, en muntte 
uit in Wis- en Werktuigkundige wetenschappen; 
waarom hij ook met Michael Onuphrius, Baron 
thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, uit Gede- 
puteerde Staten in 1 729 gecommitteerd was tot be- 
vordering van het leggen van de KoUumer nieuwe 

(*) Wapenb. Viewen. Gen. .5. (t) Charlb. ÖD. 1196. 
(§) Wapenb. Vegilin. Gen. 9. 



HASKËRLAND. 369 

^Kijlen , en zijn naam , benevens die van zijnen 
ambtgenoot op de pyramide , ter gedachtenis van 
dit gewigtig werk opgerigt , gevonden wordt. In 
1716 had hij de nieuwe Haskerdijken aangelegd, 
in de plaats van den ouden weg, welke eengroot 
gedeelte van het jaar onbruikbaar was. Hij over- 
leed den 28 Julij 1738. Zijne weduwe hertrouwde 
Toor de derde maal met den Luitenant-Generaal , 
Crraaf van Slippenbach (*). . 

1739. ASSUEKUS VbGILIN van CLAEABSaGEN , g«- 

boren den 25 Junij 1687 , was een broeder van 
den voorgaanden, en den 9 Junij 1731 gehuwd 
met Alexandrina Eleonora van Plettenberg , weduwe 
van AUard van Burum , Grietman van Ferwerdera- 
deel, en had geene kinderen. Hij was Kolonel van 
•een regiment infanterie, en volgde na den dood 
van zijnen broeder, denzelven, den 4 Februarij 1739, 
als Grietman op (f). In 1748 was hij mede ge- 
committeerd uit de Staten om het meergemelde 
diploma aan den Prins van Oranje te overhandi- 
gen (§). Hij deed in 1749 afstand van de Griete- 
nij, en leefde nog in 1760. Zijne vrouw overleed 
den 22 November 1743. 

1749. HbSSBL YsGILIir van GLAEaSEKGEIf , ZQOn 

van Johan Vegilin van Claerbergen, Grietman van 
Doniawarstal , werd geboren den 3 October 1723, 
en trouwde den 16 Junij 1749 met Gatharina Ma- 
ria , dochter van Frans Julius Johan Heringa van 
Eijsinga , Grietman van Rauwerderhem (^). Hij 

(*) Schelt. SUatk. Ned. 2 B. 389. Fris. Nob. 247. Tegenw« 
«taat v. Friesl. XV D. 506. (f) Wapenb. Vegilip. Gen. 9. 
<$) Verward Friesl. 113. {^) Wapenb. Vegilin. Gen. 10. 



360 HASEERLAND. 

had bij haar eenen zoon. In 1748 lid van de 
Staten, werd hij het volgende jaar, den 15 April, 
door afstand yan zijnen yader, uit eene nominatie 
yan drie personen , door den Erfstadhouder tot 
Grietman yerkozen ; het eerste geyal , dat yan dien 
aard voorkomt, daar de verkiezing voormaals stond 
aan de Gedeputeerden van Oostergoo, Westergoo 
en Zevenwouden {*). Hij overleed den 12 Julij 
1750, in den ouderdom van zeven en twintig ja- 
ren; zijne weduwe den 30 April 1753, uit ver- 
driet over het verlies yan haren echtgenoot en ran 
haar zoontje, welk laatste in 1751, slechts een 
groot jaar oud zijnde , overleden was (-f). 

1750. ScHELTO Hessel Rooada vajü EiJsmoA, 
zoon van Frans Julius Johan Heringa van Eijsinga , 
Grietman van Rauwerderhem , en dus schoonbroe- 
der van den voorgaanden , had bij den doop al- 
leen den naam van Schelto ontvangen , doch werd 
door een familietestament gedrongen de hierboven 
gemelde namen mede aan te nemen. Hij was den 
22 November 1750 gehuwd met Catharina Johanna 
Vegilin van Claerbergen , geboren den 15 Januarij 
1726, zuster van zijnen voorganger, en had bij 
haar zes kinderen (§). Hij woonde op Herema- 
state te Joure (*), en was ook lid yan Gedepu- 
teerde Staten. 

1790. Areut Joban vak GuirsTaA, zoon van 
Valerius van Glinstra , Postmeester , en Anna Ca- 
tharina van Haersma , bleef ongehuwd (4-). In 1790 

<'^) Nederl. Jaarb. Mei 1749. Cf) Frit. Rob. 319. 

(§) Wapenb. Ejsio^. Geo. 12. Vegilin. Gen. 10. 

(^) Teg. St. ▼. Friesl. XV D. 511. (4-) Wapenb. Glin» tra.Gen. 7. 



HASKERLAND. 361 

Gnetman geworden , werd hij met zijne ambtge- 
nooten in 1796 afgezet. In 1812 was hij lid yan 
den Algemeenen Raad van het Departement Fries- 
land , en is in betzelfde jaar overleden* 

SCHOTERLAND, 

de vijfde Grietenij van Ze venwolden, ontleent zij- 
nen naam van de dorpen Oude en Nijeschoot, 
grenst ten noorden aan Haskerland, Aengwirden 
en Opsterland , ten oosten en zuidoosten aan Oost- 
stellingwerf, ten zuiden aan Weststellingwerf, ten 
zuidwesten aan Lemsterland , ten westen aan de 
Tjeukemeer en Doniawarstal , en bevat de volgende 
dorpen: Hoornsterzwaag , Jubbega en Schurega, 
Oudehorne, Nijehorne, Katlijk, Brongerga, Nieuw 
Brongerga óf de Knijpe , Mildam , Oudesclfoot , 
Nijeschoot, Rottum , St. Jansga , de Kleine Gaa^t , 
Haule , Rohel of Nijega , Delfstrahuizen , Oudega 
of Uitdijken en bet grootste gedeelte van Heeren- 
veen. 

GRIETMANNEN VAN SCHOTERLAND. 

1617. LiJGKLB Eeblbs, van Steenwijk afkom- 
stig , was getrouwd met Jobanha N. N. en had bij 
haar volgens sommigen (*) eenen zoon, doch vol- 
gens anderen drie zonen (f). Hij woonde op bet 
slot Friesburg te Nijeholt-pade , waarvan hij na- 
derhand den naam heeft aangenomen , en dus ge- 
noemd wordt Lijcklama a Nijeholt. In 1614 onder' 
de Saksische regering Grietman van Oost- en West- 
en) Wapenb. (t) Geslachtreg. in HS. 



802 SCHOTERLAND. 

stellingwerf zijnde , werd hij door de Gelderschen 
yerjaagd en zijn huis vernield. Doch naderhand , 
den 18 Februarij 1617, is hij door den Bourgon- 
dischen Stadhouder Floris Tan Egmond begiftigd 
roet de geheele Grietenij van Schoterland en de 
helft van de Stellingwerven. Deze helft is door 
Keizer Karel, bij besluit van den ISOctober 1524 , 
wegens de geledene schade aan zijne bezittingen 
en ter belooning zijner getrouwheid , in lijne fa- 
milie erfelijk verklaard (*). Hij heeft toen Scho- 
terland overgedragen, en is alleen Grietman van 
Weststellingwerf gebleven ; want zijn opvolger in 
eerstgemelde Grietenij wordt op dat jaar 1524 ge- 
vonden (f). Men verhaalt , dat , toen bovenge- 
noemde Stadhouder verscheidene Friesche Edelen 
lot Ridder sloeg , en andere aanzienlijken tot den 
Adelstand verhief, dit laatste ook hem werd aan- 
geboden; doch dat hij, of, omdat er onder de 
Edelen, dezen stand onwaardig waren, waarmede 
hij zich niet gelijk wilde stellen, of om andere 
redenen dit aanbod afsloeg , zeggende : » Deugd 
allinne macket wiere adeV^ (J). Hij stierf ver- 
moedelijk in 1534 («)• , 

1521. Frederik va ff Roorda , Grietman van de 
Crelderscbe zijde , zoon van Goffe van Roorda 
van Tjummarum, en Imk Hommema, was gehuwd 
met Aijl , dochter van Bave Iskenhuizen en N. 

(*) Dat dil WesUteUingwerf was , zal uit hftt veirolg ge- 
noegzaam blijken, (f) Wapeob. Lljcklama Gen. 1. Chartb. 2 
D. 347, 47*2. . Vriem. Alh. Fris. XLl. Fredenk van Roorda, in 
1521 Grietman fan Schoterland» doch van de Gelderschez^de, 
kan hier niet in aanmerking komen. (^) P.C Scheltema, Ver- 
zam. V. Spreekwoorden , enz. 54. (,) J. Schelteaia. Staatk. 
Ned. 2 D. 542. 



SCHOTERLAND. 868 

Douma , en had bij haar vier kinderen {*). Of- 
schoon eerst den renversaalbrief aan den Hertog 
van Saksen geteekend , en zelfs op verzoek van de 
overigen mede met zijn zegel voorzien hebbende (-j*) , 
ging hij evenwel naderhand tot de Geldersche par^ 
tij over, en behoorde in 1515 tot een gezantschap 
aan den Hertog van Gelder, om hem te verzoeken 
in Friesland te komen en 's lands zaken te rege- 
len (5). In 1521 werd hij in een gevecht tusschen 
het volk van den Bisschop van Utrecht en de Gel- 
derschen bij de Lemmer door de eersten gevangen 
genomen. In 1546 behoorde hij onder de Staats- 
ieden , die de meergemelde resolutie tot bescher- 
ming van *s lands privilegiën en voorreglen onder- 
teekenden (*). 

1524. Ids Tijebbes ontving als Grietman van 
Schoterland den 6 October 1524 eene aanschrij- 
ving, om den accijns in zijne Grietenij in te vor- 
deren en de ontvangene penningen aan den Rent- 
meester van Friesland ter hand te stellen {]), 

1528. DoEDE Harses is mij niet dan uit de ge- 
drukte Naamlijst bekend. 

1589. TiiTGO Sakes komt voor als Grietman van 
Schoterland en Gevolmagtigde wegens Zevenwou- 
den op den landsdag van den 18 Augustus 1589. 
Den renversaalbrief van den 6 Julij 1545, waarbij 
de ingezetenen getrouwheid en gehoorzaamheid aan 
den Keizer beloven, bevestigde hij benevens eeni- 



(*) Wapcnb. Roorda in T^eniaruni. Gen. 6. (-f) Wiu«. 
391 , 392. CS) Schot. 681. (*) Wins. 615. (|) Cliarlb. 
2 D. 472. 



864 SGHOTERLAND. 

ge anderen met zijn zegel. Ook in dit stuk 'wordt 
hij genoemd Grietman van Schoterland en Gedepu» 
teerde uil de Staten van Friesland (♦). Hij is over- 
leden den 7 Januarij 1654 en te Oudeschoot be- 
graven. 

1666. SuBAAHD VA9 HoTTiü GA , zoou vau Jarich 
van Hottinga , Hoveling te Franeker , was gehuwd 
met Maaike of Maria van Naerden of Neerden (f). 
Hij was het , die voornamelijk belette , dat de twist 
over de Compagnons- veenen in zijne Grietenij , tot 
dadelijkheden kwam , maar aan het Hof ter be- 
slissing werd opgedragen (S)« In 1579 verklaarde 
hij zich tegen de nadere Unie van Utrecht (*). Na- 
derhand afgezet en gebannen, is hij in 1.584 te 
Groningen gestorven en in de Aakerk aldaar be- 
graven (I). Zijne vrouvv heeft hem overleefd , en 
is in 1602 overleden. Gedurende zijne afwezig- 
heid is den 28 Junij 1571 Anne Scholtes, wonen- 
de te Nijehorne, tot Substituut Grietman aange- 
stelde*). 

1580. Jagob Tjbbbbs was» in tegenoverstelling 
van zijnen voorganger, een voorstander van de 
Unie van Utrecht (f). In 1684 was hij wegens Ze- 
venwouden Gevolmagtigde ten landsdage, en on- 
derteekende de Instructie voor Jelger van Feijtsma 
en Hessel Aijsma, als gezanten naar den Koning 
van Frankrijk (5). 



(*) Chartb. 2 B. 760. 3 D. 69, 423. (f) Upc. t. Buim. 
Tab. Gen. SUmb. y. Adel. R. Solc. Codsc. Exul. ($) Schot. 765. 
(«) Wins. HUt. 372. (4.) tJpo. y. Burm. Tab. Gen. Stamb. y. 
Adel. R. Solc. Consc. Ëxul. (^) Geo^. Woordb 84. (rfr) Wint» 
Hut. 373. ($) Wint. Oiron. 744. 



SGHOTËHLAND. 868^ 

1591. Tiwco VAK OsiTBHA van Ter Caple was 
de eenigste zoon van Tinco van Oenema (*) , en ge- 
huwd met Gatharina, dochter van Jaques de Blocq, 
Kon. Maj. Excijsmeester te Harlingen, en Maria 
van der Burgh , en had bij haar vier kinderen (f). 
In 1604 was hij lid van Gedeputeerden, en in 
1607» bij de handeh'ngen over het bestand met 
Spanje, ordinaris Gecommitteerde in de Staten Ge- 
neraal (§)• Als Yolmagt ten landsdage volgde hij 
de lijkstatie van Graaf Willem Lodewijk {it^. In 
1622 had hij nog zitting in de Staten (|). Hij 
overleed den 20 Augustus 1631. 

1627. Ahel of Aehiliüs va5 Oenema, zoon van 
jden voorgaanden, bleef ongehuwd (*). Tusschen 
Schoterland en Aengwirden in 1637 twist ontstaan 
zijnde over den eigendom van den grond der kerk 
ie Heerenveen , werd hij te rade, om binnen ^y- 
ne Gfrietenij eeue nieuwe kerk te bouwen op den 
grond, hem ten dien einde door de Ridderlijk^e 
Orde ter Balie van Utrecht geschonken, zijnde 
het gebouw aan eenen Harlinger burger aanbesteed 
voor eene som van / 9500 (f). In 1641 was hij 
lid van de Staten en in 1644 van Gedeputeerden. 
Hij overleed den 7 April 1647. 

1647. Daniël de Blogq van Sgheltinga, ge- 
boren den 21 December 1621 , was de zoon van 
Livius van Scheltinga , Secretaris van de Staten 
van Friesland, en Anna de Blocq, en gehuwd 
den 21 September 1645 met Martha , geboren den 



(*) Stamb. T. Adel. (f) Familie aanteek. (§) Wins. 889. 
(») Win». 905. (+) Win». 911. (*) Familie aanteek. (f) Te- 
genw. Staat y. Friesl. XY D. 52U 



366 SCHOTERLAND. 

den 3 Oclober 1629, dochter vanden Raadsheer 
Gornelis Kinnema* en Romkjen Fockens, en had bij 
haar elf kinderen (*). Na zijne studiën, zoo te 
Franeker als elders , volbragt te hebben , promo- 
veerde hij in de Regten te Angers in Frankrijk den 
20 September 1643, en deed vervolgens eene reis 
van twee jaren door Frankrijk, Italië, Zwitser- 
land en Duitschland ; waarna hij , den 3 December 
1644 te huis terug gekomen , tien dagen later Ont- 
vanger Generaal van de Provincie werd. Omtrent 
twee jaren daarna (den 18 Augustus 1647) ver- 
kozen tot Grietman van Schoterland , bekleedde hij 
de voornaamste commissiên , zoo binnen als buiten 
het gewest ; onder andere was hij mede gecommit- 
teerd tot de Groote vergadering der Staten Gene- 
raal in 1650(t). Den 19 Julij 1686 werd hij, in 
plaats van Johaunes Rhala , Curator van de Frane- 
ker Academie. Hij deed in 1692 afstand van de 
Grietenij aan zijnen zoon , en overleed den 27 Ja- 
nuarij 1708 ; hij werd te Heerenveen begraven. Zij- 
ne weduwe stierf den 7 Januarij 1708 en werd b^ 
haren man bijgezet (J). 

1692. Maktinus var Sghelthtgi, geboren den 
19 Februarij 1666, was de jongste zoon van den 
voorgaanden, en in 1700 eerst gehuwd- met Ame- 
iia, dochter van den beroemden Menno, Baron 
van Goehoorn en Magdalena van Scheltinga. Deze 
vrouw den 21 Maart 1708 overleden zijnde, her^ 
trouwde hij, den 10 Oclober 1713, met Wiskjen, 
.dochter van Livius van Scheltinga en Wia Cathari- 

(*) Wapenb. Scheltinga. Gen. 4. Familie aanteek. (f) Zi« 
TjaUing v. Eijsinga , io 1639 Grietm. v. Menald. (§) Vriem. 
Ath. Fris. LXXXII. 



SCHOTERLAND. 367 

na Boersma; bij de eerste yrouw had hij, zes, bij 
de tweede twee kinderen (*). Na volbragte stu- 
diën deed hij eene reis door Frankrijk , en werd 
bij zijne terugkomst in 1689 Grietman van Lemster- 
land. Van deze Grietenij deed hij afstand. aan zij-t 
nen neef Regneras van Andringa in 1692 , en 
volgde toen zijnen vader in Schoterland op., wel- 
ke Grietenij hij waarnam lol in 1716, toen hij dcr 
zelve aan zijnen zoon Menno overdroeg. In alle 
commissiên , zoo binnen als buiten de provineie ^ 
wegens zijne bekwaamheid gebruikt , werd hij in 
1703, ih de plaats van zijnen overledenen vader. 
Curator van de Franeker Academie» Hij overleed 
den 11 Februarij 1742 (f). Ter zijner gedachtenis 
is een monument opgerigt in de kerk te Heeren<^ 
veen ; doch hetzelve heefl moeten weggenomen wor- 
den om het te beveiligen voor den wapenstorm van 
1795 , en wordt thans door de familie bewaard. 
Zijne weduwe stierf den 8 Maart 1760(S). 

1716« Hbnüio Gobhoo&k vaic SghbiiTinga, gebo- 
ren den 30 Mei 1701 , was de oudste zoon van 
den voorgaanden, huwde den 13 Mei 1726 met 
Martha Rinnema ^ dochter van den Kolonel Come- 
lis van Schelling en deszelfs derde vrouw Houkjen 
van Haersma , en had geene kinderen. Door af- 
stand van zijnen vader werd hij den 30 Oclober 
1716 Grietman van Schoterland,. naderhan^ tevens 
Meesterknaap in het Jagtgeregt in Friesland, en in 
1760 lid van Gedeputeerden. Hij overleed 4en]ce- 



(*) Wapettb. Scfcellinga. Gen. 5 (f) Vriém. Ath. Fris. XCIII. 
Schelt. Staatk. Ned. 2 D. 291 , Familie aanteek. Wapenb. t. a. p. 
zegt dal hg gestoiren i«. den II Dec. 1731. (§) Wapenb* 
Scbeilinga. Gen. 6. ., ; 



868 SCHOTERLAND. 

Igk in 1776 of 1777. Zijne yrouw heeft hem ver* 
scheidene. jaren overleefd. 

1777. Maatiküs YAir Sghbltivga, geboren den 
26 October 1736, *in de Regten gepromoveerd te 
Utrecht in 1759, was de zoon van Daniël deBlocq 
van Scheltinga, Secretaris van Schoterland en na- 
derhand Burgemeester van IJlst, en Aletta Catha- 
rina Lijcklama a Nijeholt. Hij was gehuwd met 
Wiskje, geboren den 6 September 1742, dochter 
van Gornelius Livius van Bouricius, Luitenant bij 
de kavallerij , en Elske van Viersen , en had bij 
haar negen kinderen. Hij woonde te Heerenveen, 
in een schoon groot huis, hetwelk in 1835 bij af- 
braak is verkocht geworden. . In 1795 met zijne 
ambtgenoot^i afgezet , is hij niet lang daarna over- 
leden. 

LEMSTERLAND , 

de zesde Grietenij van Zevenwouden, eertijds Lem- 
ster Vijfga genoemd j grenst ten nootden aan Do- 
niawarstal , ten noordoosten aan de Tjeukemeer en 
Schoterland , ten zuidoosten aan West-Stellin^erf , 
ten zuiden aan de Zuiderzee en ten westen aan 
Gaasterland en heeft vijf dorpen : Lemmer , Eester- 
ga , Follega , Oost'erzee .en Echten. 

GRIETMANNEN VAN LEMSTERLAND. 

1497. Edo V41I JoifGBMA, genaamd Edo de Jon- 
ge , van Kornwird , was de zoon van Keirope van 
Jongema van Rauwert en Ansk N. Hij huwde 
met Saek Eminga (*). 

(*) Upc. V. Burrn. Tab. Gen. 



LEMSTERLAND. 369 

1498. AuGusTiKus Stijictiema sneuvelde in dit , 
jaar in een gevecht. Volgens het Geographisch 
■woordenboekje van Friesland (*) was hij de over- 
grootvader van Martinus Hamconius, Grietman van 
Doniawarstal. 

15 . . Jaitgke Oostbrzeb woonde op eene van 
de staten Oosterzee , in het dorp Oosterzee. 

1621. PiETEK YissGHEE is reeds vermeld op Do- 
niawarstal. 

1539. Kerste Piees was in 1539 Volmagt ten 
landsdage en in hetzelfde jaar Grietman van Lem- 
sterland (f ). In 1540 werd hij aangeklaagd als, 
tegen de wetten aan , niet in zijne Grietenij , maar 
in Schoterland te wonen ; ook werd hem opgelegd 
bewijs in te leveren , dat hij achttien of twintig 
goudguldens inkomen bezat. Tegen het eerste bragt 
zijn Advokaat in , dat hij slechts twee boogschoten 
ver van de grenzen zijner Grietenij afwoonde , 
doch dat hij , zoo men er op stond , tegen Mei 
aanstaanden, aanbood, huis, vuur en licht binnen 
de Grietenij te houden, zoodat men hem, zoo v^el 
bij nacht als* bij dag, altijd zoude kunnen komen 
te spreken ; en wat het laatste betrof , dat fiet be- 
kend was , dat hij genoegzame vastigheden bezat , 
om het gevorderde inkomen te hebben* Men was 
hiermede te vrede , onder die mits , dat zoo hij zijn 
aanbod niet öp den bepaalden tijd volvoerde , er 
ëen ander Grietman in zijne plaats zoude benoemd 
worden CS). Op den landsdag van den 17 Januari^ 

(*) BI. 118. (t) Cbartb. 2 D. 728, 760. (§) Chartb. 2 
D. 781, 

24 



370 LEMSTERLAND. 

1650 was hij tegenwoordig als Volmagt van Lem- 
sterlandL In 1558 was hij medegecommitteerd tot 
opneming van de rekening van de Rentmeesters; 
in het volgende jaar behoorde hij tot de commis- 
sie , welke weigerde aan het verzoek van Koning 
FiJips, om met hem over 'slands aangelegenheden 
te Gend te komen raadplegen, te voldoen (*). Den 
9 Augustus 1663 eenen Bauke Tietes doodgeslagen 
hebbende , moest hij de vlugt nemen , en werd 
Everaert Enthes , Grietman van Doniawarstal , -tot 
Substituut aangesteld. 

1671. Idzaa» Stijntieha werd in 1571 (den 27 
Julij) aangesteld tot Dijkgraaf van de Zeedijken, 
loopende van het Roode Klif bij Stavoren, tot 
aan Feenhuizen (f). Hij was het, op wiens ver- 
zoek Martinus Hamconius tot Substituut Grietman 
van Lemsterland werd aangesteld, omdat hij zelf 
toen wegens ziekte te bed lag. Voorzeker was de- 
ze van zijne familie , daar wij boven zagen , dat 
Augustinus Stijntiema deszelfs overgrootvader was* 

157.. Sijbraud Bengkes, Kon. Maj. Grietman 
van Lemster Vijfga , is wegens zijne Spaanschge- 
zindheid in 1580 afgezet en gebannen , en twee ja- 
ren later te Groningen gestorven en bij de Minder- 
broeders begraven (J). Zeer waarschijnlijk is hij 
niet gehuwd geweest. 

1580. Piek Ahskbs was in 1582 Yolmagt ten 
landsdage (*). Tevens Kapitein van een vaandel 

{*} Zie Hoijte Uninga van Ho^tema , Grietm. v. Haskerland. 
(t) Chartb. 3 D. 859. ($) R. Solc. Cousc. Kxiil. Chartb. 4 
D. 160, 178, 192. . U) Charlb. 4 D. 305. 



LSnSTËRLAND. 371 

^ok^tea i^nde, Jag hij in 1580 in de Lemmer « 
om die plaats te verdedigen ; doch door den onwil 
vt^n zijne krljgsbende om te vechten , moest hij de 
schans verlaten , .en «am met zijne soldaten , alle 
krijgsbéhoeften en eenige schepen de wijk. naar 
Enkhuiien {*). 

1565« Jaeit Auckbs was G-rietman van Lemater- 
land en Volmagt ten landsdage in 1585 , toen Kem^ 
po van Donia met acht anderen tot Gedeputeerde 
Staten van Friesland werden benoemd (-t*). 

t609. GflAISTIAAff JOHA5]f£S OOSTBREBB WOOndé 

op de state Oosterzee , ook wel Blaauwhuis ge^ 
naamd , te Oosterzee , en omringde dezelve met 
eene gracht (^). Den 21 Maart 1609 tot Grietman 
van Lemsterland aangesteld y was hij reeds in 1601 
Volmagt ten landsdage , en in hetzelfde jaar Gede- 
puteerde. In 1607 vvas hij Ëxtxaordinaris Grecom- 
mitteerde in de Staten Generaal. Als lid van de 
Friesch^ Staten volgde hij de lijkstatie van Willem 
Lodawijk (*). 

1835. GipaiiNDs Oosvikzbi « denkelijk zoon van 
'den voorgaanden, was gehuwd met Tjomke of 
Tjadikfiy dcKiliter van Jochum van Wijckel en 
£j«mkjen van Sgtzama , en had geene kinderen H-). 
aij> werd tol Grietman aangesteld' den 24 Julij 
.MSS, ^n vrés tot 1640 lid van de Stalen (*). Hij 

(*) Wing. 679. (f) Chartb. 4 D. 525. De gedrukte Naaml. 
noemt hem Jaen Aenckes , doch ik vind hem overal anders , 
Jan of Jaen Auckes geheeten , behalve Chartb. 5 D. 126 , 
waar , denkel^k door eene drukfout , Jaen Ainckes staat. 
<5) Geogr. Woofdb. 94. (^) Wins, 905. (4.) Wapenb. Wjc- 
keUGen. 4. (♦) Chartb. 5 D. 371-459. 

24* 



372 LEHSTERLAHD. 

teekende zich Giprianus Oosterzee ; zQn voorganger , 
G. ook wel eens Gn. Oosterzee. 

164K FaEOERiK van Rookda, zoon yan Poppe 
van Roorda en Elisabeth Tan Baerdt\ was gehuwd 
met Anna Ghristina, geboren in 1634, dochtervan 
Haring van Harinxma thoe Heeg en Geertruid 
Quaad, en had twee kinderen (^). Oen 11 Maart 
1641 werd hij Grietman , en den 12 Aprit daar- 
aanvolgenden legde hij zijnen eed af als Dijk- 
graaf van het Roode Klif tot aan Feenhoizen. In 
1652 was hij Gommissaris politiek bij de Sijnode 
te Harlingen en dus lid van (Gedeputeerden. Van 
1635 lot aan zijnen dood , welke voorviel den 29 
JuUj 1665, was hij Volmagt ten landsdage (f ). 

1666. Sako Fogkens, zoon van Sako Fockens, 
Grietman van Opsterland , was den 29 April 1663 
gehuwd met Antje, geboren den 16 November 1640, 
dochter van Regnerus van Andringa , Grietman van 
Utingeradeel , doch had geene kinderen (§). Van 
1659 tot 1665 was hij Volmagt ten landsdage. Den 
13 December van laatstgemeld jaar overleed hij, 
in den ouderdom van een en dertig jaren. Zijne 
weduwe stierf, na drie mannen, waarvdn hij de 
eerste, Tarquinius van Boelens , Grietman van Acht- 
karspelen,, de tweede, en Lubbertus Lijcklama a 
PTijehoh, Grietman van Ooststellingwerf, de d^e 
was, overleefd te hebben , den 30 April 1718 en 
werd te Oldeboorn begraven. 



{*) Wapenb. Roorda io T^maruoi. Gea. 10. (f) Chartb. 
5 Ik 869— 744. (§) Familie aanteek. Wapenb. Jindringa. 
Gen. 6. 



LEMSTERLANÜ. 373 

1666. TiNGO" TAir AvDaiicoA , geboren den 5 De- 
cember 1643, broeder van de vrouw van den voor- 
gaanden , was den 29 Augustus 1660 gehuwd met 
Eritia , geboren den 21 Junij 1646, dochter van 
Daniel de Blocq van Scheltinga , Grietman van 
Schoterland, en had zes kinderen (*). Den 3 Ja- 
nuari) 1666 tot Grietman benoemd , was hij in 
1680 lid van Gedeputeerden. Hij overleed den 17 
Junij 1689; zijne weduwe den 20 November 1691 ; 
beide zijn te Oldeboorn in de kerk begraven. 

1689. HARTimTs van Scheltinga is reeds, ver- 
meld op Schoterland^ 

1602. Regnebus van Andringa, te Lemmer ge- 
boren den 24 December 1 674 , was de zoon van 
Tinco van Andringa , hier boven gemeld , en bleef 
ongehuwd (f). Den 13 April 1692 door afstand van 
Martinus van Scheltinga , in den ouderdom van 
achttien jaren. Grietman geworden, heeft hij zich 
terstond aan nuttige werkzaamheden overgegeven ^ 
en vooral zijne geboorteplaats de Lemmer in bl^ei 
doen toenemen , zoo door het aanleggen van veer- 
schepen en postwagens , om den doorlogt uit Gro- 
ningen en Friesland geregeld en gemakkelijk te ma- 
ken , ais door het derwaarts lokken van onderne- 
mende menschen tot het oprigten van fabrgken en 
trafijken (§)• Buitendien was hij zeer bekwaam in 
staatszaken en werd in de gewigtigste commissiën 
gebruikt (*)• In 1695 was hij lid van Gedeputeer- 
de Staten. Hij overleed den 25 Augustus 1754 en 



(*) Wapenb. Andringa. Gen. 6. (t) Wapenb. t. a. p. Gen. 7. 
(§) Chalmot , Biogr. Woordb. 1 D. 259. (^) Chartb. 6 D. 
300 toC het einde. 



«74 LEHSTERLAIfD. 

werd in de kerk te Oldeboom begraTen , alwaar 
een roonument wegens het uitsterven Tan het ge- 
slacht Aiidringa , na het overlijden van ^jnen jon- 
geren broeder , Livius Theodorus , volgens hunne 
begeerte is opgerigt , waarop eene *eer uitgebreide 
Latijnsche inscriptie ('^). In 1741 deed hij afstand 
van de Grietenij. 

1741. RsGNsmus Lugklama a Nijbholt is reeds 
vermeld op Utingeradeel. 

1752. Dahiel Livivs d£ Kempbhabii, geboren 
den 28 April 1713, was de jongste zoon van Dan- 
ker de Kempenaer , Raad in het Hof van Fries- 
land , en Romelia van Andringa ; hij trouwde in 
Juni) 1754 met Catharina , geboren in 'sHage in 
1715, dochter van Johan Emants, Essaijeur yan 
de Greneraliteits-munten , en Sara Maria van Bruij- 
nestijn , weduwe van Elias de Haze , en had , voor 
zoo ver ik weet , geene kinderen. In 1741 werd 
hy Kapitein en in 1745 Ritmeester, en diende in 
d^ legers van den Staat , zoo in Duitschland als in 
Braband en Vlaanderen (f). Den 8 Augustns 1752 
werd hij Grietman van Lemsterland. 

1772. Regnxeus Livius van Akdeinqa be Kbs- 
PEiTAES, geboren in 'sBertogenbosch den 24 Haart 
1752, was de jongste zoon van Hendrik de Kem- 
penaer , Rentmeester van de Geestelijke goederen 
van Peelland in de Meijerij van 's Hertogenbosch , 
en deszeUs tweede vrouw Quirina Jacoba Scfaott, 
en trouwde eerst met Elisabetha Judith d*Arnaud, 



\ 



(*) Te Wat. Verb. d. Edel. 2 D. 157. (f) Wapenb- 
de Kempenaer Gen. 12. 



LEMSTERLAND. 875 

en ten tweedenmale met Tjallinga Aurelia Wilhel- 
mina Camstra , dochter van Wïlco flloldringa Tjal- 
ling Camstra , Baron thoe Schwartzenberg en Ho- 
henlansberg , Grietman van Wonseradeel ; bij beide 
vrouwen had hij kinderep. In 1795 van zijnen 
post ontzet , w^as hij in 1804 lid van het Wetge- 
vend ligchaam der Bataafsche Republiek, onder 
Koning Lodewijk, Landdrost van het Departement 
Friesland en Kommandeur van de Orde van de 
Unie, en onder Keizer Napoleon, Prefekt van den 
Boven IJssel (Gelderland). Hij stierf gedurende het 
beleg van Arnhem door de Pruissen in 1813. Zijne 
weduw^e is nog in leven. 

GAASTERLAND, 

de zevende Grietenij van Zevenwouden, dus ge- 
noemd naar de gaasten of hooge zandheuvels , 
welke hier veel gevonden worden, grenst ten wes- 
ten en noordwesten aan Hemelumer Oldephaerl, 
ten noordwesten aan Wymbritseradeel en de Sloter- 
meer , ten oosten aan Donia warstal en Lemsterland , 
en ten zuiden aan de Zuiderzee , en bevat negen 
dorpen: WIjckel , Sondel, Oudemirden, Nijemir- 
den, Mirns, Bakhuizen, Harich , Ruigehuizen en 
Balk. 

GRIETMANNEN van GAASTERLAND. 

15.. RüDOLPH VAK Btoauw, een DuitschEdel- 
man, was Drossaard van Stavoren en Grietman van 
Gaasterland. Hij was gehuwd met Cunira , doch- 
ter van Hessel van Martena, Grietman van Jlenal- 
dumadeel, en had bij haar twee dochters. Zij over- 



376 GAASTERLAND. 

leefde hem en hertrouwde met Ghristophorus yan 
Hubets (*)• In 1525 was Biinauw Dijksgecommit- 
teerde voor Gaasterland (f). 

1517. Barthout van Zwolli werd den 7 Fe- 
bruari) 1517 van wege den Keizer aangesteld tol 
Grietman van Gaasterland en Recht (Mederegter) 
binnen Sloten ({). 

1539. Galb van Galama was de zoon van Hart- 
man van Galama en Rieme van Osinga , en gehuwd 
met Foek of Kinsch, dochter van den jongen Aesge 
Hoxwier van Mantgum en Wiek van Dekama , bij 
welke hij negen kinderen had. Zij woonden eerst 
eenige jaren te Roudum en naderhand te Mant- 
gum j waar zij beiden gestorven en begraven zijn (*)• 
In 1539 was hij Yolmagt op den landsdag en Griet- 
man van Gaasterland (4<). 

1549. Henno Sgholtbs was in 1549 Grietman 
van Gaasterland en Gedeputeerde van de Staten 
van Friesland (*)• 

1550. HoLLi PiB&s werd in 1554 aangeklaagd 
als niet in zijne Grietenij wonende » en hem bevo- 
len zich derwaarts te begeven (f). 

1560. Hans Holles « woonde te Balk , en was 
gehuwd met Luts , dochter van Heine Ids Teetema 



C*) üpc. V. Buriii. Tab. Gen. (f) Wib». 483 j 
is h^ wel Grietman na Barthout yan Zwolle g^eweett , in plaats 
Tan voor dezen , zoo alt de gedrukte Naamlijit opgeeft* 
{§) Chaitb. 2 D. 544. (^) Wapenb. Galama. Gen. 4. 

Stamb. T. Adel. (I) Chartb. 2 D.728, 760, (*) Cbartb. 
3 D. 166. (t) Chartb. 3 D. 349. 



GAASTERLAUD. 877 

ea Binsk Hannema, en had bij haar een kind. Na 
fijnen dood hertrouwde zijne weduwe aan Tjerk 
Annes Solckama ('^). 

1569. Abil BoBiiMER werd den 24 Hei 1S89 
tot Grietman aangesteld. Bij eenen inyal yan eene 
Iroejj Staatsgezinden , uit Enkhuizen in Gaaslerland 
geland , waar dezelve kerken en bijzondere perso- 
nen plunderde , gevangen genomen , van zijne goe- 
deren beroofd en geslagen , wilde men hem mede- 
voeren , zoo hij geen losgeld gaf ; maar gelukkig 
werd hij door de ingezetenen verlost. Naderhand 
door Robles bevolen zich bij het leger, dat naar 
Stavoren trok« te voegen, geraakte h^ door storm 
van de vloot af, niemand bij zich hebbende dan 
den vaandrig van eene Duitsche krijgsbende , reeds 
verzwakt door eene, in een vorig gevecht beko- 
mene , wonde. In een groot moeras bij Sneek vast 
geraakt, kwamen zij in handen van den vijand. 
Boeijmer werd zwaar gekwetst en in de gevange- 
nis te Sneek gebragt , waarbij, niemand zijne won- 
den verbindende , aan de gevolgen derzelve over- 
leed. De Vaandrig werd te Franeker opgehan- 
gen (t)- 

1572. Saeklb SuiJBDTS , gewoonlijk SaekleTo- 
bijntien genoemd, was gehuwd met Jel, dochter 
van Tabe Hettema. Hij was een dapper krijgsman 
in dienst van den Spaanschen Koning en Kapitein 
van diens . galeijen. In 1581 werd hij met zijne 
vrouw, drie dochters en eenige soldaten, door het 
volk van Sónoij te Stavoren gevangen genomen ($), 

(*} BuL Geslacht], van R. Solcama. (f) Job. Car. de 
Reb. Casp. a. Rob. 53 , 106. (§) Schot. 877. 



878 GAASTERLAND. 

is daarop afgezet, geTlugt en ingedaagd om zieb 
te verantwoorden , docb niet rerschenen (*). Hij 
schijnt spoedig daarna gestorven te ^ijn; want nie- 
mand weet waar hij gebleven is. Zijne vrouw heeft 
het vaderland niet verlaten (f). 

157. • IJds Bjiinszoon is gestorven den 3 Maart 
1579. Volgens zijn grafschrift in de kerk te Ha- 
rich is hij Grietman van Gaasterland geweest. 

1575. Rbin TJdshk te Harich , voorzeker zoon 
van den voorgaanden^ was volgens Scholanus(J) 
in 1575 Grietman van Gaasterland « en werd door 
het volk van Sonoij , bij gelegenheid van eeneti 
strooptogt in die Grietenij (willens of onwiHeai) 
medegenomen. In 1580 werd hem door d«i Graaf 
van Hohenloo last gegeven, om een vaandel speer- 
ruiters in de Zevenwolden aan te werven , hetwelk 
door Rienk van Gammingha in de kerk te Roorda- 
huizum werd gemonsterd. Bij den belegeringstogt 
naar Groningen , door Hohenloo in hetzelfde jaar 
ondernomen , was hij met zijn vaandel Waals<^ 
soldaten, benevens nog vijf andere, in de voor- 
hoede, en werd vervolgens door den Veldheer naar 
de schans te Aduard gezonden , welke hij, naeenen 
dapperen tegenstand mofst verladen t en zicti met 
het overschot zijner krijgsbende naar den Opslag 
bij Delfzijl begeven. ' Het vdgende jaar verdedigde 
hy roet den Deenschen Bevelhebber Steijn Maltes, 
die daarvoor met eene keten ter waarde van ƒ600 
werd beloond , met een gehikkig gevc4g de eehaas 
te Nieuwezijl. B\j een^n inval van bet volk f»» 



(*) Chdrtb. 4. D. 161 ; 178^ 19Z. <t) R- Solc. ömw. 
Exul. ($) , bl. 791. 



GAASTBRLANO. 879 

Vferdugö lö Gaaétcirland gelukte hel hem dé plüftt- 
deraars , die Tooral te Balk rtecht huis geteuden 
hadden, op hiinnen terugtogt over de Tjeükeöieer 
te onderscheppen, en den btrit en de gevëngötten 
weder te ontnemen (*). Hij overleed den 17 Fe- 
bruarij 1584 

1585. SiBREN HiDDEsz OF iDSfcób^ 'wis weds Voï- 
magt ten landsdage in 1579 (f) en nog inl602(S). 
In 1685 Grietman djnde, kreeg hij met A rent Har- 
derwijk , Secretaris Tan Gedeputeerden , van dat 
Gollegie last, om de vei*sterkiiig van de schans te 
Slijkenburg aan te besteden volgens akte van 23 Mei 
1685 (J. Den 11 * Januarij 1604 deed hij afstand 
tan de Grietenij. 

1604. Obbe Obbes was eerst gehuwd niet Fooc- 
kel , dochter vari Jochum van Wijckel en N. N. , 
ën had bij haar geeiie kinderen. Zij overleed den 
17 Februarij 1619 in den ouderdom van negen fen . 
iBCventig jaren èn moet dus veel ouder dan hij ge- 
V^éest zijh. Hij hertrouwde met Rijckjen Wijt- 
tiès, en had bij haar twee kinderen (4). Deri 81 
Januarij 1604 door afstand van zijnen voorganger 
Grietman geworden , was hij tevens Dijkgraaf van 
de zeven Grietenijen en de stad Sloten , en werd 
in 1602 lid van Gedeputeerden. Hij had een schoon 
huis te Balk(*) en stichtte het Raad- of Gemeente- 
huis aldaar. In 1620 volgde hij de lijkstatie yan 
Graaf Willem Lodewijk als lid van de Stalen van 

(*) Scbol. 8S9, 861 , 892, 924. (f) Wins. Hist. 392. 
{§) Chartb. 4 D. 1238. (♦) Wins. Chron. 755. (;) Wa^ 
{>enb, liVijckel. Gen. 2. Grafschriften in de kerk Ie Wigckel. 
(*) Tegenw. St. v. Friogl. xv D. 553. 



880 GAASTERLAHD. 

Friesland. Hij OTerleed den 8 April 1632 in den 
ouderdom Tan zeventig jaren en werd te "Wijckel 
begraven » waar ook zijne weduwe « die den 30 
Junij 1643 stierf, werd bijgezet ('^). 

1682. Lambuitus Sigma, Doctor in de Regten, 
was gehuwd met Aaltje Joris. Hij overleed den 4 
December 1636 (f). 

1637. Hanso yah Lijgklama , was de zoon van 
Rinco van Lijcklama ($) , Grietman van WesUtel- 
lingwerf , trouwde den 21 Julij 1633 met Rinsk- 
jen Feijes Heidoma, dochter van Feijo Tjercks, 
lid van de Admiraliteit te Amsterdam wegens Fries- 
land en weduwe van den Raadsheer Cornelis Bul- 
tinga; en had twee kinderen («)• Den 22 April 
1637 tot Grietman verkozen, was hij in 1647 Ge- 
deputeerde. Hij behoorde tot de meergemelde zes- 
tien leden uit Friesland in de Staten Greneraal we- 
gens het vaststellen van het stuk van Unie, religie 
en militie, benoemd den 5 December 1650 (j)* 
Hij overleed den 9 April 1659 , en zijne weduwe 
den 4 Januarij 1672. Beide zijn te Wijckel be- 
graven, 

(*) Bovengemelde grafschrifteii. (t) Boveng. grafschrift; «ie 
gedrukte Naaml^st plaatst hem TÓór Hanso van Ljjcklaina; doch 
van elders is mij duidelijk gebleken, dat zulks verkeerd is. 
(§) Niet van hetielfde geslacht ab de tegenwoordige L^ckls- 
ma's a Nyeholt. Wapenb. W^ckel. Gen. 4. (^) Wapeob. t. a. p. 
(+) Register der Resolutien enz. van de Staten van Fries!, vsft 
.1570—1780. Kampen 1784. Dus b het Wapenb. ter laatst 
a* p. , ab ook de gedrukte Naaml^st , ab zign overladen op deo 
9 April 1650 opgevende , mb. Ik had dit al niet kunnen oTer- 
eenbrengen met den t^d van benoeming van z^nen opvolger; 
het zal 1659 moeten z^n. Uit het Charlb. 5 D. 618 bijkt 
dat hij den 25 Februar^ 1659 nog Votmagt ten landsdage wai* 



GAA8TERLAND. 381 

1659. JoHAümss van Sghïltinga , 'zoon van Jo- 
hannes van Scheltinga , Raadsheer in het HoC yan 
Friesland, en Fokeltje Faatsma, was den 17 No- 
vember 1661 te Lekkum gehuwd met Maria , doch- 
ter van Aulus van Haersma, in 1637 Grietman van 
Smallingeriand , en had eene dochter C^). Hij was 
eerst Lands Advocaat, werd den 4 Junij 1659 
Grietman f, en in 1662 Gredeputeerde. Blijkens een 
opschrift boven de deur, heeft hij de kerk te Ha- 
rich vernieuwd. 

1669. Jbtzi vaic S|iinia, geboren den 4 Juli] 
1625 , was de zoon van Hessei van Sminia en des- 
zelfs tweede vrouw Wijtske van Hoppers , en trouw- 
de den 23 Md 1653 met Anna Maria , geboren den 
11 Februarij 1630, dochter van Hobbe van Baerdt , 
Grietman van Haskcriand, en deszelfs tweede vrouw, 
en had elf kinderen, van welke vijf jong gestor- 
ven zijn (f). Den 28 November 1650 als Advocaat 
ingeschreven, werd hij drie jaren later (15 Febru- 
arij 1653) Raadsheer in het Hof van Friesland , en 
den 2 Julij 1669 Grietman van Gaasterland ; ver- 
volgens lid van Gedeputeerden en van de Staten 
Generaal (§). Hij overleed den 16 December 1678, 
zijne vrouw den 6 September 1667, en werden 
beide in de Galileêr kerk te Leeuwarden begraven. 

1679. Yalseiüs van Glinstea, zoon van Eelco 
van Glinstra en Lucia van Bouricius, was gehuwd 
met Ghristina , dochter van Gosewijn van Wijde- 
veldt , Hofmeester van Graaf Willem Frederik van 



(») Wapenb. Scholtinga. Gen. 4. Haersma. Gen. 5, (f) Wa- 
penb. Sminia. Gen. $• ,(§) Naamr. d. Rad. 41. 



38» GAASTfiRLAND. 

Nassau , en Lblkjen AijsHEia, en had drie kinderen ('^). 
Hij woonde ia een fraai huis te Balk (f). In 1667 
als. Advocaat ingeschreyen , werd hij den 18 Fe* 
bruarij 1679 tot Grietman aangesteld , en was in 
heUelfde jaar Kd der Gredeputeerden. Onder ïijn 
bestuur is .de kick in de kerk te Harich in 1683 
vernieuwd, blijkens deszelfs opschrift. Hij over- 
leed den 2 Haart 1727, nadat hij in 1693 reeds 
aCstand yan de Grietenij had gedaan. 

1693. Eelgo VAif Glihstea , zoon van den yoor- 
gaanden , - en gehuwd met Anna van Burum , had 
geene kinderen. In 1690 lid van de Staten, van 
Friesland (S), werd hij den 20 Jamuarij 1693 doo^ 
aistand van zijnen vader Grietman van Gaasterland , 
en overleed den 16 October 1706» 

1706. Hesrigüs van Wijckbl, gedoopt den 18 
Aptil 1049 , zoon van Hans van Wijck^l en Jaijke 
&ekma , trouwde mpt Doetje , dochter van Hanso 
Tan Lijcklama , bier boven gemeld , en bad bij 
baar vijf kindeven. Hij werd den 25 Februari} 
1075 Ontvanger Generaal van de lijfrenten in de 
P-rovincie , den 10 Maart 1677 Secretaris vaa de 
iR.ekenkamer » den 12 April 1 679 Secretaris van Grede- 
puteerde Staten, en den 19 November 1706 Grietman 
van Gaasterland. In 1707 was hij lid van Gede- 
puteerden. Hij overleed den 3li October 1719 en 
:weed in de Galileëc kerk te Leeimarden bij zijne 
virouw begraven, die den 18 November 1697, in 
den ouderdom van negen en veertig jaren , gestor- 
ven wa8(*). 

(*) Wapeob. GUoatra. Geo. 4. (f) Tegenw. SU t. Fricsl. 
XV D. 553. (^) CharAb. 6 D. 16du ( «) Wapenb. W^ckieL Gen. 5. 



GAASTERLANÜ. 888 

1710. ReGNERüS AjBTMAfiüS LlJGKLAKA VAN WlJC- 

%,n, zoon van den yoorgaande&y en^ door d^^zelfs 
afetand den 10 Februarij 1710 Grietman gewor- 
den, geboren in September 1689, waa gehuwd met 
Ëlisabeth xan Bosman , bij welkd hij twee kin- 
deren bad (*). In 1724 was hij Commissaris poli- 
tiek bij de Sijnode te Leeuwarden, in 1739 te Hee- 
renveen , en dus in dien tijd lid van Gedeputear** 
dw. In 1748 vyas bij lid van de Staten. Hij over- 
leed te Leeuwarden, den 10 April 1756, j;ia v^le 
jaren smartelijke ligchaamskwalen te hebben uitge^ 
staan , en is te Wijckel begraven. Zijne vrouw 
was den 11 of 12 Junij 172^^ in het vier en der- 
tigste jaar baars ouderdoms, gestorven. 

1756, ,Ulbo Aijlya Rei^oeks, ?ïqo4 yan Alb^r 
tM§. AemiUus Lamoraal Rengers ,. Grietinan van Oost- 
dongeradeel , was gehuwd met Nicasia , geboren 
den 16 Augustus 1723, dochter van Johan Willem 
van der Haer, Grietman van Hemelumer Older 
phaert , en deszelfs tweede vrouw. Zij was wedur 
we van N. de Wijde; haar tweede man bad bij 
haar twee kinderen. Hij woonde op <}en huize Rij^ 
en was, in zijne jeugd Kapitein. In '1748 lid van 
de Staten van Friesland, werd hij in 1751. lid van 
Gedeputeerden , en in Augustus 1 756 Qrietman. Hij 
overleed den 14 Mei 1787 en werd in de kerk te 
Harich begraven, nadat hij twee jaren te voren af- 
stand van de Grietenij had gedaan. Zijne vrouw 
was gestorven den 3 Julij 1.778. Ook zij. is te 
Harich bijgezet. 



(*) Wapenb. t. a. p. Gen. 6. 



884 GAASTERLAND. 

1785. Lamoraal Albi&tüs Aimilius REUGBas, 
geboren den 17 October 1751 , was de zoon yan 
den Yoorgaanden, en gehuwd met Francina GrO« 
dardina Gonslantia van Lijnden Lunenbarg, bij 
welke hij eene dochter had. In 1785 Grietman 
geworden , werd hij tien jaren later afgezet , en 
bekleedde in 1811 den post van Baljuw van hel 
elfde distrikt in Friesland. H^ overleed den 24 
Maart van laatstgemeld jaar, en zijne weduwe den 
27 December 1825 , in den ouderdom van vijf en 
zestig jaren. 

OPSTERLAND , 

de achtste Grietenij van Zevenwouden , behoorde 
oudtijds tot Oostergoo en grenst ten noorden aan 
Smallingerland , ten noordoosten aan Groninger- 
land , ten zuidoosten aan Stellingwerf oosteinde , 
ten zuiden aan Schoterland , ten westen aan Aeng- 
wirden en ütingeradeel. Dezelve bevat vijftien dor- 
pen : Beets , Beetsterzwaag , Olderterp , üreterp , 
Sijgerswolde , Duurswolde , Bakkeveen , Wijnje- 
terp , Hemrik , Lippenhuizen , Terwispel , Gorre- 
dijk , Langezwaag , Kortezwaag en Luxwolde. 

GRIETMANNEN VAN OPSTERLAND. ' 

1438('^). Jo&E&o AzunGA was in 1438 Grietman 
van Opsterland , volgens zijne onderteekening van 
het regtsgetuigenis van Bocke Uthsma , Grietman 
van Idaarderadeel. 

{*) Niet 1538 , zoo als de gedrukte Naaml. heeft , denkelijk 
misleid door de drukfout Tan het jaartal in Schot. Briev. en Do- 
cnm. 122. 



OPSTERLAND. 385 

1501. SiJWART (Sjob&i)) Sappi5SZ. schreef den 
-14 April 1601 met zijne mederegters eenen brief 
aan M^ Mamme, Pieter Haijes (van Gammingha) 
en Frans Minnema , bij welken zij verklaarden i 
dat noch zij zelve, noch hunne ingezetenen eeni- 
ge schade hadden toegebragt aan de zijlen van de 
stad Leeuwarden (*). In 1526 teekende hij als 
Grietman mede het akkoord over het herstellen van 
eenige dijken in Oostergoo van den 26 Hei (f). 
In 1624 en 1632 werd hij gecommitteerd op'^den 
landsdag(p. 

1560. FoGKE Teijes was de zoon van Teije Ebe- 
les van Duurswolde, en gehuwd met Auck van 
Boelens(*). Hij had althans eenen zoon. In 1550 
was hij den 17 Januarij als Grietman en Gevol- 
magtigde van Opsterland tegenwoordig op den 
landsdag (|). 

1676. KEinsa Idzbs. Zoo deze niet dezelfde is 
met Rein IJdsen, Grietman van Gaasterland, heb 
ik niets van hem kunnen opsporen, en hem ner- 
gens dan in de gedrukte Naamlijst gevonden. 

1585. Hbpgko Fogkeus, zoon van Focke Teijes 
bovengemeld, was gehuwd met Martien Martini» 
bij welke hij ten minsten eenen zoon en eene 
dochter hadC^). Hij was in 1682 Volmagt ten 
landsdage uit de Zevenwouden , en twee jaren la- 
ter een der zes gecommitteerden tot het opnemen 



(*) Cbartb. 2 D. 216. (4-) Zie Baucke Kuiper , Grietm. t. 
SuuU. (S) Wios. 483^ 501. («) Wapenb. Andringa. Voor- 
ouders van Romelia t. Andringa. (4-) Chartb. 3 D. 185. 
(*) Wapenb. t. a. p. 

26 



S8B OPSTERLAND. 

▼an de T«k«uiigeii van ie landsohaps Ontvangers 
en Rentmeesters , en werd in meer andere belang- 
rijke zaken , de provincie aangaande , gebruikt. In 
1600 werd hij lid van Gedeputeerden (»> 

1614 Maewiius Fookbws, xoon van d^ voor- 
gaanden , was gehuwd met Wiskjen , doohter van 
Feicke Tetmans, <5rietman van ülingeradcel , bij • 
welke hij twee dochters had(t). Hij werd in 
1696 aangesleld ^t Monslercommissaris , en den 6 
Junij 1614 tot Grietman van Opslerland. In 1627 
was hij lid van de Admiraliteit te Dokkum(S). Hij 
deed af^and van de Grietenij. Zgne woonplaats 
was Beetstcnwaag. 

1628. Sago Fogksks , xoon van den voorgaan- 
den (ic) , was gehuwd met Lucia>^ dochter van Ige 
Siccama, en had bij haar acht kinderen (4-) • Ben 
7 Januarij 1623 tot Grietman aangesteld , was hi) 
tvan 1620 tot aan zijnen dood Volmagt ten lands- 
dage{*). Hij werd lid van Gedeputeerden in 1647, 
en overleed in 1653 in den ouderdom van drie 
en vijftig jaren. Zijne Weduwe was bij haar over- 
lijden in 1675 drie en zeventig jaren oud. 

1650. MAEtimis FooKBus^ zoon vax^ dmi voor- 
baanden , was gehuwd met Anna , gdboren den 13 
December 1680^ dochter ^an den Rnadsheer Gor- 
neUs Kinnema en Romlrjen Fockensd)^. Den SU 

(*) aartb. 4 D. S07— 1Ö7S. 5 D. 138, 19» , 164. (f) ^^ 
penb. t. a. p. en Wgckel Gen. 3. (§) Chartb. 5 D. 313. 
• (^) Blijkens bet testament van zigne grootouders , van 'den 5 
April 1601 , waarin bg Saecke Martens genoemd wordt, 
(+) SUmb. ▼. Adel. (*) Cbartb. 5 D. S23— 740., (f) Faöiaie 
aanteek. Of z^ kinderen hadden , weet ik niet. 



OPSTERLAND- 387 

Kaart 1650 tot Grietman aangesteld , was hij in 
1661 tevens Gedeputeerde, en behoorde tot de com- 
missie uit de Staatsieden van den 2 Maart 1672 « 
tot het beramen van middelen ter verbetering van 
het Politie-, Militie- en Finantiewezen dezer pro- 
vincie (*). De kerk te Gorredijk , welke gemeente 
eertijds vereenigd was met die van Kortezwaag, en 
alwaar bijna twintig jaren lang in eene schuur 
was gepredikt, is onder zijn opzigt in 1683 ge- 
bouwd. Hij overleed den 19 Maart 1692, oud 
negen en vijftig jaren , en zijne weduwe den 28 
Octqber 1707. 

1693. AüGUSTINUS LiJGKLAMA A NiJEHOLT , gC- 

boren in 1.670, was de zoon van Lubbert Piers 
L^cklama a Nijeholt , Grietman van Ooststelling- 
werf en deszelCs tweede vrouw, en eerst den 14 
Januarij 1693 gehuwd met Houkjen,. dochter van 
Hector van Glinstra, Grietman van Tietjerkstera- 
deel , en later met Detje of Dido , geboren in de 
Leramer, den 28 Februarij 1677, dochter van Tinco 
van Andringa , Grietman van Lemsterland ; hij had 
bij deze laatste vrouw negen kinderen (f). Hij 
woonde op zgne buitenplaats te Beets(§). Den 20 
Januar\) 1693 tot Grietman aangesteld, was hij in het- 
zelfde jaar lid van Gedeputeerden. Hij overleed te 
Beets den 22 Junij 1744 en werd aldaar begraven , 
n^dat hij reeds lang te voren afstand van de Grie- 
tenij had gedaan. Zijne tweede vronw was over- 
leden den 28 Julij 1719, en ook te Beets begraven. 

1718. LiVIUS SUFFAIOÜS LiJGKLAHA A NiJEHOLT, 



{*) Chartb. 5 D. 815. (f) Wapenb. L^cklama. Gen. 8> 
Gtïnsira Gen. 5. Andring^a Gen. 7. (§) Geogr. Woordb. IL 

25» 



888 OPSTERLAND. 

geboren in 1695, was de oudste zoon- van den 
Toorgaanden, en den 17 Mei 1733 getrouwd met 
Aukjen Cuniera , dochter van Cornelis van Schel- 
tinga en deszelfs laatste vrouw Houkjen van Haers- 
ma , en had bij haar drie kinderen (^). Hij woonde 
Ie Beetsterzwaag (f). In 1713 zijne studiën aan 
de Academie te Franeker volbragt hebbende , werd 
hij den 9 Junij 1718 door afstand van zijnen vader 
Grietman van Opsterland , en in 1742 Curator van 
gemelde Academie (J). In 1734 ontving hij als lid 
van de Rekenkamer Willem IV te Harlingen , en 
was in 1748 lid van de Staten. Onder zijn opzigt 
is de nieuwe kerk te Gorredijk , daar de oude be- 
vonden werd te klein te zijn , in 1735 gebouwd ( J. 
Hij overleed den 2 Maart 1773 , en zijne vrouW 
den 13 April 1765, in den ouderdom van zes en 
vijftig jaren ; beide werden te Beets begraven. 

1773. Da5iel de Blogq Lijcklama aNijeholt, 
broeder van den voorgaanden, bleef ongehuwd(J.). 
Den 25 Julij 1731 reeds Grietman van Ooststelling- 
werf geworden, was hij in 1734 lid van het Min- 
dergetal, in 1743 van Gedeputeerden, en in 1748 
van de Staten van Friesland. Terwijl hij Grietman 
van Ooststellingwerf was, (en mogelijk ook wel 
naderhand ,) woonde hij te Makkinga (*). In 1773 
aangesteld tot Grietman van Opsterland , overleed 
hrj den 9 October 1781 en werd te Beetis be- 
graven. 



{*) Wapenb. L^cklama Gen. 9. Scheltinga Gen. 6. (f) Geo- 
gr. Woordb. 12. (§) Vriem. Alh. Fri«. CIV- (^) Naaml. 
▼• Predik, io de classis v« Zeveowouden. (4-) Wapenb. Ljo- 
klama Gen. 9. (*) Geogr. Woordb. 70. 



OPSTERLAND. 389 

1782. Reinhard , Baroa vAir Lijkde» vaK Lu- 
henbvkg , was de zoon van Frans (Jodaerl , Baron 
van Lijnden , Burggraaf van Gelderland , en Anna 
Constantia van der Heulen , en gehuwd eerst mei 
IJpkje Hillegonda , dochter van Aizo van Boelens , 
Raad in het Hof van Friesland , en Enia Romelia 
van Idsinga; hij had bij haar twee kinderen. Na 
haar overlijden hertrouwde hij met Catharina Jo- 
hanna , dochter van B inner t Philip Aebinga van 
Humalda, Grietman van Hennaarderadeel. In 1781 
Grietman geworden, was hij in 1795 levens lid van 
de Stalen Generaal. In laatstgemeld jaar naet zijne 
ambtgenooten afgezet , bleef hij buiten betrekking 
tot in het jaar 1812 , toen hij lid van den Alge- 
meenen Raad van het Departement Friesland werd. 
In 1815 was hij lid van de Provinciale Staten. Hij 
overleed den 26 Januarij 1819 , en zijne tweede 
vrouw den 2 September 1835 , in den ouderdom 
van bijna zeven en zeventig jaren. 

STELLINGWERF OOSTEINDE, 

met Stellingwerf Westeinde den naam dragende 
van de Stellingen of regtbankea, welke alje jaren 
veranderden en vervielen op plaatsen , daartoe ge- 
regtigd , is door de Hertogen van Saksen tot eene 
vaste regering onder eenen enkelen Grietman met 
zijne Hederegters gebragt ; later , ten tijde der 
Bourgondische overheersching , in twee Grietenijen 
verdeeld geworden en toen eerst bij Zevenwouden 
gevoegd (*). 

Het tegenwoordige Ooststellingwerf grenst ten 
noorden aan Opsterland , ten noordwesten aan 



(♦) Tegeow. SUat v. Friesl. XV D. 582. 



890 OOSTSTELLINGWERF. 

Schoterland , ten . oosten en zuiden aan Drenthe « 
en ten zuidwesten aan Weststellingwerf; betzelye 
heeft tien dorpen , als: Oldeberkoop, Nijeberkoop^ 
Makkinga , Donkerbroek , Haole , Oosterwoude , 
Fochteloo , Appelsche , Langedijk en Elsloo. 

GRIETMANNEN VAN STELLINGWERF 
OOSTEINDE. 

1604 LAHMEaT PiKBS, ten onregte door de^ge-^ 
drukte Naamlijst Holle Piers genoemd , was onder 
de Saksische regering Grietman van Oost- en Wesf- 
stellingwerf. 

1614. LiJCKLB Ebblks is reeds vermeld op Scho- 
terland. 

1624. Jakhbs Kobnbs ontving den 6 Oclobor 
1624 als Grietman van Ooststellingwerf, even afe 
Ids Tijebbes van Schoterland, aanschrijving, om 
den accijns intevorderen (*). 

1640. LüiTGHB HiiciiBS, niet anders dan uit de 
gedrukte Naamlijst en een handschrift bekend (f). 

1660. JoHAiricBs Fbavckb was als Grrietman «n 
medegevolmagtigde van Ooststellingwerf tegenwoor- 
dig op den dikwijls gemelden landsdag van den 17 
ianuarij 1680 ($). Hij overleed in 1669. 



(*) Zie Ids Tjebbes , Grietman t. Schot. (f) De gemelde 
Naamlijst piaaUt op 1536 Lubbert Lgckles} doch yan eldert 
bl^kt genoegzaam , dat ^ete Grietman yan Wett- én niet yan 
Oostttell. was. ($) Cbarlb. 3 D. ISfiw 



OOSXSTEUlNGWjptF. 3»i 

1668^ RoMHBET FaissMAn , FaiESHA of FaisHAt 
zoon van Hetto, den !}7 Mei 1568 tot GcietomA 
aangesteld, tot beloning» dat b^ de gebroedera Ba- 
tenburg bij Harlingen ontdekt \^d (*) , werd we- 
gens zijoe Spaanschgezindheid - afgezet en geban- 
nen > en stierf te Groningen in 1581 aan eene 
wonde, welke hij in een gevecht tegen de Staat- 
8che ru\jterij bekomen had. Bezijdex^ de yoprma«i 
lige vierschaar» óp de Kanselarij te Leei.iwardej;L« 
vindt men aan den muur eene uitstekende vuist o£ 
gesloten hand , waaronder geschreven staat , dat 
dezelve aldaar den 27 October 1574, op bevel van 
bet Hof, geplaatst ia, tot gedachtenis, dat Rarste 
Luitjes van Oosterwolde Rommert Friesema , Griet- 
Bdan yan Ooststellingwerf , bij zekere gelegenheid , 
na hem smadelijke woorden toegevoegd te hebben, 
gewond en ter aarde geslagen heeft (f). 

15 • • . Kbukbiit Solgaha , zoon van Anne Tjerks 
Soloama en Sjoulge van Douma, was eerst ge- 
trouwd met Gerk , dochter yan Wijtse Sijmons 
Hoitema en Jacoba Brunia van Bolsward , die den 
22 April 1578 te Sneek stierf en te Bolsward be- 
graven werd , en naderhand in December 1581 , 
gedurende zijne ballingschap, met Laipberta , doch- 
ter yan den Burgemeester yan Groningen , Herman 
Wijffringa en Altke Dijoertsma, die in 1638 te 
Heeg stierf in den ouderdom van acht en tachtig 
jaren, en te Sneek begraven werd. Bij de eerste 
yrouw had hij zeven kinderen en bij de tweede 
twee zonen en eene dochter. Volgens zijne eige- 
ne ^gaaf was hij Grietman van Ooststelling- 



(*) Wint. Hut. 523. (f) Teseaw. StMt yan Frietl. XLV D. 92. 



892 OOSTSTELLINGWERF. 

werf (*). Hij diende onder het vaandel yan den 
Spaanschgezinden Kapitein Boeijmer, en geraakte 
in 1578 te Sneek gevangen. Afgezet en gebannen, 
begaf hij zich naar Groningen, doch kwam in 
1587, met toestemming van den Stadhouder en de 
Staten , weder in Friesland. Met zijnen broeder Tjerk 
lag hij overhoop wegens hunne ouderlijke erfenis. 
Zeer ongelukkig was hij met zijne kinderen ; twee 
dochters verloor hij te Groningen aan de pest, ter- 
wijl hij zelf en nog eene andere dochter aan de- 
zelfde ziekte lag; terzelfder tijd verdronk zijn 
zoontje te Bolsward ; de overigen stierven allen 
voor en na. Zijne eenige overgeblevene dochter, 
Maij , werd op eene reis van Groningen naar Bols- 
ward door eene krijgsbende van den Prins van 
Oranje , onder bevel van Doeke van Martena , Oe- 
ne van Grovestins en den Vaandrig Knoop, gevan* 
gen genomen. Tot haar losgeld werd eene som 
van twee duizend daalders gesteld, ten zij men 
haar aan gemelden Vaandrig ten huwelijk vrilde ge- 
ven. Solcama weigerde dit, en Maij bleef gevan- 
gen, tot dat, gelukkig voor haar, Knoop teDok- 
kum aan de pest stierf, waarop zij voor vierhon- 
derd goudguldens werd vrijgekocht , nadat zij acht- 
tien weken gevangen gezeten had(']')é 

1681. JoHAif5Bs TER WiscHA , zoon vaQ Eijse 
ter Wischa , was reeds in 1581 Grietman van Oost- 



(*) In zijne ge<lachtl^st ; doch in zijne Cönscriptio Exul. 
spreekt h^ hier niet yan ; ook heb ik hem nergens anders als 
Grietman aangetroffen ; ik denk dus, dat h^, na de afzetting 
door de Staaf sche partij van Rommert Friesmau , van deSpaaa- 
sche zijde in deszeifs plaats benoemd , doch nimmer in functie 
is geweest. (f) R. Solc. Geslachtl. en Consc. Eiul, llpe. v. 
Burm. Tab. Gen. Sta'mb. v. Adel. 



OOSTSTELLINGWERF. 39» 

stellingwerf, blijkens een vonnis van het Hof, waar- 
bij Hotse Egberts, uil hoofde van hem gevangen 
genomen en aan den Spanjaard overgelevwd te 
hebben , en wegens nog andere misdaden , veroor- 
deeld werd onthoofd en de regterhand afgehou- 
Wen te worden (*). Ter Wischa schijnt evenwel 
later weder uit zijne gevangenis ontslagen te xgn; 
want in 1591 was hij VoJhiagt ten landsdage (f). 
In 1599 werd hem door Gedeputeerden gelast, de 
Geestelijke goederen in zijne Grietenij , welke toen 
door slechts één^n Predikant werd bediend, die 
klaagde met zijn huisgezin van honger te Kullen 
moeten omkomen > zoo er niet in voorzien werd , 
aan dé meesibiedenden te verhuren (§). Hij over- 
leed den 10 Maart 1609 en is te Oldeberkoop be- 
graven. 

1610* Marcus Lijgklama a Nijbholt, zoon van 
M'. Meine Lijckles, Substituut Grietman van West- 
stellingwerf en Hijlck ter Wischa , was in 1615 
gehiiwd tnet Perk , dochter van Feijo van Goslinga 
te Wanswerd en Sitske van Aijlva van Schraard, 
en had geene kinderen (*). Na te Franeker en op 
buitenlandsohe Academiën zijne studiën met veel 
roem volbragt te hebben , bekleedde hij verschillen- 
de commissiën , en werd den 24 Mei 1604 tot 
Hoogleeraar in de Regten te Franeker aangesteld. 
Deze waardigheid verwisselde hij den 22 Mei 1610 
met die van Grietman van Ooststellingwerf en Cu- 
rator van de Franeker Hoogeschool; de Grietenij 



(*) Deze is de laatste sententie Tan ,het Hof , welke in naam 
▼an den Koning yan Spanje is geveld. (t) Chartb. 4 I>. 766. 
X$) Naaml. ▼. Pred. Ctass. v. Zevenw. («) Wapenb* Lijcklama. 
Gen. 5. Goslinga. Gen. 5. 



006T8TBLUIIGWE11F. 

TcmiUde hij étn 11 lub) 1623 tegen dievanWesl* 
ftdlingwerL In de irergadering der Staten (Gene- 
raal yenette hij zieh in 1615 zeer tegen het zen* 
den eener commissie tot demping der gerezene ge* 
sobillen. In 1621 sloot hij te *s6ravenbage een 
Terbond met Denemarken, en werd daarop, met 
Reinier Pauw en Kutger yan Haersolte , ais bui«- 
tengewoon Ambassadeur naar Gbristiaan , Koning 
Tan gemeld Rijk gezonden. Later verkreeg hij mei 
Daniel Heinsius, door den Yenetiaanschen Grezant 
Horosini, de Ridderorde van SU Marcus van wege 
die Republiek. Hij overleed den O Augustus 1625 
en werd te Nijeholtpade begraven. Verscheidene 
regtsgeleerde werken zijn door hem ' geschreven , 
en zijne geleerdheid wordt hoogelijk door den be« 
■roemden Ulricus Uuber geprezen. Gedurende zijne 
menigvuldige afwezigheid nam Eijso van ter Wi- 
«cha dikwyls de Grietenij waar {*)^ 

1624 . EsAiAS of Eijso Lugklama a Nubholt« 
broeder van den voorgaanden, en door deszeUs 
afstand deu 16 Maart 1624 Grietman van Ooststd- 
lingwerf geworden, was in 1601 Advocaat en 
tieregtsscholtus. Hg trouwde te Leeuwarden den 
16 Hei 1606 met Jel Osinga, bij welke hij twee 
kinderen had. Den 28 Junij 1639 zijne Grietenij 
met die van Weststellingwerf verwisseld hebbende , 
overleed hij nog dat «elfde jaar , en werd bij zq- 
«e vrouw, die reeds in 1619 overleden was, in 



(*) Vriem. Ath. Fris. 126 en XLII. Schelt. Staatk. Med. 2 
D, 42, Op 9Lgn grafzerk ia de kerk te Oldeberkoop vindt meo 
•feaiNfel dat dwe Egso in 1623 aU Griekpun van Ooil- 
stellingwerf overleed. 



OOSTSTELUNGWERF. 805 

OldehOve te Leeuwarden onder éénen grtfstéen 
begraven (*). 

1639. DiAK VAK Baerdt , geboren den 80 Jidi| 
1619 , zoon van Hobbe van Baerdl , Grietman van 
Haskerland, en deszdfs eerste vrouw, was ge* 
huwd den 6 September 1646 met Wijpk , dochter 
van Abbe Bootsma van Roordahuizum en Hijlkje 
Herbranda , bij welke hij een kind had, Den 17 
Juig 1639 Grietman van Ooststellirigwerf geworden, 
verruilde hij die Grietenij reeds den 23 September 
van hetzelfde jaar met die van Weststellingwerf. 
Hij was lid van Gedeputeerden en volgde in 1665 
zijnen veder als Curator van' de Franeker Acade*- 
mie op. Den 13 Augustus 1672 vermeesterde hij 
met Kapitein Hania , aan ,het hoofd van vierhon- 
derd vijftig Friesche burgers, (op schepen te Blan- 
kenham geland ,) Blokzijl , en ontrukte die vesting 
aboo uit de magt der Munstersehen , hetwelk éfi 
eerste wending van de kans des oorlogs was {-f). 

1639* SüPFAiDus LiJGKtAMA. ▲ NiJEHOLT , gebo- 
ren in 1600, was de zoon van Lijckle Piers Lijc* 
klama , Seqretaris van deze Grietenij , en van Sijp" 
ke Sjoerds Jelkema , eh gehuwd met Jdke , doch^ 
ter van Eijdzo ter Wischa en Harmentie Stevens, 
bij welke hij twee kinderen had. Zij woonden te 
Oldebe^koop (J). In de plaats van zijnen vader m 
1622 Secretaris geworden , werd hij den 9 October 
1089 tot Grietman verkozen ; in hetzelfde jaar was 
èij lid van Gedeputeerden en Monsteroommissaris. 

{*) Wapenb. Lgcklama. Gen% Sk (f) Kroa^k der geschiede-^ 
HkieB van de yrige Frieson , uH gfegeveo door J. v. JLeeawen. 244. 
(S) Wapenb. Lgcklama. Geo. 6. 



896 OOSTSTELLUIGWERF. 

Hij maakle den 1 December 1643 zijn testament 
in het Regthuis te Oldeberkoop , en overleed twee 
jaren later. Zijne vrouw en hij zijn beide in de 
kerk te Oldeberkoop begraven. 

1646. Jjlgobüs (gewoonl^k Jaques genoemd) 
TAK Okubma was de zoon van Tinco van Oenema, 
Grietman yan Schoterland , en gehuwd met Taetje 
van Viersen , zuster van de echtgenoot van zijnen 
broeder Tiberius , Grietman van Utingeradeel , doch 
had geene kinderen (*)ï In 1622 Kapitein , en in 
1636 Kolonel bij de Infanterie, werd hij den 10 
Januarij 1646 Grietman van Ooststellingwerf, en 
was in hetzelfde jaar Yolmagt ten landsdage (f). 
Reeds den 6 October van dat jaar is hij overleden. 

1647. AüOüSTiiiüs LiJGKLAMA aNueholt, gebo* 
ren in 1603 , broeder van Suffridus hier boven 
gemeld, was den S Augustus 1652 getrouwd met 
Sijtske van Beijma, weduwe van Uugo Beekmans, 
en had geene kinderen. Grietman geworden den 
22 Januarij 1647, deed hij in 1661 afstand van 
dien post ten behoeve van zijnen neef, en over* 
leed te Makkinga den 1 Augustus 1670 (§). Hij is 
met zijne vrouw in de kerk van dat dorp begraven. 

1661. Lubbert Lijgklama a Nijeholt was de 
zoon van Pier Lijcklama a Nijeholt , Bijzitter van 
de Grietenij, en' Grietje Elders, en gehuwd eerst, 
(den 13 November 1664) met Romelia, geboren 
jden 9 April 1647, dochter van Daniel de Blocq 



(*) Wapenb. Viersen. Gen. 3. Familieaanteêk. (f) Chartb. 
5 D. 495. (§j Wapenb. LgcklaiiMi. Gen. 6. in de gedrukte 
Naanili||st wordt hij niet gefonden. 



OOSTSTELLINGWERF. 897 

van Schellinga , Grietman van Schoterland ; en toen 
zij den 2 Julij 1670 overleden was, den 5 October 
1675 met Antje van Andringa , eerst weduwe van 
Saco Fockens , Grietman van Lemsterland , en la- 
ter van Tarquinius van Boelens, Grietman van 
Aclitkarspelen. Bij de eerste vrouw had hij eenen 
zoon(*). Hij was eerst Secretaris van de Griete- 
nij , en werd den 18 October 1661 tot Grietman 
verkozen. In 1668 was hij lid van Gedeputeer- 
den, en zat in 1674, als lid van de Staten, in de 
commissie om te onderzoeken het Concept conct^ 
liatotr over de wijze tot wederaanneming van de 
Provincie Utrecht in de Unie (f). Hij overleed den 
2 October 1697, en is den 6 November plegtiglijk 
begraven in de kerk te Makkinga bij zijne eerste 
vrouw. De tweede, welke den 30 Aprü 1718 
stierf , werd te Oldeboorn in de kerk bijgezet. 

1698. Bartholdüs Lijcklama a Nijeholt, ge- 
boren in 1672, was de zoon van Lelius Piers Lijc- 
klama a Nijeholt, Bijzitter van deze Grietenij , en 
Antje Frankena. Hij was Doctor in de Kegten en 
bleef ongehuwd (S). In 1691 Secretaris van Oost- 
stellingwerf zijnde , werd hij , na het overlijden 
van zijnen oom, den 28 Januarij 1698 tot Griet- 
man aldaar benoemd, en in 1713 tot lid van Ge- 
deputeerden. Qij overleed den 18 Maart 1731 , en 
werd in de kerk te Makkinga begraven. 

1731. Daniel 'BE Blogq Lijgklaha a Nijeholt, 
is reeds vermeld op Opsterland, 



(*) Wapenb. Lijcklama. Gen. 7. (t) Chartb. 5 D. 1012. 
($) Wapeiib. Lgcklama. Gen. 8. 



9» OOSTSTELLIIIGWEaF. 

1778. TiKonmus tan GLiiiemA, geboren in 
17S5v KOOB yan Hector vanGlinstra, Secretaris van 
Tietjerktteradeel , en Eritia van Glinstra , was den 
1 April 1750 gehuwd met Amelia Wiskia , gebo- 
ren in 1738, dochter yan Tinco Lijcklama a Ni)* 
eholt, Grietman yan Utingeradeel , weduwe yan 
Heotor Liyius van Haersma, en had twee doch- 
ters ('*)• Hij was Adyocaat, en werd den 26 Ja- 
miarij 17S8 aangesteld tot Griffier yan het Hof van 
Friesland , walken post hij bekleedde tot den 6 Ju- 
nij 177S, toen hij Grietman werd. Hij woonde op 
Groot Heerema te Sweins, welke plaats hg merke- 
l^k yerbeterd had, en oyerleed in Augustus 1780. 
Zijne yrouw is te Deinum begraven. 

1780* NicoLAvs AanoLDi Knook , Doctor in de 
Regten, was gehuwd met Binske IJpkje yan Boe- 
lens. In 1780 Grietman geworden, was hij tevens 
lid van de Staten. Hij was een groot liefhebber ^i 
kenner van de muzijk , en woonde te Makkinga in 
een schoon huis , te voren door de Lijcklama*s op- 
febouvrd (f). 

1768. Tnrco MAnTiNtB XuGKtAMA a Nueholt 
ii reeds vermeld op Utingeradeel. 

1790. GAmvt Ad&iaan Hhou was niet gehuwd* 
Hij was lid van de Staten, en Wjérd als Grietman 
met zijne ambtgenooten in 1795 afgezet. In 1803 
wae lu] Secralaria van dein Eaad der gemeente 
Ooststellingwerf. 



(^) Wapenb. Glinstra. Geo. 7. Lgeklaioa. Gen. 10. (t) Ta- 
^Dw. SUal ▼. Friesl. XiV D. 510. XV J>. ^86. 



899 
STELLINGWERF WESTEINDB (*) , 

de tiende en laatste Grietenij van Zevenwouden en 
levens van geheel Friesland , grenst ten noorden en 
noordwesten aan Schoterland , ten noordoosten en 
oosten aan Stellingwerf Oo^einde, ten zuiden aan 
Overijssel , en ten westen aan Lemsterland. Dezel- 
ve bevat twintig dorpen : Beuil , Noordwolde, Fia- 
kega s Steggerda , Peperga , Blesdijk » NijehoHpade, 
Oldeholtpade , Wolvega , Sonnega , Oudetrijne , 
Nijetrijne , Spangen , Scherpenzeel , JHunnel^ebu- 
ren , Oudelamer , Nijelamer , Nijehontwoode , Oa- 
dehoutwoude, de Idzert. 

GRIETMANNEN VAN STELLINGWERF 
WESTEINDE. 

1IM)4. Lamhbet PibUs is reeds vermeld op O09I- 
stellii^wert 

1514* LuGKLK Eebles is reeds genoemd ep 
Schoterland. 

■J 
10S3. LüBBBRT LiJGKLBS , Vermoedelijk de zoon 
van den hier boven genoemden Lijckle Eebles, 
woonde te Oldelamer , en wars g^uwd met Berber 
'fiïtks.d)* Hij was als Grietmiin en Gevoln^agtigde 
van Weststellingwerf tegenvvoordig op den lands- 
dag van den 17'Januarij 1550 ($). 

1559. Sbevaas vau Renbou, in Julij 1559 Griet- 
man geworden , is mij niet anders , dan uit de ge- 

{*) Zie jde aanteekening op Stellingwerf Oosteinde. (^) Wa- 
penb. LQckUma. Gen. 2. ($} Cliartb. 3 D. 185* 



400 WESTSTBIXINGWERF. 

drukte Naamlijst en één handschrift bekend. Hij 
was ongetwijfeld een Yreemdeiing* 

1666. Abbht Gbnum, Gbicek of IJbkbit was 
eerst Grietman yan Weslstellingwerf ; doch wegens 
zyne Spaanschgezindheid afgezet, en met zijne 
Trouw gebannen {'^) , begaf h^ zich in den krijgs- 
dienst , en werd Kapitein van een vaandel soldaten 
onder Gasper Robles. Hij was tegenwoordig in 
den slag tusschen Schenk en Hohenloo (f), en ge- 
droeg zich bij onderscheidene gelegenheden zeer 
dapper ({). Eindelijk bekwam hij Toor Zwartsluis 
eene wonde (*) en orerleed Ie Groningen in 1581. 
Credurende lijne afwezigheid nam eerst Méine Lijc« 
kies , kleinzoon yan den hier yoorgemelden Lubbert 
Lijckles , en vader van Lelius , Marcus en Esaias 
Lijcklama a Nijeholt, Grietmannen van Hemelumer 
Oldephaert en Oost- en WeststelKngwerf, gestor- 
ven in 1608, als Substituut de Grietenij waar (4-) « 
en/ na het bedanken van dezen in 1677 > Gerbert 
Bralts , Bijzitter (*)• 

1678. JoHAiriTBs Pbtri Saichbs teekende in Haart 
1678 als Kon. Maj. Grietman van Stelling werf West- 
einde en Gevolmagtigde van die Grietenij de pro- 
curatie voor D^ B. Idsarda , Sijds Scheltema en B^. 
'Orck Doijem, om, de Unie van Utrecht te ratifioe- 



(•) Charlb. 4 D. 161 , 179, 191. (f) Schot. 855. (J) Joh. 
Caf. d. reb. Cagp.. a Robl. 84 seqq. ( J Schot. 868. (4-) W«- 
'penb. Lijcklama. Gen'. 4. (^) Naamr. d. Rad. 28 en Tract. de 
Grietin. AdditamenL N». 6 , bevattende deszelfg eommissie. Op 
het jaar 1570 heeft de {gedrukte Naamlgst Gerrit Renno^ ; de- 
zen heb ik niet kunnen Tinden , en meen uit het bovenstaande 
te kunnen opmakten , dat die opgaaf abutlef W 



WESTSTELLINGWERF. 401 

reu(*). Hij was teyens Hopman, en werd in 1580 
door het verraad en de kunstgrepen van Rennen- 
berg belet, met zijn volk in Steenwijk te trekken 
om hetzelve te verdedigeA ; hij begaf zich daarop 
naar de schans in de Blesse , welke hij in alle 
haast ' te scheep met krijgs- en mondbehoeften, liet 
voorzien {f). In het volgende jaar kreeg hij met 
Jiieuwe Beijem en Epe van Herema commissie , om 
bij den Overste Norrits vertoogen in te leveren te- 
gen den moedwil en de ongeregeldheden, welke 
de soldaten in de Zevenwouden pleegden, en te- 
vens om hem en de overige bevelhebbers in de 
krijgszaken met raad bij te staan (§). Ofschoon 
zijn opvolger reeds Grietman was in 1593, en vol- 
. gens de gedrukte Naamlijst nog twee jaren vroe- 
ger, bleef hij echter den titel voeren en werd hem 
zulks den 14 Maart 1600 verboden. Evenwel schijnt 
hij hieraan niet gehoorzaamd , of misschien wel op 
eene andere wijze misdreven te hebben ; want twee 
jaren later kreeg de Procureur Géneraal last, hem 
actie te maken. In 1604 is hij evenwel weder 
.Grietman geworden, en wel van Visvliet, toen aan 
Friesland behoorende (^). 

1593. GoaiTBLi3 Jbllis was in 1588 Gevolmag- 
tigde ten landsdage , maar niet op de vergadering 
tegenwoordig uit hoofde van de zwakheid zijner 
huisvrouw (j.) , en Grietman in 1593 , toen hem 
zijne verklaring in het geschil tusschen den Stad- 
houder en Rarel van Roorda werd afgevraagd (*). 
Hij schijnt dikwijls uit de vergadering der Staten 



(*) Cbarlb. 3 D. 1187. (f) Schol. 844. (§) Schot. 875. 
(J Zie aldaar. (+) Charib. 4 D. 713. (*) Chailb. 4 D. 836. 

26 



402 WESTSTELLmG¥^RF. 

afwezig geweest te zijn; want men vindt telkens, 
dat een gesubstitueerde- voor hem teekent {*)• 

1600. FiLiBBRTüs LiJGKLAHA t denkelijk van het 
zelfde geslacht als Hanso Ljjcklama , Grietman van 
Gaasterland ; hij komt althans 'niet yoor in de ge^ 
nealogie van Lijcklama a Nijeholt ; ook heb ik ner- 
gens anders iets yan hem aangetroffen. 

1600. MBiifTJE lDZAB&DA(f), zoou van Baerte 
Idzaerda, Raad in het Hof yan Friesland, en Mag- 
dalena Rommarts , was gehuwd met His , dochter 
yan Homme yan Harinxma en Doed Mockema , en 
had yijf kinderen ($)• Hij woonde te ter Idzerd(*). 
In 1592 reeds Yolmagt ten landsdage (|) « werd hi^ 
den 14 Maart 1600 Grietman yan Weststelling- 
werf, en was in 1616 mede lid yan Gedeputeerden. 
Ten tijde yan het handelen oyer het bestand met 
Spanje in 1607, was hij wegens Friesland Gecom- 
mitteerde ter vergadering yan de Staten Generaal (*). 
In 1618 Ouderling te Leeuwarden zijnde, werd hij 
als zoodanig mede afgevaardigde tot de Sijnode 
van Dordrecht ; doch hij overleed omtrent 'dezen 
tijd en Taeko van Aijsma, Ouderling te Hichtum, 
werd in zijne plaats benoemd (f). 

1619. HoHHE Idzabkda, zoon van den voor- 



(♦) Charlb 4 D. 945 , 948. (f) Volgens een HS. opvolger 
van Joh. Pet.ri San nes ; dan zouden de beide bovenstaanden 
misschien slechts Substituut gevreest qjn ; doch C. Jellb vrordt 
in *i Chartb. t. a« p: uitdrnkkel^k Grietman van Stellingwerf 
genoemd. (§) Te Wat. Verb. d. Edel. 3 B. 397. Waf>enb. 
Oud Harini^ma. Gen 9. SUmb. v. Adel. {^) Geogr. Woordb. 29. 
(4-) Charlb. 4 D. 789. (*) Wins. 889. (f) Tegenw. Slaat ▼. 
FriesL XVJ D. 539. 



WESTSTELEINtlWERF. 408 

gaanden» was gehuwde mei Heléna Mom (*) , en 
werd den 23 September 1619 Grietman in de.plaata 
van zijnen vader. In 1620 lid van Stalen der Pro- 
vincie zqnd^e^ woonde hij;abï zoodanig de Kjksta- 
tie van Graaf Lodewijk bij (f), 

1623. HüacüB J^ucKi^ftA a. NuBH0i.T is. reeds 
vermeld, op Ooststellingweri 

1626* Riifco LijGKLAliA was gehuwd met Dpet- 
ke, dochter van Hans Jochums van Wijckel en 
lï. N., bij welke hij drie kinderen had(S). Hij 
woonde op Ljjcklama-slins te Wolvega (*). Voor 
zijiiie benoeming als Grietman, welke den 17 JHaart 
1626 plaats, had , wa^s bij Kapitein, over eene.com^ 
pagnie van bondesd man. Van 1632 tot 1637 
vind ik hem als Yolmagt ten. landsdagef(j.). Ver- 
moedelijk is hij in laatstgemeld jaar overleden». 

1637. Aggb LiJCKt^üA A NiJpHPiiT, zoon van 
Esaïas Lijcklama a Nijeholt, Grietman van Oost- en 
Weslstellingwerf, bleef ongehuwd. Hij werd in 
1637 benoemd tot Substituut Grietman van West- 
sleHingwerf, overleed den 2 Mei van, dat zelfde 
jaav. in den ouderdom van dertig jajRen, en werd 
in. Oldehoof te Leeuwarden . begraven (*). 

1639. EsAÏAS LuGKLAUA A Niis^OLT» vadcr van 
bovengenoemden , is reeds vermeld op Ooststelling- 
werf. 



(*) Stamb. ▼. Adel. (f) Wins. 905. ($) Wapenb. Bouriciut 
Gen. 4. W^ckel Gen. 3. («) Tegenw. Staat ▼, Friesl. XV D. 602. 
(I) Cbarth. 5 D. 343—446. {*) Wapenb. LqcLlama Oen. 6. 

26* 



404 WESTSTELLINGWERF. 

1639. DiaK TAK Bai&dt is mede reeds aldaar 
genoemd. 

1678. Ernst TAK Haebk , geboren te Leeuwarden 
den 13 December 1623, was een ouder broeder 
van Willem van Haren, in 1652 Grietman van het 
Bildt , en gehuwd met Catharina van Oenema , bij 
welke hij zeven kinderen had(*). Hij woonde te 
Wolvega(f). In vroeger tijd in den krijgsdienst 
zijnde, was hij in 1645 Ritmeester, in 1659 Ma- 
joor, en in 1668, Kolonel bij de kavallerij. In 
1673 voerde hij met den Marquis de Montpouillon 
in het gevecht bij Zwartsluis de ruiterij aan (§). 
Den 4 Augustus van hetzelfde jaar werd hij be- 
noemd tot Grietman van Weststellingwerf, en in 
1686 tot Gedeputeerde. Hij overleed den 15 Au- 
gustus 1701 te Heerenveèn, nadat hij reeds vroe- 
ger afstand van de Grietenij had gedaan. 

1688. Willem vak Haebn is reeds vermeld op 
het Bildt. 

1711. Duco VAW Habbk, zoon. van den voor- 
gaahden, bleef ongehuwd (^). Den 9 Mei 1711 
Grietman geworden, was liij lid van Gedeputeer- 
den in 1716, en ontving als zoodanig in 1734 Prins 
Willem IV te Harlingen. Hij overleed te Wölvega 
den 30 November 1742, in den ouderdom van vier 
en vijftig jaren , en is aldaar begraven. 

1741. On«o Zwibe vait HAasif , geboren in 

(*) Wapenb. Haren. Gen. 13. (f) Geogr. Woordb. 137. 
(§) HalberUma. Fragm. d. y. Harens. 60. (^) Wapenb. Haren. 
Gen. 15^ 



WESTSTELLINGWERF. 408 

1711, zoon yan Adam Ernst van Haren, Grietman 
van het Bildt, was gehuwd met Sara Aleijde van 
Huls, en had bij haar elf kinderen. Reeds vroeg 
gaf hij bhjken van buitengewone bekwaamheden , 
en verkreeg daardoor verscheidene ambten en be* 
dieningen; onder andere was hij in 1734^ Historie- 
schrijver van Friesland* Den 21 Julij 1742 Griet- 
man geworden , was hij achtervolgens Commissaris 
Generaal van de Zwitsecsche troepen in dienst der 
Nederlanden , lid van de Staten van Friesland , van 
den Raad van State, der Admiraliteit te-Amster- 
dam en Staten Generaal, Gedeputeerde te velde. 
Afgezant bij de Protestantsche Zwitsersche Kantons 
en tot den vredehandel te Aken , Commissaris van 
den Stadhouder tot bezorging van de vereischle za- 
ken bij het weder overnemen van de, door den 
Franschen oorlog verlorene, steden en landen van 
Braband (*). Een groot aanhanger van WiMem IV , 
deelde hij zeer in deszelfs vertrouwen , en behield 
hetzelve bij de Prinses weduwe; doch na haar 
overlijden geraakte hij met den Hertog van Bruns- 
wijk in onmin , en diensvolgens buiten Staats en 
Lands bewind. Hij bleef echter Grietman en be- 
gaf zich met der woon naar Wolvega , waar hij 
zich verder op de dichtkunst toelegde , * en vele 
voortrefiFelijke werken schreef, van welke z^'ne Geu* 
%en wel altijd in aandenken zullen blijven. In 
1766 werd zijne uitmuntende boekverzameling door 
brand verteerd. In het laatst van zijn leven heeft 
hij vele beleedigingen en rampen , uit familietwisten 
ontstaan, moeten ondergaan, waarover in der tijd 
zoo veel geschreven en gesproken is, dat het on- 



i*) Wapenb. Haren. Gen. 16. 



406 WESTSTELLIHGWERF. ' 

BOodig zal zijn, zulks bier te herhalen. Hij over- 
leed den 2 September 1779 {*). 

1770^ W1L1.EM Akks TAif Ha&eh , zoon yan den 
Toorgaanden , geboren in *a Gravenhage den 24 kn* 
gustus 1749t en genoemd naar Prins Willem lY en 
Prinses Anna , deszelfs Gemalin , was in zijne jeugd 
Toor den zeedienst bestemd, en diende ook als 
zoodanig het land gedurende vijftien jaren ; doch 
veriiet denzelven in 1773. Daarna kwam hij in 
de ambten dezer Provincie, en werd in 1779 Griet- 
man van Weststellingwerf. Hij huwde met Cecile 
Johanna, geboren den 18 April 1767, dochter van 
Hector Livius van Heemstra en Lucia Catharina 
van Scheltinga , doch had geene kinderen. In 1795 
even als alle zijne ambtgenooten van zijnen post 
ontzet, ging hij buitenlands, en bleef aldaar tot 
in 1813, toen hij zich naar den huize Yogdzang 
onder Yeenklooster met der woon begaf. Hij werd 
toen lid van de Staten van Friesland , doeh beeft 
anders geenen post bekleed. In gemdde vergade- 
ring was hij vooral van nut , uit hoofde zijner 
uitgebreide kennis van den waterstaat, van dit ge- 
west. Hij overleed den 22 April 1835 op zijne 
genoemde buitenplaats ; zqne weduwe den 25 Fe- 
bruarij 1836 te Leijden* 



(*) Schelt. Staatk. Ned. 1 D. 422. Halb. Fragm. 207. Rok 
Vaderl. Woordh. 19 D. 20. • 



407 

MSGHRIFT. 

VISVLIET. 

In (ije odeerm^len aangehaalde gedrukte Naamlijat 
komt achter de laatste Grietenij van Ze venwouden, 
die van Yisyliet voor , ab eertijds lol Friesland be- 
hoord, en eene Grietenij op zich zelve uitgemaakt 
hebbende. Dezelve bestond enkel uit het- dorp van 
dien naam , gelegen aan de Lauwers op de gren- 
zen van Friesland, en de buurt Peterzijl. In 1637 
verkochten de Staten van Friesland deze Heerlijk- 
heid aan de Heeren van de Ommelanden ('^). 

GRIETMANNEN VAN VISVLIET. 

15 • . . Beandt Thoitis kreeg als Grietman van 
Visvliet in 1602 last, van het vervolgen der dood- 
slagers bij provisie op te houden. Twee jaren la- 
Ier werden zijne erfgenamen gelast , de papieren 
en recesboeken, behoorende tot de Secretarij van 
Visvliet, aan den opvolgenden Grietman ter hand 
te stellen. 

1604 JoHAifNEs Pbtri Saitnbs , reeds vermeld op 
Weststellingwerf, werd den 10 September 1604 
Grietman van Visvliet. 

1618. AuLüs VA5 Ha&kebia, Hoveling te Wes- 
terdijk in Ruigewaard , woonde in 1616 te Au- 

{*) Tegenw. SUat Tan Stad en Lande. 2 D. 387; lie hier 
onder op Aulus van Harkeina. 



408 VISVLIET. 

gustinusga, en werd den 30 Januarij 1618 Griet- 
man. Door 's lands Staten in 1637 besloten zijnde 
de heerlijkheid van Visvliet te verkoopen, tot ont- 
lasting van de aanmerkelijke schulden ^ in welke 
het gewest stak (*) , werd aan den Grietman tot 
schadeloosstelling een jaarlijksch pensioen yan zes- 
honderd guldens toegelegd, tot hij eenen anderen 
Yoeg^amen post had bekomen. * Den 1 Maart 1632 
was hij tot Zijlyester te Yisyliet aangesteld. 

(*) durtb. 5 D. 418. 



BLADWIJZER. 



A.bbé te Jorwert , 
Abmjg^a(Doije), 
Achelen (Roeland van) , 
Achelen (Roeland van) , 
Adelen (Jelraer van), 
Aebinga (Het te) , 
Aedgers (Lieuwe) , 
Aerndts (Sjierk) , 
Aernsma (G§sbertus van) , 
Agiïcola ( Joannes) , 
Albada (Hette van) , 
Albada (Lieuwe van) , 
Allama (Sijth) , 
Altena (Henricns Wiardus 

van), 
Anderinga ( Joret) , 
Andringa (Gabbe van) , 
Andringa (Gabbe van) , 
Andringa ( Jelle van) , 
Andringa (Jelle van) , 
Andringa (Jorrit van) , 
Andringa (Lubbartus van) , 
Andringa (Regnerqs van) ^ 
Andringa (Regneros van) , 
Andringa (Thiart) , 
Andringa (Tinco van) , 
Andringil (Tinco van) ,. 
Andringa (Tjaard van) , 
Anskes (Pier) , 



A. 



Grietman van Baarderadeel , 1 4 1 7. BI. 220. 

Wonseradeel, 1426. . 251. 

Hennaarderadeel , 1576. > 244. 

Dantumadeel, 1572. > 118. 

Barradeel, 1420. » 202. 

Menaldnmadeel , 1572. > 176. 

Wijmbritseradeel^l57.. . 297. 

Smallingerland, 15S8. > 140. 

Dantamadeel , 1628. > 122. 

Aengwirden , 1593. » 837. 

Rauwerderhem , 1543, » 161. 

Rauwerderbem, 1540. > 161. 

Achtkarspelen , 1517. > 105. 

Tietjerksteradeel, 1752. > 135. 

Idaarderadeel , 1438. > 146. 

Doniawarstal , 1550. > 343. 

Utingeradeel , 1546. > 328. 

Aengwirden, 1605. » 337. 

Utingeradeel, 1601. > 330. 

Utingeradeel, 1545. > 328. 

Utingeradeel, 1670. > 332. 

Utingeradeel. 1640. > 382. 

Lemsterland, 1692. > 873. 

Utingeradeel, 1453. > 825. 

Utingeradeel, 1613. > 831. 

Lemsterland, 1666. » 373. 

Utingeradeel, 1509. > 326. 

Doniawarstal , 1544. > 348. 



410 



BLADWIJZER. 



Aii8ke8(Pier), Grietman 

Arnaad ( Andion^ d' ) , 
Atoes (Rioik) , 

Auckes ( Jaen) , 
AijlTa(AlefYaD), 
Aijlvii (Gornelis van) , 
Aijlva (Douwe van) , 
Aijlya (Douwe van) , 
Aijlva (Douwe van) , 
Aijlva (Doijwe van) , 
Aijlva (Douwe Fcijo van), 
Aijlva (Epo van) , 
Aijlva (Epo van), 
Aijlva (Epo van) , 
Aijlva (Epo van) , 
Aijlva (Epo van), 
Aijlva (Epo van), 
Aijlva (Ernst van), 
Aijlva (Ernst van) , 
Aijlva (Ernst van) , 
Aijlva (Ernst Frans van) , 
Aijlva (Ernst Sicco van) , 
Aijlva (Frans Emsi van) , 
Aijlva (Hans Willem van) , 
Aijlva (Hans Willem van) , 
Aijlva (Hans Willem van) , 
Aiyiva (Hans Willem van) , 
Aijlva (Hans Willem van) , 
Aijlva (Hessel Douwe Ernst 

van), 
Aijlva (Hobbe van) , 
Aiyiva (Hqbbe Esaias van) , 
Aijlva (Johan van). 

Aiyiva (Peter van) , 
Aijlva ( Spipio Heckama van), 
Aijlva (Sicco Douwe van) , 
Aijlva (Sjperd van) , 



vanLemsterland, 1580. BI. S70. 
Oostdongeradeel, 1757. » 87. 
Hemelumer 01de- 
; phaert , 1601. 

Lemsterland , 1585. 
Fer werderadeel , 1 578. 
Wonseradeel , 1701. 
Wonseradeel , 1488. 
Westdongeradeel, 1618. 
Westdongeradeel, 1688. 
Leeuwarderadeel, 165-4. 
Kollumerland , 1712. 
Wonseradeel , 1456. 
Wonseradeel , 1489. 
Wonseradeel , 1 583. 
Baarderadeel, 1689. 
'tBildt, 168. 

Kollumerland, 1667. 
Westdongeradeel, 1578. 
Oostdongeradeel, ^86. 
Westdongeradeel, 1678. 
Baarderadeel, 1752. 
Westdongeradeel, 1654. 
Westdongeradeel, 1 768. 
Westdongeradeel, 1712. 
Baarderadeel, 1722. 
Baarderadeel, 1747. 
'tBildt, 1780. 

Baarderadeel , 1 788. 

Westdongeradeel, 1 722. 
Baarderadeel , 1 6 1 0. 
Oostdongeradeel, 1675. 
Hemelumer Qlde- 

pbaert, 1641. 

Wonseradeel, , .1477. 
Tietjerkster^deel, , J ^56.' 
Westdongeria4ee^ 1 780. 
Hemelumer Qlde- 

phaert, 1626. » 808. 



BLADWIJZER. 




411 


Aijlya (Sjoerd van) , Grietman van Dantumadeel , 


1656. BL 124. 


A^va(S§tjevan), 


» Westdongemdeel, 1538. 1 


» 60. 


Aijlva (Taco van), » 


» Ferwerderadeel, 


1592 1 


> 49. 


Aijlva (Tjaard van) , » 


> Wonseradeel, 


1585. 1 


• 267. 


Aijlva (Tjaerd van) , » 


» Dantumadeel, 


1601. 1 


122. 


Aijlva (Tjaard van) , » 


» Wonseradeel, 


1624. 1 


1 271. 


Aijlva (Tjaerd van) , • 


> Dantumadeel, 


1666. I 


» 124. 


Aijlva (Tjaard van) , » 


» Hemelumer 01de- 








pbaert , 


1672. « 


f 810. 


Aijlva (Tjaard van) , » 


» Wonseradeel, 


1678. 1 


> 278. 


Aijlva (Tjaard van) , . 


m Baarderadeel , 


1784. 1 


f 287. 


Aijlva (Tjaard van) , ■ 


» Wonseradeel, 


1747. 1 


» 274. 


Aijlva (Ulbo van) , 


B Baarderadeel, 


1582. 1 


> 281. 


Aijlva (Ulbo van) , • 


> Baarderadeel, 


1640. 1 


. 288. 


Aijlva (Ulbo van), » 


» Wonseradeel, 


1647. 1 


» 272. 


Aijlva (Ulbo va^) , » 


> Idaarderadeel , 


1678. . 


» 156. 


Aijlva (Ulbo van), » 


> Oostdongeradeel , 


1692. > 


» 84. 


Aijlva (Ulbo van), » 


« Rauwerderhem , 


1701. 1 


» 165. 


Aijona (Doeke van) , » 


» Ferwerderadeel, 


1582. . 


» 48. 


Aijta (Gerbrand van) , » 


» Wijmbritseradeel, 1557. i 


. 298. 


Aijta (Rintje van) , » 


» Oostdongeradeel, 


1552. 


• 79. 


Aijta (Seerp van) , » 


» Wijrabritseradeel, 1 554. i 


» 292. 


Azijnga ( Jorerd) , » 


» Opsterlahd, 
» Haskerland, 


1488. 1 


.884. 


Baerdt (Dirk van), t 


1601. 1 


» 855. 


Baerdt (Dirk van) , 


t Ooststellingwerf, 


1689. 1 


f 395. 


Baerdt (Dirk van) , •» 


» Weststellingwerf; 1639^ 1 


> 404. 


Baerdt (Egbert van) , > 


B Haskerland, 


1650. I 


► 857. 


Baerdt (Hobbe van), » 


» Haskerland, 


1615. t 


» 856. 


Bangma (Tjalling Oenes) , > 


B Idaarderadeel, 


1607. 1 


» 158. 


Bankes(Gotte), 


• Smallingerland , 


1482. . 


* 188. 


Baawenga (Uteka) , > 


B Utingeradeel , 


1425. > 


. 825. 


BaijSert(Marten), 


B HemelumOT 01de- 








pbaert , 


1S74. . 


* 804. 


Beere (Arent Julianus de) , > 


» H^nelumer 01de- 








phaert , 


1779. i 


.812. 


Benckes (Sibrand) , > 


B Lemsterland, 


157.. « 


► 870. 


Bergsma (Johannes Gaspar) , » 


• Franekeradeel, 


1786. . 


> 200. 


Bergsma (Petrus Adrianus), > 


• Dantumadeel, 


1782. . 


127. 



412 



BLADWIJZER. 



Blaauwscliuit (Pieter)', Grietman 

Blom (Garel Adriaan), 

Boelens (Livius van) , 

Boelens (Pieter van) , 

Boelens (Tarqninios van) , 

Boelens (Tjerk van) , 

Boelb (Sittie) , 

Boeijomer (Abel) , 

Boeijmer (Pieter) , 

Bonga (Joban van), 

Bongabois (Mattbeus) , 

Bootb (Aartb) , 

Bootsma (Hessol van) , 

Bootsma (Sierk van) , 

Bosboizen (Pbilip van) , 

Botnia (Dom^nicus Jostus v.) , 

Botnia (Duco van) , 

Botnia (Hendrik van) , 

Botnia (Jaricb van), 

Botnia (Julins van) , 

Botnia (Juw van) , 

Botnia (Tjalling van) , 

Botnia (Tjalling van) , 

Botnia (Sijdts van) , 

Botta (Gerk) , 

Bottijnga (Yomd) , 

Booricius ( Jacobus van) , 

Bouricius (Jacobus van}, 

Bouricius ( JobannesGrack v. ), 

Bouricius (Martinus van) , 

Brecker (Paulus Hendriks) « 

Broersma (Gaijke) , 

Broersma (Occius) , 

Bunauw (Rudolpb van) , 

Burmania (Bocko van) , 

Burmania (Douwe van) , 

Burmania (Douwe van) , 

Burmania (Duco Gerrold Har- 

.tena van) , 
Burmania(Duco Hartena t.), 



van Wijmbritseradeel, 1517. BI. ^89. 

Ooststellingwerf, 1790. > 998. 

Acbtkarspelen , 1648. > 109. 

Acbtkarspelen , 1637. » 109. 

Acbtkarspelen , 1670. > 110. 

Acbtkarspelen, 1618. > 108. 

Acbtkarspelen, 1540. > 106. 

Gaasterland , 1569. > 377. 

Fcanekeradeel , 1568. > 192. 

Westdongeradeel, 1560. > 61. 

Fr^nekeradeel , 1537. » 188. 

'tBildt, 15... > 813. 

Idaarderadeel , 1599. > 15S. 

Rauwerderbem , 1583. > 162. 

'tBildt, 16U. . 317. 

Baarderadeel , 1648. > 234. 

WiJHibrit8eradee1,1615. > 298. 

Baarderadeel, 1581. > ^1. 

Franekeradeel , 1551. > 191. 

Baarderadeel, 1567. > 227. 

Fcrwerderadeel , 1517. » 39. 

Hennaarderadeel, 1513. > 241. 

Franekeradeel,' 1521. . 187. 

Wijmbritseradeel,1578. . 297. 

Tietjerksteradeel, 1491. . 129. 

Fcrwerderadeel, 1418. » 37. 

Aengwirden, 1657. > 339. 

Aengwirden, 1697. > 840. 

Aengwirden, 1677. » 339. 

Aengwirden, 1721. » 340. 

Westdongeradeel, 1572. . 67. 

Kolluroerland, 1518. > 90. 

Smallingerland, 1577. > 140. 

Gaasterland, 15... » 375. 

Hennaarderadeel, 1600. > 245. 

Wonseradeel, 1511. . 267. 

Fcrwerderadeel, 1529. > 43. 

Wijmbritseradeel,1716. > 302. 

Wijmbritseradeel, 1650. > 300. 



BLADWIJZER. 



413 



Bnrmania (Edzard Tan) , Grietman 
Burmania (Edzard van ) , » 

Burmania (Edzard van) , » 

Barn[izmia(Georg^Ulbo van), » 
Burmania (Hobbe Tan), » 

Burmania ( Jaricb Georg van), » 
Burmania (JarichGeorg Tan), t 
Burmania (Joost van) , • 

Burmania (Julius Hobbe Unia 

Tan), »' 

Burmania (Laes van) , t 

Burmania (Laes van)", » 

Burmania (Poppe van) , » 

Burmania (Rienk van) , » 

Burmania (Rienk van) , » 

Burmania (Sjuck van) , i^ 

Burmania (Sjuck Gerrold 

Juckema van) , 
Burmania (Sjuck Tjaardvan), 
Burmania (Taco van) , 
Burmania (Tjaard van) , 
Burmania (Ulbo van) , 
Burmania (Ulbo Aijlvavan), 
Burmania (üpco Tan) , 
Burmania (Upco van) , 
Burmania (Zeino Joachim 

Welvelde van) , 
Burum (Allard Tan) , 
fiurum (Allard van) , 
Bustamente (Hemando de) , 
fiuijgers (Frans) , 
Bu%ers(Joban), 
Bnijgirs (Jan) , 
Buijgirs (Pieter) , 



Gammingha (Frans Ducovan)t » 
Gammingba (Peter van) , » 
Cammingba (Pieter van) , » 
Cammingha (Pieter van) , > 



TanUBildt, 1623. BL 810. 

Rauwerderbem, 1696. > 165. 

Ferwerderadeel , 1701. . 54. 

Menaldumadeel , 1789. > 183. 

Leeuwarderadeel, 1721. » 85. 

Oostdongeradeel , 1729. > 86. 

Franekeradeel , 1747. » 199. 

Leeuwarderadeel, 1532. » 23. 

Oostdongeradeel, 1762. » 88. 

Idaarderadeel, 1670. > 155. 

Leeuwarderadeel, 1673. » ^2. 

Hennaardevïideel, 1580. > 245. 

Leeuwarderadeel, 1555. > 24. 

Ferwerderadeel, 1614. » 50- 

Wijmbritseradeel,1626. > 300. 

Wijmbritseradeel, 1671. > 301. 

Menaldumadeel , 1682, > 182. 

Doniawarstal , 1688. > 350. 

Leeuwarderadeel, 1688. » 33. 

Leeuwarderadeel, 1765. » 36. 

Leeuwarderadeel, 1702. > 33. 

Franekeradeel, 1494. > 185. 

Wonseradeel , 1664. • 272. 

Rauwerderbem, 1701. » 165. 

Doniawarstal, 1705. > 350. 

Ferwerderadeel, 1722. » 56. 

Barradeel, 1575. . 207. 

Tietjerksteradeel, 1547. > 131. 

Leeuwarderadeel, 1535. » 23. 

Franekeradeel, 1542. » 189. 

Wijmbritseradeel, 1569. » 293. 



Menaldamadeel« 1680. > 182. 

Leeuwarderadeel, 1506. » 19. 

Leeuwarderadeel, 1437. > 13. 

Tietjerksteradeel, 1506. » 129. 



414 



BLADWUZER. 



Cainimiiglui(Sijlnrand y.), Grietman 

Cammingha (Taco Tan) , > 

Camstra (Hans Willem van), • 

Camstra (Renike van) , » 

Gamstra (Rienk van) , t 
Gamstra (Tjalling Homme 

Tan) , 9 
Gamstra (Tjalling Willem 

Tan) , t 

Clant (Johannes Tan) , » 

Glant (Klaas Tan) , » 

Clant (Sikke Tan) , > 

Golebrant (Anthonins) , • 

Grack (Hippolijtns) , » 

Grack ( Johannes) , t 



Dekama (HetCe Tan), 
Dekama (Jarich Tan) , 
Dekama (Jarich Tan) ; 
Dekama (Piéter Tan) , 
Dekama (Rienk Tan) , 
Dickstera (LioTaTan), 
Dirksz(Feike), 
Doekes (Sjack) , 
Doeijnga (Louw Tan) , 
Doeijnga (Louw Tan) , 
Donia (Ernst Harinxma Tan), 
Donia (Haring Tan) , 
Donia (Hotse Tan) , 
Donia (Keimpe Tan) , 
Donia(SierkTan)f 
Donia (SierkTan), 
Donia (Sierk Tan) , 
Doijngha (Dowa Tan) , 
Douma (Barthold Tan) , 
Douma (£po Tan) , 
Dóuma (£po van) , 
Douma (Erasmns Tan) , 
Donma (Johan Bdsard Tan) , 



TanLeeawardertdeel, 1K78»B1. M. 
Wonseradeel, 1652. » S73. 
Idaarderadeel , 1742. » 158. 
Leeuwarderadeel,1516. 9 31. 
Leeuwarderadeel,14M. » 16* 



D 



Idaarderadeal , 


169B. . 


> 167. 




1727. . 


. 157. 


Doniawarstal, 


1610. . 


> 848. 


Kollamerland, 


1553. . 


> 93. 


Kollumerland , 


1579: . 


> 95. 


Ferwerderadeel , 


1557. . 


, 46. 


Aeng^wirden , 


1605. . 


. 887. 


Aengwirden , 


16S6. < 


, 888. 


Baarderadeel, 


1517. . 


. 333. 


Baarderaded, 


1527. . 


> 334. 


Franekeraded, 


1551. . 


> 190. 


Baarderade^ , 


1588. . 


. 834. 


Kollumerland , 


1875. . 


. 98. 


Oostdongeradeel , 


1418. . 


. 77. 


Idaarderadeel , 


1550. . 


. 149. 


Idaarderadeel, 


1564. . 


. 149. 


Raawerderhem , 


1506. . 


> 159. 


Wijmbritoeradeel 


, 1505. . 


. 389. 


Leeawarderadeel 


,1616. . 


» 39. 


Wijmbritseradeel, 1458. i 


. 377. 


Hennaarderaded , 


1453. . 


. 341. 


Leeawarderadeel 


, 1594. 1 


> 38. 


Hennaarderadeel , 


1522. . 


> 341. 


Hennaarderadeel , 


1550. > 


. 348. 


Kollumerland , 


1569. . 


. 98. 


Dantumadeel , 


1418. . 


> 114. 


Ferwerderadeel , 


1649. > 


> 51. 


Utin^eradeel, 


1512. < 


> 836. 


Ferwerderadeel , 


1686. < 


. 81. 


Doniawarstal , 


1577. . 


> 844. 


Aengwirden, 


1678. . 


< 889. 



BLADWIJZER- 



416 



Jhicka (Haijo) , 



Grietman van Menaldoinadeel, 1488. BL 169* 
E. 



Echten (Jan Baron van) , 
Kdis ( Jelmer) , 
Ëebles (Lijckle) , 
Eebles (Lijckle) , 
Eeckinge'(Broer), 
Eiliiagha (Grata) , 
Eminga ( Albertus Sibran- 

dnstTan), 
Eminga (Foppe van) , 
Eminga (Sjuck Tan) , 
Entbes (Rveraert) , 
Epa-zoon (Jarich) , 
Epema (Douwe van) , 

Epema (Hessel van) , 

Espelbacb (George van) , 

Eta in der Hummerse , 

Eijsinga (Edo van) , 

Eijsinga (Focke van) , 

Eijsinga (Frans van) , 

Eijsinga (Frarts van) , 

Eijsinga (Frans van) , 

Eijsinga (Frans Julins Idxard 
Johan Heringa van) , » 

Eijsinga (Frans Jalios Joban 
van) , * 

Eijsinga (Frans Julius Joban 
Heringa van) , » 

Eijsinga (Hessel Roorda van), » 

EijsingfP (Pieter van) , » 

Eijsinga (Ritske van) , » 

Eijsinga (Schel te Hessel Roor- 
da van) , » 

Eijsinga (Tjalling van) , » 

Eijsinga (Tjalling van) , » 

Eijsinga (TjaUing van) , » 



Barradeel, 1776. » 219. 

Utingeradeel , 1542. » 328. 
Schoterland, 1517. » 361. 

Weststellingwerf, 1514. » 899. 
Rauwerderhem, 1517. » 16L 
Idaarderadeel , 1892. » 145i 

Franekeradeel , 1662^ » 195. 
Menaldumadeel, 1526. » 178. 
Dantumadeel, 1580. » 120. 
Donia warstal , 1562. » 848. 
Wijrobritseradeel, 1874. » 276. 
Hemelumer 01de- 

phaert, 1608. » 807. 

Hemelumer 01de- 

phaert, 1595. » 806. 

Barradeel, 1561. » 205. 

Wijmbritseradeel, 1426. » 276. 
Leeuwarderadeel, 1684. » 29. 
Barradeel, 1557. » 205. 

Tietjerksteradeel, 1622. » 132. 
Rauwerderhem , 1658. » 164. 
Leeuwarderadeel,1665. ;i 81, 

Rauwerderhem, 1768. » 168. 

Doniawarstal , 1778. » 85U 

Rauwerderhem, 1714. » 167. 
Leeuwarderadeelj 1685. » 80* 
Rauwerderhem, 1602. » 168. 
Kollumerland , 1689. » 99. 

Haskerland, 1750. » 860. 

Menaldumadeel, 1601. » 179. 

Rauwerderhem, 1685. » 168. 

Menaldumadeel, 1689. » 181. 



416 



BLADWIJZER. 



Eijsin^ (Tjallin^Tan) , Grietman van Rauwerderhem , 1640. Bl« 164. 
Ëijsinga (Tjalling Aedo Jo- 

han Heringa van) , » • Rauwerderhem, 1729. » 167. 



F. 



Fcddriksma ( Wijbe Sij- 

brantsz) , 
Fernija (Atte van), 
Feijga tSzemma) , 
Feijtsma (Bocko van) , 
Feijtsma ( Jelger van) , 
Fliete (Pijbatoda), 
Foekens (Saco) , 
Foekens (Sako) , 
Foekens (Hepeko) , 
Foekens (Martinus) , 
Foekens (Martinus) , 
Fokelama (Sicke) , 
Fondens (Doeke) , 
Francke (Johannes) , 
Frèerks (Dirk) , 
Freerks (Dirk) , 
Friesman (Rommert) , 
Fritema (Reinier) , 
Fritema (Reinier) , 
Fritzma (Iwo) , 
Fritzma (Iwo) , 



Galama (Gale van) , 
Galama (Seerp van) , 
Gast(£leka), 
Genkens (Empke) , 
Genum (Arent), 
Gerbesz (Seckle) , 
Gerbrens (Jochum) , 
Gerritsma (Pibe) , 
Crerritzoon (Tjaard) , 
Glins (Douwe) , 
Glins (Laes) , 



7> Hennaarderadeel , 1487. 
» Hennaarderadeel^ 15SS. 
» Smallingerland , 14S9. 
x> Kollumerland , 1600. 
» 'tBildt, 1609. 

» Wonseradeel, 1426. 
» Opsterland , 161S. 

» Lomsterland , 1665* 
» Opsterland, 1585. 

» Opsterland, 1614. 

» Opsterland, 1650. 

» ^ Smallingerland , 1 453. 
p Baarderadeel , 1522. 
» Ooststellingwerf, 1550. 
» Utingeradeel , 1525. 
» Idaarderadeel , 1517. 
» Ooststellingwerf, 1568. 
» Westdongeradeel, 1567. 
» Wonseradeel, 1575. 
» Wijmbritseradeel, 1532. 
» Menaldumadeel, 1505. 



6. 



Gaasterland, 1589. 

Baarderadeel , 1 577. 
Wonseradeel, 1420. 
Smallingerland , 1 550. 
Weststellingwerf, 1566. 
Idaarderadeel , 1 567 . 
Aengwirden, 1576. 

Leeuwarderadeel , 1589. 
Idaarderadeel , 1 482 . 
Menaldumadeel , 1518. 
Menaldumadeel , 1 545. 



241. 

243. 

187. 
93. 

315. 

251. 

38J?. 

872. 

385. 

386. 

386. 

138. 
» 223. 
• 390. 
)» 328. 
f> 147. 
» 391. 
2> 64. 
» 269. 
» 292. 
» 169. 



B 376. 
» 228. 
» 251.' 
p 140. 
» 400. 
x> 150. 
» 83a 
» 24. 
p 147. 
» 172. 
» 175. 



BLADWIJZER. 




417 


I^^lins (Taeke) , Grietman Tan Menaldumadeel , 


1542. BI. 175. 


Glinstra ( Arent Johan van) , » 


» Haskerlandy 


1790. 


» 861. 


Glinstra ( Assuerus van) , » 


» Tietjerksteradeel, 


1697. 


» 184. 


Glinstra (Ëelco van » 


» Gaasterland, 


1693. 


» 882. 


Glinstra (Hector van) , » 


» Tietjerksteradeel, 


1686. 


» 134. 


Glinstra (Hector Willem van), » 


« Tietjerksteradeel 


17U, 


» 135. 


Glinstra (Johannes van) , » 


» Tietjerksteradeel, 


1706. 


» 138. 


Glinstra (Valerius van) , » 


» Gaasterland, 


1679. 


» 381. 


Glinstra (Yincentins van) , » 


» Ooststellingwerf, 


1778. 


» 398. 


Goslicks (Tjaard) , ê 


» Wijmbritseradéel 


,U77. 


» 280. 


Goslinga (Johan van) , b 


» Franekeradeel , 


1662. 


» 196. 


Goslinga (Sicco van) , » 


» Franekeradeel, 


1688. 


» 196. 


Gravius (Martinus) , » 


» 'tBildt, 


1689. 


» 817. 


Griongha (Boitta) , » 


» Baarderadeel, 


U19. 


» 220. 


Groeningen (Pieter van) , » 


» Menaldumadeel, 


1589. 


» 174. 


Grombach (Frits van) , » 


» Barradeel, 


1517. 


» 202. 


Grovèstins (Binnert Heringa 








van) , » 


V Ferwerdéradeel, 


1679. 


» 52. 


Grovèstins (Binnert Heringa 








van), » 


» Ferwerderadeel , 


1709. 


» 55. 


Grovèstins (Edïard van) , » 


ï> Hennaarderadeel 


, 1671. 


» 247. 


Grovèstins (Ëdzard van) , » 


» Menaldumadeel, 


1603. 


» 180. 


Grovèstins (Ëdzard van) , » 


» Menaldumadeel, 


1653. 


» 181. 


Grovèstins (Frederik van) , » 


» Ferwerderadeel, 


1697. 


» 53. 


Grovèstins ( Jarich van) , » 


f> Hemelumer 01de- 








phaert , 


1660. 


» 809. 


Grovèstins (Oene van) , » 


» Hennaarderadeel 


, 1647. 


» 247. 


Grovestid^ ( Sicco van) , » 


» Hennaarderadeel 


, 1689. 


» 246. 


Grovèstins (Wijbe van) , » 


» Menaldumadeel, 


1561. 


» 175. 


Grijph (Andries) , » 


» Utingeradeel , 


1550. 


» 828. 


Grijph (Ofkeof Onopherus), » 


» ütingeradeer. 


1576. 


» 829. 


Habbaz (Hette) , » 


H. 

» Idaarderadeel , 


1479. 


» 147. 


Haer (Daniël van der) , » 


» HemelamerOlde- 








phaért , 


1748. 


» 811. 


Haer (Jan Willem van der) , x> 


» Hemelumer Olde- 








phaert , 


1746. 


» 811. 


Haersma (Arent van) , » 


» Smallingerland , 


1626. 


» 142. 


Haersma ( Arent van ) , » 


» Smallingerland , 
27 


1660. 


•» 142. 



418 



BLADWIJZER. 



Haersma (Arent van) , Grietman 
Haersma (Arent van) , » 

Haersma (Aalus van) , » 

Haersma (Anlus van) , » 

Haersma ( Aulos van) , » 

Haersma ( Daniel de Blocq 

van) , ^ 

Haersma (Eelco van) , » 

Haersma (Rans Hendrik van), » 
Haersma (Hector Li vi 119 van), » 

s> 
» 

» 



Haersma (Livios van) , 
Haersol te (Arent van) , 
Haersolte ( llatger van) , 
Haja (ülbe) , 
Hamkema (Marten) , 
Hanses (Doede) , 
Hardenbroek (Joost var^ , 
Haren (Adam Krnst van) , 
Haren (Duco van) , 
Haren (Dnco van) , 
Haren (Ernst van) , 
Haren (Onno Zwier van) , 
Haren (Willem van) , 
Haren (Willem van) , 
Haren (Willem van) , 
Haren (Willem van) , 
Haren (Willem van) , 
Haren f Willem Anne van) , 
Harinxma (Bocho van), 
Harinxma (Don we van) , 
^ Harinxma (Don we van), 
Harinxma thoe Slooten ( Ernst 

Mockema van) , » 

Harinxma thoe Heeg (Ëdzard 

van), » 

Harinxma (Feico van) , )» 

Harinxma thoe Heeg (Haring 

van) ^ » 

Harinxma (Haring Hartman 

van) , » 



Tan Acfatkarspelen , 1713. BI. 1 12. 

» Smallingerlaad, 1715. » 14t* 

» Smallingeriand, 16^7. » 142. 

» Smallingerland, 1694. » 148. 

» Achtkarspelen, 1740. » 112. 

» Achtkarspelen, 1764. » 118. 

» Achtkarspelen, 1688. » 111. 

» Oostdongeradeel , 1744. > 87. 

» Smallingerland , 1770. » 144. 

» ^mallingerland, 1723. x> 144. 

» Barradeel, 1704. » 218. 

» Barradeel, 1758. » 219. 

» Franekeradeel , 1460. » 185. 

ï> Don ia warstal , 157.. » 845. 

» Schoterland, 1538. » 868. 

» Kollnmerland , 1557. » 93. 

» 'tBildt, 1698. » 830. 

» Weststellingweri; 1711. » 404. 

» 'tBildt, 1788. » 838. 

» Wcststelling werf, 1678. » 404. 

» Weststellingwerf, 1743. » 404. 

» 'tBildt, 1653. » 818. 

x> Donia warstal, 1679. » 850. 

» Weststellingwerf, 1688. » 404. 

» 'tBildt, 1718. » 830. 

» 'tBildt, 1738. » 831. 

» Weststelliiigwerf,1779. /> 406. 

)» Wijmbritseradeel, 1493. d 28d. 

» Wijmbritseradeel, 1454. » 277. 

» Wijmbritseradeel, 1510. i> 289. 

» Baarderadeel, 1669. » 285. 

» Wijmbritseradeel, 1450. » 277. 

» Wijmbritseradeel, 1469. » 279. 

» Wijmbritseradeel, U60. » 279. 

» Wijmbritseradeel, 1536. » 282. | 



BLADWtJZER. 



419 



Harinxma ( Jorius van) , Grietman 


vanWijmbritseradeel, 162!S.B1.299« 


Harinxma thoe Slooten (Pie 


- 






ter van) , 


» 


» Wijmbritseradeel, 1487. 


)» 282. 


Harinxma thoe Slooten [Vie 


- 






terEdzardvan) , 


» 


» Baarderadeel , 1701. 


» 236. 


Harinxma thoe Slooten (Pié 


- 






terEdzard van) , 


» 


» Westdongeradeel, 1789. 


» 78. 


Harinxma thoe IJlst (Sitzo 


•■ 




van) , 


» 


» Wijmbritseradèel, 1487. 


y> 280. 


Harkema (^ulus van) , 


» 


» Vis vliet, 1626. 


» 407. 


Haijkama (Oonna) , 


» 


» Tictjerlvsteradeel,l-iöO. 


\ 128. 


Heddama (Mella) , 


» 


» Tietjerksteradeel,1465. 


y> 129. 


Heemstra (Feijo van) , 


» 


» Tietjerksteradeel, 1610. 


» 13!. 


Heemstra (Willem Hendrik 








van) , 


» 


» Kollumerland , 1743. 


» 102. 


Heioma (Nicolaas van) , 


» 


» Aengwirden, 1667. 


» 338. 


Heioma (Tjaard van) , 


» 


' » Aengwirden , 1652. 


» 338. 


Hemmema (Hette van) , 


» 


» Menaldumadeel , 1581. 


» 173. 


Hera van Smallen-£e , 


» 


» Smallingerland , 1392. 


» 137. 


Herbranda (Botte), 


x> 


» Achtkarspelen , 1506. 


» 104. 


Herbranda (Feijeo van) , 


» 


» Aehtkarspelen, 159S. 


x> 108. 


Herbranda (Haijovan) , 


» 


» Achtkarspelen, 1581. 


f> 107. 


Herema (Goslick van) , 


» 


» Wonseradeel, 1560. 


» 268. 


Herema ( Joan van) , 


» 


» Wonseradeel, 1542. 


» 268. 


Herama (Otte) » 


» 


'» Rauwerderhem , ,1578. 


» 162. 


Herema (Tjerk van) , 


» 


» Menaldumadeel, 1613, 


» 180. 


Hermana (Taekevan) , 


» 


» Baarderadeel, 1545. 


» 226. 


Hernada (Hidser) , 


» 


» Tietjerksteradeel, 1436. 


» 128. 


Heslinga(Sjaerdt), 


» 


» Barradeel, 1926. 


» 208. 


Heslinges (Tjaard) , 


» 


» Wijmbriisei-adeel, 1477. 


» 280. 


Hettinga (Douwe van) , 


» 


» Wijmbritseradèel, 1487. 


ï> 281. 


Hettinga (Homme van) ,• 


» 


» Wijmbritseradèel, 1487. 


» 281. 


Hettinga (Homme van) , 


» 


» Baarderadeel, 1558. 


» 227. 


Hettinga (Tiete van) , 


» 


» Wijmbritseradèel , 157 .. 


» 294. 


Hettinga (Tiete van). 


h 


» Donia warstal , 1580. 


» 34!S. 


Heddesz (Sibren) , 


» 


» Gaasterland , 1585. 


» 379. 


Hijlckama(Jelle), 


» 


» Haskerland , 1545* 


» 353. 


Hinna (Liéwe) , 


» 


» Menaldumadeel, 1459. 


» 169. 


Hobbesen (Here) , 


» 


» Wonseradeel , 1481. 


* 252. 


Hoekstra( Albertten Broeke) 


,» 


» Westdongeradeel, 1794, 


» 75. 



430 



BLADWIJZER. 



Holdiiiga(6abbeTan)^ Grietman ranOostdongerad^l, 1449* BL 77. 

» 876. 



HoUes (Rans) , » 

Hoorn (Frederik de) , » 

Homada (Sije) , » 

Home^Jacobran) , » 

Hotses ( Johannes) , » 

Hottinga (Don we van) » » 

Hottinga ( Jarich van) « » 

Hottinga ( Jarich van ) , » 

Hottinga ( Johan Tan) , » 
Hottinga (Sijbrand van) , . » 

Hoijenga (Tjaard) , » 
Hoijtenia(HoijteUningaTan), » 

Hoijtema (Loiliff) , » 

Hoijtema,(Ulke), 2> 
Hoijtema (Donwe üninga 

van), » 

Hoxwier (Aesge Tan) , » 
Humalda (Binnert Philip 

AebingaTan), » 
Humalda (Idsert Aebinga 

Tan) f » 

Hnmalda (Sijtje Tan ) , » 

Hummingha (Hnmma) , » 



Idema (Edo Alma Tan ) , ]> 

Idzaerda (Homme), » 

Idzaerda (Meintje) , » 

Ildsisma (Tebba) , » 

Ind^ck (Pilgrom ten) , » 



Jans (Abbe) » » 
Jeldse to Smallinghera con- 

- vent , 3f> 

Jelgers (Hossel) , % 

Jelgersma (Hector) , » 

Jelgersma (Lieuwe) , » 



» Gaasterland, 1560i 

9 Hemelomer 01de- 

phaert, 1550. i> S04. 

» Tietjerksteradeel, 14S6. » 129. 
» Oostdongeradeel y 15..« » 81. 
» Leeawarderadeel, 1580. * 27. 
» Barradeel, 1610. » 215. 

» Hennaarderadeely 1450. » 240. 
» Hennaarderadeel, 1527. > 242. 
» Barradeel, 1600. » 214. 

i> Schoterland , 1566. » 964. 
» Ferwerderadeel , 1418. » 37. 
» Haskerland, 1559. » S54. 

» Wijmbritseradeel, 1473. » 280. 
» Haskerland, 1551. » 353. 

» Haskerland» 1521. » 352. 

» Franekeradeel, 1542. » 189. 

» Hennaarderadeel, 1767. » 249. 



» Hennaarderadeel, 1791. 
» Westdongeradeel > 1 5 1 7* 
» Wijmbritseradeely 1450. 



I« 



» Aengwirden, 1772. 
» Weststellingv7erf,1619. 
» Weststellingwerf, 1600. 
» Tietjerksteradeel, 1392. 
» Ferwerderadeel, 1564. 



» 249. 
i> 59. 
» 276. 



» 841. 
» 402. 
» 402. 
» 128. 
» 46. 



J. 



» Aengwirden, 1525. » 336. 



» Smallingerland y 1450. 
» Leenwarderadeel, 1479. 
» Achtkarspclen , 1575. 
» Achtkarspelen, ^ 1549. 



» 13& 
» 19. 
» 107. 
» 106. 



BLADWl 


IJZER. 


421 


Jellingha (iltka) , Grietman ranLeeuwarderadeei, 1486* BI. 12. 


Jellingha (Kempa) , » 


• Leeuwarderadeel^ 1402. 


i 12. 


Jellis (Cornolis) , » 


. Weststellingwerf, 1598. 


» 401. 


Jelleszoon (Hancke) , » 


» Wonseradeel, 1456. 


» 252. 


Jochoms (Jouke) , » 


• Smallingerland , 1617. 


. 141. 


JoUema (Buho Yibius) , . i 


» Donia warstal, 15 


» 342. 


Jongema (Aede van) , » 


1 Dantnmadeel , 1475. i 


» 114. 


Jongema (Aede van) , » 


> Rauwerderhem , 1525. i 


» 161. 


Jongema ( Agge van) , » i 


» Baarderadeel, 1498. 


• 221. 


Jongema (Daco van) , » 


9 Franekeradeel, 1620. 


» 195. 


Jongema (Duco van) , » 


» Hennaarderadeel , 1629. 


. 246. 


Jongema (Edo vanj , ' » 


• Lemsterland, 1497. i 


» 368. 


Jongema (Goslick van) , • i 


1 Wonseradeel, 1504. i 


261. 


Jongema (Keimpe van) y » i 


1 Wijmbritseradeel, 1522. i 


» 289. 


Jongstal ((iellius Wijbrandus 


Hemelumer 01de- 




van), » 


i pkaert, 1673. i 


> 310. 


Joukes (Henno) , »; 


» Donia warstal , 1528. i 


» 342. 


Jouwsma (One van) ^ » i 


1 Leeuwarderadeel, 1482. 


» 19. 


Jouwsma (Oene) , » i 


> Idaarderadeel , 1492. i 


1 147. 


Jaesma (Taeeke) , » i 


» Smallingerland, 1531. i 


139. 


Juwsma (Gatke) , » 


» Smallingerland, 1538. i 


» 139. 


Kee (Jarich a) , » i 


» Franekeradeel, 1417. i 


> 185. 


Kempenaer (Daniel Li vius de), » i 


1 Lemsterland, 1752. i 


374. 


Eempenaer (Regneras Livius 






van Andringade) , » i 


i Lemsterland, 1772. i 


374. 


Kempinga ( Poppe) , » i 


» Baarderadeel, 1429. i 


220. 


KempD(Dr.), . i 


► Tietjerksteradeel, 1517. i 


» 129. 


Knock (Nicolaas Amoldi) , * 


• Ooststellingwerf, 1780. i 


» 398. 


Knijff (Horatius Hiddema van), » i 


9 Ferwerderadeel , 1729. i 


» 56. 


Koenes (Jannes) , » ^ i 


► Ooststellingwerf, 1524. i 


» 390. 


Knijper (Bancke) , » 


» Smallingerland, 1525. i 


. 139. 


Laeszoon (Wijthie) , » i 


» Menaldumadeel , 1487. ■ 


► 169. 


Lezaen (Wolpherd van) , » • i 


. Tietjerksteradeel, 1584. i 


> 131. 


Liauekama (Schelte van) , » i 


» Wijmbritseradeel, 1500. 1 


287. 


Liauckama (Schelto van) j » 


I Barradeel, 1569. ■ 


206. 


Loo (Boudewijn van) , » i 


► 'tBildt, 1555. . 


314. 



422 



BLADWIJZER. 



Loo (Douwe Aijlra Tan) , Grietman yan Baarderadeel » 
lijcklama a Nijeholt (Agge), 
Lijcklama a I^ijeholi (Augos- 

tinas), 
Lijddama a IfijehoU ( Aagüs- 

tinos), 
Ujcklania a Nijeholt ( Augos- 

tinus), 
Lijcklama a Nijeholt (Bar- 

tholdus) , 
Lijcklama a Nijeholt (Daniël 
, deBlocq)» 
Lijcklama a Nijeholt (Daniel 

de Blocq) , 
Lijcklama a Nijeholt (Esaias) , 
Lijcldamaa Nijeholt (Esaias), 
Lijcklama (Filibertns) , 
Lijcklama (Hanso van) ^ 
Lijcklama (Laelios van) , 



Lijcklama a Nijeholt (Livius 
Soffridus) , 

Lijcklama a Nijeholt (Lub- 
bert), 

Lijcklamaa Nijeholt (Marciu), 

Lijcklama a Nijeholt (Marcus), 

Lijcklama a Nijeholt (&^gae* 
ras), 

Lgcklama a Ngeholt (Regne- 
rus), 

Lijcklama (Rinco) , 

Lijcklama a Nijeholt (Soffri- 
dus) , 

Lijcklama a Nijeholt (Tinco), 

Lijcklama a Nijeholt (Tinco 
Martinus) , 

Lijcklama a Nijeholt (Tinco 
Martinus) , 

Lijckles (Lubbert) , 

Lijeuwema (Lieuwe) f 



1660. BL 
Weststellingwerfi 1687. 

Opsterland, 169S. 

Ooststellingwerf, 1647. 

ütingeradeel, 176ji. 

Ooststellingwerf, 1698. 

Ooststellingwerf , i 78 1 . 



Opsterland , 1773. 

Ooststellingwerf, 16%X, 
Weststellingwerf; 1689. 
Weststellingwerf, 1600. 
Gaasterland , 1637. 
Hemelumer 01de- 
phaert, 1625. 



Opsterland , 1718. 

Ooststellingwerf, 1661. 
Ooststellingwerf, 1610. 
WesUtellingwerf, 16^. 

Lemsterland , 1 74 1. 

ütingeradeel , 1 752. 
Weststellingwerf; 16^. 

Ooststeliingwerf, 1689. 
ütingeradeel , 1757. 

Ooststellingwerf, 1788. 

ütingeradeel, 1790- 
Weststcllingwerf, 1514. 
Ach tkar^len , 1 508. 



BLADWIJZER. 



423 



Ii}nden(Remhart,Bar.y.)6netinan van Opsterland , 1 782, Bl.889. 



M 



Maruiga(Wijger), 
Martena (Baco van) , 
Martena (Duco Tan) , 
Martena (Hessél van) , 
Martena (Hessel van) , 
Meokama (Scipio van) , 
Mejontsma (Petrus van) , 
Mellema (Poppe van) , 
Hellema (Sic^rk) , 
Menninga (Sjoerd) , 
Menthiez (Gerbren) , 
Memstera (Lolle) » 
Metzger (Hans) , 

Meijnes (Tsialke) , , 
Michielz. (Adriaan), 
Midlom (Harmen Sijbes van), 

Minnes (Lnijtghe) , 
Mockema (Popke van) , 



Nijsten (Bartbold van) , 



Obbes {^sse) , 
Obbes (Obbe) , 
Ockinga (Here van) , 
Ockinga (Lolle van) , 
Ockinga ( Watie van) , 
Oenema (Amel van) , 
Oenema (Douwe Annes van) , 
Oenema ( Jacobos van) , 
Oenema (Tiberius van) , 
Oenema (Tinco van) , 
Oentjes (Runrd) , 
Oetsma ( Auke) ^ 



N 



O 



Baarderadeel , 1 453. 
Baarderadeel , 1499. 
Barradeel, 1578. 

Franekeradeel , 1505. 
Menaldamadeel» 1508. 
Koll umerland , 1 584 . 
Aehtkarspelen , 167S, 
OostdoDgeradecl, 1517. 
Hennaarderadeel, 1426. 
Leeuwarderadeel , lZd% 
Aengwirden , 1550. 
Barradeel, 1463. 

Hemelumer 01de« 

pbaart, 1539. 

Donia warstal , 1582. 
Barradeel , 1550. 

Hemelumer 01de- 

phaert, 1788. 

Ooststellingwerf, 1540. 
Oostdongeradcel , 141.. 



220 
221 
209 
187< 
170 

95 
110 

78 
240. 

12 
336 
202 

303 
347 
203. 

312 

390. 
76 



Rauwerderhem , 1670. > 165. 



Haskerland, 1582. • 355. 

Gaasterland, 1604. > 379. 

Wonseradeel, 1481. > 253. 

Menaldumadeel , 1576. > 178. 

Menaldumadeel , 1540. • 174. 

Sehoterland, 1627. > 365. 
Tietjerksteradeel, 1475. t 129. 

Ooststellingwerf, 1646. » 396. 

Utingeradeel,. 1619. > 331. 

Schoterland, 1591. • 365. 

Idaarderadeel , 1477. » 147. 

Dantumadeel, 1553. » 117. 



424 



BLADWIJZER. 



Offenhuzen (Feddrich v.), Grietman 
Oijenbnigge (Hendrik Tan) , 
Ommingha (Hanck) , 
Oosterzee (Ciprianus) , 
Oosterzee (Ghristiaan Johan* 

nes), 
Oosterzee (Jancke) , 
Oosthem (Hessel Tan) , 
Osinga (Jancke Tan) , 
Osinga (Sijdts Tan) , 
Osinga (Sijbrand Tan) , 
Osinga (Sijbrand Tan) , 



Phaesma (Ballink) , 
Piebes (Dominicos) , 
Piers (Holle) , 
Piers (Kerste) , 
Piers (Lainbert) , 
Pierszoon (Sijbe) , 
Pipenpoij (Francois^de) , 



Rattaller (Hieronijmas Tan), » 
Aattaller (Johan Tan) , » 

Keins (IJds) , / » 

Rengers (Albertus Aemilius 

Lamoraal) , » 

Rengers (Egbert Sjack Ger- ^ 
. rold Juckema t. Bunnania), » 
Rengers ( Jostinus Sj uck Ger- 

rold JackemaT. Burmania),» 
Rengers (Lamoraal Albertas 
. Aemilius), » 

Rengers (Sjuck Gerrold Juc- 
kema Tan Burmania) , • 
Rengers (Sjuck Gerrold Juc- 
keraa Tan Burmanih) , t 
Rengers (Ulbo AijWa) , » 



ran Franekeradeel » 
» Barradeel, 
» Wonseradeel, 
» Lemsterlandy 

• Lemsterland, 
» Lemsterland» 
» Idaarderadeel 9 
» Wonseradeel, 
» Dbniawarstal » 
» Wonseradeel» 
» Donia warstal y 



1S79.BLI9^. 

1579. . tl± 
1420. > 251. 
1685. » S7L 

1609. . 871. 
15... » 869. 
1565. > 149. 

1580. » 270. 
1619. » 849. 
1596. » 271. 
1652. » 849/ 



P. 



» Eollumerland, 1527. » 91. 
9 Baarderadeel^ 1589. » ^5. 
» Gaasterlandy 1550. » 876. 
» Lemsterlahd, 1589. » 369. 
9 Ooststellingwerf, 1504. » 890. 
• Haskerland, 1580. » 855. 

» Hemelumer 01de- 

pbaert, 1577. » 804. 



R» 



B Tietjerksteradeel, 1531. » 180. 

9 Tietjerksteradeel, 1550. » 181. 

» Gaasterland, 157.. » 878. 

-• Oostdongeradeel , 1720. » 85. 

» Wijmbritseradeel,1778. > 802. 

» Franekeradeel, 1794. ■ 20L 

> Gaasterland, 1785. » 884. 

> Franekeradeel, 1782. » 199. 

. Wijmbritseradeel, 1747. .'802. 

. Gaasterland, 1756. . 888. 



BLADWIJZER. 




425 


Rennert (Jonge) , Grietman ran Smallingerland , 


1479. BI. 188. 


R.cmioi) (Servaas Tan) , » » 


Weststellingwerf, 1559. i 


899. 


R^jnalda (Aedo) y » i 


» Doniawarstal, 


1615. > 


848. 


Reijnalda (Anke) , • » i 


Doniawarstal, 


1584. 1 


► 847. 


Re^nalda ^Elardos) , » i 


» Doniawarstaly 


1591. 1 


► 847. 


Ritighe (Ritske van) » » i 


> Westdongeradeel 


,158.. , 


» 68. 


Rinia (Haijo van) , • • i 


► Kollnmerland, ' 


1627. > 


. 99. 


Rinia (Kersten Tan) , » i 


» Oostdongeradeel, 


15... i 


» 81. 


Rinia (Sake Tan) y » ■ 


Westdongeradeel 


, 1548. , 


» 61. 


Rodmersma (Douwe) , » i 


» Franekeradeeli 


1497. 


i 18e. 


Rodmersma (Tjalling) , » i 


Franekeradeel , 


1524. 


» 188. 


Rollema(Tzomme)y • i 


» Wijmbritseradeel, 1572. i 


» 296. 


Roorda (Abraham) , » i 


► Idaarderadeel| 


1620. 


» 158. 


Roorda(Carel), . i 


Idaarderadeel , 


1685. 


. 154. 


Roorda (Frans Tan) , » i 


► W^mbritseradeel, 1588. i 


► 2». 


Roorda (Frederik Tan) , » i 


f Schoteriand, • 


1521. 1 


» 862. 


Roorda (Frederik Tan) , » i 


» Lemsterland, 


164i: ) 


• W2. 


Roorda (Popke) , » i 


t Idaarderadeel, 


1468. 


» 146. 


Roorda (Watze Tan) , » i 


1 Hennaarderadeel, 


1&44. 


» 248. 


Rporda ( Watze Tan) , » i 


► Ranwerderhem, 


1665. 


> 164. 


Roorda.(Wijërand) , » i 


» Idaarderadeel, 


1578. 


. 150. 


Ropta (Werp Tan) , » 


> Oostdongeradeel, 


1589. . 


» 78. 


Rowerda (Thiarck) , . . , 


» Idaarderadeel, 


1486. . 


» 146. 


Rnmmetda (Douwe) , » 


» Wonseradeel, 


1485. 


. 254. 


Ro^rds (Popke) , » i 


1 Idaarderadeel, 


1522. . 


> 148. 


Sackma(JohannesWopkes); t .^^ 


9 Dantunuuieel , 


-1586. 1 


» 11& 


Saékma(Suffridas), > i 


» Dantumadeel, 


J681. . 


> 128. 


Sakes (Tinco) , . i 


1 Schoterland, 


1589. 


. 868. 


Sannes (JohannesPetri), » 


. Weststellingwerf, 1578. 


» 400. 


JSannes ( JohannesPetri) , » 


* VisTliet , 


1604. 


. 407. 


Sappensz (Sifwart) , . .» 


» Opsterland, 


1501. 


» 885. 


Scheltema (Feijo Tan) , » i 


1 Kollumdrland , 


1658. 


» 99^- 


Scheltinga (Comelis Tan) , » 


» Idaarderadeel, 


1768. 


» 158: 


Sibeltinga (Daniel de Bloeq "^ , 








;Tan), 


» Schoterland, 


1647. 


> 865. 


ScWtinga (Gajus Tan) , > 


> Kolluraerland , 


1725. 


. 102. 


Scheltinga (Johannes Tan) , » 


• Gaasterland, 


1659. 


> 881. 


Soheltinga (Livius Tan) , » 


» Aichtkarspelen , 


1653. 


> 109. 


Scheltinga (Martinus van) , » 


» Schoterland; . 


1692. 


> 866. 



426 



BLADWIJZER^ 



Scheltinga (Martioosvan), Grietm. 
Scheltioga (Martinos van) , » 
Scheltinga (Martinas Tan) » » 
Soheltinga (Martinos van), > 
Scheltinga (Menno Goehoorn 

van), » 

Scheltinga (Schelte) , ■ 



Sdiepper(Imilia8Joanu8de), • 
Schepper (Isaak de) , » 

Scholtes (Henne) , » 

Schonenborg (Harten van) , » 
Schonenbnrg (Sebastiaan 

van), » 

Schotel (Gijsbert van) , » 

Scroetsma (Feike) , » 

Scroetsma ( Jouwta) , » 

Schwartzenberg en Hohen- 
lansberg (Georg Frederik, 
Baron thoe) , » 

Schwartzenberg en Hohenl. 

(Georg. Wilco, Bar. thoe) , » 
Schwartzenberg en Hohenl. 

(Georg Wolfgang, Bar. th.), » 
Schwartzenberg en Hohenl. 

(Georg Wolfgang, Bar. th.), » 
Schwartzenberg en Aohenl. 

(Georg Wolfgang, Bar. th.), t 
Schwartzenberg en Hohenl. 
(Georg Wolfgang Carel 
Dnco f Baron thoe) , » 

Schwartzenberg en Hohenl. 
(Johannes Onnphriu9, Ba- 
ron thoe), • 
Schwartzenberg en Hohenl. 
(Michael Onuphrios, Ba- 
r(m thoe) , » 
Schwartzenberg en Hohenl. 
(Wilco Holdinga, Bar.th.), » 



V. Lenuterland, 1689. BI. 373. 

» Aengwirden, 1715. » 340. 

> KoUnmerland, 1775. > 103. 

> Schoterknd, 1777. » 368. 

• Schoterland, 1715. > 367. 
» KoUnmerland, 

Achtkarspelen 

en Dantnmadeel , 1500. » 88. 

» Ferwerderadeel, 1770. » 58. 

» Achtkarspelen, 1677. » 111. 

» Gaasterland» 1549. » 376. 

» Dantuniadeel , 1582. » 121. 

» Kollomerland , 1538. » 9L 

• Doniawarstal , 1517. » 342. 
w Tietjerksteradeel, 1528. » 130. 
» Tietjerksteradeel, 1482. > 129. 



» Menaldumadeel , 1766. » 183, 

> Oostdongeradeel, 1653. » 83. 

> Barradeel, 1703. » 218. 
» Dantnmadeel, 1713. » 125. 

> Henaldumadeel, 1729. • 18S. 

» Menaldomadeel, 1783. » 184. 

» Oostdongeradeel , 1627. » 81 

> Dantnmadeel, 1725. » IM. 

> Barradeel, 1689. » 217. 



BLADWIJZER. 



427 



Schwartzehberg^ en Hohenl. 

(Wilco, Baron thoe), Grietm 
Schwartzenberg en Hohenl. 

(Wilco Holdringa Tjalling 

Gamstra Bar. th.) , » 

gchuilenburg (Frans Pieter 

Willem van) , 
Sexnia,(Sijcka), 
Sickes ( Jelle) , 
Sickinga (Pieter va%) , 
Sickinga (Tjalke van) , 
•Sicma (Lambertas) , 
Sierksma (AUert van) , 
Sierksma (Allert van) , 
Sierksma (Allert van), 
Sierkspia (Doede van) , 
Sipkes (Uta) , 
Sippe of Sijppa te Hesens , 
Sixma ( Age van) , 
3ixnia.(Douwe van) , 
Sixma (Douwe van) , 
Sixma (Tjalling van) , 
Sixma (Tjalling van) , 
Sixma (Tjalling van) , 
Sjnxmii ( Aebe of Abbe van) , 
Sminia (Hobbe Baerdt van) , 
Sminia (Hobbe Baerdt van) , 
Sminia (Idzard van) , 
Sminia (Frederik van) , 
Sminia (Jetze van) , 
Sminia (Tjalling Aedo van) , 
Solcama (Rennert) , 
Stemsee (Ghriatoffel van) , 
Sthijntiema (Augustinns) , 
Sthijntiema (Idzard) , 
Suijrdts (Saekle) , 
Sijkama (Ztaling) , 
Sijthiema (Haring van) , 
Sijthiema (Sijds van) , 
Sijtiema (Oene van) , 



V. Wonseradeel, 1758. BJ. 274. 



> Wonseradeel,, 1788. t 275. 





1 Fervrerderadeel, 1790. • 


89. 




Ferwerderadeel, 1428. • 


87. 




Smallingerland , I5U. • 


188. 




Barradeel, 1577. i 


208. 




Wi}mbritseradeel,157.. ■ 


• 297. 




Gaasterland, 1682. ■ 


. 380. 




'tBildt, " 1587. . 


. 318. 




Leeuwardëradeel, 1868. i 


. '28. 




> Ferwerderadeel, 157-i. i 


> 48. 




> Oostdongeradeel, 1370. ■ 


> 81. 




> Haskerland, U66. > 


. 852. 




> Barradeel, 1488. ■ 


. 220. 




Barradeel, 1684. . 


. 217. 




. Franekeradeel , 1629. . 


> 19iS. 




> Barradeel, 1676. i 


216. 




, Barradeel, 1580. > 


. 218. 




» Baarderadeel, 1647. ■ 


> 284. 




• Raawerderhem, 1710. ■ 


. 166. 




• Ferwerderadeel , 1520. ■ 


. 42. 




• Aengwirdea, 1757. i 


> 841. 




> Tietjerksteradeel, 1772. 


. 186. 




• Hennaarderadeel, 1706. 


. 248. 




., ütingeradeel, 1669. i 


. 833. 


. 


> Gaasterland, 1669. ■ 


> 881. 


• 


• Hennaarderadeel, 1754. 


. 249. 




• Ooststelliogwerf, 15... i 


. 891. 




. Barradeel. 1858. 


i 204. 




• Lemsterland, 1498. 


> 369. 




> Lemslerland , 1571. 


. 870. 




> Gaasterland, 1572. 


. 377. 




> Ferwerderadeel , 1448. 


. 38. 




» Ferwerderadeel, 1551. 


. 46. 




. Ferwerderadeel, 1504, 


. 39. 




• Ferwerderadeel, 1472. 


. 88. 



428 



BLADWIJZER. 



Sij tzama (Doawe van) , Grietman Tan Idaarderadeel , 1 578. 61. 1 5 1 . 
Sijacsma (Dowa) , • » Oostdongeradeel» 1422. • 77. 



Tadinga (Hempko) , 
Taedema (Jan van) , 
Tallam (Upke) , 
Tetmans (Feijke) , *** 
Tetmans (Feijke) , 
Teijes (Focke) , 
Thiarda(S^dze), 
Thonis (Brandt) , 
Tiersdz (Baerte) , 
Tjaerda (Sijds) , 
Tjebbema (Sijbont) ^ 
Tjebbes (Jacob) , 
Tjfebbes (Sjierdt) , 
Tour (Jacob Adriaan du) , 
Tijbisma (Fecke) , 
Tijebbes(Id8), 



ünia (Donwc Carel Tan) , » 
ünia ( Keimpo van) , » 

Unia (Willem Aemilius van), » 
Unnijngba (Kempo van) , » 
Uthsma (Boeke) , » 



Yastaerds (Joost) , • 

Vegilin van Glaerbergen (As- 

suerus) , » 

Vegilin van Glaerbergen (Hes- 

sel) , » 

Yegiliti van Glaerbergen (Hes- 

sel) , > 

Vegilin van Glaerbergen ( Hes - 

se]), » 

Vegilin van Glaerbergen (Jo- 

ban) f • 



V 



Leenwarderadeel,U41. » 14. 
Dantnmadeel, 1600. » 12S. 
Hennaarderadeel, 1577. > 244. 
Aengwirden, 1585. » S^O. 
Utingeradeel, 1578. . 329. 
Opsterland^ 1550. > 385. 

Dantumadeel, 1423. » 114. 
Visvliet, 15... . 407. 

Utingeradeel, 1822. > 331. 
Dantumadeel, 1517. > 115. 
Idaarderadeel, 1477. » 147. 
Schoterland, 1580. » 364. 

Aengwirden, 1580. > 336. 
'tBildt, 1763. • 323. 

Wijmbritseradeel,1426. • 276. 
Seboterland, 1524. > 363. 



Tietjerksteradeel, 1669. » 133. 

Leeuwarderadeel, 1478. » 17. 

Kollnmerland, 1730. » 102. 

Eeeawarderadeel,1450. » 14. 

Idaarderadeel, 1437. » 146. 



Doniawarstal , 1572. » 348 

Haskerland, 1739. » 359< 

Dtingeradeel, 1683. » 332. 

Haskerland, 1689. > 358, 

Haskerland, 1749. . 359. 

Doniawarstal, 1722. > 850 



BLADWIJZER. 



429 



Vegilin van Claerbergen (Phi- 
lip Frederik) , Grietman van 
Vervouw (Hessel Laes van) , y^ » 
Viersen (Arnold van) , » 
Yiersen (Mathijs van) , » 
Yisscher (A,drianus Canter) , » 
Visscher (Pieter) , • p> 



Waijën ( Jaeobas van der) , 

Walta (Douwe van) , 
Walta (Tjerk van) , 
Walta (Tjerk van) , 
Waltinga (Wijbrand), 
Waltijngha (Hobbe van) , 
Wassenaer (Carel Georg 

van), 
' Wassenaer ( Jacob ünico Wil - 

lem, Graaf van 
Wattinga (Sjoerd) , 
Wendt (Eijso de), 
Wiarda (Oene van) , 
Wischa ( Johan ter) , 
Wissema (Sapè of Sabinus) , 
Woirts (Wolf van), 
Wopkes of Worps (Rienk) , 
Wijbranda(Suirdt), 
'Wijckel (Anne van) , 
Wijckel (Henricns van) , 
Wijckel (Martinus van) , 
Wijckel (Regnerus Annaeus 

Lijcklama van) , 
Wijdenbrugh (Ernst Wil- 
lem) , 
Wijkia, 

Wijssinga (Wirpe) , 
Wijtsma (Oene van) , 
W^tsma (Oene van) , 



Haskerland , 
Franekeradeel , 
Haskerland , 
Haskerland , 
Dantumadeel , 
Lemsterland , 



1707.BL 
1614. » 
1669. » 
1681. p 
1753. » 
1521. » 



858 
194 
857 
857 
126 
869 



W. 



» Hemelnmer 01de- 

phaert , 
» Barradeel, 
» Wonseradeel, 
» Wonseradeel, 
» Haskerland, 
» Franekeradeel, 



1688. » 
1661. » 
1494. » 
1519. » 
1544. » 
1586. » 



810. 
216. 
256. 
267. 
858. 



» Franekeradeel, 1758. » 200. 

» Franekeradeel, 1798. » 200. 
» Smallingerland , 1477. » 188. 
» Westdongeradeel, 1772. » 74. 
» Leenwarderadeel, 1488. » 14. 
» Ooststellingwerf, 1581. » 892. 
w Idaarderadeel, 1678. » 156. 
» Kollnmerland , 1589. » 92. 
» Leenwarderadeel, 1477. » 17. 
» Baarderadeel , 1426. » 220. 
» Aengwirden, 1626. » 887. 
» Gaasterland, 1706. » 882. 
» Idaarderadeel, 1692. » 156. 

» Gaasterland, 1710. x> 888. 
» Hemelnmer 01de- 

phaert, 1765. » &12. 

» Wonseradeel, 1.488. > 254. 

» Ferwerderadeel, 14... i» ^8. 

» Hennaarderadeel, 1570. » 244. 

» Dantumadeel, 1576. )» 119. 



430 



IJdsen (Rein) , 
IJnsma (Saeke) , 



Ztalinga(ljdze), 
Zwolle (Barthout ran) , 



BLADWIJZER. 
IJ- 



Grietman van Gaasterland , 1 575. BI. S78. 

» » Smallingerland, 1580. » '189. 

Z. 

» » Ferwerderadeel , 1452. » 38. 

» » Gaasterland, 1517. » 876. 



ERRATA. 



idi.24, 


in de noot. 


rcg. 7 T. o. , 


slaat 


: Romein, 


lees: Abraham. 


D 73, 


in de tekst. 


> llv.b., 


» 


hetwelk zij , 


» hetwelk door. 


» 84, 




1» 12 V. 0. , 


» 


Ferweradeel, 


» Ferwerderadeel. 


» 144, 




» 7 Y. 0. , 


» 


Eelcofiaersma, 


» Eelco Yan Haeri- 


» 155, 




» 2v.b., 


> 


Sikko , 


ma. 
» Sicco. 


» 179, 




9 7 Y. b. , 


9 


Geskesbrugge , 


» Gerkesbrugge. 


» 204, 




j) 6Y.b., 


» 


scfaiJDt tw^felen 


, D schgnt te twijfe- 
len. 


» 273, 




P llY.k, 


» 


Hiern , 


» Bier. 


» 342, 




» 3Y.b., 


» 


Saksiche , 


» Saksische. 


» 345, 




» 3 Y. 0. , 


» 


Hokkema , 


s Hoickama. 


» 353, 




» 12y. b.. 


» 


Grietman , 


9 Secretaris. 



Bij den UITGEVER dezes zijn mede 
gedrukt en te bekomen : 

ARCHIEF voor F'aderlandsche en Vriesche Ge- 
schiedents , Oudheid-- en Taalkunde , bijeenverza- 
meld door II. W. C. A. VISSER en H. AMERS- 
FOORDT , 3 deelen in gr. ftvo. Prijs / 7 - 90. 

CHRONOLOGISCH HANDHOEK der Fadérland- 
sche Geschiedenis , met cene Chronologische opgave 
van de Nederlandsche Uitvindingen en 0>iitdekkin- 
gen , door S. H. en J. van WIJK, Rz. , in 4to. ƒ 1 - 80. 

FRIESCHE SPRAAKLEER, door R. RASK, uit 
het Z?eert.yc/^ vertaald door Jönkb. M'. M. HETTEMA , 
gr. 8vo fl -80. 

HULDE aan GIJSRERT JAPIKS, door J. H. 
HALRERTSMA, 2 deelen in gr. 8vo, met Por- 
tret : / 5 - 10. 

JÜRISPRUDENTIA FRISICA, of FRIESCHE 
REGTSKENNIS , een Handschrift uit dé vijftiende 
Eeuw, vertaald door Jonkh'. M'. M. HETTEMA, 
3 deelen in gr. 8vo ƒ 7 . 80. 

IETS betrekkelijk de af scheiding' van het Zuiden 
en Noorden van de Nederlanden ^ door M'. D. 
FOCKEMA , in gr. 8vo ƒ O- 40. 

WAT HEBBEN WIJ NEDERLANDERS THANS 
TE HOOPEN OF TE VREEZEN ? door Jonkh^ W. 
W. VAN SWINDEREN , gr. 8vo / O- 40, 

BETOOG over de noodzakelijkheid van de instel" 
ling van den Hoogen Raad der Nederlanden , 
door M^ W. W. NOODT , gi\ 8vo / O - 30. 

VERHANDELING over den eigenaurdigen geest 
van het ROMEINSCHE REGT in het algemeen en 
met betrekking tot de HEDENDAAGSCHE WET- 
GEVING EN REGTSGELEERDHEID , door G. HU- 
FELAND. Met aanmerkingen en ophelderingen 
voorzien , door M'. C. C. C. WARMOLTS , in gr* 
8vo ƒ 1-00, 



^ 



i 



J 








"> 




l